bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Muizendoorn, 9 dec 2017

 muizendoorn

Ik hamer er maar weer eens op. Veel mensen denken dat het in december buiten koud en guur is en dat er niets meer bloeit en weinig interessants te zien is. Niets is minder waar als je maar weet waar je moet kijken. Het muizendoornstruikje is er een mooi voorbeeld van. Het is een bescheiden struikje tot max 1 m hoog dat in diepe schaduw kan groeien. En het bloeit nu massaal. En wel op een bijzondere manier. Maar liefst elk ‘blaadje ‘ draagt een bloem. Blaadje staat tussen aanhalingstekens want officieel is het geen blad, maar een ‘cladode’. Dat zijn platte takscheuten, waar de hele struik uit bestaat, en die allemaal eindigen op een scherpe punt. Het struikje is altijd groen. En niet alleen dat, de bloemen van vorig jaar dragen nu prachtige 1 cm grote knalrode bessen( foto). Deze bloempjes zijn alleen minuscuul en zitten op

de nerf van elke cladode.

Bijzonder

Muizendoorn zou wel eens een goede vervanger kunnen zijn voor de zeer populaire buxusstruik, die sinds vorig jaar massaal te lijden heeft van een combinatie van de oprukkende mediterrane buxusmot en een schimmel. En persoonlijk vind ik de muizendoorstruik nog mooier ook en hij is zeer onderhoudsvriendelijk. Daarnaast is de muizendoorn ook nog medicinaal toepasbaar. Vooral de wortelstokken die ook eetbaar zijn als asperges. De meest genoemde toepassingen betreffen bloedvat gerelateerde zaken zoals spataderen, oedemen, slecht genezende wonden, aderontstekingen, aambeiklachten en winterhanden. Een andere naam van muizendoorn is slagersbezem. De stugge stekelige takken werden namelijk veel in bezems gebruikt. En slagers maakten daar veel gebruik van omdat de geur muizen en ander knaagdieren bij drogende hammen en vlees weghielden.

Waar

Muizendoorn is een plant die overal voorkomt in Europa, Azië en Noord Afrika. Het is een plant van diep beschaduwde bossen op allerlei gronden, maar als tuinplant is deze soort op vele plekken ingevoerd en ingeburgerd. Natuurlijk hebben we mooie exemplaren in de Heimanshof staan.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 6 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenVarroa Mijt24 jun 2015juni

Varroa Mijt, 24 jun 2015

 varroamijt

Het droge weer van dit voorjaar maakt het tot een goed bijenjaar. In De Heimanshof kwamen we de winter uit met 3 bijenvolken en door het grote aantal zwermen zijn het er nu al 9. Zo kan het gaan in een goed jaar. Maar andere jaren waren minder goed. Iedereen weet dat de bijen het moeilijk hebben. Wat niet iedereen weet, is dat de 3 belangrijkste oorzaken daarvan allemaal aan mensen te wijten zijn. De voornaamste is het ’netheids’ ideaal van de burgers waardoor er in de steden vooral kale bloemloze gazons overblijven. Het gebruik van insecticiden draagt ook niet bij. Maar ik wil het nu vooral hebben over de varroa mijten. Dat zijn parasieten die het op het bloed van bijen en hun larven gemunt hebben. Als wij zelf een bij zouden zijn, zouden de mijten bij ons zo groot als muizen zijn en vele larven en bijen dragen er 3-10 met zich mee (foto van bijenlarf met mijten en

uitvergroting). Daardoor komen er uit larven vaak mismaakte bijen en worden de bijen verzwakt. Het is nl. een parasiet die van nature op Aziatische bijen voorkomt. Maar die hebben een poetsreflex ontwikkeld waarmee ze zich van de mijten kunnen ontdoen. Door de introductie van Aziatische bijen door imkers om te proberen de honing opbrengst te vergroten zijn de varroa mijten hier terecht gekomen. En onze bijen hebben die poets reflex Niet. Een soortgelijke kruisactie in Amerika met Afrikaanse bijen heeft daar de killer bijen op geleverd. Deze bijen passen zo goed op hun honig dat ze niet rusten voor een verstorend element afgemaakt is. Dat kost jaarlijks honderden mensen het leven

Bijzonder

De varroa mijt is te bestrijden met het toedienen van zuur op de bijenkast en door aangetaste ramen en volken te verwijderen. Maar helemaal kwijtraken lukt niet meer.Toch lijkt natuurlijke selectie ook hier op te treden. Want wilde bijen volken die niet behandeld worden, overleven ook.

Waar

Varroa mijten komen nu overal in Europa voor en komen oorspronkelijk uit Azië.

 plantenGroot Groot spiegelklokje in klaprozenvelden Overb12 jun 2015juni

Groot Groot spiegelklokje in klaprozenvelden Overb, 12 jun 2015

 spiegelklokje

Iedereen die wel eens de avondvierdaagse heeft meegelopen, kent de klaprozenvelden die in 2007 en 2008 zijn aangelegd aan beide zijden van de IJtocht. In totaal liggen er 20 velden van 2.5 ha totaal als je ook de vochtige orchideeënoever langs de IJtocht meerekent. Ze zijn destijds aangelegd met een wijkbudget door De Heimanshof samen met de wijkraden.

Na de aanleg heeft Stichting MEERGroen met vrijwilligers elders uit de Haarlemmermeer samen met de gemeente er voor gezorgd dat de velden elk jaar in volle bloei blijven komen. En dat gaat niet vanzelf. Alles moet elk jaar gemaaid en afgevoerd worden en akkerkruiden (de stukken met klaprozen) ook losgewoeld. En in alle soorten terrein moeten de ‘plaag‘planten verwijderd worden. Dat zijn bv distels die zich via zaadpluizen in de hele regio uitzaaien, zuringsoorten, bramen,

riet, duizendknopen en sommige koolzaadachtigen.

Bijzonder

Tussen de opvallende klaprozen staan talloze bijzondere soorten: bolderik (paars), korenbloem (blauw), kamille en de klimmers zoals vogelwikke, tengere wikke, voederwikke, maar ook rogge, tarwe, spiegelklokje en cichorei.

De moerasoevers kenmerken zich door ratelaars (geel) met daartussen rietorchis (paars), moeraswespenorchis (zalmkleurig), moeras vergeet-mij- nietje, gele lis en vele soorten zegge, biezen en russen.

De meest bijzondere soorten zijn het groot spiegelklokje (foto) en de kegelsilene. Beide zijn elders bijna uitgestorven in Nederland: het zijn rode lijst soorten.

De bloemen rijkdom is voor ons mensen een genot om naar te kijken maar voor tientallen soorten vlinders, sociale en solitaire bijen, hommels, libellen, sprinkhanen, kevers, zweefvliegen en andere kleine diertjes is het een essentiële bron van voedsel en schuilplaatsen.

Waar

Aan weerszijden van de IJtocht in de wijken Overbos en Floriande. Mail voor een rondleiding en meer info

 insectenGeleklisboorvlieg30 mei 2015mei

Geleklisboorvlieg, 30 mei 2015

 geleklisboorvlieg

Het droge voorjaar van 2015 lijkt zeer insectenvriendelijk te zijn.

Zo hebben zich in de afgelopen 2 weken zeker 14 honingbijzwermen in en om De Heimanshof vertoond. Maar ook andere insectensoorten lijken te gedijen en de plantengroei lijkt van de droogte weinig last te hebben.

Zo is de grote klis aan een groeispurt bezig die in de komende maand planten van wel 2- 2.5 m hoog gaat opleveren en die de stekelige klitten maken die in haar en kleren vast blijven zitten.

Bij het verwijderen van een groot deel van deze dominante planten viel ons oog op een bijzonder insect (foto Lou vd Linden), die weer inzicht in een hele nieuwe wereld van insectenleven opleverde. Het was de Gele Klisboorvlieg.

Bijzonder

Boorvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen. Ze

heten ook wel fruitvliegen, maar horen niet tot de bekende laboratorium fruitvliegjes familie.

Wereldwijd zijn er wel 5000 soorten boorvliegen beken in ca 500 geslachten.

Boorvliegen onderscheiden zich van deze soorten en van andere insecten door de mooie tekeningen van vlekken, banden of zigzagstrepen op de vleugels, waardoor ze op het eerste zicht op een springspin kunnen lijken. Zij danken hun naam aan het feit dat de vrouwtjes de eitjes in een plant leggen met behulp van hun puntige legboor, die vaak langer is dan de rest van het lichaam. De lichaamslengte bedraagt maximaal 1,5 cm.

De larve van aantal boorvliegsoorten is heel klein en vreet gangen uit tussen de onder- en bovenkant van bladeren. Andere soorten leven parasitair op andere insecten.

Volwassen vliegen voeden zich met plantensappen en vocht uit rottend plantenmateriaal. De eieren worden apart of groepsgewijs afgezet onder de schil van vruchten.

Enkele boorvliegsoorten staan bekend als plaagsoorten van fruitbomen zoals de appelvlieg uit Noord-Amerika en kersenvliegen uit Zuid-Europa, die via transport hier terechtgekomen zijn.

Waar

De Gele klisboorvlieg is gebonden aan de Grote klis als waardplant.

 insectenAspergehaantje16 mei 2015mei

Aspergehaantje, 16 mei 2015

 aspergehaantje

In april en mei explodeert de natuur in volume en soortenrijkdom.

Het is de tijd van de blijde verwachting als je er oog voor hebt: of het nu de 1e gierzwaluw is in de lucht of de 1e orchidee, het houdt niet op.

Bij al dat rondspeuren is het natuurlijk een uitdaging om bijzondere soorten op te merken. Zo liep ik deze week langs het duinbiotoop op De Heimanshof om te kijken of onze wilde asperges al boven de grond kwamen. Behalve dat het leuk is bezoekers te wijzen op een eetbare wilde soort en hoe die er in het wild uitziet is het ook de moeite waard om de prachtig gekleurde aspergehaantjes te ‘spotten’.

Want zo werkt het in de natuur: bij elke plantensoort hoort een hele gemeenschap van soorten die ‘mee liften’.

Bijzonder

Aspergehaantjes horen bij de familie van bladhaantjes. Ze zijn ca 6 mm lang. Er zijn veel soorten bladhaantjes: munthaantjes,

elzenhaantjes, wilgenhaantjes, leliehaantjes en ga zo maar door, voor bijna elke plantengroep wel een.

Ze zijn bijna allemaal fel gekleurd als waarschuwing dat ze niet lekker smaken.

De aspergehaantjes maken 2 generaties per jaar en volwassen kevers overwinteren in de grond. Ze leven alleen op asperge en de larven kunnen in een productieveld schade doen, maar in De Heimanshof mogen ze hun gang gaan.

Vogels lusten de haantjes niet, maar de natuur zou de natuur niet zijn als er niet een andere soort een ongebreidelde voortplanting onder controle zou houden.

Bijna alle larven van de aspergehaantjes worden namelijk belaagd door sluipwespen die hun eitjes daarin leggen. Terwijl de larve de asperge aanvreet, eten de larfjes van de sluipwerp de larve van binnenuit leeg. Net voor hij volwassen is, barst hij open en komt er geen aspergekever uit maar een groep sluipwespjes. Zo gaat dat bij de meeste insecten.

Daarom zijn er honderden tot duizenden sluipwespen soorten, die we nooit zien, maar permanent hun ‘regulerende’ taak vervullen.

Waar

Aspergehaantjes leven alleen van asperge. Ze komen overal voor waar asperge groeit.

 insectenKameleonspin2 mei 2015mei

Kameleonspin, 2 mei 2015

 kameleonspin

Een van de leuke dingen van het schrijven van deze column, is dat mensen met bijzondere zaken langs komen. Een paar weken geleden meldde zich iemand, die zich zorgen maakte over het feit dat er in haar sierdistel in de tuin elk jaar grote aantallen dode bijen hingen.

Deze oplettende lezer kwam op het spoor ven een witte spin, die in de bloem zat en wel eens de oorzaak kon zijn. Omdat haar kogeldistel een niet inheemse tuinplant is, bestond het vermoeden dat ook de spin wel eens een exoot kon zijn, die mogelijk gevaarlijk voor onze inheemse bijen kon zijn. De oplossing kwam zoals zovaak weer van professor Ernst. Het bleek te gaan om een soort krabspin en wel de gewone kameleonspin, die hier van nature voorkomt.

Bijzonder

Er bestaan in Nederland tientallen soorten krabspinnen. Ze ontlenen

hun naam aan het feit dat ze niet zoals andere spinnen vooruit kruipen, maar net als krabben een zijwaartse gang hebben. Deze soort leeft vooral van bijen en hommels. Ze maken geen web en wachten geduldig op de bloem tot haar prooien de bloemen komen bestuiven. Zo kunnen ze dagen tot weken in eenzelfde hinderlaag blijven zitten. Kameleonspinnen ontlenen hun naam aan het feit dat ze geel ( inzet) of wit ( grote foto) zijn, wat afhangt van de kleur van de bloem waarin ze zich ophouden. Dankzij deze camouflage kunnen ze hun prooien verrassen. Die prooi kan tot 3x groter zijn. Hun gif is snelwerkend en sterk. De leeggezogen prooi blijft soms aan de bloem hangen, wat de aanwezigheid van de spin kan verraden.

Het bijzondere aan deze spin is dat ze net als een kameleon de kleur van de bloem waarop ze kruipen aannemen. Om van kleur te veranderen doet deze spin er echter langer over dan een kameleon. De kleurverandering van wit naar geel duurt 10 tot 25 dagen en terug van geel naar wit duurt 6 dagen.

Waar

Kameleonspinnen hebben een voorkeur voor witte en gele bloemen, waarbij hun schutkleur strategie optimaal werkt.

 vogelsZwarte Ooievaar18 apr 2015april

Zwarte Ooievaar, 18 apr 2015

 zwarte-ooievaar

Hoewel er veel slecht nieuws te melden is over biodiversiteit, is het ook niet moeilijk om hartverwarmende verhalen te vinden. Zo rukt de ooievaar steeds verder op en het lijkt slechts een kwestie van tijd tot dat zich een of meer paartjes laat verleiden tot broeden door de keur aan ooievaarspalen die er her en der in de Haarlemmermeer al staan. De lepelaar heeft die stap al gezet, hoewel het aantal paren niet of nauwelijks toeneemt. In de kolonie van de Liede wordt al druk gebroed, maar in Hoofddorp zijn ze nog niet begonnen. Entoen verscheen er 26 maart opeens een wel heel bijzondere langpoot: een zwarte ooievaar. Dit exemplaar, hoogst waarschijnlijk op doortrek heef zich een kleine week op gehouden rond de startbanen van Schiphol.

Bijzonder

Nederland ligt aan het NW puntje van het verspreidingsgebied van de

zwarte ooievaar. Voor 1800 broedde de soort hier wel. Door het verlies van ooibossen langs de rivieren is daar een eind aan gekomen. In de 20ste eeuw was de vogel een schaarse, maar regelmatige gast. Sinds de eeuwwisseling is het een doortrekker die steeds vaker wordt aangetroffen. Het gaat dan om tientallen tot honderden waarnemingen per jaar. Dat gebeurt voor al in augustus als de net uitgevlogen jongen gaan zwerven. Dat er nu al een exemplaar eind maart verschijnt is dus ook bijzonder. In gebieden als de Ooipolder is het een kwestie van tijd voor er een paartje gaat broeden. De zwarte ooievaar leeft vooral van vis, maar eet ook amfibieën en insecten.

Waar

De zwarte ooievaar broedt in een brede strook door Midden Europa en Siberië van Denemarken tot aan de Stille Oceaan en overwintert ten zuiden van de Sahara en de Gobi woestijn. Anders dan zijn verwant de witte ooievaar, die in open weiden broedt, bestaat het leefgebied van de zwarte ooievaar uit bos met open plekken. De zwarte ooievaar leeft onopvallend in dicht, gemengd bos langs stromend water of in de buurt van poelen en plassen met dichte begroeiing, vaak in heuvelachtig gebied.

 vogelsStormmeeuw4 apr 2015april

Stormmeeuw, 4 apr 2015

 stormmeeuw

De Haarlemmermeer ligt niet ver van de zee en dat kun je merken aan het feit dat er waar en wanneer je naar de lucht kijkt altijd wel ergens wat meeuwen ziet rondvliegen. Meeuwen leven van afval, vis, aas, wormen en in feite alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Zoals overal in de natuur heeft deze succesvolle groep vogels zich gaandeweg uit gesplitst in soorten die verschillende ‘niches’ benutten. Niches zijn combinaties van eigenschappen om te overleven en dat betekent meestal het benutten van verschillende soorten voedsel. Zo ontwikkelt zich meestal een reeks van kleinere en grotere soorten, die kleinere en grotere prooien eten. Bij meeuwen is de dwergmeeuw de kleinste en de grote mantelmeeuw de grootste soort. In onze polder zie je vooral kokmeeuwen ( met zomers een zwart kapje), stormmeeuwen en zilvermeeuwen ( met grijze vleugels), kleine en grote mantelmeeuwen (met zwarte vleugels).De

aanleiding voor deze column is dat er tekenen zijn dat zich stormmeeuwen die vooral in de duinen en op de Waddeneilanden broeden bezig zijn om ook 2 kolonies op daken te vormen. Eentje in Industriepark Hoofddorp Noord en eentje in de President.

Bijzonder

De stormmeeuw is kleiner dan de zilvermeeuw en heeft met een ronde kop en en een zwarte iris een vriendelijker uitstraling dan de zilvermeeuw, die in kustplaatsen soms al een plaag wordt ervaren. Zowel zilvermeeuwen als stormmeeuwen zoeken vaak voedsel door de trillingen van een mol na te bootsen in grasvelden waardoor wormen naar boven vluchten. Stormmeeuwen zijn helemaal niet zo al gemeen: naar schatting 7000 paar in Nederland. Een jaar of 5 geleden hadden we een grote meeuwen en sternen kolonie op het dak van de het PWN gebouw. Doordat het dak lekte, kwam er vogelpoep in het drinkwater. In plaats van het lek te maken is de kolonie verstoord. De vogels zoeken nog steeds naar een nieuwe plek, vaak op daken van gebouwen.

Waar

Stormmeeuwen komen in heel het Noordelijk halfrond voor in 4 ondersoorten. Vooral langs kusten.

 paddenstoelenBeukendopgeweizwam21 mrt 2015maart

Beukendopgeweizwam, 21 mrt 2015

 beukendopgeweizwam

Afgelopen week was de nationale boomfeestdag en dus liep ik te zoeken naar een onderwerp over bomen: Het bomenpad in het Haarlemmermeerse bos is heropend, de 14 routes langs monumentale bomen om ’bij weg te dromen’ zijn gelanceerd en op De Heimanshof staan tot 1 april10.000 gratis boompjes van 54 soorten klaar om mee te nemen. Een van de soorten die we dit jaar in grote getalen beschikbaar hebben, (2500) zijn beuken. Die beuken groeien uit beukenootjes, waarvan er in sommige jaren miljoenen zijn per boom. Als er zo’n top jaar van beukenootjes is, worden lang niet al die nootjes een boom: muizen, eekhoorns, vogels eten het gros op. Maar ook op andere manieren komen de beuken aan hun eind. En dat brengt me op het eigenlijke onderwerp van deze week: de superspecialisten: de natuur zit zo mooi en ingewikkeld in elkaar dat er overal waar er wat te halen valt, soorten

ontstaan die er gebruik van maken. Een van die superspecialisten is de Beukendopgeweizwam (foto). Dat is een verwant van het zeer algemene gewone geweizwammetje wat op oude stronken groeit. Deze soort groeit alleen op de schillen van beukennootjes en dan nog alleen als die onder een laag bladeren liggen.

Bijzonder

De beukendop geweizwammetjes lagen in een dikke laag strooisel onder een beuk in Burgerveen en zijn prachtig gefotografeerd door Laurens v/d Linde, die al vaker leuke ontdekkingen heeft vast gelegd. De natuur zit vol met de superspecialisten. Maar je moet er een oog voor ontwikkelen om ze te ontdekken: een schotelzwammetje dat ook alleen in een leeg beukendopje groeit; de rupsendoder, een zwam die alleen op vlinderpoppen groeit en de larvendoder die alleen op de larve van de spinnende water kever leeft; en uit de insectenwereld: hyperparasieten: zeer kleine sluipwespen die leven op de larven en poppen van al zeer kleine sluipwespen die bv op bijen en vliegen parasiteren.

Waar

De beukendopgeweizwam groeit alleen op vochtige beukendopjes onder een laag strooisel.

 kleine dierenHuisspitsmuis12 mrt 2015maart

Huisspitsmuis, 12 mrt 2015

 hhuisspitsmuis

Bij het tuinieren met de ouders en kinderen van de Jeugdnatuurclub ontstond er hilariteit toen de kinderen een dode muis op het pad ontdekten. Deze veldmuis bleek een spitsmuis te zijn. Hij had wat bloed aan zijn kop, wat er op wijst dat een kat hem gedood had. Omdat hij witte tanden had en zowat egaal grijs was, gaf aan dat het een huisspitsmuis een geen veldspitsmuis was. Het controleren van de kleur van de tandjes gaf weer hilariteit , want ‘alle dode dieren zouden vies zijn’. Maar de bloeddruppels gaven aan dat het dier niet langer dan 2 uur dood was: Hoezo vies? Er worden tientallenkeren per jaar dode mollen en (spits) muizen aangetroffen. De goed doorvoede katten die De Heimanshof als jachtgebied uitkiezen doden ze uit jachtdrift, maar zeker spitsmuizen vinden ze na een uur spelen, niet om te pruimen. Spitsmuizen scheiden

nl een nare muskusachtige geur af. Alleen uilen en dan vooral de kerkuil hebben daar geen moeite mee.

Bijzonder

Spitsmuizen zijn geen echte muizen. Het zijn insecteneters. Ze leven in het wild meestal niet langer dan 1.5 jaar. Na 3 maanden zijn ze volwassen en kunnen dan wel 5 worpen van zo’n 4 jongen krijgen per jaar. Je kunt de leeftijd van dieren meten in jaren, maar ook in hartslagen. De meeste zoog dieren krijgen ongeveer het zelfde aantal harslagen mee bij hun geboorte. Sommige (grote) walvissen doen er 300 jaar over om die op te gebruiken. Wij als mensen een jaar of 80, maar de spitsmuis 1 of 2 jaar. Ze hebben dan ook een razend intensieve hartslag van 1000- 2000 slagen per minuut. Een spitsmuis kan zich dan ook letterlijk doodschrikken. Spitsmuizen zijn de kleinste zoogdieren. Om zich warm te houden, verstoken ze heel veel energie en moeten daarom dagelijks minstens hun eigen gewicht aan voedsel innemen en hebben zeker geen tijd voor een winterslaap.

Waar

Een huisspitsmuis komt wel vaak in de buurt van huizen voor, maar leeft meestal gewoon in tuinen en velden. Hij komt voor in Noord Afrika en West, Midden en Zuid Europa.

 insectenwc-motmug7 mrt 2015maart

wc-motmug, 7 mrt 2015

 wcmotmuggestippelde

U bent van mij gewend om intrigerende natuurverschijnselen overal vandaan te toveren. Deze week een tropische soort die recentelijk (10 -20 jaar geleden of zo) is meegelift met internationale reizigers.

Zijn levenscyclus is niet heel appetijtelijk, want hij legt z’n eitjes (soms massaal) in de slijmerige prut van gootsteen- en wc-zwanenhalzen. Daar kauwen de larfjes zich door die prut. De volwassen exemplaren houden zich in en bij gootstenen en wc-potten op. Daar kunnen ze jaar rond aangetroffen worden.

Ze heten motmuggen. En om preciezer te zijn wc-motmuggen.

Het zijn circa 5 mm grote zwarte insecten met donkere zware beharing. Die beharing valt af als ze wat ouder worden.

Er zijn inmiddels 2 soorten bekend: de gestippelde wc motmug, die zijn vleugels horizontaal houdt en rijen witte stippels op de randen heeft (foto) en de gewone wc-motmug

die wat kleiner is zonder stippen en die zijn vleugels dakpansgewijs boven zijn lichaam houdt.

In de zomer kunnen de wc-motmuggen ook buiten leven. Daar worden ze soms aangetroffen in compostvaten en -hopen, vooral als deze vol met natte inhoud zitten.

Hoewel hun larvale stadium zich niet afspeelt in de meest fantasievolle omgeving, brengen ze voor zover bekend geen ziekten en plagen met zich mee.

Bijzonder

De wc-motmuggen ken ik zelf al een jaar of 10, maar naar nu blijkt stonden ze tot voor kort niet eens geregistreerd als een soort die in Nederland voorkomt. Dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de aandacht voor deze soortgroep dan met hun daadwerkelijke voorkomen.

De levenscyclus van de motmuggen is heel snel: van ei tot volwassen exemplaar duurt ca. 17 dagen. De motmugjes zelf leven ca 10 dagen en na ongeveer 9 uur kunnen ze zich al voort planten met 200-300 eitjes per vrouwtje. Dat kan in korte tijd duizenden nakomelingen opleveren.

Waar

Voor het waarnemen van motmugjes hoeft u de deur niet uit. Ze leven in gootstenen, wcpotten en blubberige composthopen.

 andere geleedpotigenspringstaart21 feb 2015februari

springstaart, 21 feb 2015

 springstaart

U denkt vast wel eens: hoe lang gaat deze column nog door? Het antwoord daarop zal meer van mijn eigen leeftijd afhangen hebben dan van het aantal onderwerpen. In Nederland zijn tot dusver zo’n 48.000 soorten planten en dieren (exclusief eencelligen, etc) beschreven en de meeste komen wel eens in de Haarlemmermeer langs.

Sinds 2006 heb ik ongeveer 450 soorten daarvan gehad en met eens in de 14 dagen een column, kan ik zeker nog 100 jaar voort. Ik heb zelfs nog geen kans gezien een voorbeeld van alle grote groepen organismen te behandelen. Deze week daarom weer eens een hele nieuwe categorie, waarvan meer dan 8000 soorten ontdekt zijn, met honderden in Nederland. Het gaat om de springstaarten. Springstaarten behoren, net als insecten, tot de zespotigen.

Bijzonder

Springstaarten worden slechts enkele mm

groot en ontlenen hun Nederlandse naam aan een vork die onder hun buik ligt (zie foto).

In rust zitten de tanden van de vork vast achter een soort grendeltje. Als de springstaart bij gevaar wil springen, zet hij kracht op de vork en laat dan het grendeltje los. Daardoor slaat de vork met een klap op de ondergrond (of op het water) en wordt de springstaart centimeters weg gelanceerd.

Een springstaart heeft nog een 2e geheim wapen. Het is een buisvormig mondorgaan wat eindigt in twee buisjes en uitgestulpt wordt met behulp van de bloeddruk. De functie is een combinatie van het opnemen van vocht en het vasthechten aan de ondergrond.

De springstaart is zelf waterafstotend, waardoor hij zonder moeite haast wrijvingsloos over het wateroppervlak glijdt. Dreigt hij door de wind weg te worden geblazen, dan steekt hij deze collofoor, die niet waterafstotend is, door het wateroppervlak als een soort micro ankertje en lijkt daardoor aan het wateroppervlak te kleven.

Waar

Springstaarten leven meestal in de strooisellaag of op het wateroppervlak en voeden zich met rottend organisch materiaal en schimmels. Ze kunnen daar in enorme aantallen voorkomen: honderden of duizenden per m2 in de meeste Nederlandse tuinen.

 paddenstoelenRode kelkzwam8 feb 2015februari

Rode kelkzwam, 8 feb 2015

 rode-kelkzwam

In de winter is het niet alleen wat frisser, de kleuren buiten zijn ook minder uitgesproken. Daarom is het extra leuk dat er ook midden in de winter vrolijk stemmende kleurige verschijnselen zijn te vinden, die een wandeling of zelfs een hele dag kunnen opvrolijken. Recentelijk noemde ik als de heldergele gele trilzwam.

Winterpaddenstoelen hebben een manier weten te vinden om midden in de winter te groeien: dat gaat wel langzamer maar ze hebben weken of zelfs maanden om hun sporen te verspreiden. En blijkbaar is dat een goede overlevingsstrategie.

Deze week kwam ik de mooiste kleur die je in de winter kan vinden tegen in het Wandelbos Hoofddorp: scharlakenrood van de rode kelkzwam (zie foto).

Bijzonder

Rode kelkzwammen zijn echte winterpaddenstoelen.

Ze verschijnen

als het koud wordt, soms al in november, en verdwijnen medio maart.

Hoewel de vruchtlichamen slecht tegen droogte kunnen, is uit experimenten gebleken dat het mycelium daar wel goed tegen kan en zelfs tot tien jaar later onder gunstige omstandigheden weer vruchtlichamen produceert. Het lijkt erop dat kelkzwammen nog levende takken infecteren waarbij het houtweefsel gedurende gunstige (vochtige) perioden verteerd wordt. Pas nadat de takken afgevallen zijn en permanent in een vochtige omgeving liggen, waarbij ze vaak bedekt raken met mos, beginnen zich op de takken vruchtlichamen te vormen. Daarna gebeurt dit ieder jaar opnieuw totdat de tak volledig verteerd is.

Slakken, springstaarten en insectenlarven eten er graag van. Wellicht speelt de rode kleur een rol in het lokken van deze dieren. Zodra het weer wat opwarmt, zullen de kelkzwammen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Waar

In Nederland komen 2 soorten rode kelkzwammen voor.

De Krulhaarkelkzwam die we ooit in De Heimanshof gehad hebben, heeft een voorkeur voor rottend elzen- of essenhout.

De Rode kelkzwam in het Wandelbos is een stuk zeldzamer en heeft een voorkeur voor rottend essenhout.