bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 9 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenHarig Knop­kruid5 okt 2014oktober

Harig Knop­kruid, 5 okt 2014

 harigknopkruid

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.

Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.

Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.

Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-?Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In

omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.

Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.

De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van -10 ºC over­leven.

In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.

 paddenstoelenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014september

Blote Bil­len­zwam, 7 sep 2014

 blotebillenzwam

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,5 — 1 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.

De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen

hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.

Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.

In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.

 vogelsOnder water ont­dek­w­ereld12 aug 2014augustus

Onder water ont­dek­w­ereld, 12 aug 2014

onderwatersnoek

Alle activiteiten van De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen hebben tot doel om de waarde van de natuur onder de aan­dacht te bren­gen. De heem­tuin laat de planten en de bijbe­horende insecten zien, we leggen wan­del­routes aan om natuur – en cul­tu­urhis­torische par­elt­jes toe­ganke­lijk te maken en we beheren inmid­dels zo’n 130 ha open­baar groen waar­door (zeldzame) planten en dieren meer lev­en­sruimte hebben.

Een onderdeel van de natuur die nog niet zoveel aan­dacht heeft gekre­gen is de onder­wa­ter­w­ereld. Alles wat onder water zit, leeft ver­bor­gen en buiten onze aan­dacht. Dat vis­sen niet (hoor­baar) schree­uwen als ze met een haak in hun bek uit het water wor­den getrokken, helpt ook niet echt om aaibaar of aan­doen­lijk gevon­den te wor­den. Het gros van de mensen bek­ijkt de natuur en ook vis­sen vanuit het per­spec­tief van of het eet­baar of eng is.

Wij

vin­den dat alle planten en dieren net zo veel recht op een plaats onder zon hebben als de mens. Alle soorten die er nu leven hebben net als wij mensen ca 3 mil­jard jaar evo­lu­tie achter de rug.

Bij­zon­der

Om die rede­nen hebben we in De Heiman­shof een onder­wa­teront­dek­w­ereld gebouwd. Daar kun­nen bezoek­ers ongeveer alle soorten die er in de Haar­lem­meer­meer onder water leven van dicht­bij bek­ijken. Inmid­dels zijn dat een 30 tal zoet­wa­ter vis­sen, 4 soorten mos­sels, krabben, kreeften, amfi­bieën, kev­ers en tal­loze soorten kleine onder­wa­ter beestjes. Het doel van onze onder­wa­teront­dek­w­ereld ( ca 20 aquaria) is meer ken­nis en affiniteit en daarmee respect te creëren. Als je oog in oog met een zeelt, een school baarzen, een snoek, een geel­gerande of spin­nende waterkever staat zie je er ook de schoonheid van.

Waar

De onder­wa­teront­dek­w­ereld is het afgelopen jaar opge­bouwd in de kas van de Heiman­shof. Rondlei­din­gen zijn mogelijk op ver­zoek. De tuin is dagelijks geopend door de week en van1 5 april tot 1 okto­ber ook op zater­dag– en zondag­mid­dag. Op 23 en 24 augus­tus is het 3e fes­ti­val week­end van dit jaar met per­ma­nent rondlei­din­gen. Meer infor­matie over dit fes­ti­val week­end kunt u vin­den op www.deheimanshof.nl

 plantenOgentroost28 jul 2014juli

Ogentroost, 28 jul 2014

Op deze plaats hebben we het de afgelopen tijd al een aantal keren gehad over de bijzondere flora en bijbehorende fauna die zich de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld rond de amfibieënpoel in het Groene Carré Zuid, net ten oosten van de Hoofdvaart.

ogentroostVeertien dagen geleden kon ik een explosie melden van parnassia en eerder het bitterkruid, moeras­wespen­orchis en de rietorchis. Afgelopen week vonden we bij een rondgang weer een hele reeks bijzondere soorten, zoals kruipend stalkruid, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen, brede wespenorchis en naast het gewone duizendguldenkruid ook het fraai duizendguldenkruid. Verder vlogen er vlinders waaronder jacobsvlinder, dikkopjes, hooibeestje, Icarusblauwtjes,

bruinblauwtje, bruinzandoogje.

In tegenstelling tot de journalist van het Haarlems Dagblad die dit terrein ‘een geschikte plek vond om honden uit te laten razen’ nodig ik u liever uit om respectvol kennis te nemen van hoe mooi de natuur in de Haarlemmermeer kan zijn. Deze week wil ik u met 2 beeldbepalende soorten van dit moment laten kennismaken: stijve ogentroost (foto) en rode ogentroost.

Bijzonder

Beide soorten hebben met als ratelaar en moeraskartelblad een geheim wapen: het zijn namelijk halfparasieten. Ze kunnen op eigen kracht groeien van zonlicht, maar met hun wortels tappen ze mineralen en grondstoffen af van andere soorten. In dit geval grassen en zeggen. Dat doen ze niet zo extreem als moeraskartelblad en ratelaar, die een probaat middel zijn om woekerende biezen en gras of riet te onderdrukken. Rondom de ogentroostpopulaties is het gras niet merkbaar minder vitaal. De Latijnse naam van stijve ogentroost is Euphrasia. Een naam die velen wel kennen van oogdruppels. Aftreksels van deze plant worden al lang gebruikt als middel tegen allerlei oogkwalen.

Waar

Stijve ogentroost is net als parnassia een soort van vochtige duinvalleien; rode ogentroost prefereert drogere groeiplekken. Beide soorten staan graag in de volle zon op niet te rijke grond die kalkhoudend is.

 plantenParnassia13 jul 2014juli

Parnassia, 13 jul 2014

parnassia Parnassia is een plantje waarvan de schoonheid al in de Griekse oudheid bezongen werd: z’n naam komt van de godenberg Parnassus, die syno­niem stond voor het mooiste en beste plekje om te leven.

Jammer dat veel van die mooie plantjes het in onze rationele tijd zo moeilijk hebben en bedreigd worden in hun voortbestaan. Dat geldt ook voor het duizendgulden kruid, de kievitsbloem en de wilde anjers. Maar daarom is het extra leuk dat een aantal van onze natuur­ontwikkelings­projecten zo’n succes zijn dat dit soort planten er weer een nieuwe groeiplek bij krijgen.

De meeste parnassia in Nederland vind je in vochtige duinvalleien. Vroeger kwam dit plantje ook in het binnenland voor op vochtige voedselarme plekken. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 5 jaar geleden met

het Recreatieschap Spaarnwoude gecreëerd in het Groene Carré Zuid en deze week trof ik daar tot mijn blijdschap honderden parnassia planten aan.

Duizendguldenkruid, moeraswespen- en rietorchissen, bitterkruid en stijve en rode ogentroost, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevonden.

Bijzonder

Parnassia is een plantje met een bladrozet en fijne witte geaderde bloemen. Het bloeit van juni tot september. Bij elke van de 5 bloembladen staat een meeldraad. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan deze meeldraden die na elkaar openklappen. Pas als alle meeldradenrijp zijn wordt de stamper geactiveerd.

Parnassia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makkelijk met de wind verspreid wordt. In theorie kan er zaad van de Strandvlakte bij IJmuiden naar onze orchideeënweide gewaaid zijn.
Parnassia staat in de zwaarste categorie van beschermde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aantal is afgenomen.

Waar

Parnassia houdt van open tot grazige, vochtige tot natte, voedselarme, zwak zure tot meestal kalkrijke, onbemeste grond (zand, leem, mergel, laagveen en stenige plaatsen). Het komt over het hele Noordelijke halfrond voor.

 plantenStijf hardgras3 jul 2014juli

Stijf hardgras, 3 jul 2014

Dat buiten goed opletten altijd wat leuks oplevert, heeft de regelmatige lezer van deze column al kunnen ontdekken.
Een leuke ontdekking hoeft er niet altijd spectaculair uit te zien. Soms zit het bijzondere van een waarneming juist in kleine details.
Nu de zomer is ingetreden, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afrijpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine grasjes, die door hun sierlijkheid (bv klein trilgras) bijzonder zijn of omdat ze een indicatorplant zijn voor een bijzondere omstandigheid, zoals kamgras of klein timothee gras (deze groeien alleen op in de Haarlemmermeer zeldzame voedselarme omstandigheden).

stijf hardgras


Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen

is zo zeldzaam als het grasje waar een half schoolplein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bijzonder

Stijf hardgras komt vrij veel in De Heimanshof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal verdrongen door hoge grassen, die goed groeien op onze voedselrijke grond. Daarom heeft stijf hardgras zich gespecialiseerd in het leven op onherbergzame plaatsen: op plaatsen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen stenen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plantje van kalkrijke grond.
In heel Nederland wordt het slechts gemeld uit een paar tientallen kilometertelhokken. En daarom staat het op de rode lijst als beschermde soort die weliswaar niet snel aan het uitsterven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan helemaal niet tegen mestgift en bestrijdingsmiddelen. Een schoolplein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hardgras is een eenjarig gras van droge stenige kalkrijke omstandigheden. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geïsoleerde plekken in Australië en Amerika. Daar is het waarschijnlijk door mensen geïntroduceerd.

In Nederland  komt het in de duinstreek en in Limburg van nature voor.  In de Haarlemmermeer is het aan te treffen in De Heimanshof en op het schoolplein van basisschool De Tovercirkel.

 kleine dierenBoommarter19 jun 2014juni

Boommarter, 19 jun 2014

boommarter

Vorig jaar was het fauna-​lievende deel van Hoofd­dorp in rep en roer omdat er langs de IJweg mogelijk een boom­marter was ges­ig­naleerd.

En daar bleef het niet bij.  Deze en/​of andere marters zoals de bun­z­ing bleven een tijd lang actief op aller­lei plaat­sen in Hoofd­dorp. En actief wil zeggen dat er koni­j­nen en kip­pen slachtof­fer wer­den. Ook in mijn eigen tuin langs de Geniedijk werd een bun­z­ing waargenomen.
De bun­z­ing leeft zeer ver­bor­gen, maar komt op aller­lei plekken in de Haar­lem­mer­meer voor. Per jaar vind ik er zelf wel 3 — 4 dood gere­den langs de weg.

De boom­marter is andere koek. Die is razend zeldzaam, maar komt bij de duinen bij Haar­lem wel voor. Omdat er wel een foto gemaakt zou zijn, maar deze niet boven water kwam, bli­jft het voorkomen van de boom­marter

in 2013 nog steeds een mys­terie.
Drie weken gele­den kreeg ik weer een meld­ing van een boom­marter. Een­tje die hele­maal niet schuw was (net als in 2013) en zich rustig op de Geniedijk bij de IJweg liet bek­ijken. Helaas is er weer geen foto gemaakt , maar de beschri­jv­ing uit de eerste hand was zeer over­tu­igend.
Een foto is wel handig, want bij het natrekken van deze waarne­m­ing kreeg ik geen beves­tig­ing maar wel de meld­ing van een steen­marter uit Rijsen­hout. En daar­van was wél een foto gemaakt, die een vrouwtje bun­z­ing bleek. Helaas voor deze bun­z­ing is zij naar het oosten van het land gebracht, vanuit het idee dat een steen­marter daar thuis hoort en wellicht met een vracht­wa­gen was meegelift.

Bij­zon­der

Vroeger kwam de boom­marter in Ned­er­land voor. Hij leeft van eekhoorns, muizen, kikkers, eieren en fruit. Door genade­loze ver­vol­ging was hij bijna uit­geroeid. Met zijn fraaie pluim­staart en scherpe nagels is hij zeer behendig in bomen (foto).

Waar

De boom­marter komt voor in een groot deel van Eurazië. Zijn natu­urlijke biotoop is gemengd loof– en naald­bos zoals vooral in het oosten en zuiden van Ned­er­land. Tegen­wo­ordig met aller­lei bescher­mings­maa­trege­len en ecol­o­gis­che verbind­ing­zones neemt hij ook weer toe in de duinen en Flevoland.

 plantenTongvaren6 jun 2014juni

Tongvaren, 6 jun 2014

tongvarenHet grootste deel van Nederland bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voedselarm of vochtig kunnen zijn. Dat komt omdat we een deltagebied zijn. Wereldwijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem.

Veel gewoner zijn stenige terreinen. Soorten die bij kalkrijk en/of stenig terrein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daarbij horende planten en diersoorten ook en daarom beschermd.

Daarom is het leuk dat er op het kruispunt bij de brandweerkazerne Hoofddorp een rotsterrein kunstmatig is aangelegd. Omdat we het bijzondere karakter van dit terrein van 0.7 ha inzagen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEERGroen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomopschot en de kruidenlaag

terug te dringen (en plastic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typische planten en dieren die zich op een dergelijk terrein thuis voelen.

Deze week bleek dat het begint te werken: er komen vetplanten, brede wespenorchissen en we vonden zelfs de eerste tongvaren. We hopen dat deze soorten zich gestaag uitbreiden en dat er vroeg of laat ook hagedissen en andere reptielen en amfibieën verschijnen. Vooral met de eerste tongvarens zijn we blij.

Bijzonder

Tongvarens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-, gracht- en kademuren, maar ook op basaltglooiingen, op tuinmuren en in putten. In het stedelijk gebied - met zijn milde stadsklimaat - vindt tongvaren de nodige beschutting. Dankzij een lange reeks gematigde winters heeft de plant zich voornamelijk in West-Nederland gestaag kunnen uitbreiden. Als stikstofminnende plant profiteert hij daarnaast van de vermesting van het milieu.

Waar

In de Haarlemmermeer kennen we de tongvaren alleen van De Heimanshof, waar hij massaal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als decoratieplant in tuinen. De tongvarens op het rotsterrein langs de busbaan bij de brandweer Hoofddorp zijn de eerste zelfstandig gevestigde exemplaren die we kennen.

 vogelsKoekoek29 mei 2014mei

Koekoek, 29 mei 2014

koekoek

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom aan vogelgeluiden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken geleden zijn ze weer in onze polder verschenen. Ik hoorde er een 3-tal inmiddels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boomvalk een van de laatste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broeden. Onze koekoeken hebben de winter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bijzonder

De koekoek neemt elk jaar af in aantal om de volgende redenen:

  1. - hij heeft afwisselende en overzichtelijke landschappen nodig met uitzichtbomen. Wij als mensen maken die landschappen steeds monotoner.
  2. - Ook verdwijnen

veel waardvogels (zie later) en zijn voornaamste voedsel bron: grote rupsen en insecten worden steeds schaarser door de menselijke smetvrees en netheidsidealen. Zoals bekend legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tiental kleine zangvogels: vooral heggenmussen en rietzangers. Van 45 soorten is broedsucces bekend, want 10- 30% van de zangvogelouders verlaat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoekmoeder kan haar cloaca als een buis uitstulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het mannetje daarbij de ouders af. De koekoek legt wel 20-25 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  • - Deels komt dit ook door de klimaatverandering, waardoor de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broedseizoen van de waardvogels. Het koekoeksjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jongen om ze succesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen verschil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere specialisatie op een soort waardvogel meegegeven inclusief een bijpassende eikleur.

  • Waar

    De broedstand van de koekoek in Nederland ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open landschappen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haarlemmermeerse bos en ook net buiten de polder in park Meermond (Heemstede) en de eilandjes bij Aalsmeer.

     plantenGewone duivenkervel11 mei 2014mei

    Gewone duivenkervel, 11 mei 2014

    duivenkervel

    Het leuke van de natuur is, dat je op de gekste momenten en de gekste plaatsen bijzondere ontmoetingen en ervaringen op kunt doen. Het enige wat vereist is, om ogen, oren en soms ook neus alert te houden.
    Zo zag ik gisteren de eerste gierzwaluw terug uit centraal Afrika, eergisteren het eerste sterntje uit Zuid-Afrika en de dag ervoor hoorde ik op eenzelfde dag de eerste nachtegaal, braamsluiper en tuinfluiter zingen. Zo leef je elke dag in een blijde verwachting van altijd weer nieuwe verrassingen.

    Aan tegen elkaar indraaiende verkeerslichtschema´s heb ik een broertje dood. Als ik ooit besluit uit Nederland weg te gaan is een van de hoofdredenen mijn ergernis over de tijd en energie die daarmee verspild wordt. Maar toen ik vandaag sacherijnig

    bij de nieuwe aansluiting van de A4 en de N196 (naast de busbaan bij De Hoek) gestuit werd door een licht dat op rood sprong, was dat gevoel op slag weg. Pal naast het verkeerslicht stond een prachtige, roze bloeiende plant te bloeien. Deze Gewone Duivenkervel was vroeger misschien gewoon, maar tegenwoordig zie je hem niet meer zo vaak. De naam is ook een beetje intrigerend, komt het van duiven of duivels?

    Bijzonder

    Het delicate plantje is geen familie van kervel, maar van helmbloemen. De bloem heeft een honingspoor met veel nectar. De Latijnse naam Fumaris geeft de oude naam: Aardrook, weer. Het fijn vertakte plantje geeft namelijk de indruk als rook uit de aarde op te stijgen (zie foto). Het is ook geneeskrachtig en mag als 2e naam daarom ´officinalis´ dragen. Het sap van de plant werkt tegen eczeem, zou eetlustopwekkend zijn en laxerend. Het rode melksap werd vroeger ook als rouge op de wangen gesmeerd.

    Waar

    Duivenkervel is een van de pioniersoorten , die net als klaproos en koolzaad het liefst of omgewoelde aarde (akkers) groeit op voedselarme grond. Het staat hier en daar op een akker, in De Heimanshof natuurlijk en bij de afrit van de A4 bij de Hoek en bloeit nog tot september.

     plantenGrote Keverorchis24 apr 2014april

    Grote Keverorchis, 24 apr 2014

    grote keverorchisVeel mensen die ik vertel over de 70 in Nederland en de 14 in de Haarlemmermeer voorkomende soorten orchideeënsoorten zijn verbaasd. Ze kennen vaak alleen de gekweekte tropische soorten. Bij de megabloemen van die soorten vallen de meeste van onze orchideeën enigszins in het niet. Maar ze zijn zeker even interessant door hun symbiose met schimmels en de bijzondere bestuivingsprocessen. Een van de minst spectaculaire inheemse orchideeënsoorten is de Grote Keverorchis, die in mei bloeit met groene bloemen. De aanleiding voor deze column was een ontdekking deze week, toen we aan het werk waren in het Hoofddorpse Wandelbos. Dat die soort daar voorkomt is bekend. Tien jaar geleden waren er zelfs wel eens 300 exemplaren. Maar

    mede door het onderhoud van het bos met zware machines is de stand achteruit gegaan: vorig jaar vonden we maar 30 stuks. Daarom zijn we vanuit MEERGroen het bos met de hand gaan beheren. Bij het opknappen van de ondergroei kwamen wel 120 stuks te voorschijn, waarvan 80 op nieuwe plekken; ecologisch beheer loont?

    Bijzonder

    Orchideeën zijn de meest gespecialiseerde planten in het plantenrijk. Ze hebben vernuftige bestuivingsmechanismen ontwikkeld. Bv het aanmaken van lokstoffen (feromonen) van allerlei soorten insecten. Daarom heb je keverorchissen, wespenorchissen en bijenorchissen! De Grote keverorchissen trekt met zijn geuren vooral sluipwespen en kevers aan, die eindeloos over de bloemen heen en weer blijven lopen. En daarbij bevruchten ze alle bloemen. Als een bloem bevrucht is, buigt een bloemslip over de stamper om zelfbestuiving verder tegen te gaan. Deze orchis is wettelijk beschermd, maar niet meer bedreigd.

    Waar

    Een Grote Keverorchis houdt van vochtige tot droge loofbossen, liefst met wat kalk. In de Haarlemmermeer zijn nu 3 groeiplaatsen bekend: vanouds in het Wandelbos Hoofddorp (> 120) , in de Heimanshof (20 jaar lang 1 heel mooie en sinds 2013 7 stuks) en het Haarlemmermeerse Bos (ca 30- 50).

     vogelsZwartkop6 apr 2014april

    Zwartkop, 6 apr 2014

    zwartkopIn april barst het voorjaar altijd los. Behalve met de hoge temperaturen dit jaar kun je elk jaar het voorjaar intens beleven door de ontwikkelingen in de natuur nauwlettend te volgen: dan word je in deze tijd van het jaar elke dag weer verrast door nieuwe planten die in bloei komen, insecten die uit hun winterslaap verschijnen of vogels die opeens na 6-9 maanden afwezigheid weer volop in elke tuin zingen. Het bijhouden van deze veranderingen heet met een duur woord: fenologie. Behalve dat je dan elke dag blij verrast wordt (en je veel over de natuur leert) is er de mogelijkheid om dat jaren achter elkaar te doen. Dan leer je bijvoorbeeld wanneer een soort gaat verschijnen en ga je patronen zien die samenhangen met mooi, nat, koud weer en de klimaatverandering. Om je daarbij te helpen

    hebben we bij De Heimanshof fenologie boekjes samengesteld, waarin je die aantekeningen kan bij houden (zie www.deheimanshof.nl/jeugd/struinkids/kids-downloads). Zo ontdek je dat elk jaar rond 21 maart de tjiftjaf verschijnt en in de 1e week van april de zwartkop.

    Bijzonder

    De zwartkop is een van de goed nieuwsverhalen in de natuur. Het is een klein zangvogeltje dat zingt als een merel die op dubbele snelheid wordt afgedraaid. Hij heet zwartkop, maar alleen het volwassen mannetje heeft een zwart petje. Jonge dieren en vrouwtjes hebben een bruin petje. De zwartkop is in 20 jaar tijd bijna 2x zo algemeen geworden en zit bijna in elke tuin waar wat bomen staan: in heel Nederland inmiddels meer dan 200.000 broedparen. De zwartkop is een trekvogel. Hij broedt hier en overwintert in Zuid-Europa, Marokko en Algerije. De laatste jaren heeft deze soort ook Ierland als overwintergebied ontdekt. De zwartkop is in principe een insecteneter, maar eentje die ook zaden en vruchten eet: een alleseter dus. Dat zal zeker hebben bijgedragen aan zijn opkomst in stedelijk gebied.

    Waar

    De zwartkop is een algemene broedvogel, vooral in parken en bossen met dicht kreupelhout.