bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 8 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenVliegen­zwam16 nov 2014november

Vliegen­zwam, 16 nov 2014

 vliegenzwamcruquius

In de vorige col­umn noemde ik, dat ik nog nooit een vliegen­zwam in de polder had gevon­den.

Daar kwa­men 2 reac­ties op: een uit Cruquius bij een eik (zie foto) van Janet Bakker, die altijd goed oplet en vaker waarne­min­gen doorgeeft en een uit Toolen­burg, Hoofd­dorp over een die sinds 2 jaar bij een berk verschijnt.

Bij­zon­der

De vliegen­zwam is een tot de ver­beeld­ing sprek­ende soort, waar omheen tal­loze feiten en sagen bestaan:

De hoed van de vliegen­zwam was een essen­tieel bestand­deel van hek­sen­brouwsels.

De ker­st­man met zijn rood met witte kledij zou het sym­bool zijn van iemand, die door een vliegen­zwammen­roes denkt te kun­nen vliegen in door rendieren getrokken arrenslee.

Het in melk of suik­er­wa­ter gedrenkte rode vlies van de hoed van de vliegen­zwam was ooit als vliegen­verdel­gingsmid­del pop­u­lair.

Lin­naeus gaf de vliegen­zwam de lati­jnse soort­naam Amanita

mus­caria (mus­caria= vlieg). 200 jaar later werd uit de vliegen­zwam het insec­ti­cide iboteninezuur geï­soleerd. Dit zuur wordt door droging omgezet in de stof mus­ci­mol, die ver­ant­wo­ordelijk is voor hal­lu­ci­naties.

Het gebruik van de vliegen­zwam was aan de elite van sja­ma­nen en orakels voor­be­houden zodat zij hun para­nor­male gaven kon­den ver­sterken en als enige in con­tact met de goden kon­den tre­den. Als er onvol­doende pad­den­stoe­len voorhan­den waren, werd de urine van de bevoor­rechten, die in ruime mate de drogerende rest­stof­fen bevatte, door de min­der bedeelden gedronken. De vreemde Engelse uit­drukking „get­ting pissed” voor in een alco­hol­roes raken, zou hier­mee te maken hebben.

De hoed van de vliegen­zwam bevat kleine hoeveel­he­den mus­carine dat pas in veel grotere hoeveel­he­den dodelijk giftig is. Vergiftigin­gen met fatale afloop komen dan ook weinig voor.

Waar

De vliegen­zwam is een van de pad­den­stoe­len­soorten die samen­leven met bomen. Ze vor­men samen een zoge­naamd myc­or­rhyza: een samen­stel van zwamdraden en boom­wor­tels waar­tussen suik­ers vanuit de boom en min­eralen vanuit de schim­mel wor­den uit­gewis­seld tot bei­der voordeel.

De voorkeur­swaard­plant van de vliegen­zwam is de berk, maar ook bij andere bomen waaron­der eik, beuk en den komt hij voor.

 paddenstoelenOran­jerode Stropharia1 nov 2014november

Oran­jerode Stropharia, 1 nov 2014

 oranjerodestropharia1

We zit­ten inmid­dels in de herfst en dan wor­den de kleuren in de natuur meestal donker­bruin of zwart, zeker op de grond. Maar in al die donkere tin­ten duiken er af en toe opval­lend vrolijke kleuren op.

Dat zijn niet alleen de bladeren van som­mige bomen, maar voor de goede obser­va­tor ook vaak pad­den­stoe­len. Jam­mer genoeg heb ik nog nooit de rood met witte stip­pen vliegen zwam gevon­den in onze polder, maar ook de sinas­ap­pelschilzwam (helder oranje), de rode koolzwam (helder paars), de zwavelzwam (helder geel) en de porse­leinzwam (helder wit) mogen er zijn en die groeien hier wel.

In De Heiman­shof ontwikkelde zich recen­telijk tien­tallen helder oranje pad­den­stoe­len op hout­snip­pers. In geen enkele pad­destoe­lengids (en we hebben er heel veel) kon­den we deze soort vin­den. Tot­dat er een

pad­destoe­len­ex­pert te hulp schoot. Het bleek te gaan om de oran­jerode stropharia. En inder­daad dat is geen algemene soort. Slechts hier en daar wordt deze soort aangetroffen.

Bij­zon­der

Inter­es­sant aan deze soort is, dat het een van de pad­den­stoe­len is die een hal­lu­cinerende stof bevat. Dus dit is zeker een van de soorten waarmee je niet moet exper­i­menteren. Voor geluk­szoek­ers: het heeft zo lang gedu­urd om de naam van deze soort te vin­den, dat de pad­den­stoe­len inmid­dels gro­ten­deels ver­teerd zijn van ouderdom.

Waar

De oran­jerode stropharia is pas vrij recent let­ter­lijk over komen waaien (met zijn super­lichte en kleine sporen). De soort komt oor­spronke­lijk namelijk uit Aus­tralië. Later is deze soort in Amerika opge­do­ken en sinds de vijftiger jaren ook in Europa. Daar is hij nu plaat­selijk wat algemener, maar een goede Ned­er­landse naam is er nog niet. De soort groeit in de herfst op vert­erende hout­snip­pers. Dat geeft aan dat het een zoge­naamde onschuldige sapro­fytis­che soort is, die dood mate­ri­aal ver­teert. Er bestaan ook sym­bi­o­tis­che soorten die een wed­erz­i­jds voordelige relatie met vooral bomen aan­gaan en par­a­sitaire soorten die lev­ende bomen de das om doen.

 vissenKleine mod­derkruiper18 okt 2014oktober

Kleine mod­derkruiper, 18 okt 2014

 kleine-modderkruiper

Door het maken van de onder­wa­ter ont­dek­w­ereld op De Heiman­shof bestaande uit ca 20 aquaria met daarin zoveel mogelijk van de onder­wa­ter­soorten die in de Haar­lem­mer­meer voorkomen, ben ik steeds meer gefasci­neerd door de bij­zon­der­he­den, die er in die mod­derige en donkere wereld zijn aan te tre­f­fen. We kun­nen inmid­dels ruim 40 soorten tonen en dat is nog lang niet alles.

Een van de mooiste vis­sensoorten in onze polder, is de kleine mod­derkruiper. Het is een visje van slechts 8 - 14 cm, dat op en in de bodem leeft. Naast de kleine mod­derkruiper die behoor­lijk alge­meen is in onze wateren bestaat er ook een grote mod­derkruiper, waar­van het onzeker is of die ook hier voorkomt. Kleine mod­derkruipers zijn met name in de schemer­ing en ’s nachts actief, overdag rusten ze ver­sc­holen tussen de veg­e­tatie of inge­graven in de bodem met enkel hun kop eruit stek­end.

Ze voe­den zich door mod­der op te hap­pen en daaruit eet­bare deelt­jes te fil­teren. Het dieet bestaat uit water­vlooien, kleine diert­jes, algen en dood organ­isch mate­ri­aal.

Bij­zon­der

De kleine mod­derkruiper is een zeer bewegelijk wor­mvormig visje ‚met een mooie teken­ing: een rij zwarte vlekken op zijn flanken. Hij kan zowel in stromend zuurstofrijk als stil­stand water voorkomen. Als het water erg zuursto­farm wordt, heeft de kleine mod­derkruiper een bij­zon­dere oploss­ing: hij kan dan lucht hap­pen aan de opper­vlakte en zuurstof opne­men via zijn darmkanaal.

Waar

De soort heeft een voorkeur voor stil­staand tot langzaam stromende ondiepe wateren met een rijke planten­be­groei­ing en een zandige of met dunne sli­blaag bedekte bodem. Kleine mod­derkruipers komen in vri­jwel heel Ned­er­land voor in sloten, vaarten, kanalen, riv­iert­jes, beken, plassen en meren. De kleine mod­derkruiper heeft een ver­sprei­d­ings­ge­bied in Europa boven de Alpen tot aan de Oeral. In een groot deel van dit gebied is de soort zeldzaam, maar niet in Ned­er­land. Maar om die reden staat de kleine mod­derkruiper wel op de lijst van bedreigde Europese soorten.

 plantenHarig Knop­kruid5 okt 2014oktober

Harig Knop­kruid, 5 okt 2014

 harigknopkruid

Naast natu­uron­twik­kel­ing doen we bij De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen ook veel aan biol­o­gisch tuinieren.

Een belan­grijke les bij de groen­te­teelt is ‘dat onkruid niet bestaat’.

Biol­o­gis­che groen­te­teelt leer je nl om respect voor voed­sel te kri­j­gen. En bij dat respect hoort niet alleen dat je alles wat een gram­metje wil mee snoepen, doo­d­spuit, maar ook het inzicht dat alle planten waarde hebben op een op andere wijze.

Onkruid betekent nl dat een plant niets waard is en is per defin­i­tie dus een onterechte naam. Maar ook bij ons wordt flink gewied. Daarom spreken we liever over ongewen­ste kruiden.

Een van de meest ongewen­ste kruiden in onze tuin is harig knop­kruid, afkom­stig uit Zuid-?Amerika. Maar laat deze plant (net als brand­ne­tel en zeven­blad) nu ook bij­zon­dere eigen­schap­pen te hebben!

Bij­zon­der

In

omge­woelde aarde is knop­kruid één van de eerste planten die ontkiemt en ook snel voor nakomelin­gen zorgt. De bloeitijd is van juni tot okto­ber.

Het zaad bli­jft 10 jaar lang kiemkrachtig en wordt op veel manieren ver­vo­erd: door land­bouwvo­er­tu­igen, schoen­zolen, kled­ing en dieren­vachten. De plant is een bij­zon­der waarde­vol voed­ingsmid­del. Het heeft het hoog­ste ijz­erge­halte van alle eet­bare wilde planten en heeft een bloed­stol­lende en ontstek­ingsrem­mende werk­ing.

De bloe­men kun je overal in ver­w­erken. Maar ook de bladeren en sten­gels zijn eet­baar in een stamp­pot of om soep een bij­zon­dere smaak te geven. Je kunt harig knop­kruid ook eten als spinazie: kort roer­bakken wat knoflook toevoegen.

Waar

Knop­kruid past zich makke­lijk aan nieuwe omstandighe­den aan. Het groeit in de tropen en in het tro­pisch regen­woud, maar kan ook een land­kli­maat met win­ters van -10 ºC over­leven.

In het begin van de 19de eeuw werd het door de laarzen van sol­daten en hoeven van paar­den van Napoleon door heel Europa ver­spreid. Voor die tijd was harig knop­kruid in Europa alleen te vin­den in de botanis­che tuin van Par­ijs. En nu overal.

 paddenstoelenBlote Bil­len­zwam7 sep 2014september

Blote Bil­len­zwam, 7 sep 2014

 blotebillenzwam

Op al 20 jaar dode wilgen­stam­men in De Heiman­shof ver­sch­enen afgelopen tijd intrigerende fel­roze bol­let­jes van een 0,5 — 1 cm groot. Het gebeurde bij de omslag van het zeer natte augus­tusweer naar het wat zon­niger sep­tem­ber­weer.

Dit soort bol­let­jes bestaan er in aller­lei soorten, maten en kleuren. Ze zijn een ver­schi­jn­ingsvorm van een van de ca 500 bek­ende sli­jmzwammen­soorten. Sli­jmzwammen leven vrij als amoeben in rot hout en jagen daar op bac­ter­iën en schim­mels. Door het natte weer hebben ze zich mas­saal ver­menigvuldigd. Bij droger weer kri­j­gen ze het benauwd en trekken ze naar elkaar toe om sporen te vor­men.

Deze roze soort heeft 2 namen: bloed­weizwam, maar makke­lijker in het geheugen ligt de naam blote bil­len­zwam. Over een paar dagen kan waargenomen wor­den dat deze sli­jmzwammen zich ver­plaat­sen.

De zachte smeuïge samen­stelling, de felle kleren en de ver­plaatsin­gen

hebben bijge­dra­gen aan mythevorm­ing rond sli­jmzwammen. Een aan­tal hebben dan ook veelzeggende namen zoals hek­sen­boter.

Bij­zon­der

Sli­jmzwammen zijn uiterst bij­zon­dere crea­turen: Naast het planten­rijk, het dieren­rijk en het bac­terier­ijk vor­men zij een eigen uiterst onbek­end koninkrijk.

Dat ze een apart rijk vor­men komt door de aggre­gatie fase: de loslevende amoeben kruipen samen in de vorm van een zoge­naamd plas­mod­ium. De waargenomen roze bol­let­jes zijn deze plas­modia. In die plas­modia speelt zich een ver­schi­jnsel af dat ner­gens anders bij lev­ende wezens bek­end is: alle cel­wan­den van de samengekropen amoeben lossen op en de celk­er­nen ervan gaan zich gedra­gen als zelf­s­tandige wezens.

In een com­plex pro­ces vor­men deze de sporen die na het open­breken van de ver­droogde wand ver­waaien en weer uit­groeien tot een nieuwe gen­er­atie amoeben. Vroeger waren sli­jmzwammen zo alge­meen dat soorten die fel geel of roze of rood waren, verza­meld wer­den om als kleurstof in ver­ven gebruikt te wor­den.

Waar

Blote billen zwammen zijn alge­meen en komen wereld­wijd voor. In De Heiman­shof zijn ze nog te vinden.

 vogelsOnder water ont­dek­w­ereld12 aug 2014augustus

Onder water ont­dek­w­ereld, 12 aug 2014

onderwatersnoek

Alle activiteiten van De Heiman­shof en Sticht­ing MEER­Groen hebben tot doel om de waarde van de natuur onder de aan­dacht te bren­gen. De heem­tuin laat de planten en de bijbe­horende insecten zien, we leggen wan­del­routes aan om natuur – en cul­tu­urhis­torische par­elt­jes toe­ganke­lijk te maken en we beheren inmid­dels zo’n 130 ha open­baar groen waar­door (zeldzame) planten en dieren meer lev­en­sruimte hebben.

Een onderdeel van de natuur die nog niet zoveel aan­dacht heeft gekre­gen is de onder­wa­ter­w­ereld. Alles wat onder water zit, leeft ver­bor­gen en buiten onze aan­dacht. Dat vis­sen niet (hoor­baar) schree­uwen als ze met een haak in hun bek uit het water wor­den getrokken, helpt ook niet echt om aaibaar of aan­doen­lijk gevon­den te wor­den. Het gros van de mensen bek­ijkt de natuur en ook vis­sen vanuit het per­spec­tief van of het eet­baar of eng is.

Wij

vin­den dat alle planten en dieren net zo veel recht op een plaats onder zon hebben als de mens. Alle soorten die er nu leven hebben net als wij mensen ca 3 mil­jard jaar evo­lu­tie achter de rug.

Bij­zon­der

Om die rede­nen hebben we in De Heiman­shof een onder­wa­teront­dek­w­ereld gebouwd. Daar kun­nen bezoek­ers ongeveer alle soorten die er in de Haar­lem­meer­meer onder water leven van dicht­bij bek­ijken. Inmid­dels zijn dat een 30 tal zoet­wa­ter vis­sen, 4 soorten mos­sels, krabben, kreeften, amfi­bieën, kev­ers en tal­loze soorten kleine onder­wa­ter beestjes. Het doel van onze onder­wa­teront­dek­w­ereld ( ca 20 aquaria) is meer ken­nis en affiniteit en daarmee respect te creëren. Als je oog in oog met een zeelt, een school baarzen, een snoek, een geel­gerande of spin­nende waterkever staat zie je er ook de schoonheid van.

Waar

De onder­wa­teront­dek­w­ereld is het afgelopen jaar opge­bouwd in de kas van de Heiman­shof. Rondlei­din­gen zijn mogelijk op ver­zoek. De tuin is dagelijks geopend door de week en van1 5 april tot 1 okto­ber ook op zater­dag– en zondag­mid­dag. Op 23 en 24 augus­tus is het 3e fes­ti­val week­end van dit jaar met per­ma­nent rondlei­din­gen. Meer infor­matie over dit fes­ti­val week­end kunt u vin­den op www.deheimanshof.nl

 plantenOgentroost28 jul 2014juli

Ogentroost, 28 jul 2014

Op deze plaats hebben we het de afgelopen tijd al een aantal keren gehad over de bijzondere flora en bijbehorende fauna die zich de afgelopen vier jaar heeft ontwikkeld rond de amfibieënpoel in het Groene Carré Zuid, net ten oosten van de Hoofdvaart.

ogentroostVeertien dagen geleden kon ik een explosie melden van parnassia en eerder het bitterkruid, moeras­wespen­orchis en de rietorchis. Afgelopen week vonden we bij een rondgang weer een hele reeks bijzondere soorten, zoals kruipend stalkruid, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen, brede wespenorchis en naast het gewone duizendguldenkruid ook het fraai duizendguldenkruid. Verder vlogen er vlinders waaronder jacobsvlinder, dikkopjes, hooibeestje, Icarusblauwtjes,

bruinblauwtje, bruinzandoogje.

In tegenstelling tot de journalist van het Haarlems Dagblad die dit terrein ‘een geschikte plek vond om honden uit te laten razen’ nodig ik u liever uit om respectvol kennis te nemen van hoe mooi de natuur in de Haarlemmermeer kan zijn. Deze week wil ik u met 2 beeldbepalende soorten van dit moment laten kennismaken: stijve ogentroost (foto) en rode ogentroost.

Bijzonder

Beide soorten hebben met als ratelaar en moeraskartelblad een geheim wapen: het zijn namelijk halfparasieten. Ze kunnen op eigen kracht groeien van zonlicht, maar met hun wortels tappen ze mineralen en grondstoffen af van andere soorten. In dit geval grassen en zeggen. Dat doen ze niet zo extreem als moeraskartelblad en ratelaar, die een probaat middel zijn om woekerende biezen en gras of riet te onderdrukken. Rondom de ogentroostpopulaties is het gras niet merkbaar minder vitaal. De Latijnse naam van stijve ogentroost is Euphrasia. Een naam die velen wel kennen van oogdruppels. Aftreksels van deze plant worden al lang gebruikt als middel tegen allerlei oogkwalen.

Waar

Stijve ogentroost is net als parnassia een soort van vochtige duinvalleien; rode ogentroost prefereert drogere groeiplekken. Beide soorten staan graag in de volle zon op niet te rijke grond die kalkhoudend is.

 plantenParnassia13 jul 2014juli

Parnassia, 13 jul 2014

parnassia Parnassia is een plantje waarvan de schoonheid al in de Griekse oudheid bezongen werd: z’n naam komt van de godenberg Parnassus, die syno­niem stond voor het mooiste en beste plekje om te leven.

Jammer dat veel van die mooie plantjes het in onze rationele tijd zo moeilijk hebben en bedreigd worden in hun voortbestaan. Dat geldt ook voor het duizendgulden kruid, de kievitsbloem en de wilde anjers. Maar daarom is het extra leuk dat een aantal van onze natuur­ontwikkelings­projecten zo’n succes zijn dat dit soort planten er weer een nieuwe groeiplek bij krijgen.

De meeste parnassia in Nederland vind je in vochtige duinvalleien. Vroeger kwam dit plantje ook in het binnenland voor op vochtige voedselarme plekken. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 5 jaar geleden met

het Recreatieschap Spaarnwoude gecreëerd in het Groene Carré Zuid en deze week trof ik daar tot mijn blijdschap honderden parnassia planten aan.

Duizendguldenkruid, moeraswespen- en rietorchissen, bitterkruid en stijve en rode ogentroost, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevonden.

Bijzonder

Parnassia is een plantje met een bladrozet en fijne witte geaderde bloemen. Het bloeit van juni tot september. Bij elke van de 5 bloembladen staat een meeldraad. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan deze meeldraden die na elkaar openklappen. Pas als alle meeldradenrijp zijn wordt de stamper geactiveerd.

Parnassia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makkelijk met de wind verspreid wordt. In theorie kan er zaad van de Strandvlakte bij IJmuiden naar onze orchideeënweide gewaaid zijn.
Parnassia staat in de zwaarste categorie van beschermde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aantal is afgenomen.

Waar

Parnassia houdt van open tot grazige, vochtige tot natte, voedselarme, zwak zure tot meestal kalkrijke, onbemeste grond (zand, leem, mergel, laagveen en stenige plaatsen). Het komt over het hele Noordelijke halfrond voor.

 plantenStijf hardgras3 jul 2014juli

Stijf hardgras, 3 jul 2014

Dat buiten goed opletten altijd wat leuks oplevert, heeft de regelmatige lezer van deze column al kunnen ontdekken.
Een leuke ontdekking hoeft er niet altijd spectaculair uit te zien. Soms zit het bijzondere van een waarneming juist in kleine details.
Nu de zomer is ingetreden, vallen vooral de grote grassen op, die geel aan het afrijpen zijn. Maar er zijn ook hele kleine grasjes, die door hun sierlijkheid (bv klein trilgras) bijzonder zijn of omdat ze een indicatorplant zijn voor een bijzondere omstandigheid, zoals kamgras of klein timothee gras (deze groeien alleen op in de Haarlemmermeer zeldzame voedselarme omstandigheden).

stijf hardgras


Alle drie deze grassen zijn zeldzaam, maar geen van hen

is zo zeldzaam als het grasje waar een half schoolplein mee vol bleek te staan: stijf hardgras.

Bijzonder

Stijf hardgras komt vrij veel in De Heimanshof voor. Het is meestal maar 10 cm en soms 20 cm hoog. Om die reden wordt het overal verdrongen door hoge grassen, die goed groeien op onze voedselrijke grond. Daarom heeft stijf hardgras zich gespecialiseerd in het leven op onherbergzame plaatsen: op plaatsen waar het gloeiend heet wordt in kieren tussen stenen en waar veel gelopen wordt. Verder houdt het plantje van kalkrijke grond.
In heel Nederland wordt het slechts gemeld uit een paar tientallen kilometertelhokken. En daarom staat het op de rode lijst als beschermde soort die weliswaar niet snel aan het uitsterven is, maar toch zeer zeldzaam. En het kan helemaal niet tegen mestgift en bestrijdingsmiddelen. Een schoolplein vol ermee is dus een leuke opsteker.

Waar

Stijf hardgras is een eenjarig gras van droge stenige kalkrijke omstandigheden. Het komt vooral in Europa voor en op een paar geïsoleerde plekken in Australië en Amerika. Daar is het waarschijnlijk door mensen geïntroduceerd.

In Nederland  komt het in de duinstreek en in Limburg van nature voor.  In de Haarlemmermeer is het aan te treffen in De Heimanshof en op het schoolplein van basisschool De Tovercirkel.

 kleine dierenBoommarter19 jun 2014juni

Boommarter, 19 jun 2014

boommarter

Vorig jaar was het fauna-​lievende deel van Hoofd­dorp in rep en roer omdat er langs de IJweg mogelijk een boom­marter was ges­ig­naleerd.

En daar bleef het niet bij.  Deze en/​of andere marters zoals de bun­z­ing bleven een tijd lang actief op aller­lei plaat­sen in Hoofd­dorp. En actief wil zeggen dat er koni­j­nen en kip­pen slachtof­fer wer­den. Ook in mijn eigen tuin langs de Geniedijk werd een bun­z­ing waargenomen.
De bun­z­ing leeft zeer ver­bor­gen, maar komt op aller­lei plekken in de Haar­lem­mer­meer voor. Per jaar vind ik er zelf wel 3 — 4 dood gere­den langs de weg.

De boom­marter is andere koek. Die is razend zeldzaam, maar komt bij de duinen bij Haar­lem wel voor. Omdat er wel een foto gemaakt zou zijn, maar deze niet boven water kwam, bli­jft het voorkomen van de boom­marter

in 2013 nog steeds een mys­terie.
Drie weken gele­den kreeg ik weer een meld­ing van een boom­marter. Een­tje die hele­maal niet schuw was (net als in 2013) en zich rustig op de Geniedijk bij de IJweg liet bek­ijken. Helaas is er weer geen foto gemaakt , maar de beschri­jv­ing uit de eerste hand was zeer over­tu­igend.
Een foto is wel handig, want bij het natrekken van deze waarne­m­ing kreeg ik geen beves­tig­ing maar wel de meld­ing van een steen­marter uit Rijsen­hout. En daar­van was wél een foto gemaakt, die een vrouwtje bun­z­ing bleek. Helaas voor deze bun­z­ing is zij naar het oosten van het land gebracht, vanuit het idee dat een steen­marter daar thuis hoort en wellicht met een vracht­wa­gen was meegelift.

Bij­zon­der

Vroeger kwam de boom­marter in Ned­er­land voor. Hij leeft van eekhoorns, muizen, kikkers, eieren en fruit. Door genade­loze ver­vol­ging was hij bijna uit­geroeid. Met zijn fraaie pluim­staart en scherpe nagels is hij zeer behendig in bomen (foto).

Waar

De boom­marter komt voor in een groot deel van Eurazië. Zijn natu­urlijke biotoop is gemengd loof– en naald­bos zoals vooral in het oosten en zuiden van Ned­er­land. Tegen­wo­ordig met aller­lei bescher­mings­maa­trege­len en ecol­o­gis­che verbind­ing­zones neemt hij ook weer toe in de duinen en Flevoland.

 plantenTongvaren6 jun 2014juni

Tongvaren, 6 jun 2014

tongvarenHet grootste deel van Nederland bestaat uit klei, zand of veen, die al of niet voedselarm of vochtig kunnen zijn. Dat komt omdat we een deltagebied zijn. Wereldwijd gezien is dat een relatief zeldzaam soort bodem.

Veel gewoner zijn stenige terreinen. Soorten die bij kalkrijk en/of stenig terrein horen, zijn bij ons daarom zeldzaam en de daarbij horende planten en diersoorten ook en daarom beschermd.

Daarom is het leuk dat er op het kruispunt bij de brandweerkazerne Hoofddorp een rotsterrein kunstmatig is aangelegd. Omdat we het bijzondere karakter van dit terrein van 0.7 ha inzagen, hebben we gevraagd aan de gemeente of we dit als MEERGroen in beheer mochten nemen. 3 jaar lang proberen we al het boomopschot en de kruidenlaag

terug te dringen (en plastic en flessen op te ruimen) zodat er ruimte komt voor de typische planten en dieren die zich op een dergelijk terrein thuis voelen.

Deze week bleek dat het begint te werken: er komen vetplanten, brede wespenorchissen en we vonden zelfs de eerste tongvaren. We hopen dat deze soorten zich gestaag uitbreiden en dat er vroeg of laat ook hagedissen en andere reptielen en amfibieën verschijnen. Vooral met de eerste tongvarens zijn we blij.

Bijzonder

Tongvarens groeien op oude, beschaduwde, vochtige tot natte muren, zoals op sluis-, gracht- en kademuren, maar ook op basaltglooiingen, op tuinmuren en in putten. In het stedelijk gebied - met zijn milde stadsklimaat - vindt tongvaren de nodige beschutting. Dankzij een lange reeks gematigde winters heeft de plant zich voornamelijk in West-Nederland gestaag kunnen uitbreiden. Als stikstofminnende plant profiteert hij daarnaast van de vermesting van het milieu.

Waar

In de Haarlemmermeer kennen we de tongvaren alleen van De Heimanshof, waar hij massaal op kalkrijke en vochtige plekken groeit en als decoratieplant in tuinen. De tongvarens op het rotsterrein langs de busbaan bij de brandweer Hoofddorp zijn de eerste zelfstandig gevestigde exemplaren die we kennen.

 vogelsKoekoek29 mei 2014mei

Koekoek, 29 mei 2014

koekoek

De meeste mensen hebben geen idee van de rijkdom aan vogelgeluiden die er overal om ons heen te horen zijn, maar er is een soort die iedereen herkent: de koekoek.

Twee weken geleden zijn ze weer in onze polder verschenen. Ik hoorde er een 3-tal inmiddels. De koekoek is met de gierzwaluw en de boomvalk een van de laatste soorten die eind april uit het warme zuiden terugkomen om te broeden. Onze koekoeken hebben de winter door gebracht in de savannes van het oosten en zuiden van Afrika.

Bijzonder

De koekoek neemt elk jaar af in aantal om de volgende redenen:

  1. - hij heeft afwisselende en overzichtelijke landschappen nodig met uitzichtbomen. Wij als mensen maken die landschappen steeds monotoner.
  2. - Ook verdwijnen

veel waardvogels (zie later) en zijn voornaamste voedsel bron: grote rupsen en insecten worden steeds schaarser door de menselijke smetvrees en netheidsidealen. Zoals bekend legt de koekoek zijn eieren in nesten van een tiental kleine zangvogels: vooral heggenmussen en rietzangers. Van 45 soorten is broedsucces bekend, want 10- 30% van de zangvogelouders verlaat hun nest als er een koekoek uitkomt. De koekoekmoeder kan haar cloaca als een buis uitstulpen om een ei in een klein nestje te leggen. Vaak leidt het mannetje daarbij de ouders af. De koekoek legt wel 20-25 eieren en toch neemt de stand sterk af.
  • - Deels komt dit ook door de klimaatverandering, waardoor de aankomst van de koekoek niet meer goed past op het broedseizoen van de waardvogels. Het koekoeksjong moet namelijk eerder uit het ei komen dan de andere jongen om ze succesvol uit het nest te werken. Met een paar dagen verschil werkt dat niet meer. Van moeder op dochter wordt er een zekere specialisatie op een soort waardvogel meegegeven inclusief een bijpassende eikleur.

  • Waar

    De broedstand van de koekoek in Nederland ligt rond de 7000 paar. Geschikte half open landschappen vindt de koekoek nog in de Groene Weelde en het Haarlemmermeerse bos en ook net buiten de polder in park Meermond (Heemstede) en de eilandjes bij Aalsmeer.