bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kluutvogelsKluut19 mei 2013mei

Kluut, 19 mei 2013

 kluut

Steltlopers zijn vogels met relatief lange poten en lange snavels die als voorkeurs leefgebied (vochtige) weilanden, slikken en wadden hebben. Er zijn tientallen soorten steltlopers. Een aantal soorten zijn ook in onze polder regelmatig te zien, zoals de kievit en de scholekster. Onze Haarlemmermeerse klei is voor de meeste soorten echter meestal te hard om er hun voedsel te kunnen vinden. Toch trekken er veel soorten door met name in het voorjaar en nazomer. En in bepaalde speciale terreinen blijven ze nog wel eens hangen en broeden. Zo ligt er vlak bij de A4 op het Groene Carré Zuid een ondiepe plas, waar vogels met lange poten net kunnen waden. Op die plek zitten elk jaar groepen kluten, die op de eilandjes waar mogelijk ook broeden.

Bijzonder

De kluut is in een aantal opzichten een bijzondere verschijning. Zijn smetteloos zwart

met witte veren kleed is bijzonder fraai, en contrasteert mooi met bijna blauwe poten en zijn snavel heeft een bijzonder vorm (zie foto). Met deze omhoog gebogen snavel foerageren ze het liefst in water met een fijne sliblaag, waar ze met deze snavel op een kiertje open, doorheen maaien. Zodra er een garnaaltje of iets dergelijks naar binnen zwemt, klapt de kluut haar snavel direct dicht. De kluut jaagt zowel op zicht als op gevoel.

Waar

In Nederland is de kluut tijdens het broedseizoen voornamelijk langs de waddengebieden zoals het Lauwersmeer aanwezig. De soort overwintert langs de kust van de Middellandse Zee en de Atlantische kust van Frankrijk en Portugal en een deel in de Westerschelde. Buiten broedseizoen tref je ze ook aan bij ondiepe open waterplekken met modderige bodems in het binnenland. De kluut broedt in kolonies, meestal op zanderige vlaktes, moerassige weilanden, opspuitterreinen, etc., meestal bij water (ook brak en zout). De grootste kans om kluten te zien in de Haarlemmermeer is bij de ondiepe poelen van het Groene Carré (de ‘bulten’ in het akkerland tussen de A4 en het Haarlemmermeerse Bos langs de rondweg Hoofddorp).

 roodborstlijstervogelsRoodborstlijster31 mrt 2013maart

Roodborstlijster, 31 mrt 2013

 roodborstlijster

De roodborstlijster is een prachtig gekleurde lijsterachtige die in Amerika algemeen is. Het is een trekvogel die net als de Kramsvogel en de Koperwiek een krachtige vlucht heeft. Het wordt ook onder de Europese vogels gerekend als een zeer zeldzame dwaalgast (in 10 jaar 3 meldingen in Nederland). Recentelijk was er opwinding in vogelaarsland toen er in Hoofddorp bij het station een en mogelijk 2 exemplaren werden waargenomen. De roodborstlijster is een uitermate fraai gekleurde vogel(foto). Beide geslachten zijn vrijwel gelijk, alleen zijn de vrouwtjes wat doffer van kleur. De mannen hebben een nagenoeg zwarte kop met een zwart-wit gestreepte keel. Om het oog zit een opvallende, onderbroken witte ring. Aan de oranjerode borstkleur hebben de vogels hun naam te danken. Die kleur doet denken

aan de borstkleur van het bekende Europese roodborstje. Om die reden wordt deze vogel in Amerika Robin (Roodborstje) genoemd.

Bijzonder

De roodborstlijster zou je de Amerikaanse merel kunnen noemen, want de gedragingen van deze vogelsoort komen op heel wat punten overeen met onze merel. Zo heeft hij zich, net als de merel in Europa, van schuwe bosvogel ontwikkeld tot een cultuurvolger. De vogel heeft een groot deel van zijn aangeboren schuwheid afgelegd, leeft graag in de buurt van mensen en is tot in de grote steden te vinden in tuinen, parken en op sportterreinen etc. Als er maar bosjes, gecombineerd met grasvelden of gazons zijn, dan is hij er te vinden. Hij nestelt, evenals zijn neef de merel, op de meest uiteenlopende plaatsen.

Waar

De roodborstlijster is een echte trekvogel. Met name uit Alaska en uit Canada komen vogels die ieder jaar grote trektochten ondernemen tot in Mexico. De roodborstlijsters uit het midden en zuiden van de V.S. zijn standvogels. Soms raken de vogels tijdens stormen uit de koers boven de Atlantische oceaan. Tijdens zo’n tocht wordt er onderweg soms meegelift op zeeschepen en bereiken ze soms de kusten van Europa.

 smelleken1vogelsSmelleken8 jan 2013januari

Smelleken, 8 jan 2013

 smelleken1

Graag vestig ik uw aandacht op het verschijnsel wintergasten. Ons land is gezegend met een vruchtbare bodem en een mild klimaat. Veel vogels uit het barre hoge noorden of oosten weten deze omstandigheden te waarderen. Ze broeden in de Siberische bossen of de toendra, maar brengen de winter hier door. Een van deze groepen is de roofvogels. Zo verveelvoudigd in de winter de stand aan buizerds, torenvalken, slechtvalken, sperwers, blauwe kiekendieven en haviken die hier broeden. Er is geen betere tijd om roofvogels te zien dan de winter. De bomen zijn kaal en er zijn er veel. Vooral buizerds en sperwers vallen op. Buizerds omdat zij overal rond autowegen jagen op muizen in bermen en sperwers (een bosvogel) omdat die zich in hun jacht op vogeltjes in tuinen wagen. ‘Luxer’ aangelegde vogels zoals de boomvalk en de bruine kiekendief trekken naar het zuiden. Ook verschijnen er soorten die hier niet broeden. Een daarvan is het smelleken. Het is het kleinste valkje van Europa, dat leeft van de jacht op vogeltjes als vinken, piepers en lijsterachtigen

in open terreinen met bosjes, zoals de duinen.

Bijzonder

Van deze doortrekkers en overwinteraars zwerven er ook individuen het hele land door. In Nieuw-Vennep zat een jong mannetje zo intensief achter een vogeltje aan dat hij een raam niet meer kon ontwijken. Doordat de vogel versuft was, met bloed aan zijn snavel, kon hij naar de dierenarts gebracht worden en goed bekeken worden. Daaruit bleek dat het een smelleken was (foto boven) en niet een sperwer (foto onder) zoals in 99 van de 100 gevallen. Een jong sperwermannetje heeft nl een gele ring rond zijn neus en geen oogstreep. Gelukkig herstelde de vogel snel. De prooi (een graspieper) had de aanval niet overleefd en lag in de tuin.

Waar

Het smelleken broedt in de lage struiken van de toendra en trekt hier in september en oktober door naar het zuiden en april en mei naar het noorden. Maar vooral in de duinstreek blijven er ook kleinere aantallen de hele winter over.

 smelleken2

 veldleeuwerikvogelsVeldleeuwerik14 jul 2012juli

Veldleeuwerik, 14 jul 2012

 veldleeuwerik

Bij een landingsbaan van Schiphol hoorde ik een overbekend geluid uit mijn jeugd, dat ik nog niet eerder in onze polder had gehoord: een op grote hoogte eindeloos doorzingende veldleeuwerik. Je kunt van Schiphol denken wat je wilt, maar het gebied rond de landingsbanen met zijn kortgeschoren grasvlaktes is voor een paar soorten de hemel op aarde. De veldleeuwerik is er een van. In mijn jeugd in de jaren '70 hoefde je maar naar buiten te stappen om hem te horen. Rond 1975 waren er ca. 500.000-750.000 broedparen. Daar is nu nog maar 10% van over. En jaarlijks neemt de stand nog met 5% af.

Bijzonder

In de duinen en de heides is de achteruitgang te wijten aan de verruiging met steeds meer struikgroei en gras door aan de ene kant stikstof (zure regen) uit de lucht aan de andere kant de afnemende

konijnenstand door ziektes. Op het platteland is de grootschalige mechanisering van de akkerbouw en de veeteelt een grote boosdoener. Daarnaast komt steeds meer maïs en wintergranen en steeds minder zomergraan en kruidenrijke akkerranden. Ook insecticiden en herbiciden hebben hun werk gedaan. Door de afname van bloemen en kruiden vindt de veldleeuwerik steeds minder insecten. Eiwitrijk voedergras heeft voorrang bij boeren. De goed bemeste graslanden worden veel vaker dan vroeger gemaaid met grote machines en tot op de laatste vierkante meter. Nestjes van veldleeuweriken zijn in dit maairegiem kansloos. Graanpercelen worden voor de winter omgeploegd. Ook dat betekent minder stoppelvelden met zaden in het winterhalfjaar. Ook op hun trektochten zijn veldleeuweriken niet veilig. Miljoenen worden er in zuidelijke landen gevangen op de trek. De laatste oorzaak is de aantasting van de open ruimte: de meeste bedrijventerreinen, wegen en wandelbossen kosten leeuweriken.

Waar

De veldleeuwerik leeft in uitgestrekte boomloze akkers, duinen, heide, weilanden met een korte vegetatie en heidevelden. De soort komt voor in heel Europa, behalve in het uiterste noorden.

 kraanvogelvogelsKraanvogel17 mrt 2012maart

Kraanvogel, 17 mrt 2012

 kraanvogel

Kraanvogel Het voorjaar is in volle hevigheid losgebarsten. Minstens 20 plantensoorten kwamen er afgelopen week in bloei, de zangvogels zingen massaal en de eerst insecten komen uit hun schuilplaatsen. Uit tientallen mogelijke onderwerpen kies ik toch maar voor een bijzondere doortrekker. Er werd een groep van 20 kraanvogels waargenomen boven de polder bij Badhoevedorp. Kraanvogels spreken tot de verbeelding en ze zijn omgeven door symboliek en mythes. Ze zijn een stuk groter dan ooievaars en broedden vroeger massaal in Nederland. Maar het is ze te druk geworden. Ze zijn erg schuw omdat er massaal op geschoten wordt tijdens hun trek. Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze voornamelijk dierlijk voedsel zoals grote insecten, wormen en amfibieën. Op doortrek eten ze

eikels, en achtergebleven maïskorrels, granen en aardappelen op de velden.

Bijzonder

In de broedtijd baltsen de kraanvogels met luide trompetgeluiden en wilde dansbewegingen. Door afname van het aantal vochtige broedgebieden is de populatie kraanvogels in Europa sterk afgenomen. Elk jaar komen op een aantal plaatsen groepen kraanvogels op de grond in Nederland. De belangrijkste rustplaatsen zijn in Oost-Brabant en Noord-Limburg en Overijssel. De kraanvogel staat op de Nederlandse Rode Lijst. De redenen hiervoor zijn de geringe verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbare gebieden in de trektijd.

Waar

Kraanvogels was eens een gewone inheemse vogel. Door ontginning van moerassen en drukte is dat verleden tijd. Ze broeden nog wel in Rusland en Scandinavië in uitgestrekte moerassen. In Nederland zien we ze vooral als doortrekkers en dan bijna alleen over Oost-Nederland. Dat er verschillende groepen over de duinen trokken en tenminste een over onze polder is dan ook al opmerkelijk. Sinds 1999 hebben een aantal paartjes een plek gekoloniseerd in het uitgestrekte Fochteloerveen in Drenthe. De voortplanting gaat langzaam met gemiddeld 0.5 tot 1 jong per nest.

 brilduiker1vogelsBrilduiker12 feb 2012februari

Brilduiker, 12 feb 2012

 brilduiker1

Brilduiker Al jaren kijk ik uit naar een van de mooiste eenden soorten. En deze week was het (dankzij de vorst?) eindelijk raak. Op de open plekken in het grote meer in het Haarlemmermeerse Bos zaten tussen nonnetjes, dodaars en 3 soorten ganzen, 3 brilduikers. Brilduikers zijn net als de veel algemenere kuifeenden, duikeendjes en hebben net als hen een zeer opvallend goudgeel oog. De naam brilduiker komt van het mannetje dat een witte vlek onder beide ogen heeft. De vrouwtjes zijn minder spectaculair getekend (zie foto). Zoals de meeste eendensoorten zijn brilduikers in de winter op hun mooist. In het vroege voorjaar worden er paartjes gevormd met baltsgedrag waarbij het normaliter stille mannetje raspende geluiden maakt en zijn kop achterover gooit.

Bijzonder

Brilduikers zijn een in Nederland beschermde (rode lijst) soort. Maar wereldwijd zijn ze niet bedreigd. Brilduikers zoeken overdag voedsel (voornamelijk schelpdieren, garnalen, insectenlarven) door te duiken tot op 4 m diepte. In de herfst wordt ook plantaardig voedsel (zaden, knollen, wortels en bladeren van waterplanten) gegeten. Het voedsel wordt meestal al onder water

ingeslikt. In de vlucht is de brilduiker te herkennen aan de snelle vleugelslag, waarbij een fluitend geluid te horen is dat veroorzaakt wordt door de slagpennen van de vleugels.
:

Waar

De brilduiker heeft een voorkeur voor gebieden met heldere meren omzoomd door oude bossen. Het is een holenbroeder die in grote spechtenholen en ook in nestkasten broedt. In Nederland broeden ze sinds het einde van de vorige eeuw langs de Ijsel af en toe in holtes van oude knotbomen. Deze populatie bestaat inmiddels uit 15- 20 paar. In Scandinavië, Rusland en Schotland zijn ze een algemene soort. Nederland maakt wel onderdeel uit van hun overwinteringsgebied, vooral tussen december en maart. Duizenden exemplaren verblijven dan in het deltagebied, op het IJsselmeer en in de grote rivieren, maar ook op kleinere wateren. Dus zowel in zoet als in zout water.

 brilduikerpaartje

 ijsduikermetrivierkreeftvogelsIJsduiker14 jan 2012januari

IJsduiker, 14 jan 2012

 ijsduikermetrivierkreeft

Ik onderbreek de serie over bijzondere bomen met het verhaal wat de vogelaarswereld in de wijde omgeving deze week op scherp zette: de waarneming van een ijsduiker in de ringvaart tussen Lisserbroek en Cruquius. De ijsduiker is een grote vogel van 70-90 cm lang. We zien deze vogels in Nederland alleen in de winter en dan meestal alleen op zee. De stormen van de afgelopen tijd heeft deze zeevogel wellicht verleid om rustiger water op te zoeken. Net als alle leden van de zeeduikerfamilie leeft de ijsduiker van vis, maar ook van kreeftachtigen (zie foto van ’onze’ vogel met een Rivierkreeft; en ook filmpjes op youtube). Hij duikt meestal op 2-4 m, maar is ook op 200 m diepte aangetroffen. Een voorwaarde is dat het water helder is, want de vogel jaagt op zicht.

Bijzonder

De ijsduiker

staat van alle vogels het dichtst bij de oervorm van de vogels van 100 miljoen jaar geleden. Dat komt vooral tot uitdrukking in het feit dat hij nog massieve botten heeft en alle andere vogels holle (dus lichte) botten, wat helpt bij het vliegen. De ijsduiker is dus voor een vogel erg zwaar. Deze zware botten zouden helpen bij het duiken. Zo elegant en snel de ijsduiker zwemt, zo log en onhandig is hij op land en bij het vliegen. In de broedtijd maakt de vogel een merkwaardig klagend geluid. Het geluid is typerend voor de Canadese wildernis en wordt wel met het gelach van een gek vergeleken, vandaar de Noord-Amerikaanse naam: loon (van loony: gek).

Waar

De ijsduiker broedt bij voorkeur bij grote, ongestoorde en afgelegen meren met diep, open water in de noordelijke naaldwoudzone en toendra, zoals de binnenmeren van Alaska, Canada, Groenland en IJsland. ’s Winters trekt hij ver naar het zuiden: in Europa van Noorwegen tot Portugal en in Noord-Amerika tot Californië en de Golfkust. In Europa broedt hij alleen op IJsland (100-300 paren). In Nederland is het een zeldzame gast met slechts 10-20 stuks per jaar langs de kust. Heel zelden worden ook vogels in het binnenland gezien.

 ooievaarvogelsOoievaar3 sep 2011september

Ooievaar, 3 sep 2011

 ooievaar

Er staan in de Haarlemmermeer verschillende ooievaarspalen: b.v. bij fort Aalsmeer en bij gemaal Buitenkaag, maar gebroed wordt er in onze polder nog niet. Wellicht duurt dat niet meer zo lang, want het gaat goed met de ooievaarsstand in Nederland. En één van die paren broedt al een jaar of wat op 50m van de Haarlemmermeer in Bennenbroek. In de Haarlemmermeer tegenover het nest zijn de afgelopen weken t.b.v. de bollenteelt een aantal percelen land onder water gezet. Dit soort ondiepe waterpartijen trekken als een magneet allerlei soorten vogels aan, waaronder maar liefst 10 ooievaars.

Bijzonder

De Nederlandse ooievaars waren trekvogels, die overwinterden in Zuid- Afrika en daarbij aan veel gevaren bloot stonden. Ook chemische bestrijding en nattere zomers hebben het aantal grote insecten sterk doen afnemen en het voedsel voor de ooievaars beperkt. Dat er nog steeds ooievaars zijn, is te danken aan Vogelbescherming Nederland, dat in 1969 het ooievaarsdorp "Het Liesveld"

oprichtte. Hier werden ooievaars in gevangenschap gehouden, die minder ver in West-Afrika overwinterden. Succesvolle broedparen werden uitgezet en de jongen die ze daar kregen werden volledig in vrijheid gelaten. Er vliegen nu weer meer dan 300 broedparen vrij rond en er wordt niet meer gefokt. De ooievaar is nog wel een rode lijst soort. Een deel van deze vogels overwintert in Nederland en een deel heeft zijn natuurlijke trek hervat. Voor de reis naar het zuiden moet flink gebunkerd worden. Iemand zag eens een ooievaar binnen een uur 44 muizen, 2 ratten en 1 kikvors verorberen. Voor de terugreis van 10000 km naar het noorden vormen sprinkhanen(plagen) vaak de brandstof.

Waar

In zijn broedgebied leeft de Europese ooievaar van veldmuizen, mollen, kevers, sprinkhanen en andere grote insecten in rijke, bultige graslanden met poelen en sloten. Vooral in Oost-Europa met minder gerationaliseerde landbouw zijn nog veel ooievaars. Elk najaar rekken over de Bosporus nog ca. 500.000 ooievaars naar Afrika.

 ooievaarfazantenlaan

 lepelaarnestinboomvogelsLepelaar13 aug 2011augustus

Lepelaar, 13 aug 2011

 lepelaarnestinboom

Het is niet gebruikelijk in deze column om een zelfde soort 2x te behandelen. Sinds juni 2006 toen de eerste lepelaars in de polder verschenen, die de aanleiding waren voor de 1e column, is er echter veel gebeurd. In die tijd bestond de indruk dat de in de polder foeragerende dieren uit het Naardermeer kwamen. De werkelijkheid bleek later veel opwindender te zijn. De afgelopen 2 jaar krijg ik in de zomer wekelijks meldingen van aantallen oplopend tot wel 20 stuks. Wat is er aan de hand: Lepelaars zijn overwegend grondbroeders, die slechts in een paar landen buiten Nederland voorkomen. Belangrijke kolonies leven er in het Naardermeer, de Wadden en de Oostvaardersplassen. Door o.a de toename van de vos worden veel lepelaarjongen niet volwassen. Mogelijk in reactie daarop, hebben sommige lepelaars zich aangepast door in bomen te gaan

broeden. Rond 2006 hebben zich een aantal lepelaars opgedrongen in een reigerkolonie net buiten de Haarlemmermeer bij Haarlem. In 2009 waren er 5 nesten, in 2010 8 en dit jaar zijn 14 reigerparen van hun nest verdreven. Bij een bezoek aan deze kolonie dit voorjaar konden we constateren dat alle nesten 2-4 bijna volwassen jongen telden. Bij gemiddeld 3 jongen zouden er dus wel 42 jongen grootgebracht zijn! Het zijn een deel van deze lepelaars (vooral als de jongen zelf kunnen vliegen) die hun voedsel gaan zoeken in de Haarlemmermeer. Daarbij hebben ze een voorkeur voor ondiepe sloten en vaarten. Vroeger waren deze er nauwelijks in de polder, maar tegenwoordig worden er steeds meer natuurvriendelijke oevers aangelegd, die voor lepelaars geschikt lijken.

Bijzonder

In het wandelbos in Hoofddorp is ook een reigerkolonie. In juli dit jaar is er geconstateerd dat er een lepelaar op een van deze reigernesten was neergestreken. Dat zou kunnen betekenen dat een of meer exemplaren de situatie daar aan het verkennen zijn en dat ze volgend jaar ook in de polder komen broeden! Laten we hopen dat deze ontwikkeling zich doorzet.

 draaihals2vogelsDraaihals21 mei 2011mei

Draaihals, 21 mei 2011

 draaihals2

Op 21 mei 2006 was de 1e Flora en Fauna column. Inmiddels hebben we ca. 300 soorten besproken en zijn er nog ca. 10.000 Haarlemmermeerse soorten te gaan. Vandaag een zeer bijzondere jubileum soort: de draaihals. Een dood exemplaar trof een Heimanshofvrijwilliger op 7 mei aan in haar tuin in Vijfhuizen. Of er een relatie is met rigoureus beheer van bosplantsoen in de buurt is niet duidelijk. De draaihals is een soort specht met een zeer teruggetrokken manier van leven. Hij heeft een uitstekende schutkleur die lijkt op boomschors (zie foto), zit vaak op de grond en wordt ook daarom vaak over het hoofd gezien. De draaihals dankt zijn naam aan zijn flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden (zie filmpjes op youtube via zijn Latijnse naam: Jynx torquilla) Gebroed wordt in oude, meestal deels vermolmde loofbomen, omdat zijn snavel niet zo sterk is als bij andere spechten. Hij leeft vooral van mieren en hun poppen.

Bijzonder

De laatste decennia is de draaihals sterk in aantal afgenomen.

Begin jaren "90 waren er nog 80-180 paar in ons land en rond 2000 nog max. 65. De afname van de draaihals lijkt het gevolg van vochtiger zomers en het verdwijnen van zijn voorkeursbiotoop. Mogelijk spelen ook problemen in de overwinteringsgebieden een rol en verzuring van de grond en het gebruik van pesticiden, waardoor het aantal mierenkolonies afneemt. De draaihals is gebaat bij een zo natuurlijk mogelijk bosbeheer. Dat houdt o.a. in: het laten staan van dood (loof)hout, een mix van open en gesloten bos en kale open plekken. Zoals alle spechten heeft de draaihals een lange kleverige tong. De draaihals staat als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Internationaal is het geen bedreigde diersoort.

Waar

De draaihals is een zeer schaarse broedvogel vooral op de Veluwe. Hij broedt in een groot deel van Eurazië tot Japan en in NW-Afrika. Het is de enige trekvogel onder de spechten en overwintert ten zuiden van de Sahara. De voorjaarstrek is in april en mei. Mogelijk was onze vogel op trek

 draaihalskrommenek

 klapekster1vogelsKlapekster19 mrt 2011maart

Klapekster, 19 mrt 2011

 klapekster1

Deze week werd een heel bijzondere vogel gemeld uit Zwaanshoek en wel een klapekster. Bijna alles aan deze vogel is bijzonder. Het is b.v geen eksterachtige, maar een zangvogel. Waarom hij klapekster heet heb ik niet kunnen achterhalen. En verder is het een zangvogel die zich roofvogelmanier heeft eigen gemaakt. Hij heeft nl een haakvormige bek, waarmee hij zijn prooien vangt. Klapeksters zijn, als je hun gewoonten ken, al vanaf een afstand te ontdekken, omdat ze in de topjes van boompjes, struiken, hekken of telefoondraden zitten. Daarvandaan speuren ze de omgeving af naar prooi die meestal bestaat uit wat grotere insecten, hagedissen, kleine knaagdieren of zangvogeltjes tot wel de grootte van een zanglijster. In Nederland zijn het meestal muizen en kevers. En als hij een goede vangdag heeft, gebruikt hij doorns, takjes en prikkeldraad om zijn prooien tijdelijk ´op te slaan´ als voedselvoorraad, soms nog half levend.

Bijzonder

De klapekster was tot 1950

een vrij zeldzame broedvogel van ons land. In 1998 is het laatste broedpaar geconstateerd. Maar in de winter kan deze bijzondere soort als wintergast en doortrekker uit Scandinavië nog wel eens gezien worden. Maar ook dan is hij met 200- 400 exemplaren niet erg algemeen. De klapekster heeft in Nederland de status van zeer bedreigde rode lijst soort. De achteruitgang is begonnen door de ontginning van zijn voorkeursbiotoop. De overgebleven gebieden werden ongeschikt door recreatie en spontane opslag van bos. Dat komt omdat de klapekster jaagt vanuit uitzichtpunten.

Waar

Voor 1950 was de klapekster een schaarse broedvogel (mogelijk enkele honderden broedparen) van uitgestrekte heidevelden en hoogvenen met wat struikgewas en her en der een boompje. Dergelijke landschappen waren te vinden in Drenthe en het zuidoosten van Friesland en in Gelderland en Noord-Brabant en de duinstreek. De klapekster heeft een brede verspreiding over het hele noordelijk halfrond, en wereldwijd is de soort daarom niet bedreigd.

 klapekster2

 sijsgrootvogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen