bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 7 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsGrote Zaagbek2 feb 2007februari

Grote Zaagbek, 2 feb 2007

 grotezaagbekmanenvrouw

De grote zaagbek is een broedvogel van brede, langzaam stromende rivieren en meren omgeven door uitgestrekte bossen met oude bomen. Voor broeden is de vogel aangewezen op boomholtes. In Nederland komt zo′n habitat niet of nauwelijks meer voor en de grote zaagbek broedt dan ook niet in ons land. In de winter kunnen grote zaagbekken echter regelmatig binnen onze grenzen worden aangetroffen. Vooral de mannetjes (wit-met-groene-kop) zijn dan een opvallende verschijning op plassen en rivieren. Het vrouwtje is totaal anders gekleurd met een rode kop met grote kuif en een grijze rug. De grote zaagbek leeft van vis en jaagt groepsgewijs.

Bijzonder

Maximaal 25% van de Noordwest-Europese populatie van de grote zaagbek verblijft ′s winters in Nederland. Dat zijn ongeveer 20.000 vogels. Op het Ijselmeer lijken de aantallen achteruit te gaan. Mogelijk is dit te wijten aan een verminderde beschikbaarheid

van spiering. ′s Winters baltsen mannetjes door met opgezette kruinveren tegenover elkaar hals- en kopbewegingen te maken.

Waar

De Grote Zaagbek is een wintergast van december tm februari. Het IJsselmeer en het aangrenzende deel van de Waddenzee zijn de belangrijkste overwinterings- gebieden. Daarnaast komt de soort ook voor in het rivierengebied, het Deltagebied, de Biesbosch, op de Noordzee, en in verschillende zoete wateren in het binnenland. Vooral bij strenge vorst verschuift het zwaartepunt van de verspreiding naar het zuiden en neemt het belang van het rivierengebied en het Deltagebied toe. In zulke vorstperioden is de kans zeer groot om groepjes in de Haarlemmermeer te vinden, b.v. in vijvers binnen de bebouwde kom, op de hoofdvaart en op de grotere plassen zoals de Toolensburgse plas. Vorig jaar omstreeks deze tijd verbleef een groep van 2 mannetjes en 11 vrouwtjes in het achterkanaal van de Geniedijk binnen de bebouwde kom van Hoofddorp.

 grotezaagbekman

 vogelsSlechtvalk9 jan 2007januari

Slechtvalk, 9 jan 2007

 slechtvalk

De slechtvalk behoort tot de grootste valken met een gemiddelde grootte van 43 cm. De vogels hebben een lichte onderkant met dwarsbanden en een donkergrijze rug. De jonge vogels zijn eerst bruin. Wereldwijd zijn een twintigtal ondersoorten bekend. Zoals bij de meeste roofvogels is het vrouwtje veel groter en zwaarder dan het mannetje. De prooien zijn vooral vogels (duiven, eenden) die het liefst in de vlucht worden geslagen en meestal op slag dood zijn. De slechtvalk bewoont bij voorkeur steile rotsen en ravijnen.

Bijzonder

De slechtvalk staat bekend als de snelst duikende vogel ter wereld. Het dier maakt vanaf grote hoogte steile duikvluchten en bereikt daarbij snelheden tot meer dan 300 km/uur.
De aantallen slechtvalken namen reeds in de Tweede wereldoorlog sterk af, omdat zij massaal werden afgeschoten omdat zij postduiven vingen (die tussen militaire posten werden gebruikt). In de jaren ′ 60 kreeg de soort in Europa bijna de doodsteek wegens het overmatige gebruik van DDT. Sinds hun bescherming in verschillende landen lijken ze opnieuw aan een opmars bezig.

Waar

In

Nederland en België is deze vogel steeds vaker te bewonderen. Vooral in de winter is de slechtvalk een regelmatige verschijning aan het worden. Sinds het jaar 2000 zijn er al meer dan 5000 waarnemingen in Nederland gedaan. Sinds begin jaren ′90 broedt deze vogel ook in Nederland in speciale nestkasten, die door een slechtvalkenwerkgroep worden geplaatst. Het dichtstbijzijnde nest is reeds meer dan 5 jaar in de toren van de Hemwegcentrale in een nestkast 80 m boven de grond. In Haarlem wordt overwogen een nestkast te plaatsen. Ook de Haarlemmermeer wordt regelmatig bezocht. Frappant is het vaste winterbezoek van een vrouwtje dat al meer dan 5 jaar lang in de buurt van Vijfhuizen is. Aan haar ruipatroon kon afgeleid worden dat zij waarschijnlijk uit Noord-Zweden komt. Ook uit de buurt van Zwaanshoek is ‘s winters een vaste bezoeker bekend.

Terugmeldingen

Een aantal waarnemingen werden gedaan gedurende de zomer van 2007
Waar te nemen: regelmatige doortrekker en wintergast
Status:Rode lijst soort

 slechtvalk-duif

 vogelsDodaars27 dec 2006december

Dodaars, 27 dec 2006

 dodaars

De dodaars is de kleinste fuutachtige. De soort dankt zijn naam aan het korte, witte achterwerk. Dodaarzen zijn broedvogels van ondiepe en beschutte wateren. Duinmeren, uiterwaarden, vennen en brede sloten zijn geliefde broedplaatsen. Het drijvende nest ligt in riet of ruigte aan de waterkant. Dodaarzen leven van waterinsecten, schelpdieren en kleine visjes, die op het oog worden gevangen. In de broedtijd vormen insecten het grootste deel van het menu. De aanwezigheid van waterplanten is een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen.

Bijzonder

De dodaars is de kleinste en rondste van onze watervogels.

Hij heeft vrijwel geen staart. Het winterkleed van beide sexen varieert van vaalbruin van boven tot lichtbruin en wit van onderen. De dodaars is opvallend schuw. Bij onraad laat hij zich snel zakken, zodat alleen zijn kop boven het water uit steekt. Soms duikt hij helemaal onder. Deze vogel zal zich niet gauw uit het water wagen, hij beweegt zich zeer onhandig op het land.

Waar

De dodaars is een trekvogel en verlaat de noordelijke gebieden (ook ons land) in de winter. Ons land worden dan echter gebruikt als winterverblijfplaats voor noordelijke dodaarzen. Het aantal broedparen in Nederland wordt door SOVON geschat op ongeveer 2000 en neemt jaarlijks iets toe. In de winter verblijven er soms meer dan 10.000 exemplaren in Nederland. Het is goed mogelijk dat er paartjes broeden in de Haarlemmermeer, maar de grootste kans op een waarneming is in de winter. De overwinteraars kunnen elk jaar in de hoofdvaart en andere grote kanalen worden aangetroffen.

 vogelsKrakeend7 dec 2006december

Krakeend, 7 dec 2006

 krakeendpaar

De krakeend is een naaste verwant van de wilde eend. Hij is iets kleiner en zoekt zijn voedsel net als de wilde eend grondelend (staart omhoog en kop naar beneden). Zijn naam komt van het geluid dat hij maakt: namelijk niet ‘kwak’ maar ‘krak’. De soort is aan twee kenmerken goed te herkennen: de zwarte kleur onder de staart (zie bij het mannetje op de foto) en de witte spiegel op de vleugel. Deze witte spiegel is ook nog bij de opgevouwen vleugels te zien (zie bij het vrouwtje op de foto). Oorspronkelijk is het een broedvogel van de meren en moerassen in de steppen van Midden- en West- Azië tussen 55 en 40 graden noorderbreedte, maar mogelijk door ontginning van deze gebieden heeft deze eend zijn areaal westwaarts uitgebreid. De soort komt ook vaak voor op wateren met allerlei kunstmatige dammen, taluds en dergelijke; waarschijnlijk

vormen de zachte draadalgen en wieren welke op het stenige substraat groeien een geliefde voedselbron.

Waar

De krakeend is een typische soort van vrij grote wateren. Krakeenden worden dan ook vooral in de lage delen van Nederland aangetroffen De krakeend leeft op zoet en brak water. Hij nestelt dicht bij meren, moerassen en poldersloten met rijke onderwatervegetatie. Ook in de Haarlemmermeer komt de soort als broedvogel voor en als wintergast. Hoeveel paren hier broeden is ons niet *bekend. Veel groepen krakeenden verzamelen zich ’s winters in de brede vaarten langs de Geniedijk en de 4 merenweg. Groepjes van 10-30 dieren kunnen vaak worden waargenomen. In één geval troffen wij in februari een groep van maar liefst 250 dieren aan die zich op het water en de weilanden rond het fort bij Rijsenhout hadden verzameld.

Bijzonder

Het gaat de krakeend in Nederland voor de wind. Vergeleken met enkele decennia geleden is de populatie in Nederland geëxplodeerd. In de 1975 was het nog een zeldzame broedvogel met 550-800 paar in heel Nederland. In het jaar 2000 werd het aantal broedparen geschat op 6.000 tot 7.000 paar. Sindsdien is het aantal vogels ongetwijfeld nog verder gestegen.

 vogelsIJsvogel24 okt 2006oktober

IJsvogel, 24 okt 2006

 ijsvogel

De ijsvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. Tussen 1995 en 2002 schommelde hun aantal in ons land tussen 30-70 broedpaar (1997) en 650-700 broedpaar (2002). Anders dan zijn naam doet vermoeden, moet de ijsvogel niets van strenge winters hebben. Bij strenge vorst hebben ze het als standvogel zwaar. Hun voornaamste voedsel, kleine visjes zoals stekelbaarzen, zijn dan gedurende lange tijd onbereikbaar onder een dikke laag ijs. Tijdens strenge winters krijgt de populatie dan gevoelige klappen. Een verlies van 80- 95% is dan geen uitzondering.
Grote verliezen waren er recentelijk tijdens de strenge winters van 1995/96 en 1996/97. De soort

kent dan ook van nature grote schommelingen. Maar gelukkig kan de stand zich in 5-7 jaar weer herstellen tot een niveau van voor een strenge winter.

Waar

: Van de Haarlemmermeer is één broedgeval bekend. Doortrekkers, van augustus tot de vorst invalt daarentegen, zijn er elk jaar vrij veel, vooral langs de Geniedijk. Op dit moment staat de teller op 3, in sommige jaren zien wij er wel 8-10. Soms blijven de vogels vele weken op dezelfde plaats.

Bijzonder

: De ijsvogel is een zeer opvallende vogel die zowel aan de lichaamsbouw, de kleur, roep en het gedrag gemakkelijk te herkennen is. Kleine visjes vormen het belangrijkste voedsel en de ijsvogel komt dan ook vooral voor in de buurt van helder, visrijk water. De vogel jaagt vanaf een post boven het water of biddend in de lucht en stort zich vervolgens loodrecht naar beneden. De ijsvogel vliegt doorgaans in een rechte lijn snel en laag over het water. Een goede manier om de vogel te ontdekken is door zijn luide en opgewonden roep, die klinkt als wi-wi-wi-wi-wi.

 vogelsKrooneend20 okt 2006oktober

Krooneend, 20 okt 2006

 krooneend

Krooneenden en vooral de mannetjes, zijn bijzonder mooie bijna tropisch aandoende vogels in meren en plassen met een riet- of kruidenrijke oever. Een rijke onderwatervegetatie, liefst van kranswieren, is een vereiste, omdat deze planten de hoofdmoot van het menu uitmaken. Dierlijk voedsel als slakjes en insecten vormt slechts een aanvulling hierop.

Bijzonder

Het voedsel van de krooneend bestaat vooral uit kranswieren. Dat is een bijzonder hard onappetijtelijk wier dat vol zit met silicium (zandkristallen) en daarom erg onaangenaam aanvoelt bij aanraking tijdens b.v. zwemmen. Het is een weinig concurrentiekrachtige onderwaterplant

die vooral in helder en voedselarm water voorkomt. En daar hebben we in Nederland niet veel van, zoals het voorkomen van de zeldzame krooneend illustreert.

Waar

Krooneenden zijn oorspronkelijk afkomstig uit Azië, waar de soort in ondiepe steppemeren voorkomt. Aangenomen wordt dat de krooneend naar West-Europa uitweek omdat de kwaliteit van het oorspronkelijke leefgebied sterk afnam. Pas sinds 1942 worden krooneenden in Nederland waargenomen, vooral in de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren. Lange tijd schommelde het aantal broedparen tussen de 30 en de 65. Eind jaren tachtig waren daarvan nog 15 paren over. Sinds 1990 is sprake van een kleine opleving; het huidige bestand wordt geschat op 120 tot 170 paren, die broeden in Botshol, de Vinkeveense Plassen en bij Rotterdam.
Gezien de zeldzaamheid van de eend en zijn hoge eisen, mag het bijzonder heten dat begin oktober 2006 (en ook in 2005 om dezelfde tijd) een mannetjes krooneend een tijd verbleef aan de ecologische oever in Toolenburg.

Waar te nemen: af en toe als passant

Status:Niet beschermd

 vogelsHoutsnip8 okt 2006oktober

Houtsnip, 8 okt 2006

 houtsnip

De houtsnip is een bosvogel van ongeveer 35 cm lang. Het is een schuwe vogel, die erg goed gecamoufleerd is. Hij leeft van wormen, larven en insecten, die hij vindt door met zijn lange snavel in de grond te boren. Hij is vooral bekend door zijn intrigerende baltsvlucht. Het mannetje vliegt daarbij met snelle, schokkerige vleugelslagen over bosranden en open plekken en laat daarbij een serie knorrende geluiden horen, gevolgd door een hoog explosief geluid. De houtsnip is helaas erg geliefd bij jagers omdat de vogels door hun typische vlucht moeilijk te raken zijn. Toch worden er alleen al in Frankrijk jaarlijks zo’n 200.000 vogels geschoten.

Waar

:

In Nederland broeden ongeveer 3000 paar. Broedgevallen zijn niet bekend uit de Haarlemmermeer, maar dat zegt niet alles bij een vogel met zo’n goede schutkleur.

Bijzonder

: Hoewel de vogel waarschijnlijk niet broedt bij ons, kan hij toch vaak in de Haarlemmermeer worden waargenomen. Dit artikel is dan ook voorspellend bedoeld, zodat u er op kan letten.
Talloze overwinteraars trekken namelijk door Nederland in oktober-november uit Noord-Oost Europa, op de vlucht voor sneeuw en vorst. De terugtrek is in maart-april. Uit eigen waarneming lijkt het erop, dat de vogels ’s nachts trekken en zich overdag in bosjes ophouden. Deze bosjes zijn niet zelden gewoon tuinen in de bebouwde kom. De vogel heeft daarbij de gewoonte om op zijn camouflage te vertrouwen tot u er bijna op trapt. Door hun explosieve manier van opvliegen, komt het helaas vaak voor dat ze zich tegen ramen te pletter vliegen. Elk jaar in oktober en maart is er daarom een hausse aan gewonde en dode houtsnippen bij de dierenambulance.

 vogelsKerkuil17 jul 2006juli

Kerkuil, 17 jul 2006

 Kerkuil

De kerkuil leeft vaak in de menselijke omgeving, maar weinig mensen krijgen hem te zien. Broedplaatsen zijn boerenschuren, kerktorens en soms holle bomen. Het voedsel bestaat vooral uit veldmuizen en spitsmuizen. Het aantal veldmuizen vertoont een driejarige cyclus, die de kerkuil met enige vertraging volgt. Jonge kerkuilen kunnen flinke zwerftochten maken, maar eenmaal gevestigde vogels verblijven meestal in hetzelfde leefgebied. De kerkuil houdt niet van koude winters; zijn verenkleed houdt slecht warmte vast. In de vijftiger jaren broedden er jaarlijks 1500 tot 3000 paar in vooral het midden en oosten des lands. Verkavelingen, intensiever graslandgebruik, muizenbestrijding, e.d. maakten het leven van kerkuilen niet makkelijk. Daardoor waren er na de strenge winter van 1963 en vooral die van 1979 nog maar 100 paar over. Sindsdien gaat het weer beter. In de 90′er jaren waren er weer 700-1200 paar en na de warme en muizenrijke topjaren 2004 en 2005 werd het aantal paren geschat op 2800. Deze uilen broeden vooral in nestkasten en hebben zich gedwongen door de veranderingen op het platteland gevestigd in hele andere

gebieden zoals bossen, Flevoland en in steden.

Bijzonder

: De kerkuil vangt muizen op het oog, maar vooral op het gehoor. Het karakteristieke hartvormige ‘gezicht’ van de uil dient om licht en geluid te focussen. Een kerkuil kan wel 10 jaar oud worden, maar gemiddeld wordt hij maar 2 jaar. Dat komt omdat de meeste jongen vroeg sterven.
Sommige uilenmannetjes bedienen tegelijkertijd meerdere vrouwtjes. Een beroemde uil uit de Haarlemmermeer had op enig moment 3 vrouwtjes met broedsels tegelijkertijd.

Waar

: In de vijftiger jaren verdween de Kerkuil uit de Haarlemmermeer. De laatste melding was uit 1956. In de negentiger jaren kwam de soort weer terug. Vooral door het werk van de roofvogel- en kerkuilenwerkgroep en de welwillende medewerking van veel agrariërs nam de stand toe van 1 paar in 1991 tot 9-10 paar in 2005. 2006 lijkt weer een slecht jaar. Tot op heden zijn er niet meer dan 2-3 broedende paartjes geconstateerd. We houden ons dus aanbevolen voor meldingen.

 kerkuil1

 vogelsHavik25 jun 2006juni

Havik, 25 jun 2006

 havik

Afgelopen week werd de dierenambulance gebeld voor een roofvogel, die zich dood had gevlogen tegen een raam in de Hoek. Het bleek een havikmannetje van ongeveer drie jaar oud. Hij liet een wijfje en 2 jongen achter, waarvan er inmiddels een is overleden, d.w.z. opgepeuzeld door zijn sterkere broer of zus. Dit opeten van nestgenoten is bij roofvogels een slimme overlevingsstrategie om in noodsituaties te kunnen overleven. Het andere jong heeft grote kans om te overleven met alleen de moeder als ouder. Net als veel andere roofvogels profiteert de havik van het feit dat er met minder giftige stoffen gespoten wordt. In de jaren 50-60 was de stand in heel Nederland slechts 500-600 paar. Sinds 1980 beweegt het aantal paren zich tussen de 1700 en 2000. De havik is een roofvogel die vooral jaagt op vogels, b.v. houtduiven, stadsduiven, kraaien en eksters. De grote aantallen van deze minder gewenste vogels maakt het waarschijnlijk dat de stand van de havik nog wel verder zal toenemen.
De havik is een standvogel van bosgebieden of gebieden waar bosjes afgewisseld worden met velden. Door zijn korte ronde vleugels en lange staart is hij zeer wendbaar en kan hij tussen bomen door jagen. Het doden van de prooi gebeurt

met de klauwen. Het nest wordt hoog in bomen gemaakt en kan soms 1 meter in doorsnede zijn.

Bijzonder

Het tegen een raam vliegen is bij haviken (en ook bij sperwers, zijn kleine broertje) doodsoorzaak nummer 1. Alle dode of zieke roofvogels uit de Haarlemmermeer terecht bij het vogelasiel in Haarlem. Een aantal jaren geleden werd daar ook een havik binnengebracht, die dwars door een ruit was gevlogen en in een klaslokaal van een school gewond bleef rondvliegen. Deze havik kon na behandeling een aantal weken later weer uitgezet worden.

Waar

Tot de zeventiger jaren kwam de havik vrijwel uitsluitend in Oost- en Zuid Nederland voor. Door het vervangen van graanvelden door maïsvelden ging de houtduivenstand zodanig achteruit dat de haviken gingen zwerven. Halverwege jaren negentig werden de eerste broedgevallen in Spaarnwoude en het Amsterdamse Bos gemeld. Vandaaruit werd het noordelijk deel van de Haarlemmermeer als eerste bevolkt door waarschijnlijk instroom van jonge vogels. Het nest van de omgekomen havik is een van de 4 nesten die bekend is uit de Haarlemmermeer. Het eerste broedgeval in de polder dateert van 2002. Sindsdien komt er bijna elk jaar een nest bij. Het aantal jongen per nest varieert van 1 tot maximaal 4.Het merendeel van de jongen vliegt succesvol uit. Broedgevallen van roofvogels en uilen kunnen worden gemeld bij de Werkgroep Roofvogels en Uilen Haarlemmermeer (bjbol@hetnet.nl).

 vogelsLepelaars7 jun 2006juni

Lepelaars, 7 jun 2006

 lepelaar

Sinds Hemelvaartsdag komen dagelijks 1-3 lepelaars waarschijnlijk vanuit de kolonie in het Naardermeer in de Haarlemmermeer fourageren. Ze houden zich op in de ondiepe gedeeltes van ecologische oevers in de buurt van de Toolenburgse plas. Waarschijnlijk zijn dit ouders, die voedsel zoeken voor zichzelf en hun jongen die nu uit het ei gekomen zijn.
In de loop van de avond vertrekken ze weer. Ze doen dat door langzaam circelend met opstijgende lucht (thermiek) hoogte te winnen. Als ze voldoende hoogte hebben zweven ze bijna zonder hun vleugels te bewegen helemaal naar het Naardermeer (30-35 km ver). Dit omhoog cirkelen gebeurt pal boven de bebouwde kom van Hoofddorp.

Bijzonder

Lepelaars hebben een onmiskenbare bouw: sneeuwwit met een opvallende lepelvormige snavel. Hiermee zoeken ze

stekelbaarzen, jonge vissen, garnalen en andere kleine waterdieren. Het feit dat Lepelaars de Haarlemmermeer bezoeken mag als een succes worden beschouwd van het beleid van de gemeente en ander instanties om op verschillende plaatsen ecologische oevers aan te leggen.

Waar

Vroeger was de lepelaar een talrijke broedvogel in Nederland. Al voor 1900 verdwenen de laatste kolonies van meer dan duizend broedparen. Het dieptepunt was in 1969: 150 paar. Rond 1990 werd echter weer de 500-parengrens gehaald. Nu zijn er dank zij allerlei maatregelen weer meer dan 1300 paren. Lepelaars broeden op slechts enkele plaatsen in Europa. Nederland is na Denemarken en Duitsland de meest noordelijke broedplaats. Behalve in het Naardermeer zijn er kolonies op de Waddeneilanden en in de Oostvaardersplassen. Ze overwinteren vooral aan de West-Afrikaanse kust en op natte plaatsen in de Sahara.

Terugmeldingen

In 2007 werden in augustus, na afloop van het broedseizoen weer verscheidene lepelaars fouragerend in de Haarlemmermeer aangetroffen.

Status: Rode lijst soort

 vogelsGroene Specht21 mei 2006mei

Groene Specht, 21 mei 2006

 groenespecht

De groene specht is een spectaculair dier met een heel bijzondere levenswijze. Hij houdt het liefst van een parkachtig landschap met grote bomen. 30 jaar geleden waren er nog zo’n 7000 broedparen in Nederland. Dat aantal is afgenomen tot ongeveer 4000.
Bijzonder aan de groene specht is allereerst zijn kleurenpracht. De felgroene vogel met zijn rode kop en gele stuit zou in een tropisch bos niet misstaan.
Ook zijn voedsel is bijzonder. Het is het enige dier in Nederland dat (grotendeels) leeft van mieren. Die zoekt hij net als ander voedsel op de grond, waarbij hij verwoed in het rond kan hakken.
Een derde bijzondere karakteristiek is zijn roep. Die bestaat uit een schallende lach,

die wel een kilometer ver te horen is. In maart tot eind april kan het mannetje deze roep wel om de 10 minuten laten horen. Maar ook in de rest van het jaar is de vogel niet stil.
Ondanks de opvallende kleuren weet de groene specht zich goed verborgen te houden. Zijn groene kleur is een goede schutkleur. Het is vooral zijn roep die zijn aanwezigheid verraadt.

Waar

In de Haarlemmermeer zijn ons tenminste 2 broedparen bekend. Jarenlang broedt er al een paartje bij de Geniedijk in het centrum van Hoofddorp en de laatste tijd lijkt er een tweede paar in de buurt van de Heimanshof bijgekomen te zijn.

Meldingen: Dat deze spectaculaire vogel, die landelijk onder druk staat zich in de Haarlemmermeer thuis voelt is een goed teken. Een ontmoeting met een dergelijk dier kan een onvergetelijke ervaring zijn en daarom attenderen wij u er graag op. Daarnaast worden wij graag op de hoogte gehouden van het voorkomen van de groene specht in andere delen van de Haarlemmermeer.

 vogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.