bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 4 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 vogelsWilde eend1 mei 2010mei

Wilde eend, 1 mei 2010

 wildeeendennestvorkenmes

Het is nu mei en de meeste vogels zijn druk bezig met hun nest. Een broedend vrouwtje zoekt meestal een veilige, verborgen plek op. Twee keer had ik deze week een ervaring met een eendennest. Een eend in het Haarlemmermeerse Bos had zoveel vertrouwen in de mens dat ze haar nest in een plantenbak midden op het terras van het restaurant Vork en Mes had gemaakt (zie foto). De 2e ervaring doe ik bijna elk jaar op in mijn tuin langs de Geniedijk. Het Hoogheemraadschap houdt voor de boeren een laag winterpeil en een 20- 25 cm hoger zomerpeil aan. Dat is op zich onnatuurlijk, want door onze natte winters en droge zomers zijn inheemse planten aangepast aan de omgekeerde situatie. Die peilverhoging is dit jaar rond 23 april ingezet. En dat is elk jaar het moment dat een eend in mijn tuin haar 12 eieren bijna uitgebroed heeft. Op 25 april kwam het nest

onder water en gingen de eieren drijven. Hoeveel watervogels zal dit lot nog meer treffen vraag ik mij af. Graag krijg ik meldingen van andere gevallen. Wilde eenden zijn zeer algemeen in onze streken. Het mannetje of de woerd is prachtig gekleurd met een groene kop en het vrouwtje heeft een prima schutkleur. Hun enige gemeenschappelijke kenmerk is de blauwe vleugelspiegel.

Bijzonder

De wilde eend is sinds 1999 het enige soort waterwild wat bejaagd mag worden. Dat mag van 15 augustus tot 31 januari van een half uur voor zonsopkomst tot een half uur na zonsondergang. Vrouwtjes die hun nest verloren hebben of nog niet broeden worden vaak belaagd door een of meer woerden, die graag een 2e kans benutten om nageslacht te produceren. Het gaat er soms zo heftig aan toe dat vrouwtjes verdronken worden of dat eenden zich tegen auto´s en glazen wanden te pletter vliegen.

Waar

De wilde eend is een veelvoorkomende soort in de gematigde en subtropische wateren in Europa, Noord-Amerika en Azië. De vogel komt ook wel voor in Centraal-Amerika en het Caribische gebied.

 vogelsBeflijster17 apr 2010april

Beflijster, 17 apr 2010

 beflijster

Van de lijsterachtigen kent iedereen de merel, velen kennen de zanglijster en ook wintergasten als de koperwiek en de kramsvogel zijn vast redelijk bekend. Maar wie heeft er ooit in de Haarlemmermeer een beflijster gezien? Ik zeker niet, maar een lezeres uit de wijk Vrijschot bij het Haarlemmermeerse bos overkwam dat vorige week wel. De beflijster lijkt erg op de merel, maar onderscheidt zich vooral bij het mannetje door een brede witte band of zijn borst. Deze band heeft de soort zijn naam en ook zijn bijnaam dominee-merel gegeven. Ook de lichte randen rond zijn zwarte veren (zie foto) geven deze vogel een iets gedistingeerds, alsof hij een krijtstreep pak aan heeft. De bef is bij het bruine vrouwtje minder duidelijk. Terwijl de merel een standvogel is, is de beflijster net als de koperwiek en de kramsvogel een trekvogel met een krachtige vlucht. De maand april is de kans het grootst om er één of meer te zien. Dan trekken ze in Nederland in de grootste aantallen door van de Middellandse zee naar hun Scandinavische

broedgebieden.

Bijzonder

In Nederland worden de meeste exemplaren op de voorjaarstrek in april op de Waddeneilanden gezien. Soms alleen of samen met koperwieken en kramsvogels. In deze voorjaarstrek terug naar hun broedgebieden in het noorden lijken deze vogels minder haast te hebben. Ze worden dan vaker gezien en blijven soms een tijd hangen. In de herfsttrek naar het zuiden hebben ze meestal veel meer haast en worden minder gezien.

Waar

Beflijsters zijn broedvogels van bergachtige gebieden en rotsachtige natte heiden met een spaarzame begroeiing. Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur onder een overhangende rots. De belangrijkste broedgebieden van de beflijsters liggen in Noorwegen, delen van Schotland en Engeland, in de Alpenlanden en de Balkan. In grote delen van west en midden Europa wordt de soort als trekvogel waargenomen. In Nederland broedt de beflijster zelden of nooit.

 beflijster2

 vogelsRuigpootbuizerd19 mrt 2010maart

Ruigpootbuizerd, 19 mrt 2010

 ruigpootbuizerd

De buizerd is in onze polder de laatste jaren gelukkig weer een gewone verschijning geworden. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Overal zie je ze vooral in de winter op paaltjes, in bermen en in bomen zitten. Daar wachten ze op het moment dat hun voornaamste prooidier, de woelmuizen belieft omuit hun holletjes te komen. De meeste van deze vogels komen uit noordelijke streken, maar talloos zijn al de paartjes, die ook hier blijven en broeden. Een veel minder algemene en bekende wintergast is de ruigpootbuizerd. Niet weinig verrast was ik dan ook toen ik er vorige week (voor het eerst in 15 jaar) langs de spoorweg tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep wel zes in een groep zag jagen. De ruigpootbuizerd herken je aan

zijn witte stuit en aan zijn zwarte polsvlekken op de ondervleugel.

Bijzonder

De ruigpootbuizerd is groter dan de buizerd en kan een spanwijdte tot wel 1,5 m hebben. De naam ruigpootbuizerd komt van het feit dat zijn poten tot aan de tenen bevederd zijn. Bij de meeste ander Nederlandse roofvogels zijn de poten kaal. De manier van jagen is ook anders. Hij leeft vooral van op de grond levend kleine zoogdieren, die hij vangt door er net als een torenvalk vanuit ´bidstand´ of na een korte stootduik vanaf een zitplaats op te duiken.

Waar

Ruigpootbuizerds komen voor in een groot gebied rond de Noordpool in Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Broedvogels uit Scandinavië komen in de winter in een groot deel van Europa voor. Ook in Nederland zijn ze alleen ´s winters aan te treffen. In de zomer broeden de vogels, die in Nederland overwinteren, in de Noorse berggebieden in boomloze moerassige terreinen, afgewisseld met heide, wilgenstruweel en rotsen. Het voorkomen in Nederland in de winter heeft een grillig karakter met kleine aantallen. Sinds het jaar 2000 lijken deze wintergasten in aantal toe te nemen.

 vogelsBrandgans20 feb 2010februari

Brandgans, 20 feb 2010

 brandgans1

Met alle sneeuw van deze winter is het in het luchtruim boven de Haarlemmermeer niet alleen druk met vliegtuigen. Nederland is namelijk een belangrijk toevluchtsoord voor allerlei soorten ganzen uit het hoge noorden. Een van de talrijkste en meest opvallende soorten in Nederland is de brandgans. Een groot gedeelte van de wereldpopulatie overwintert in Nederland. Afhankelijk van de vorst en de sneeuwgrens verplaatsen veel ganzen zich tussen het Waddengebied, Flevoland, de veenweiden van Holland en de Zeeuwse Delta. Bij die verplaatsingen treken er vaak grote groepen over de Haarlemmermeer en komen ook hier op akkers en weilanden fourageren. De brandgans is door zijn contrastrijke zwart-witte verenkleed ook in de lucht goed te herkennen.

Bijzonder

Brandganzen eten vooral gras, maar ook mos en ongebruikelijk voor ganzen ook veel zaden. Het eiwit daarvan wordt verteerd, en het groene gras zelf wordt weer uitgescheiden. Ze eten vooral overdag en tegen het

vallen van de avond zoeken ze een veilige rustplaats. Tijdens de poolzomer zijn ze 24 uur per dag actief, om hun jongen te beschermen en om reserves op te bouwen voor de trek naar het zuiden.

Waar

De brandgans broedt op rotskusten op Groenland, Nova Zembla en Spitsbergen. Tegen roofdieren bouwt de vogel zijn nest op een plaats die meestal alleen vliegend te bereiken is. Er zijn brandganzen die ook in Nederland broeden. Net als bij Canadese ganzen en Nijlganzen stammen deze af van uit parken ontsnapte dieren. De vogels overwinteren, vaak in groepen van duizenden vogels, vooral in Friesland, het Deltagebied, Noord Groningen en de Dollard. In de wintermaanden worden er honderdduizenden exemplaren waargenomen. Het maximum aantal in één groep was 150.000. Over de Haarlemmermeer vliegen vooral de inheemse grauwe en nijlganzen. Maar ook groepen brandganzen kunnen van tijd tot tijd worden waargenomen en bij het Kunstfort verblijven ´inheemse´ brand- en Canadese ganzen jaarrond.

 brandgans

 vogelsBlauwe Kiekendief14 feb 2010februari

Blauwe Kiekendief, 14 feb 2010

 blauwe-kiekman

Natuurwaarnemen kan zo eenvoudig zijn als het over de A4 rijden, terwijl er een grote roofvogel overzweeft met v-vormig omhooggehouden vleugels en een witte stuit. Dat is een beeld dat ´s winters vaker te zien is dan zomers. In de winter komen namelijk de Skandinavische blauwe kiekendieven naar ons land en dat zijn er veel meer dan de100 paar die nog in ons land broeden. Bij de kiekendieven zijn de mannetjes en de vrouwtjes verschillend gekleurd. Het mannetje is blauwgrijs met zwarte vleugelpunten en die witte stuit, terwijl de vrouwtjes en de onvolwassen dieren bruin gekleurd zijn. Maar die zweefvlucht met opgeheven vleugels en de witte stuit zijn onmiskenbaar. Muizen en zangvogels staan meestal op het menu in maar ook grote prooien, zoals konijn en fazant.

Bijzonder

De blauwe kiekendief was vroeger een vrije algemene broedvogel. Door het in cultuur brengen van het land is de soort steeds meer naar uithoeken verdreven. De soort zit nu als broedvogel

in de gevarenzone in Nederland en staat op de rode lijst van bedreigde soorten als gevoelig. Die achteruitgang komt o.a. door het verdwijnen van geschikte leefgebieden, maar ook doordat de vogel vaak broedt in weilanden, waar regelmatig eieren en jongen verloren gaan als het gras wordt gemaaid. De populatie floreerde tijdelijk in de jaren tachtig door het droogleggen van de Flevopolders.

Waar

Blauwe kiekendieven leven in open, vochtige gebieden. Zij zoeken hun voedsel en maken hun nest bij voorkeur in moerassen met een lage, dichte vegetatie en brede rietkragen en in kruidenrijke akkerranden. De meeste Blauwe Kiekendieven broeden op de Waddeneilanden en rond de Oostvaardersplassen, maar elk jaar broeden er ook één of meer paar in de akkers onze polder, samen met de laatste bruine kiekendieven (hierover is al een column verschenen). Door het steeds verder ´omvormen´ van akkerland is er een gerede kans dat we de kiekendieven als Haarlemmermeerse soorten gaan verliezen.

 blauwekiekvrouw

 vogelsSmient30 jan 2010januari

Smient, 30 jan 2010

 smientgroot

Door de strenge vorst van vorige week was alle water van het grote meer behalve het diepste deel rond Vork en Mes dichtgevroren. Op dit soort diepe meren verzamelen zich dan alle watervogels uit de wijde omtrek. Het is zeer de moeite waard om dan eens te gaan kijken. Watervogels hebben in winter hun mooiste kleed en zijn bijzonder actief om hun vrouwtjes te imponeren (baltsen). Zonder moeite telde ik bijna 20 verschillende soorten: Canadese ganzen* (wel 50), grauwe ganzen*, nijlganzen*, knobbelzwanen, dodaarsjes *, en futen, aalscholvers *, meerkoeten en waterhoentjes, de zeldzame nonnetjes*, kuifeendjes*, tafeleenden, wilde eenden, krakeenden*, slobeenden, een pijlstaarteend * maar vooral veel smienten. Van de met (*) gemerkte soorten is reeds een column verschenen. Ik telde van de smient wel 3000 stuks. De smient is een van de mooiste eendensoorten en heeft voor een eend een bijzondere roep. De mannetjes roepen ´wiew-wiew´ en daarom heten de smient ook wel fluiteend. Hun gefluit schalt voordurend

over het water.

Bijzonder

De smient is in de winter de meest algemene watervogel in Nederland. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.5 miljoen dieren, waarvan er zo´n 400.000 in Nederland overwinteren. Op de Ouderkerkerplas naast de A9 zag ik er deze week wel 100.000. Het lijkt wel of smienten de hele dag niets doen. Dat komt omdat ze overdag in grote groepen bij elkaar bescherming zoeken op open water. Pas in de schemer en de nacht fourageren ze. De soort is beschermd en boeren krijgen een vergoeding voor schade.

Waar

De smient broedt in IJsland en de noordelijke delen van Scandinavië en Siberië, maar in Nederland nauwelijks. Ze gedragen zich eigenlijk niet als eenden, maar als ganzen: ze grazen de hele nacht op weilanden en eten per nacht wel de helft (300 gr) van hun lichaamsgewicht. ´s Nachts is het kenmerkende gefluit van overvliegende dieren overal te horen.

 smient

 vogelsPutter23 jan 2010januari

Putter, 23 jan 2010

 putterklein

In de winter kunnen vogels moeilijker aan voedsel komen en wagen zij zich dichter in de buurt van huizen. Zeker als er voer wordt opgehangen. Een lezer van deze column stuurde mij deze perfecte foto van een van onze kleurigste zangvogels: de putter of distelvink. De kop is rood, wit, zwart en de vleugels zijn zwart met helder geel. De putter is familie van de vink. Vinkachtigen zijn zaadeters en hebben daarvoor een stevige brede bek. De putter heeft zoals goed op de foto te zien is een vrij lange snavel, die niet zo breed is als andere vinkachtigen. Dat is handig om tussen de stekels van distelbloemen de zaadjes uit te vissen, want dat is hun lievelingsdieet.

In de zomer eten ze ook insecten en zoals bij de meeste zangvogels worden hun jongen vooral met insecten grootgebracht.

Bijzonder

Bij de meeste vogelsoorten zingt alleen het mannetje. Bij de puttertjes zingt ook het vrouwtje, alleen iets minder uitgebreid. Omdat ze er leuk uitzien en vanwege het gezellige gezang van beide seksen, wordt de putter ook wel als kooivogel gehouden. Ook in het uiterlijk verschillen de seksen weinig. Alleen is de rode ring om de snavel bij het vrouwtje smaller dan bij het mannetje en houdt deze bij haar voor het oog op.

Waar

Het puttertje komt in heel Europa, Azië en Noord Afrika voor. Meestal is het een standvogel. Alleen de noordelijkste dieren trekken in de winter naar het zuiden. Daarom zijn er in ons land in de winter meer puttertjes, die meestal in groepen rondtrekken. In Nederland is de putter een vrij algemene broedvogel. Ook in de Haarlemmermeer kan de soort in veel tuinen worden aangetroffen, zeker in de winter en ook broedt hij in De Heimanshof.

 vogelsRoerdomp16 jan 2010januari

Roerdomp, 16 jan 2010

 roerdomp2

Iedereen kent de blauwe reiger, die bij ons in de polder b.v in het Wandelbos van Hoofddorp broedt. Maar er zijn nog 10 andere soorten reigers, waarvan de ene soort nog schuwer en/of zeldzamer is dan de andere. Zo meldde ik vorig jaar winter dat er grote zilverreigers in onze polder waren terechtgekomen en ook dit jaar is er al weer tenminste één gezien. De roerdomp is een andere schuwe reigersoort. Deze inheemse reiger leeft sinds mensenheugenis in de moerassen en rietvelden van ons land, die vroeger algemeen en uitgestrekt waren. Rond 1975 schatte met het aantal broedparen op 500 tot 700. Daarna ging het snel bergafwaarts o.a. door het verdwijnen van rietvelden door bosopslag, recreatiedruk en stedenbouw. Na de winter van 1996 waren er nog maar circa 150 paar. Een herstel na deze strenge winter -zoals daarvoor altijd het geval was- bleef uit. De roerdomp staat daarom nu op de rode lijst van bedreigde vogelsoorten.

Bijzonder

De roerdomp is een middelgrote, bruine reiger, die

veelal verborgen leeft in het riet en daarvoor (zie foto) een prima schutkleur heeft. Tussen het riet zoekt deze soort naar amfibieën en vissen en dan vooral in schemerperioden. Als hij zich bespied waant, blijft hij roerloos staan met de snavel recht naar boven wijzend. In deze ´paalhouding´ is hij vrijwel onzichtbaar. Het geluid dat de roerdomp maakt, is een laag dreunend en zeer ver dragend ´hoemp´ geluid. Om vrouwtjes te lokken, maakt hij een hoog en scherp geluid. Vroeger dacht men soms dat de roep van deze vogel het geluid van de duivel was.

Waar

Het broedbiotoop bestaat uit grote, ongestoorde rietvelden die in het water staan. In de winter is de kans om een roerdomp te zien groter dan in de zomer, omdat er ´s winters meer roerdompen zijn en omdat ze ´s winters vaker het riet verlaten om voedsel te zoeken. Soms zie je ze zelfs over het ijs schuifelen Vorig jaar winter zag ik een roerdomp overvliegen en de afgelopen week werd er een exemplaar in het Haarlemmermeerse Bos waargenomen.

 roerdomp4

 vogelsRoodkeelduiker10 jan 2010januari

Roodkeelduiker, 10 jan 2010

 roodkeelduikergroot

Veel mensen leven in de veronderstelling, dat er in de winter niet veel te beleven is in de natuur om ons heen. Niets is minder waar. Er zijn weliswaar minder bloemen, maar dat gemis wordt ruimschoots gecompenseerd door de vloed van wintergasten en dwaalgasten die er in deze tijd over ons land spoelt. Veel van deze gasten vluchten voor het barre winterweer in Noord of Oost Europa of nog van verder weg, zoals Groenland. Een prachtig voorbeeld van een dergelijke winterverrassing was de melding van een Roodkeelduiker. Zo´n roodkeelduiker (die rode keel heeft hij alleen in zijn broedkleed in de zomer, zie inzet) zullen weinig mensen kennen. Het is namelijk een broedvogel van Noord-Europa, die wel elke winter naar Nederland komt, maar dan vooral aan de kust, in zout water. Maar dit exemplaar was dus afgedwaald naar onze eigen Hoofdvaart. Duikers zijn grote familieleden van futen. Ze hebben dolkvormige snavels en leven van vis. De Roodkeelduiker is de kleinste duikersoort en wordt meestal 50-60 cm groot. ´s Winters is hij grijs van boven,

met fijne witte vlekken en van onderen wit.

Bijzonder

In de winter is de vogel, behalve aan zijn grootte, te herkennen aan zijn opvallende zwemgedrag, waarbij de kop enigszins schuin omhoog gehouden wordt. Roodkeelduikers jagen vaak samen en zwemmen daarbij vaak met opgeheven kop om elkaar heen. De vogel is niet snel op het land en nesten worden dan ook vlak langs de waterkant gebouwd, zodat de vogel bij gevaar snel onder water kan duiken.

Waar

De roodkeelduiker broedt bij ondiepe zoetwaterplassen, liefst in boomloos terrein in Scandinavië, IJsland en het noorden van Rusland. Buiten het broedseizoen leeft hij vooral op zee en sporadisch in het binnenland. Ze overwinteren vooral langs de Europese kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. In Nederland is het de algemeenste duiker die soms in 10-tallen langsvliegende exemplaren per dag kan worden waargenomen tussen oktober en februari.

 roodkeelduikerzomerenwinter

 vogelsBaardmannetje13 dec 2009december

Baardmannetje, 13 dec 2009

 baardmannetje

Toen ik langs de Geniedijk van Hoofddorp naar het Haarlemmermeerse Bos fietste, werd mijn aandacht getrokken door een nadrukkelijk ´ping, ping´. Maar het kon geen racefiets zijn, die mij probeerde in te halen, want het geluid kwam uit het riet dat bijna de hele ecologische oever - die daar te plaatse is aangelegd langs de oude spoordijk - aan het zicht onttrekt. Dit geluid kende ik uit Flevoland in de jaren zeventig, maar had ik nog nooit in de Haarlemmermeer gehoord. In het riet zat een groepje baardmannetjes! Het baardmannetje lijkt op een mees, maar is er geen. Toch noemt men de vogel ook vaak baardmees en soms rietpapegaai. Het mannetje is te herkennen aan de zwarte baardstreep, waar ze ook hun naam aan te danken hebben. Het baardmannetje is een standvogel, die niet wegtrekt in de winter. De aanzienlijke sterfte in strenge winters en late vorstperiodes wordt goedgemaakt door grote legsels. Eén paartje kan in een goed jaar 10 tot 20 jongen grootbrengen. Bij voorkeur eet het baardmannetje insecten, maar in de winter schakelt

hij over op een dieet van vrijwel alleen zaden van riet. In het broedseizoen leven paartjes bij elkaar. In de winter verzamelen zij zich in groepen en zwerven over grotere gebieden rond.

Bijzonder

Het baardmannetje staat op de Rode Lijst van beschermde soorten, omdat meer dan een kwart van de Noordwest-Europese populatie in ons land broedt en vanwege de kwetsbaarheid van het leefgebied.

Waar

Het baardmannetje is een vogel van uitgestrekte rietmoerassen. Gezien de rijkdom aan rietlanden zal het baardmannetje vroeger een gewone broedvogel zijn geweest. Drooglegging van vele moerassen leidde tot een afname, maar in de jaren dertig was het nog een talrijke broedvogel. Spectaculair waren de aantallen in de droogvallende Flevopolders, van waaruit grote delen van West-Europa (her)bevolkt werden. In de Haarlemmermeer zijn weinig of geen rietmoerassen en komt de soort daarom waarschijnlijk alleen af en toe op doortrek voor.

 baardmannetje4

 vogelsbokje2 jan 2009januari

bokje, 2 jan 2009

 Bokje

Vorige week maakte de Geniedijk zich voor mij weer eens waar als ecologische verbindingsroute. Wat was het geval: met het invallen van de vorst waren de ondiepe kuilen, die ontstaan waren bij het slopen van het Hoofdvaartcollege op het toekomstige Jansoniusterrein als eerste dichtgevroren. Voor de jeugd van het Oude Buurtje, waaronder mijn zoon, trok dit ijs als een magneet. Bij het verkennen van de sterkte van het ijs, struinden zij door de dichte bosjes van elzen en wilgen, die de afgelopen 2 jaar waren opgeschoten. Uit die bosjes vlogen enige tientallen vogels op, waarvan hun beschrijving klonk als een kruising tussen een watersnip en een oeverloper. Daar moest ik het fijne van weten. Met 10-15 kinderen, al of niet op de schaats, in mijn kielzog verkende ik zelf de bosjes en tot mijn niet geringe enthousiasme vlogen er een aantal bokjes op. Bokjes zijn de kleinste en zeldzaamste van de snipachtigen. Net als de houtsnip vertrouwen ze sterk op hun schutkleur en blijven rustig zitten tot iemand vlak bij is. Watersnippen zijn veel schuwer en gaan al op grote afstand

op de wieken. Hoewel het bokje lijkt op de watersnip, is hij veel kleiner en heeft een korte snavel, wat de kinderen haarfijn hadden waargenomen. Er lopen twee roomkleurige strepen langs de kruin die overgaan in twee strepen op de rug (zie foto). Het bokje is een schuwe vogel, die vooral ′s nachts en in de schemering actief is.

Bijzonder

Bokjes zijn solitaire vogels, waarvan je er zelden meer dan 2-5 bij elkaar ziet. Dat er 20-30 bij elkaar zaten op het Jansoniusterrein is naast hun zeldzaamheid dus dubbel bijzonder. Het bokje is meestal zwijgzaam, in tegenstelling tot de watersnip, die luid krassend wegvliegt. In de baltsvlucht maakt hij echter een geluid als van ‘een galopperend paard in de verte’. Snippen zijn geliefde jachtvogels. Niet zozeer omdat ze zo lekker zijn, maar omdat ze bij het (onverwachts) opvliegen snelle haakse bewegingen maken. Dat maakt ze moeilijk te raken en daarmee voor jagers blijkbaar extra interessant om neer te leggen.

Waar

Het bokje maakt zijn nest in de uitgestrekte hoogveengebieden in het noorden van Scandinavië en Rusland. De soort overwintert in West-Europa en in het Middellandse-Zeegebied in vochtige gebieden met voldoende beschutting. Het (huidige) Jansonius-terrein past perfect in dat profiel.

 vogelsHuismus14 dec 2008december

Huismus, 14 dec 2008

 huismus

Bijna dagelijks fiets ik langs een huis met een mooie vuurdoorn op het zuiden. Als het dezer dagen droog of mooi weer is, vergaat horen en zien je bij die struik. Het lijkt wel of alle huismussen uit de buurt zich daar hebben verzameld en elke dag ruim genoeg stof tot overleg hebben. De huismus eet zaden en insecten. Het lied van dit ‘zang’vogeltje beperkt zich tot getjilp. De mus is een standvogel: hij blijft jaarrond binnen een paar honderd meter van zijn nestplaats. Het mannetje is te onderscheiden van het vrouwtje, omdat hij uitgesprokener getekend is (zie illustratie). Een mussenpaar bouwt samen een nest, waarin het vrouwtje 4-7 eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden, komen de eieren uit. De eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met insecten gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer 2 weken vliegen de jongen uit.

Bijzonder

In Nederland zijn de huismussen de laatste decennia sterk afgenomen van 1-2 naar 0.5 - 1 miljoen broedparen. Hoewel het nog een algemene vogel is, staat de soort daarom sinds 2004 als ′zorgelijk′ op de Rode Lijst voor bedreigde vogelsoorten. Deze dalende trend, die nog steeds doorgaat, heeft vele oorzaken, b.v. in de steden: huizen worden gebouwd zonder dakpannen, of zo goed geïsoleerd, dat er geen broedholletjes zijn. Het betegelen van tuinen neemt zijn tol evenals het in onbruik raken van het buiten uitkloppen van tafelkleden. Door het netheidsstreven in de wijken zijn er minder wilde hoekjes met zaden en insecten. Verder speelt de sterke toename van het aantal katten sinds

de 90-tiger jaren een rol. In de landbouw: het verbouwen van andere gewassen (mais) dan granen. Het afdekken van mest, waar voorheen veel insecten bij rondvlogen. Efficiënter oogsten waardoor er minder voor de mussen blijft liggen. Natuurlijke oorzaken: door afnemend pesticidegebruik neemt de roofvogelstand toe, waaronder de sperwer. Een nest jonge sperwers wordt met zo’n 700 vogels grootgebracht, waaronder veel mussen.

Waar

De huismus leeft bijna overal ter wereld, i.i.g. in bijna alle gematigde en subtropische streken, vaak dichtbij of in woongebieden van mensen. Voor een deel is de verspreiding op een natuurlijke wijze verlopen, voor een deel is de huismus door de mens verspreid en geldt als cultuurvolger. Speciale oproep: Actieplan huismus Om de huismus voor verdere teruggang te behoeden heeft Vogelbescherming Nederland en actieplan opgesteld, waaraan gemeentes, bouwbedrijven, hoveniers en burgers een bijdrage aan kunnen leveren. Huismussen zijn standvogels en groepsdieren, die niet ver vliegen. Herkolonisatie kan alleen vanuit bestaande kolonies. De belangrijkste aanbevelingen in het plan zijn: holtes (her)openen en/of nestkasten plaatsen in groepen, het planten van halfhoge inheemse struiken en het inrichten of laten bestaan van ruigtes. En natuurlijk helpt het ook als u uw tafelkleed weer dagelijks uitklopt of kruimels strooit. Graag krijgen we meldingen waar groepen mussen zich nog gehandhaafd hebben in de Haarlemmermeer en ook wie er belangstelling heeft om mee te werken aan het actieplan voor de huismus. Misschien een leuke kerstgedachte of voornemen voor het nieuwe jaar.

 huismusgrootman