bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Steenrode Heideibel, 18 aug 2018

 steenrodeheidelibel

Libellen zijn er in soorten en maten. De meest algemene kleine soorten heten waterjuffers. Die vouwen hun vleugels samen boven hun lichaam als ze zitten. De grootste soorten van wel 8 cm groot, heten glazenmakers. Dat komt omdat ze hun vleugels breeduit hebben als ze zitten, net zoals de glazenmakers uit de middeleeuwen het glas op hun rug droegen bij aflevering. En dan zijn er de meer gedrongen ‘middensoorten’ die in grootte tussen de juffers en de glazenmakers inzitten. De meest algemene daarvan in onze regio is de oeverlibel, waarvan de mannetjes blauw zijn en de vrouwtjes geel en er is een groep van rode soorten die heidelibellen genoemd worden.

Bijzonder

Ook de midden soorten dragen hun vleugels bij zitstand breeduit. Wereldwijd zijn er ongeveer 70 soorten, waarvan er 10 in Nederland voorkomen, waarvan er 6 nogal zeldzaam

zijn. Hoewel je dat niet zou verwachten, komen heidelibellen op veel plekken voor en niet alleen op heide terreinen. Er zijn 4 vrij algemene soorten, die dit jaar waarschijnlijk door de hoge temperaturen extra algemeen zijn: de zwarte heidelibel die zoals de naam zegt zwart is, de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn de volwassen manentjes die rood zijn. De vrouwtjes en jonge mannetjes zijn geel, oranje of bruin. Op de foto staat een mannetje van de steenrode heidelibel. Het onderscheid tussen de soorten is vaak niet zo makkelijk. Maar op de foto is te zien dat de poten niet egaal zwart zijn (bloedrode heidelibel), maar gestreept. Dus het is een mannetje steenrode heidelibel. En deze was ver van de heide, gewoon in de Haarlemmermeer te vinden.

Waar

Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn algemeen bij allerlei stilstaande wateren en niet zelden komen beide soorten op dezelfde plek voor. De bruinrode heidelibel heeft een lichte voorkeur voor watertjes met weinig vegetatie op de zandgronden en Oost- en Zuid Nederland, terwijl de steenrode heidelibel algemener is bij sterker begroeide wateren op de veengronden in West- en Noord-Nederland.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 5 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kleine dierenBarnsteenslak26 aug 2016augustus

Barnsteenslak, 26 aug 2016

 bbarnsteenslak

Slakken zijn over het algemeen een ondergewaardeerde groep organismen. Wereldwijd bestaan er wel 70.000 soorten, onderverdeeld in zeeslakken, naaktslakken, huisjeslakken en zoetwater slakken. Ze hebben een zeer nuttige rol bij het opruimen van organisch materiaal. Hoeveel soorten er in Nederland voo komen kon ik niet vinden, maar alleen in De Heimanshof hebben we tussen de 60 en 70 soorten gevonden. Sommige daarvan zijn zo groot als een zandkorrel en de wijngaardlakken bv zijn met 50 g. flink uit de kluiten gewassen. Vandaag wil ik uw aandacht vragen voor een vrij algemene landslak, die toch weinig bekend is: de barnsteenslak. Het is een huisjesslak met een buitengewoon fragiele schelp, een kleur heeft die de naamgever aan barnsteen deed denken.Het is een 1-1.5 cm groot landslakje dat graag bij water en in vochtig

grasland leeft.

Bijzonder

Zoals de meeste slakken soorten is deze slak hermafrodiet: Alle exemplaren kunnen als vrouw en als man fungeren. Vreemd is dat er wel ruimte is voor mannelijke en vrouwelijk geslachtorganen in elk individu, maar dat door ruimtegebrek van de gedraaide schelp er wel een van 2 nieren verloren is gegaan. Veel slakken en ook de barnsteenslak zijn tussen gastheer voor parasitaire wormensoorten, die er een bijzonder ingewikkelde levenscyclus op na houden. Ze hebben nl naast de slak ook een andere soort nodig in hun levenscyclus. Bij de barnsteekslak is dat een soort die vogels nodig heeft om in de cloaca daarvan volwassen te worden. Deze worm heeft een curieuze manier gevonden om in vogels verzeild te raken. De wormpjes vormen clusters die zich ophopen zich op in de oogtentakels van de barnsteenslak en maken daar heftig pulserende bewegingen terwijl ze ook de slak naar gevaarlijke open plekken dirigeren. Daarmee trekken ze de aandacht van vogels, waardoor de wormen hun levenscyclus af kunnen maken.

Waar

De barnsteek slak leeft graag nabij water op land en komt in heel Europa voor buiten de poolcirkels

 plantenHeelblaadjes14 aug 2016augustus

Heelblaadjes, 14 aug 2016

 hheelblaadjes

Elke plant is in feite een soort chemische fabriek: elke soort maakt z’n eigen stoffenmix, met maar 1 doel! Ze willen niet opgegeten worden voor ze zaad hebben geproduceerd. Alle planten die we om ons heen zien hebben per definitie een strategie die voldoende werkt. Wel kun je allemaal verschillen zien in het succes. Ik vind dat fascinerend om zo naar de natuur te kijken: m’n favoriete plant in dit verband is boerenwormkruid. Die heeft zo’n goede cocktail van stoffen dat geen kever of rups er aan begint. Ook leuk is zeepkruid, die zeep maakt: ook niet lekker om in te bijten. Veel mensen denken dat al die stofjes er zijn voor de mens: we genieten van tijm, salie, munt, citroen, uien en noem maar op. Bij muntsoorten is te zien dat de strategie aan het instorten is; er is namelijk een keversoort gekomen, die dankzij het feit dat niemand er van at een tafeltje-dekje heeft gekregen

nadat hij zich over z’n weerzin tegen de muntsmaak heeft gezet. In De Heimanshof is goed te zien dat de meest muntplanten zwaar aangevreten worden.

Bijzonder

En dan heelblaadjes. Dat is een plant die in de Haarlemmermeer sterk in opkomst is en op dit moment massaal bloeit. Waarom heet die heelblaadjes: dat klinkt al medicinaal, maar je proeft er niets aan. Toch moet iets zijn. In Duitsland (en ook in het Latijn) heet deze soort vlooienkruid. Als je deze plant in de honden- of kattenmand legt, maken vlooien zich uit de voeten. Heelblaadjes hebben nl een antiseptische werking. In de tijd voor er pleisterfabrieken waren gebruikten mensen de blaadjes van deze plant om wondjes te verbinden( met een stukje wilgen bast om het vast te binden) Dit soort kennis is op grote schaal verloren aan het gaan. Maar in De Heimanshof kunnen we er uren over vertellen en de effecten laten zien. Dat kan bv op onze open dag zondag 21 augustus vanaf 11 uur .

Waar

Heelblaadjes houdt van vochtige plekjes, maar eenmaal aangeslagen kan het ook droog staan. Het komt in heel Europa en Klein-Azië voor.

 insectenGrote Wolbij21 jul 2016juli

Grote Wolbij, 21 jul 2016

 grotewolbij

In de zomer wordt ik bijna elke week wel een keer gebeld door mensen die last hebben van wespen of bijen. Soms is zo’n telefoontje interessant omdat het een zwerm honingbijen betreft, die we kunnen vangen. In andere gevallen denken mensen dat wij een soort destructiebedrijf zijn om hun van een wespenvolk af te helpen. Dat doen we als natuurvereniging nooit. In weer andere gevallen blijkt het dat mensen niet het verschil weten tussen bijen en hommels. Ik kan dan ook niet vaak genoeg herhalen dat er ca 450 soorten bijen en duizenden soorten wespen zijn die allemaal ( behalve 2 of 3) volledig onschuldig zijn om dat ze niet eens een angel hebben! Honingbijen hebben nl alleen een angeltje om hun honingvoorraad (van soms 25 kg) te beschermen waarmee hun volk de winter mee door moet komen. De andere bijen zijn geen volkenvormende, maar alleen levende soorten, die zo weinig honing verzamelen dat het de

moeite van een angel niet eens waard is. En die soorten zijn fascinerend in hun verscheidenheid waarmee ze hun leven hebben ingericht. Recentelijk kreeg ik een mooie foto van zo’n fascinerende soort: de grote wolbij

Bijzonder

De meeste solitaire bijen benutten natuurlijke holletjes om cocons voor hun jongen te maken. Metselbijen gebruiken daarvoor klei, tronkenbijen maken van hars en zandkorrels een soort beton, behangersbijen maken veilige cocons met stukjes blad en wolbijen maken een prachtig huisje door haren af te knippen van soorten zoals toortsen. De grote wolbij is een van de 4 soorten in Nederland en is sterk territoriaal. Het mannetje verdedigd een territorium fel tegen andere soorten zodat vrouwtjes bij hem komen om nectar te halen. Terwijl ze dat doen kan hij met ze paren. Deze soort lijkt op een wesp, maar kan niet steken (mimicry). Mannetjes hebben wel stekels aan hun achterlijf, waarmee ze van andere soorten de vleugels kunnen beschadigen of zelfs afrukken.

Waar

De grote wolbij komt over een groot deel van de wereld voor in Eurazië en Noord en Zuid Amerika.

 vlindersHermelijnvlinder rups16 jul 2016juli

Hermelijnvlinder rups, 16 jul 2016

 hhermelijnvlinderrups

Door een van mijn oplettende medespotters in de polder (Lou van der Linden) werd afgelopen week een groep van 40 vrij bijzondere rupsen waar genomen op de Geniedijk (zie foto). Lou is fotograaf en heeft en meer dan gemiddeld oog voor kleine details, waardoor hij zeer regelmatig met de meest bijzondere waarnemingen op de proppen komt. De hermelijnvlinder is een nachtvlindersoort die nu eens niet meer in het binnenland voor komt, zoals heel vaak, maar vooral in de kust provincies. De naam hermelijnvlinder dankt deze soort aan zijn wit met zwarte gestreepte camouflagetekening. Hoewel de meeste vlinders naar hun volwassen stadium worden genoemd is de rupsenfase vaak veel belangrijker en langer en duurt niet zelden jaren terwijl de vlinders soms maar 4-14 dagen leeft. Ook de hermelijnvlinder leeft maar kort en heeft geen monddelen omdat ze niet eet en alleen leeft van de reservestoffen

die de rups heeft opgeslagen. De vlinder is alleen het medium om snel te paren en eieren te leggen. De rups is met zijn lengte van 7 cm zeer groot en de vlinder mag er met een spanwijdte tussen 4 en 7 cm ook zijn.

Bijzonder

De hermelijnvlinder hoort bij de tandvlinders, een naam ontleent aan een of meer tandvorminge uitsteeksels die in rust op de rug uitsteekt. Er zijn ca 3200 soorten wereldwijd en in Nederland een stuk of 40. Een beruchte daarvan is is de eikenprocessie rups. De rups van de hermelijnvlinder is prachtig gekleurd. Bij bedreiging trekt hij zijn kop terug in binnen de rode rand en steekt een paar bewegelijke uitsteeksels op z’n achterlijf naar boven. De rups kan ook scherp bijtend mierenzuur weg spuiten ter verdediging. De rups leeft van wilgen of populieren soorten en overwintert in een zeer harde met hout verstevigde cocon. Er vliegt maar een generatie vlinders tussen april en augustus.

Waar

De hermelijn vlinder is een beschermde rode lijst soort ( kwetsbaar), die vooral in halfopen wilgen- en populierenlandschappen aan de kust voor komt.

 insectenKleine WespenBoktor2 jul 2016juli

Kleine WespenBoktor, 2 jul 2016

 kleinewespenboktor

Deze week kwamen we een zwart met geel gestreepte kever tegen in De Heimanshof. Het bleek te gaan om de kleine wespenboktor. Deze soort heet zo omdat zijn uiterlijke verschijning doet denken aan de gewone wesp. Alle vogels en rovers die wel eens uit onervarenheid een gewone wesp hebben op gepikt zullen dat niet gauw een 2e keer doen. Heel veel onschuldige insecten zoals deze boktor, maar ook zweefvliegen maken gebruik van het feit dat felle zwart met gele kleuren om die reden een behoorlijke bescherming bieden. De wespenboktor heeft die gelijkenis nog verder door gevoerd door ook op dezelfde manier te bewegen zoals wespen. De soort is zeer beweeglijk en druk; hij is altijd in beweging, loopt net zoals wespen een beetje zijwaarts en zwaait onrustig met de antennes, hij vliegt een beetje zijwaarts zoals wespen en aan zijn achterlichaam

ziet een punt die wel een beetje lijkt op een angel, maar dat niet is.

Bijzonder

Boktorren hebben een slechte naam. Dat komt vooral door 1 soort, waarvan de larven leven in droog hout. Als deze huisboktor z’n eitjes afzet op de balken van een monumentaal huis of boerderij, dan kunnen deze aan stevigheid in boeten. Alle andere inheemse boktorren hebben deze eigenschap niet. Ze zetten hun eitjes af op levend of vermolmd hout van een specifieke soort boom. Zo bestaat er een populieren boktor, de grote wespenboktor prefereert vers gezaagd eikenhout waar de schors nog om heen zit en de larven van deze kleine wespen boktor leven bij voor keur in vermolmd beukenhout. En dan nog specifiek in hout waar een bepaalde schimmel in voor komt. Welke deze schimmel dat is, heb ik niet kunnen uit vinden. Boktorren hebben meestal zeer lange antennes, maar dat heeft deze soort net weet niet om z´n gelijkenis met de wesp niet te verstoren.

Waar

De kleine wespenbok komt voor in Europa, Klein-Azië en Rusland en is in Nederland een vrij algemene soort die leeft in loofbossen en voornamelijk op boomschors en bladeren wordt aangetroffen.

 plantenVingerhoedskruid20 jun 2016juni

Vingerhoedskruid, 20 jun 2016

 vvingerhoedskruid

Al 5 jaar hebben we vanuit Stichting MEERGroen het Wandelbos Hoofddorp in beheer. Dit park is het oudste park in de Haarlemmermeer met bomen van ca 100 jaar oud. Een jaar of 10 geleden hebben we er al voorjaarsplanten zoals daslook, sneeuwklokjes, longkruid en narcissen geïntroduceerd die inmiddels sfeerbepalend zijn geworden in de periode januari tm mei. Vorig jaar zijn we aan de slag gegaan met zomerplanten. De meest opvallende soort daarbij is het vingerhoedskruid. Deze soort hoort thuis in half beschaduwde open plekken in het bos het bos. Het is een zgn. kapvlaktesoort waar 2 variëteiten van bestaan: een paarse vorm en een witte. Beide variëteiten zijn te vinden.

Bijzonder

Vingerhoedskruid is een soort die vooral door hommels bezocht wordt. De bloem van ca 5 cm diep moet door de hommels ‘bestormd’

worden om achterin bij de nectar te komen en de hommel wordt daarbij dik onder het stuifmeel bestoven. De bloem heeft een stippelpatroon die de insecten de weg wijst naast binnen. Vingerhoedskruid behoort tot de zogenaamde heksenkruiden: 20-30 soorten die hallucinerende, verdovende, geneeskrachtige, rustgevende of andere werkingen hebben en die voor allerlei toepassingen in zalfjes en drankjes verwerkt werden. Vingerhoedskruid bevat stoffen die effect hebben op het hart. De stoffen zijn erg giftig en een verkeerde dosis kan fataal zijn. Overigens zijn alle plantensoorten kleine chemische fabriekjes, met als enig gemeenschappelijk doel: ze willen niet door het leger van kevers en larven worden opgegeten en maken zich elk op hun eigen manier onaantrekkelijk. Dat werkt bij de ene soort beter dan de ander, zoals geconstateerd kan worden aan de mate van vraat. Soms maakt een plant een bijzondere veelzijdig symmetrische top bloem: een pelorische bloem. Toevallig meldde een lezer deze week dat hij zo’n bloem voor het eerst in 30 jaar in zijn tuin had, (foto)

Waar

Vingerhoedskruid is een Europese plant van open plekken (kapvlaktes) in bossen.

 plantenHeksenmelk13 jun 2016juni

Heksenmelk, 13 jun 2016

 heksenmelk

Iedereen weet dat bijen nectar verzamelen en daar honing van maken. Een van de manieren waarop bijen die nectar vinden, is dat ze gericht zijn op bloemen die zo hoog mogelijk opgericht worden om ze onder de aandacht van hun bestuivers te brengen. Maar nectar is bij sommige planten ook te ruiken. Bijen zijn daar natuurlijk veel beter in dan wij mensen, met onze vrij armzalige reukorganen. Maar er is een groep van planten, waarbij zelfs wij de geur van nectar al op 30m afstand kunnen ruiken. En de periode om dat te ervaren is net aangebroken. De planten met de sterkste honingzoete geur die ik ken, zijn namelijk de wolfsmelkachtigen. Daar zijn heel veel soorten van, maar een van de meest algemene heet heksenmelk.

Bijzonder

Op De Heimanshof staan minstens 8 soorten wolfsmelk: naast heksenmelk, is er cypreswolfsmelk (op het

duin), moeraswolfsmelk (aan de waterkant), kruisbladwolfsmelk en stinkende gouwe (op natuurmuren), amandelwolfsmelk (in het bos), en stijve wolfsmelk en kroontjeskruid (op akkers en tuinen). Alle wolfsmelkachtigen produceren een wit melksap, dat irriterend is in de mond. Bij allemaal is dat melksap wit, behalve bij stinkende gouwe, waarbij dat sap een gouden kleur heeft (en werkt tegen wratten). Waar de naam heksenmelk vandaan komt heeft daarom nauwelijks meer een verklaring nodig: een heksenmelkplant die gebroken wordt produceert veel latex-achtig melksap, dat niet lekker smaakt. Wolfsmelkbloemen zijn niet alleen bijzonder omdat ze zo sterk naar nectar ruiken. Hun bloemen zijn ook sowieso bijzonder: het zijn zogenaamde schijnbloemen die omgeven zijn door geelgroene schutbladen. Daarbinnen bevindt zich één vrouwelijke bloem, omringd door meerdere mannelijke bloemen die gereduceerd zijn tot één meeldraad. En natuurlijk de honingklieren (foto).

Waar

De wolfsmelkfamilie of Euphorbia is zeer groot en komt wereldwijd voor. Blijkbaar is de combi van irriterend melksap en de sterke nectar evolutionair een gouden greep geweest.

 vogelsRoodhalsgans24 mei 2016mei

Roodhalsgans, 24 mei 2016

 roodhalsgansmetbrandgans

Eind april, begin mei verbleef er een bijzondere gans in De Haarlemmermeer langs de Fokkerweg op Schiphol-Oost. Roodhalsganzen broeden in noordelijke Arctische streken in Centraal Siberië en de meeste dieren overwinteren rond de Zwarte zee in Bulgarije en Roemenië. Dat zijn er überhaupt niet zoveel. De hele wereldpopulatie wordt geschat op een kleine 60.000 dieren en jaarlijks worden het er minder. Dat komt vooral door illegale jacht en verstoring bij legale jacht op andere soorten ganzen. Om deze reden is de roodhalsgans een bedreigde diersoort. Jaarlijks dwalen er een aantal exemplaren af naar West-Europa die meevliegen met andere ganzen. En een paar daarvan komen in Nederland terecht. Meestal zijn het er per jaar niet meer dan een stuk of 20. Dit exemplaar was waarschijnlijk een afgedwaalde trekvogel die inmiddels zijn reis weer heeft hervat. Een roodhalsgans leeft van

gras en zaden. Hij kan 20 jaar oud worden en is volwassen na een jaar of 3, waarbij het paartje - zoals bij vele ganzen- en zwanensoorten - levenslang bij elkaar blijft.

Bijzonder

De roodhalsgans heeft een bijzonder fraaie tekening (zie foto). Maar je ziet hem niet snel. Het is een kleine ganzensoort, die meestal onopvallend tussen groepen van andere soorten verblijft. Meestal brandganzen, wat ook een arctische gans is. Behalve z’n bijzondere tekening heeft deze soort ook een bijzonder broedgedrag. Hij nestelt graag op steile kliffen en dan liefst in de buurt van nesten van grote roofvogels zoals slechtvalken en sneeuwuilen. Deze roofvogels houden wellicht andere roofdieren op een afstand. En het wordt vaker vermeld dat roofvogels geen ‘buren’ aanvallen of opeten. Mogelijk omdat zij weer baat zouden hebben bij alerte en waakzame buren die mee op de uitkijk staan voor naderend gevaar.

Waar

In de zomer leeft de roodhalsgans op de noordelijke toendra’s en moerassen van Centraal Siberië. In de winter zoekt hij graslanden en stoppelvelden of wintergraanakkers in Europa op.

 plantenVingerhoedje9 mei 2016mei

Vingerhoedje, 9 mei 2016

 vingerhoedje

Het is in deze column al vaak aangegeven: je vindt niet alleen paddenstoelen in de herfst, maar je kunt ze het hele jaar door vinden. April en mei zijn daarbij de maanden dat paddenstoelenliefhebbers uitkijken naar morieljes. Dat zijn prachtige paddenstoelen met ruitvorming ingesneden hoeden, zoals de kapjesmorielje (bovenste foto). En ze zijn nog lekker om te eten ook. Lou van der Linde vond deze in het Haarlemmermeerse bos. Maar daar in de buurt stond nog een paddenstoel die ooit tot de morieljes werd gerekend, maar die nu bij de valse morieljes staat: het vingerhoedje. Deze paddenstoel heeft een lange taps toelopende steel, waar het hoedje bijna los op lijkt te balanceren. Dit hoedje is ook nauwelijks ruitvorming ingesneden. Bij de echte morieljes zit het

hoedje over zijn gehele lengte aan de steel vast (foto onder).

Bijzonder

En belangrijker nog: het vingerhoedje is wel eetbaar, maar pas na een degelijk voorbereiding. Hij bevat benzine-achtige stoffen die pas bij flink verhitten verdampen. Maar je weet nooit wanneer ze er helemaal uit zijn en waar die stoffen blijven in de lucht. Dus het is daarom beter om deze paddenstoelen (en ook bijna alle andere) lekker te laten staan zodat andere mensen er ook van kunnen genieten en ze hun sporen kunnen produceren en verspreiden.

Waar

Morieljes zijn paddenstoelen die organisch materiaal verteren uit de humuslaag (saprofiet) en ze houden van losgewoelde aarde die wat kalk bevat. In die zin passen ze bij de Haarlemmermeerse grond (die in de zeeklei nog schelpen bevat).Het vingerhoedje wordt gedacht naast saprofitische ook mycorrhiza eigenschappen te hebben. Dat wil zeggen dat hij samenleeft met een boom waarmee hij mineralen uitwisselt en daarvoor suikers terug ontvangt. En waarschijnlijk is het de meidoorn waarmee hij deze wederzijds voordelige (symbiotische) relatie heeft.

 bomenBeuk25 apr 2016april

Beuk, 25 apr 2016

 beuk_staand

Eind april, begin mei is er een explosieve groei gaande in de natuur. In vier weken tijd verandert onze omgeving van grijs en grauw naar fris groen in duizend tinten. Een van de meest indrukwekkende gedaanteverwisselingen om te volgen, is die van de beuk. Meestal gebeurt dat in de eerste week van mei, maar door het zachte weer lijkt ook deze boom zich te laten verleiden om eerder in blad te gaan. De beuk maakt namelijk lange winterknoppen die zich in luttele dagen lijken uit te rollen. En dan komt er niet alleen een blad uit, maar een hele twijg met een stuk of 6 bladeren. De beuk maakt zo’n dicht bladerdak dat er bijna geen andere planten onder kunnen groeien.

Bijzonder

De beuk is een boom die niet erg houdt van de zware Haarlemmermeerse klei. Op goed doorlatende zandgrond staan er veel meer. Toch staan er in onze polder vaak mooiere exemplaren

dan op de arme ‘voorkeursgronden’. Een paar van de mooiste bomen uit de ‘Bomenroutes om bij weg te dromen’ zijn beuken. Let maar eens op langs de Hoofdvaart in Hoofdorp bij de afrit van de N201, waar een prachtige treurbeuk staat. Honderd meter verder, bij de inrit van Industrieterrein Noord (Woodward) staat een prachtige beuk van 5 meter omtrek. De allermooiste beuk staat aan de Kromme Spieringweg bij een van de eerste boerderijen van de polder. Die is echt net zou oud als de polder + 10 jaar en meet 6 meter in omtrek. De oudste beuk van polder staat bij gemaal Buitenkaag. Die is waarschijnlijk geplant als 20 jarige rond 1845. Helaas is er om deze boom te ruw gemaaid, zodat een platte tonderzwam vat heeft gekregen op het hout en deze boom binnen 20-30 jaar dood zal zijn.

Waar

De beuk is een van de inheemse bomen van Europa, die verder alleen in de Verenigde Staten is ingevoerd. Mede om dat hij op arme grond groeit, maakt de beuk gebruik van schimmels om aan moeilijk beschikbare voedingsmiddelen te komen. Zulke schimmels die ook weer profiteren van suikers die de boom hen teruglevert, zijn bijvoorbeeld het eekhoorntjesbrood en andere smakelijke boleten.

 vogelTapuit11 apr 2016april

Tapuit, 11 apr 2016

 tapuit

Midden op het open veld bij de Geniedijk en de A4 zag ik deze week een vogel die ik nog nooit in de Haarlemmermeer had gezien: hij viel op door z′n opvallende zwart wit geblokte staart bij het opvliegen: onmiskenbaar een tapuit. Dit kleine vogeltje uit de familie van de vliegenvangers kwam vroeger veel meer voor. Dit exemplaar zou een broedgeval kunnen zijn, maar is meer waarschijnlijk een doortrekker. Het voorkomen van tapuiten is sterk gebonden aan de aanwezigheid van konijnen, die de vegetatie kort grazen en met hun gegraaf zorgen voor plekken met open zand en nestgelegenheid in konijnenholen. In heideterreinen nestelt een groot deel van de tapuiten echter in ingerotte boomstobben die na kapwerkzaamheden zijn achtergebleven. Maar daar kunnen roofdieren er makkelijk bij.

Bijzonder

Tapuiten zijn trekvogels die in Afrika

op de savannen ten zuiden van de Sahara overwinteren en vroeg in de lente terugkomen. De tapuit legt van alle zangvogels de grootste afstand af tijdens de jaarlijkse trek. De soort broedde vooral op de Waddeneilanden en in mindere mate in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. Reeds in de jaren 1960 waren er aanwijzingen dat de stand achteruit ging. In de jaren 1990 werd de tapuit schaars in de duinen op het vaste land. In het binnenland komt de tapuit nog voor op heidevelden en zandverstuivingen op de Veluwe, in Drenthe en Zuidoost-Friesland. Door het intensieve gebruik van de grond in Nederland voor bebouwing, landbouw, bosaanplant, etc. is de hoeveelheid oppervlakte die geschikt is als broedgebied voor de tapuit enorm afgenomen. Door atmosferische stikstofdepositie zijn er steeds minder schrale open, zandige plekken, die onmisbaar zijn.

Waar

Tapuiten houden van open terrein zonder struiken en bomen. Ze zijn te vinden op weiden en akkers met stenen muren, hoogveen- en duingebieden, stuifzanden, rotsachtig terrein, eilanden, kusten, berghellingen en morenen. Ze nestelen in rotsspleten, stenen muren, steenhopen, konijnenholen, etc.

 vogelsBlauwe reiger1 apr 2016april

Blauwe reiger, 1 apr 2016

 blauwereiger

Het Wandelbos Hoofddorp is een van de terreinen, waar we wekelijks beheer uitvoeren. Daardoor raken we goed bekend met de flora en fauna van dit park waarvan de oorspronkelijke bomen (uit 1935) al 100 jaar zijn. Een van de bekendste en luidruchtigste bewoners van het park is de blauwe reiger. Al lange tijd nestelen daar in de hoogste toppen van de bomen ( 30-35 m!) een 40-tal broedparen van deze soort. Het rauwe geluid van de volwassen reigers wordt al sinds januari steeds meer vergezeld van een beschaafder (maar onophoudelijk) ′kekkekkek′. Dat is het geluid van jongen die permanent om eten bedelen. Dat er in januari al jongen zijn, is bijzonder voor inheemse soorten. Ook nijlganzen en halsbandparkieten hebben zo vroeg al jongen, maar dat komt omdat zijn geen weet hebben of rekening houden met winterse condities en broeds worden zodra de dagen na kerst gaan lengen. Maar reigers zijn inheemse soorten

die moeten weten dat het tot ver in maart koud en guur kan zijn (zeker op 30 m hoogte).

Bijzonder

Dat betekent dat reigers, die er in de winter meestal nogal kleumerig bijstaan, een heel uitgekiende warmtehuishouding en jaagtechniek moeten hebben. Misschien moeten we in die jaagtechniek het bedelen om voedsel bij winkels, burgers en snackbars meenemen. Verder leven reigers van vis, amfibieën, muizen en mollen (foto). Reigers maken dan ook braakballen. Maar ze hebben zo′n sterk maagzuur dat alleen nagels en haren overblijven. Tegenwoordig zijn kolonies van 30- 40 nesten redelijk normaal, maar een paar 100 jaar geleden waren kolonies van 500-1000 nesten normaal. Dat wijst toch weer op een achteruitgang van het natuurlijke terrein door verstedelijking en landbouw.

Waar

Behalve in het Hoofddorp is er een kolonie in het Badhoevedorpse wandelbos. Maar die zal wel ten prooi vallen aan de ′ontwikkeling′ van de omlegging van de A9. Bij ons zijn reigers standvogels. Ten noorden van Denemarken zijn het zomergasten en rond de Middellandse zee komen ze voor als wintergasten.