bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 21 ] Ga naar vorige<<… 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kleine dierenBaardvleermuis (2)14 jan 2011januari

Baardvleermuis (2), 14 jan 2011

 baardvleermuis2

Afgelopen jaar is de zevende soort vleermuis, die in onze polder voorkomt, ontdekt. Het is de gewone baardvleermuis en hij werd aangetroffen in een voor bezoekers afgesloten deel van één van de forten van de Geniedijk. Dit is het vervolg van de column over de baardvleermuis van vorige week.

Bijzonder

Zoals bij de meeste vleermuissoorten vindt de paring plaats tijdens de korte perioden dat de dieren ´s winters wakker zijn. De zaadcellen bevruchten de eicel pas wanneer het wijfje definitief uit haar winterslaap is ontwaakt. Hierdoor wordt het jong zo vroeg mogelijk in de zomer geboren, zodat het voldoende tijd heeft om volgroeid en goed gevoed de winter in te gaan. In mei zoeken de vrouwtjes de kraamkolonies

op. In juni worden de jongen geboren. Een vrouwtje krijgt één jong per jaar, maar een tweeling komt ook voor. Het jong weegt bij de geboorte 2 g. Na 6 weken kan het jong zelf vliegen en jagen. Eind augustus verlaten de vrouwtjes de kraamkolonie. Een baardvleermuis wordt maximaal 23 jaar oud en gemiddeld een jaar of vier.

Waar

Baardvleermuizen worden vooral aangetroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige landschappen. Daarbij jagen ze vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Hij komt in heel Nederland voor, maar is over het algemeen zeldzaam. Uit de zomerperiode zijn maar weinig waarnemingen bekend. In de winter wordt hij wel op veel plaatsen aangetroffen. Mogelijk komt dat door een verborgen levenswijze in de zomer en een probleem bij de herkenning met een ´batdetector´. De baardvleermuis komt in het overgrote deel van Europa voor,ook tot vrij hoog in de bergen, en in Azië van Turkije tot Japan. In Nederland is het dier in Zuid-Limburg wat algemener, maar kan in vrijwel het gehele land aangetroffen worden

 plantenAnemonen (1)9 jan 2011januari

Anemonen (1), 9 jan 2011

 anemonen1bosanemoongroot

Het kan niemand meer ontgaan zijn dat het voorjaar in volle hevigheid is losgebarsten. In De Heimanshof hebben we dat voorjaarsgevoel al vanaf het smelten van de sneeuw rond kerst. De tuin is nl zo ingericht dat er vanaf half december continue bloeiende planten aanwezig zijn. De meeste planten bloeien 3- 4 weken en alle bloeicycli lopen van half december tm eind november vloeiend in elkaar over. Ons voorjaar wordt bepaald door de bloei van vooral de stinsenplanten. Dat zijn meest bol- of wortelstokvormende planten die vanuit hun reservevoorraad in die bol ´voor de zon uit´ kunnen groeien. Dit soort gewassen tref je vooral in bosondergroei aan, waar het essentieel is, om voor half mei de levenscyclus van groeien, bloeien en zaad zetten rond te hebben. Dan sluit de bladerkroon

van de bomen zich en wordt het te donker voor groei. De eerste cyclus van het jaar is voor de sneeuwklokjes. Daar hebben we een 10- tal soorten van in de tuin. Een van mijn (vele) favoriete plantensoorten, die op dit moment volop bloeien, zijn de anemonen. Ze behoren tot de boterbloemenfamilie. Van de 120 wereldwijd voorkomende anemonensoorten komen er 4 voor in het wild in Nederland: de witte bosanemoon, de gele anemoon, de blauwe anemoon en de ook blauwe oosterse anemoon. En allen staan natuurlijk in De Heimanshof volop te bloeien. Overigens zijn er van deze wilde soorten talloze kweekvariëteiten in omloop. Het mooie en aansprekende anemonen is, dat ze dichte plakkaten van fijn ingesneden bladeren vormen, die tussen maart en mei bekroond worden door een bloemendek (zie foto van bosanemoon). De bloemen gaan alleen open in de zon. De planten groeien vanuit wortelstokken (bosanemoon en gele anemoon) of bolletjes (blauwe anemoon) en komen daarom verrassend snel uit de grond en tot bloei. Na de bloei trekken de planten zich weer vrij snel terug in hun ondergrondse delen. Een anemoon ontwikkelt zich dus zelden of nooit tot een plaagplant. Volgende week het vervolg.

 kleine dierenBaardvleermuis (1)7 jan 2011januari

Baardvleermuis (1), 7 jan 2011

 baardvleermuis1

Afgelopen jaar is de zevende soort vleermuis, die in onze polder voorkomt, ontdekt. Het is de gewone baardvleermuis en hij werd aangetroffen in een voor bezoekers afgesloten deel van één van de forten van de Geniedijk. Net als de zeer algemene dwergvleermuis, is de baardvleermuis piepklein. Hij weegt 4- 8 gram (een brief weegt 20 g) een heeft een spanwijdte van 20 cm. Opvallend (in de hand) is zijn lichtgrijze buik. Hij jaagt vooral op vliegende insecten zoals langpootmuggen, dansmuggen, haften, vliegen, kevers en motten, maar vangt ook spinnen en rupsen op planten. Een kwartier tot een half uur na zonsondergang vliegt hij meestal uit. Soms is hij ook overdag actief. Hij vliegt laag over de grond of volgt heggen. Geregeld houdt hij pauzes, hangend aan een tak. De baardvleermuis vliegt

bij voorkeur langs lijnvormige structuren in het landschap. Gewoonlijk jaagt de baardvleermuis alleen, maar soms ook in groepen. Hij heeft een langzame, fladderende vlucht op 1,5 - 6 m. hoogte. Een bepaald traject wordt meestal laag bij de grond enige malen afgezocht, voor het dier weer verder vliegt. Vaak worden avond aan avond dezelfde plekken opgezocht en dezelfde banen gevlogen. Het merendeel van de dieren jaagt binnen 1- 3 km van de slaapplaats, maar ze kunnen tot op 10 km worden waargenomen. Hij bewoont in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders, of de ruimtes achter gevelbetimmeringen of vensterluiken van gebouwen. Kraamkolonies bestaan uit 10-100 individuen. ´s Winters hebben ze een voorkeur voor ondergrondse, koele plaatsen als grotten, mijnen, bunkers en kelders. De baardvleermuis houdt een winterslaap van oktober tot maart/april. Baardvleermuizen zijn in principe zeer trouw aan hun verblijfplaatsen, maar zijn wel in staat om grote afstanden af te leggen. Zo werden dieren die in de winter geringd werden, tijdens daaropvolgende winters teruggevonden op 28 tot 240 km van de oorspronkelijke ringplaats. Volgende week het vervolg van deze column

 vogelsKleine Zwaan2 jan 2011januari

Kleine Zwaan, 2 jan 2011

 kleinezwaan

Een oplettende lezeres attendeerde mij op een aantal Kleine Zwanen, die langs de N205 zaten. Al jaren speur ik naar deze soort en zijn familielid de Grote Wilde Zwaan. Er zijn er namelijk elke winter vele duizenden van in Nederland, maar ook op waarneming.nl bleef onze polder een witte vlek. Nu hebben er een paar de weg gevonden en mogelijk worden het er meer. In hun broedgebied eten de kleine zwanen hoofdzakelijk wortels, bladeren en stengels van waterplanten. De jongen eten ook insecten en insectenlarven. In herfst en winter eten de kleine zwanen het liefst wortelknolletjes van fonteinkruid. Helaas is vanaf de jaren vijftig deze soort sterk afgenomen door vervuiling en knobbelzwanen. Hierdoor zijn de wilde zwanen overgestapt op ander voedsel zoals gras en overgebleven oogstresten van o.a. bieten en aardappels. En die vinden

ze ook elders, zoals in onze polder.

Bijzonder

De jongen worden door beide ouders verzorgd en kunnen na 9-10 weken vliegen. Dat is nodig, omdat de winter in Siberië al rond half september begint en dan moeten ze sterk genoeg zijn voor een vliegtocht van 4.000 kilometer. De jongen blijven het 1e jaar bij hun ouders. Pas als de ouders weer in Siberië terug zijn valt het familieverband uit elkaar. De ouders gaan naar hun broedterritorium terwijl de jaarlingen in grote groepen (hangjongeren of ´hangzwanen´) samenscholen in de mondingen van rivieren en beschutte poelen. Veel van deze jaarlingen sluiten zich op de herfsttrek weer bij hun ouders aan. Op hun 3e of 4e jaar gaan ze zelf een partner zoeken. Kleine zwanen behoren tot de meest partnertrouwe vogels ter wereld. De band is altijd voor het leven en uit ringonderzoek is gebleken dat echtscheidingen eigenlijk nooit voorkomen. Het langst bekende huwelijk was 19 jaar.

Waar

Kleine zwanen broeden in het toendragebied van Noord-Rusland en Siberië. De populatie van 20-25000 vogels ten westen van de Oeral overwintert in Noordwest-Europa. Het grootste deel daarvan overwintert in Nederland

 kleine dierenAlbino Salamander25 dec 2010december

Albino Salamander, 25 dec 2010

 albinosalamander

De jeugdnatuurclub van De Heimanshof heeft een wekelijks groentetuinprogramma (ook in de winter) en een maandelijks natuurprogramma. Bij de activiteiten zijn er altijd kinderen, die creatief afdwalen, zowel letterlijk als figuurlijk. En vaak levert dat onverwachte verrassingen op aan bijzondere planten en dieren die ze uit de gekste hoeken en gaten te voorschijn toveren. Afgelopen zaterdag was door de dikke sneeuwlaag ons werkterrein naar de kassen op de tuin verplaatst om vogelnestenkasten en insectenhotels te bouwen. En natuurlijk gaan er dan kinderen zwerven op zoek naar een rondvliegend winterkoninkje, de wandelende takken kolonie etc. De verrassing van de dag was, dat er een albino kleine watersalamanderlarve ontdekt werd. De larve was wit, met felrode kieuwen, maar zonder rode ogen.

Bijzonder

Normaliter zijn de salamanders in december in winterslaap. De verwarmde kassituatie is waarschijnlijk de verklaring voor de ´wakkere´ aanwezigheid. Dat de salamander

nog in het larvale stadium was, is ook opmerkelijk. De ontwikkelingsduur van de larven hangt sterk af van het voedselaanbod en de temperatuur. In warme voedselrijke plasjes kan de larve al na 6- 8 weken volledig ontwikkelt zijn. Onder minder gunstige omstandigheden, overwintert de larve en wordt pas het volgende voorjaar volwassen. Daarna duurt het nog 2 tot 3 jaar voor hij volwassen is en zich kan voortplanten. Er zijn ook gevallen bekend, waarbij volwassen dieren kenmerken van larven behouden zoals uitwendige kieuwen. De oorzaak hiervan is jodiumgebrek, waardoor onvoldoende schildklierhormoon kan worden gevormd. In de praktijk komt dit wel voor in zure vennen op voedselarme gronden. In onze kas met veengrond spelen beide omstandigheden mogelijk een rol.

Waar

De kleine watersalamander is een van de meeste algemene amfibieënsoorten in ons land. Het is ook goed aan het leven op het droge aangepast. Buiten het larvale stadium komt de salamander alleen voor paring en ei-afzetting in het water.

 albinosalamander2

 vogelsGoudplevier19 dec 2010december

Goudplevier, 19 dec 2010

 goudplevierwinterkleed

Iedereen kent de kievit. Het is een steltloper, die gespecialiseerd is in jagen op het oog. Daarom leeft deze soort op kale akkerlanden en korte graslanden. Andere steltlopers zoals de grutto en de wulp jagen op het gevoel. Met hun lange gevoelige snavels prikken ze in de (zachte) grond. De kievit maakt deel uit van een veel grotere groep oogjagers: de plevieren. In de Nederlandse vogelgidsen staan wel 13 soorten plevieren. Eén van deze soorten, de goudplevier, is een regelmatige bezoeker van onze polder gedurende de trek. Je treft hem aan tussen de grote groepen kieviten die langs de A4 op de kale velden voedsel zoeken, gedurende de hele winter. Tenminste zolang het niet te hard vriest, want dan verhuist iedereen voor de vorstgrens uit, naar het zuiden. De goudplevier is in zijn zomerkleed een prachtige verschijning. Zie foto. In zijn winterkleed is hij heel wat minder deftig (zie inzet). In de herfst zijn er echter nog heel wat exemplaren die geheel of gedeeltelijk in ´prachtkleed´ zijn.

Bijzonder

Het verlies van biotoop

is de oorzaak dat de goudplevier in Nederland geen broedvogel meer is. Het laatste broedgeval werd in 1974 vastgesteld bij Budel en dat was de eerste keer na het voorlaatste broedgeval bij Fochteloo in 1937. Wellicht dat het Plan Goudplevier van Natuurmonumenten in Drenthe weer mogelijkheden biedt. Als trekvogel gaat het niet slecht met de goudplevier. Tussen 1980 en 2006 namen de aantallen toe, steeds met een maximum van enige honderduizenden in de maand november over heel Nederland. De goudplevier was het onderwerp van discussie tussen de directeuren van de Guinness Brouwerijen aan het begin van de jaren vijftig. Eén van de heren dacht dat deze vogel de snelste ter wereld was. Uiteindelijk is uit deze discussie het Guinness Book of Records ontstaan.

Waar

In Nederland zijn goudplevieren het meest in het voorjaar (maart-april) en in het najaar (september-december) te zien. Ze broeden ´s zomers in Scandinavië en Rusland.

 goudplevierzomerkleed

 bomenBeuk10 dec 2010december

Beuk, 10 dec 2010

 beuk

De aanleiding voor deze column is, dat er afgelopen zaterdag op de natuurspeelplaats (in aanbouw) op De Heimanshof een monumentale beukenstam is geplaatst als (liggende) klauterboom. Deze beuk van 180 jaar oud was in de duinen geveld door een storm. De beuk is een inheemse boomsoort met hardhout en een gladde bast die misschien wel 20 jaar als klauterboom geschikt blijft. In de Haarlemmermeer op de klei staan bijna geen beuken. Op het zand in de duinen des te meer. Grote bomen in onze polder zijn meestal wilgen of populieren, die na rooien in 3- 5 jaar verteren. Deze zijn dus minder geschikt als speelbomen. Volwassen beuken zorgen in bossen voor een dicht bladerdek, waardoor ondergroei weinig kans krijgt. Met zijn grootte tot 40 meter is het een hoge boom. De boom leeft in symbiose met schimmels. De boom levert suikers en de schimmel levert mineralen daarvoor terug. Beukenbossen behoren

tot de mooiste bossen. De bestuiving vindt plaats door de wind. De beuk kan goed tegen schaduw en is een climax-soort, dwz dat ze het eindstadium van de ontwikkeling van een bos vormen.

Bijzonder

De vrucht van de beuk bestaat uit nootjes. Beukennootjes worden verspreid door dieren, die ze als wintervoorraad gebruiken. De beuk heeft een zeer gevoelige bast voor zonneschijn. Als er door b.v. storm of een andere reden een deel van de kroon afbreekt, kan dit leiden tot de dood van de boom, door teveel zon op de stam. De knoppen van de beuk zijn erg lang en bevatten de volledige bladeren, die rond half mei in een paar dagen uitrollen. Beukenhout is zeer buigzaam en gemakkelijk te draaien, waardoor het uitstekend geschikt is voor het maken van meubilair. Het heeft een fijne nerf en geen knoesten, aangezien de takken al jong afvallen.

Waar

Van nature staat een beuk op zware bodems met een goede drainage, maar aangeplant vind je hem ook elders. De oudste boom van het nieuwe land in onze polder is een beuk van nu 158 jaar oud bij boerderij de Eersteling met een stamdiameter van ruim 2 m.

 bomenEssengal4 dec 2010december

Essengal, 4 dec 2010

 essengalmetinzet

Het voorjaar en de zomer hebben de naam de perioden te zijn dat je insecten kunt waarnemen. Maar ook in de rest van het jaar, zelfs in de winter kun je overal insecten aantreffen. Maar dan moet je wel weten waar je naar moet kijken. Een interessante manier om nu insecten te vinden, is via gallen: Als wij gestoken worden door een insect, bv. een mug, ontstaat er een bultje. Ooit miljoenen jaren geleden heeft eens een insect, waarschijnlijk een soort wesp, ontdekt dat zijn steek bij een plant ook aanleiding gaf tot een bultje, dat aan de buitenkant hard en aan de binnenkant zacht (en voor een larve) smakelijk was. Dat was dus een perfecte plek om kroost veilig groot te brengen. Zeker toen die larve ook die stof ging produceren en de bult (gal) steeds bleef groeien. Om die reden was dat insect zeer succesvol en ontwikkelden zich snel veel andere soorten. Van deze insectengroep zijn er in Nederland nu

wel 1400 soorten te vinden. Niet alleen (gal)wespen veroorzaken gallen. Ook vele muggen, vlinders en vliegen hebben deze truc ontdekt. Bijna op alle plantensoorten zijn er één of meer soorten gallen te vinden. Vooral de eik heeft er veel, wel 40. Nu de bladeren vallen, is er een leuke soort op essenbomen te vinden. Essen zijn de bomen die als zaden enkelvoudige vleugeltjes(´helicoptertjes´) vormen. Esdoorns maken dubbel gevleugelde zaden.

Bijzonder

De essengal, die bij het bladloos worden van de essen zichtbaar wordt, heeft geen Nederlandse naam. In het Duits wordt hij ´klunkern´ genoemd. Hij is nu bruin en is als groene bloemkoolachtig woekering ontstaan uit de bloemen. Deze ´klunkern´ kunnen de hele winter nog als bruine klonterige massa´s aan de boom zitten: Soms zit de hele boom er vol mee. Binnenin leven de larfjes van Aceria fraxinivora (zie foto)

Waar

Gallen kunnen overal in alle seizoenen en op bijna alle plantensoorten gevonden worden. Oog krijgen voor de verbazingwekkende verscheidenheid van gallen geeft een nieuwe dimensie aan het buiten in de natuur lopen.

 vogelsKauw24 nov 2010november

Kauw, 24 nov 2010

 kauw

Tegen de schemer in deze winterdagen kun je grote groepen kauwtjes tegenkomen. Zij verzamelen zich in deze periode voor de slaaptrek. Slaaptrek is een verschijnsel dat zich bij allerlei vogels voordoet, zoals bij spreeuwen, meeuwen en kraaiachtigen. Dit zijn sociale vogels die overdag alleen of in paren voedsel zoeken en ´s avonds veiligheid bij elkaar zoeken in grote aantallen op vaak vaste plaatsen. Bij kauwtjes en spreeuwen gaat dit vaak gepaard met spectaculaire en speelse sociale uitingen. Bij stormachtig weer worden vooral kauwtjes geïnspireerd tot spectaculaire toeren. Interessant is om te zien dat de band tussen stelletjes zo sterk is dat ze ook in de acrobatische acties prachtig in paren bij elkaar blijven vliegen.

Bijzonder

De kauw is de kleinste soort kraai. Het is een slimme alleseter, die

zowel in cultuur- als natuurgebieden voorkomt. Kauwen sluiten een band voor het leven en zijn onafscheidelijk. De kauw is een holenbroeder, die zich thuis voelt in boomholtes , schoorstenen en gebouwen. Zo komt hij aan de volksnaam torenkraai. Vroeger, toen een papagaai te duur was om aan te schaffen als huisdier, werd een kauwtje vaak als vervanger uit het nest gehaald. Als huisdier wordt een kauw snel tam (en brutaal) maar kwijnt weg in een kooi. Tegenwoordig mag een kauw daarom niet meer als huisdier gehouden worden. Voor een kauw is het eerste levensjaar het moeilijkst om door te komen. Als dat lukt kunnen ze wel 30-50 jaar oud worden.

Waar

De kauw komt in heel Europa en Noord-Afrika voor tot aan de Oeral. In Nederland is het met rond 200.000 paar een algemene vogel, die nog steeds in aantal toeneemt. In de winter komt er een veelvoud uit noordelijke streken bij ons overwinteren. Die aantallen nemen licht af. In de Haarlemmermeer is de kauw vooral een schoorsteenbroeder van wat oudere wijken. Ook in schuren van boerderijen broedt hij veel en in het wandelbos van Hoofddorp in oude bomen met holtes. In torenvalk- en uilennestkasten vormen kauwen soms een plaag.

 plantenGele trilzwam17 nov 2010november

Gele trilzwam, 17 nov 2010

 geletrilzwam1

Paddenstoelen zijn de voortplantingsorganen van een zwamvlok of mycelium dat meestal verborgen ondergronds of in hout leeft. Omdat de voornaamste functie van de paddenstoel is om sporen te vormen en te verspreiden, verspillen een heleboel schimmelsoorten er niet te veel tijd aan. Vele soorten paddenstoelen groeien bijzonder snel (uit de ondergrondse reserves) en zijn ook al weer snel versnotterd of verdroogd. Maar zoals altijd in de natuur, bestaan er talloze andere fascinerende ´strategieën´. Deze week wil ik uw aandacht vragen voor de trilzwammen´ aanpak´. Bij de natuurwerkzaamheden in de Groene Weelde kwamen we onderop dode eikentakken prachtige gele klompjes geleiachtig materiaal tegen. Deze geleiklompjes hebben op jonge leeftijd een heldergele of oranje kleur en worden bij het ouder worden lichtgeel. Bij goed kijken bestaan deze klompjes uit in elkaar gevlochten flapjes. Daarmee wordt het oppervlak van de paddenstoel vergroot en daarmee ook de ruimte voor sporenvormend materiaal.

Bijzonder

Bij nog beter

kijken, blijken de gele trilzwammen niet de enige zwammen op die takken te zijn. Bijna de hele onderkant was bedekt met een korstvormige soort. Dat is bijzonder, want vaak koloniseert een soort zwam een plek en laat dan geen andere soorten meer toe. De Gele trilzwam is namelijk een parasitaire soort, die niet leeft op hout, maar van deze korstzwammen. Trilzwammen zijn nauw verwant aan de bekende judasoren, Beide kunnen jaarrond gevonden worden. Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen ze tot harde korsten opdrogen of met regen weer opzwellen. Zodra ze opzwellen gaan de onderbroken levensfuncties, zoals sporenvorming weer door.

Waar

De gele trilzwam leeft van schorszwammen (Peniophora), die dode loofboomtakken verteren. Vaak zitten deze takken nog aan de boom. Ze komen jaarrond voor en zijn niet zeldzaam. Wereldwijd komen er zo´n 500 soorten trilzwammen voor. De meeste in de tropen. In Nederland zijn 10 soorten trilzwammen gevonden.

 geletrilzwam2

 vogelsPestvogel13 nov 2010november

Pestvogel, 13 nov 2010

 pestvogel

Hoewel het af en toe behoorlijk kan regenen, is het zeer de moeite waard om in deze tijd wandelend of fietsend over straat te gaan. Er is namelijk weer een invasie van pestvogels gaande. De meeste vogels worden in de duinstreek waargenomen maar er zijn (net als vorig jaar) ook groepen pestvogels die zich door de Haarlemmermeer bewegen. De grootste kans om deze bijzondere soort te zien, is waar bessen van de Gelderse Roos groeien. De pestvogel is trouwens de enige soort die gek is op deze bessen (die door andere vogels pas als er niets anders meer is, genuttigd worden).

Bijzonder

De naam van de pestvogel stamt van een bijgeloof in de Middeleeuwen. De pestvogel is een invasievogel die in sommige jaren massaal deze kant op komt. In de tijd van de pestepidemieën

is zo´n invasie blijkbaar samengevallen met een of meer uitbraken. Er is een trend dat de pestvogel tegenwoordig veel vaker deze kant op komt.

Bijzonder

aan de pestvogel is niet alleen zijn uiterlijk met een mooie kuif en kleuren, maar ook zijn rinkelend stemgeluid en het feit dat hij meestal in vrij grote groepen rondtrekt. Ze strijken dan op bessendragende struiken neer, tot die leeggegeten zijn. De pestvogel is zo groot als een spreeuw en meestal niet schuw.

Waar

Pestvogels zijn vogels van de noordelijke bossen. Ze houden zich bij voorkeur op in dichte naaldbossen met hoge bomen en een onderbegroeiing van besdragende struiken. Daarnaast worden ze ook regelmatig gesignaleerd aan de randen van moerassen en aan de oevers van rivieren, mits daar voldoende insecten aanwezig zijn. Pestvogels zijn in staat om buitengewoon strenge en lange winters rond en boven de poolcirkel te overleven. Doordat het beschikbaar zijn van voldoende voedsel van jaar tot jaar sterk kan verschillen, worden de pestvogels in bepaalde landen zeer onregelmatig waargenomen. Bij voedseltekorten ondernemen ze trektochten tot in Nederland, België en de Britse eilanden.

 bomenZomereik7 nov 2010november

Zomereik, 7 nov 2010

 zomereik2

De Heimanshof deed 6 november de 6e keer mee aan de nationale natuurwerkdag. Dit jaar werd een eikenbos in de Groene Weelde ´ecologisch gepimpt´. Het betreffende eikenbos was op rijen van 1 m aangeplant en bestond uit 9000 bomen van 5- 15 cm dik, die elkaar stonden te verdringen. Een dergelijk bos is net als een gazon een soort ecologische woestijn van maar 1 soort. Met recreatieschap Spaarnwoude was afgesproken dat dit bos gedund en ecologisch en recreatief interessanter gemaakt kon worden. De eerste stap daarbij was dunnen in de vorm van nieuwe paden, open plekken en het maken van ruimte waar andere soorten zich al spontaan hadden gevestigd. Rond de boomplantdag in 2011 zullen er andere soorten aangeplant worden. Opvallend bij het zagen aan de duizenden boompjes was dat in de zaagsnede het hout blauwpaars kleurde (zie foto). Dit komt door een reactie van tannine met het ijzer van de zaag. Eiken

zijn zeer rijk aan tannine dat ook voor leerlooien wordt gebruikt. De inlandse of zomereik wordt eeuwen oud en levert hardhout. Dit hout is hard, taai, zeer duurzaam en goed te bewerken. Het is te gebruiken in woningen, voor spoorbielzen, palen en masten, in de scheepsbouw, voor meubels, etc.

Bijzonder

Eiken worden vooral door Vlaamse gaaien verspreid. Ze kunnen wel 9 eikels in hun bek meenemen als ze hun wintervoorraad aanleggen. De door tannine voor mensen ongenietbare eikels (´mast´) zijn zeer voedzaam en bevatten tot 38 % vet. In de Middeleeuwen werden varkens in de herfst de bossen ingedreven en ´vetgemast´. In die tijd ontstond ook het gezegde ´op eiken groeit het beste spek´. De eik mocht daarom niet zomaar gekapt worden en werd steeds belangrijker in de bossen. Omdat de zomereik meer eikels produceert dan de wintereik, werd deze veel meer aangeplant. Door de tannine verteren eikenbladen ook langzaam, wat een positieve invloed heeft op de strooisellaag in het bos.

Waar

De zomereik is een algemene Europese boomsoort, die wel 25 m hoog en 40 m breed kan worden.