bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 21 ] Ga naar vorige<<… 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 paddenstoelenGesteelde Stuifbal26 feb 2011februari

Gesteelde Stuifbal, 26 feb 2011

 gesteeeldestuifbal

Gesteelde stuifbal klinkt intrigerend, maar eigenlijk zou hij gesteeld stuifballetje moeten heten. Het is namelijk maar een piepklein paddenstoeltje. Voor een niet getraind oog lijkt hij het meest op een konijnkeutel. Deze soort werd door een oplettend Heimanshofvrijwilligster in Vijfhuizen tussen straatstenen gevonden. Deze soort behoort tot de stuifzwammen of bovisten, waarvan de aardappelbovist, de parelstuifzwam en de gekraagde aardster de meest algemene soorten zijn en de reuzenbovist de grootste soort is. Deze kan wel 60 cm in diameter worden. Alle stuifzwammen groeien op als massieve vruchtlichamen. Als de sporen rijp zijn, houden de meeste soorten alleen een dun velletje over en blijkt de hele inhoud uit sporen te bestaan. Door een klein voorgeprogrammeerd gaatje kunnen de sporen meestal ontsnappen. Kinderen vinden het vaak een leuk spelletje om de rijpe vrucht in te drukken zodat de sporen als een mini vulkaaneruptie verstuiven. Ook de gesteelde stuifbal heeft zo´n voorgevormd gaatje waar bij betreding of bij regen de sporen

uit kunnen stuiven (zie foto). De gesteelde stuifbal groeit op uit een bol, die grotendeels ondergronds blijft.

Bijzonder

De gesteelde stuifbal is een zeldzame paddenstoel. Hij is zo zeldzaam dat hij sinds 1989 op de rode lijst van beschermde soorten staat. Op waarneming .nl wordt de soort slechts zelden gerapporteerd. Bijzonder aan de vondst in Vijfhuizen is de vondst in februari. Andere waarnemingen zijn meest uit oktober.

Waar

De gesteelde stuifbal heeft een voorkeur voor droge voedselarme zandgrond. De meeste vindplaatsen zijn daarom in de duinen. Daar ´torent´ hij op zijn 2 - 5 cm langs steel boven de mossen uit. Zijn steeltje zal daarbij helpen om wat extra wind te vangen om zijn sporen te verspreiden en zijn vermomming als konijnenkeutel zal helpen om een leeftijd te bereiken waarop de sporen rijp zijn. Dat deze soort in Vijfhuizen tussen straatstenen gevonden is, mag wel een klein wonder heten.

 gesteeeldestuifbal2

 vogelsHeggenmus20 feb 2011februari

Heggenmus, 20 feb 2011

 heggenmus

In februari is het nog volop winter. Toch zijn er al veel signalen dat het voorjaar aan kracht wint. Vooral in het bosplantsoen ontstaat een hoopvolle groene gloed van jonge planten. Dit zijn vooral de bolgewassen die vanuit de opgeslagen energie in de bol omhoogschieten. Een tiental soorten daarvan bloeien zelfs al. Op een mooie winterdag kriebelt het ook bij de vogels. Eén van de vogels die elk jaar bij de eersten hoort, die gaat zingen, is de heggenmus. De eerste hoorde ik dit jaar op 8 februari. Dat was vroeger dan vorig jaar. Ondanks zijn vroege zang broedt hij pas half april, hij wil alvast zijn territorium zeker stellen. De heggenmus is een bescheiden vogeltje dat tussen de struiken en heggen scharrelt. Hij is ongeveer zo groot als een roodborst. Het is een egaal gekleurd vrij donker vogeltje met een grijze kop en roodbruine poten. Hij lijkt op een vrouwtje huismus,

maar de grijze kop en zijn dunne snaveltje maken een duidelijk verschil. Wat ook duidelijk verschillend is, is de zang. De zang van de heggenmus lijkt niet op het getjilp van mussen. Het is echt een liedje, maar wel één waar weinig melodie in zit.

Bijzonder

Heggenmussen zoeken hun voedsel op de grond, maar altijd in de buurt van dekking. Het is een echte insecteneter maar in de winter eten ze noodgedwongen ook wel brood van de voedertafel. De heggenmus nestelt in dicht struikgewas of onderin een conifeer. Het vrouwtje legt dan 4 a 5 blauwe eieren. Buiten het broedseizoen leeft hij alleen. De soort is zeer algemeen met een geschat aantal broedparen in Nederland van rond de 200.000.

Waar

De heggenmus heeft een voorkeur voor naaldbossen en gemengde bossen met veel ondergroei. Daarom is hij ook veel te vinden in parken en tuinen. De heggenmus is in Nederland een standvogel. Alleen als de bevolkingsdichtheid te groot is trekt hij naar aangrenzende gebieden. In noord en oost Europa is het een trekvogel, daar wordt het voor een insecteneter te koud in de winter.

 vogelsWilde Zwaan13 feb 2011februari

Wilde Zwaan, 13 feb 2011

 wide zwaangroot

Naar aanleiding van de column over de kleine wilde zwaan, kwamen er meer meldingen over zwanen. Zwarte zwanen zwommen in de Hoofdvaart bij Abbenes, in de Toolenburgse plas en bij Schiphol-Rijk en in de sneeuw bij de Boseilanden was een hele familiegroep wilde zwanen, bestaande uit een tiental volwassen en jonge exemplaren neergestreken (zie foto).En ook vloog er één zoekend over de Heimanshof. De kleine zwaan en de wilde zwaan hebben beide geel op de snavel. Bij de wilde zwaan is het geel veel prominenter en de soort is bijna zo goot als een knobbelzwaan. De wilde zwaan eet vrijwel uitsluitend waterplanten. In de winter eet hij ook knollen, gevallen en ontkiemend graan en ander plantaardig materiaal.

Bijzonder

Van de zwanen die in het wild voorkomen is dit de minst algemene soort in Nederland. 1500 exemplaren in een winter is al vrij veel. Een stuk minder talrijk dan de kleine zwaan dus. Ook de wilde zwaan is een echte wintergast die afwezig is van mei tot en met september.

In het Frans heet de wilde zwaan zingende zwaan om de luide trompetachtige geluiden die hij vooral tijdens de vlucht maakt. Naast het trompetgeluid kan de wilde zwaan ook vliegend van de knobbelzwaan worden onderscheiden. Zijn vleugelslag maakt itt die van de knobbelzwaan geen fluitend geluid en zijn nek blijft helemaal recht i.p.v. de sierlijke bocht waarin de knobbelzwaan hem houdt.

Waar

Wilde zwanen broeden langs poelen op toendra´s, in veenmoerassen en bij kleine meren in afgelegen gebieden in Scandinavië en het noorden van Rusland en Siberië. In het najaar trekken wilde zwanen naar het zuiden om te overwinteren op de weiden en in plassen. De broedgebieden van de wilde zwaan liggen dichterbij dan die van de kleine zwaan. In zuid Zweden broeden ze al. Maar de meeste broeden in Noord Rusland, Siberië en IJsland. Het lijkt erop dat de Wilde zwanen die op IJsland broeden niet in Nederland overwinteren. De vogels die in Nederland overwinteren komen dus van Scandinavië en Rusland.

 wildezwaanboseilanden

 grote dierenDamhert (2)6 feb 2011februari

Damhert (2), 6 feb 2011

 damhert2

Dit is de tweede column over het optrekken van het Damhert in onze polder en de ecologie van deze soort.

Bijzonder

Het damhert werd in 2004 op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren gezet in de categorie bedreigd. De actuele status is ´gevoelig´. Er mag dus niet zomaar op gejaagd worden. Zowel in de duinen als op de Veluwe is daar wel spraken van. Damherten zijn dagdieren. In verstoorde gebieden worden het echter meer schemeringsdieren. Oudere mannetjes hebben de neiging vooral ´s nachts te leven. Het damhert is een goede zwemmer. Half oktober is een heftige tijd voor het damhert: de bronstperiode. De herten vechten dan om een territorium en om en de gunst van een roedel vrouwtjes. Je kunt dan

vaak ondiepe kuilen vinden waar deze arena zich meestal bevindt (wordt ook wel ´lek´ genoemd, mogelijk omdat deze flink met urine besproeid wordt). In deze periode zijn de bokken niet toerekeningsvatbaar.

Waar

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte onderbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats, terwijl de meer open gebieden als graasplek dienen. In Nederland komt het damhert voor op de Veluwe, in de duinen en op kinderboerderijen en hertenkampen. Tussen de ijstijden leefden de damherten onder andere tot in West-Europa, maar de laatste ijstijd heeft de dieren naar Klein-Azië verdreven. De Romeinen brachten de soort weer met zich mee en verspreidden het dier door het gehele Romeinse Rijk. In onze regio zijn damherten sterk toegenomen in de Kennemer- en Waterleidingduinen. Deze winter waagden weer meer damherten de oversteek over de ringvaart. Het zijn meestal door dominante bokken verjaagde jonge mannetjes. Een exemplaar werd langs de Hoofdvaart doodgereden. Graag hoor ik van andere waarnemingen

 grote dierenDamhert (1)30 jan 2011januari

Damhert (1), 30 jan 2011

 damhert1

Het kon niet uitblijven. De aantallen damherten in de duinen nemen de laatste jaren snel toe. Afgelopen november zag ik er 35 tegelijk in verschillende roedels in Landgoed Leyduin, toen we de Heimanshofklauterboom ophaalden. 2 dominante mannetjes hadden het merendeel van de vrouwtjes onder hun hoede, 1 mannetje had er 2 en de rest bestond uit groepjes jonge mannetjes. Het zijn vooral die jonge mannetjes die uit de beste plekken gejaagd worden en dan gaan zwerven. Elk jaar zijn er meer die daarbij de ringvaart oversteken (zwemmend of via tunnels en bruggen) net als de vossen. Dit jaar waren er verschillende waarnemingen: 2 liepen er op de Driemerenweg bij de Groene Weelde, één in het centrum van Nieuw- Vennep en 1 mannetje werd dood gereden langs de Hoofdvaart. En waarschijnlijk zijn er nog veel

meer geweest. Ik hoor graag van andere waarnemingen. Het damhert is zeer gevarieerd qua uiterlijk, van zeer lichte tot bijna zwarte exemplaren(zie foto). De vacht is meestal bezaaid met witte vlekjes. Een ander kenmerk, waarmee het damhert zich onderscheidt van andere echte herten (zoals het edelhert), is het schoffelgewei. Hierbij zijn de einden van de takken met elkaar verbonden door platen. Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april en mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. De basthuid wordt in augustus en september afgeschuurd. Damherten leven in roedels. Na de paartijd leven de volwassen herten in aparte roedels en leven de vrouwtjes (hindes) samen met hun nageslacht en enkele jonge mannetjes (die later de roedel verlaten om in vrijgezellengroepen op te groeien). Het damhert voedt zich voornamelijk met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge bladeren, bessen (rozenbottel, braam, bosbes), eikels, granen, wortelen en ´s winters schors, hulst en heide. Het kan twintig jaar oud worden in gevangenschap en meer dan zestien jaar oud in het wild. Dit was de eerste van 2 columns over het Damhert. Volgende week het vervolg

 vissenAlver22 jan 2011januari

Alver, 22 jan 2011

 alver

De dooi na 6 weken ijs met sneeuw erop, heeft vissen indringend in beeld gebracht. In het achterkanaal van de Geniedijk bij het oude Buurtje dreven maar liefst 60 enorme vissen: 1 snoek en een paling van 80 cm; 10 karpers van 5-20 kg en brasems van 2-5 kg. Mogelijk is de hele volwassen vispopulatie door zuurstofgebrek onder het ijs omgekomen. Als dat overal gebeurt is..! Opvallend was dat er geen kleine vissen bij zaten, alsof die niet zo diep zwemmen, waar nog wel zuurstof overbleef. Maar kleine vissen kampen weer met andere problemen. Een van die kleine vissen is de alver die 10-20 jaar geleden in scholen van soms duizenden exemplaren voorkwam in onze polder. En dat zie je tegenwoordig niet meer. Een beroepsvisser wijt dit aan de toename van de aalscholver in de polder, die alle vis van 10-20 cm lengte wegvangt. Hij vreest dat de alver en ook beschermde kleine soorten zoals bittervoorn en vetje binnen afzienbare tijd uit zullen sterven. Ik zie als voornaamste reden dat alle waterwegen op doorvoer van water worden beheerd zodat er geen waterplanten en

schuilplaatsen overblijven.

Bijzonder

De alver is een zijdelings afgeplat, zilverachtig visje. Ze kunnen 25 cm worden, maar zijn meestal kleiner dan 15 cm. In direct zonlicht vallen parelmoerachtige kleuren op van de guaninekristallen in de schubben. Er was een commerciële visserij voor de winning van deze kristallen, om er kunstparels van te maken. De alver is een vis die in scholen aan het oppervlak van het water leeft, voor de uitgang van gemalen, maar ook wel in stilstaand water. Een alver voedt zich vooral met plankton en met insecten, maar ook met larven en wormen. Vroeger kwam de alver zeer algemeen voor, tegenwoordig steeds minder door vervuiling, de aalscholver en het oeverbeheer.

Waar

Alvers komen voor van West Europa tot aan de Wolga. De vis is vrij algemeen in Nederland, met een voorkeur voor grotere wateren of rivieren. In heldere beekjes en slootjes wil de alver plaatselijk nog wel eens talrijk voorkomen

 alvergroot

 kleine dierenBaardvleermuis (2)14 jan 2011januari

Baardvleermuis (2), 14 jan 2011

 baardvleermuis2

Afgelopen jaar is de zevende soort vleermuis, die in onze polder voorkomt, ontdekt. Het is de gewone baardvleermuis en hij werd aangetroffen in een voor bezoekers afgesloten deel van één van de forten van de Geniedijk. Dit is het vervolg van de column over de baardvleermuis van vorige week.

Bijzonder

Zoals bij de meeste vleermuissoorten vindt de paring plaats tijdens de korte perioden dat de dieren ´s winters wakker zijn. De zaadcellen bevruchten de eicel pas wanneer het wijfje definitief uit haar winterslaap is ontwaakt. Hierdoor wordt het jong zo vroeg mogelijk in de zomer geboren, zodat het voldoende tijd heeft om volgroeid en goed gevoed de winter in te gaan. In mei zoeken de vrouwtjes de kraamkolonies

op. In juni worden de jongen geboren. Een vrouwtje krijgt één jong per jaar, maar een tweeling komt ook voor. Het jong weegt bij de geboorte 2 g. Na 6 weken kan het jong zelf vliegen en jagen. Eind augustus verlaten de vrouwtjes de kraamkolonie. Een baardvleermuis wordt maximaal 23 jaar oud en gemiddeld een jaar of vier.

Waar

Baardvleermuizen worden vooral aangetroffen in bossen, aan bosranden en in kleinschalige landschappen. Daarbij jagen ze vooral in open ruimtes, zoals boven paden, beken, open plekken en langs houtwallen. Hij komt in heel Nederland voor, maar is over het algemeen zeldzaam. Uit de zomerperiode zijn maar weinig waarnemingen bekend. In de winter wordt hij wel op veel plaatsen aangetroffen. Mogelijk komt dat door een verborgen levenswijze in de zomer en een probleem bij de herkenning met een ´batdetector´. De baardvleermuis komt in het overgrote deel van Europa voor,ook tot vrij hoog in de bergen, en in Azië van Turkije tot Japan. In Nederland is het dier in Zuid-Limburg wat algemener, maar kan in vrijwel het gehele land aangetroffen worden

 plantenAnemonen (1)9 jan 2011januari

Anemonen (1), 9 jan 2011

 anemonen1bosanemoongroot

Het kan niemand meer ontgaan zijn dat het voorjaar in volle hevigheid is losgebarsten. In De Heimanshof hebben we dat voorjaarsgevoel al vanaf het smelten van de sneeuw rond kerst. De tuin is nl zo ingericht dat er vanaf half december continue bloeiende planten aanwezig zijn. De meeste planten bloeien 3- 4 weken en alle bloeicycli lopen van half december tm eind november vloeiend in elkaar over. Ons voorjaar wordt bepaald door de bloei van vooral de stinsenplanten. Dat zijn meest bol- of wortelstokvormende planten die vanuit hun reservevoorraad in die bol ´voor de zon uit´ kunnen groeien. Dit soort gewassen tref je vooral in bosondergroei aan, waar het essentieel is, om voor half mei de levenscyclus van groeien, bloeien en zaad zetten rond te hebben. Dan sluit de bladerkroon

van de bomen zich en wordt het te donker voor groei. De eerste cyclus van het jaar is voor de sneeuwklokjes. Daar hebben we een 10- tal soorten van in de tuin. Een van mijn (vele) favoriete plantensoorten, die op dit moment volop bloeien, zijn de anemonen. Ze behoren tot de boterbloemenfamilie. Van de 120 wereldwijd voorkomende anemonensoorten komen er 4 voor in het wild in Nederland: de witte bosanemoon, de gele anemoon, de blauwe anemoon en de ook blauwe oosterse anemoon. En allen staan natuurlijk in De Heimanshof volop te bloeien. Overigens zijn er van deze wilde soorten talloze kweekvariëteiten in omloop. Het mooie en aansprekende anemonen is, dat ze dichte plakkaten van fijn ingesneden bladeren vormen, die tussen maart en mei bekroond worden door een bloemendek (zie foto van bosanemoon). De bloemen gaan alleen open in de zon. De planten groeien vanuit wortelstokken (bosanemoon en gele anemoon) of bolletjes (blauwe anemoon) en komen daarom verrassend snel uit de grond en tot bloei. Na de bloei trekken de planten zich weer vrij snel terug in hun ondergrondse delen. Een anemoon ontwikkelt zich dus zelden of nooit tot een plaagplant. Volgende week het vervolg.

 kleine dierenBaardvleermuis (1)7 jan 2011januari

Baardvleermuis (1), 7 jan 2011

 baardvleermuis1

Afgelopen jaar is de zevende soort vleermuis, die in onze polder voorkomt, ontdekt. Het is de gewone baardvleermuis en hij werd aangetroffen in een voor bezoekers afgesloten deel van één van de forten van de Geniedijk. Net als de zeer algemene dwergvleermuis, is de baardvleermuis piepklein. Hij weegt 4- 8 gram (een brief weegt 20 g) een heeft een spanwijdte van 20 cm. Opvallend (in de hand) is zijn lichtgrijze buik. Hij jaagt vooral op vliegende insecten zoals langpootmuggen, dansmuggen, haften, vliegen, kevers en motten, maar vangt ook spinnen en rupsen op planten. Een kwartier tot een half uur na zonsondergang vliegt hij meestal uit. Soms is hij ook overdag actief. Hij vliegt laag over de grond of volgt heggen. Geregeld houdt hij pauzes, hangend aan een tak. De baardvleermuis vliegt

bij voorkeur langs lijnvormige structuren in het landschap. Gewoonlijk jaagt de baardvleermuis alleen, maar soms ook in groepen. Hij heeft een langzame, fladderende vlucht op 1,5 - 6 m. hoogte. Een bepaald traject wordt meestal laag bij de grond enige malen afgezocht, voor het dier weer verder vliegt. Vaak worden avond aan avond dezelfde plekken opgezocht en dezelfde banen gevlogen. Het merendeel van de dieren jaagt binnen 1- 3 km van de slaapplaats, maar ze kunnen tot op 10 km worden waargenomen. Hij bewoont in de zomer bomen, nest- of vleermuiskasten, zolders, of de ruimtes achter gevelbetimmeringen of vensterluiken van gebouwen. Kraamkolonies bestaan uit 10-100 individuen. ´s Winters hebben ze een voorkeur voor ondergrondse, koele plaatsen als grotten, mijnen, bunkers en kelders. De baardvleermuis houdt een winterslaap van oktober tot maart/april. Baardvleermuizen zijn in principe zeer trouw aan hun verblijfplaatsen, maar zijn wel in staat om grote afstanden af te leggen. Zo werden dieren die in de winter geringd werden, tijdens daaropvolgende winters teruggevonden op 28 tot 240 km van de oorspronkelijke ringplaats. Volgende week het vervolg van deze column

 vogelsKleine Zwaan2 jan 2011januari

Kleine Zwaan, 2 jan 2011

 kleinezwaan

Een oplettende lezeres attendeerde mij op een aantal Kleine Zwanen, die langs de N205 zaten. Al jaren speur ik naar deze soort en zijn familielid de Grote Wilde Zwaan. Er zijn er namelijk elke winter vele duizenden van in Nederland, maar ook op waarneming.nl bleef onze polder een witte vlek. Nu hebben er een paar de weg gevonden en mogelijk worden het er meer. In hun broedgebied eten de kleine zwanen hoofdzakelijk wortels, bladeren en stengels van waterplanten. De jongen eten ook insecten en insectenlarven. In herfst en winter eten de kleine zwanen het liefst wortelknolletjes van fonteinkruid. Helaas is vanaf de jaren vijftig deze soort sterk afgenomen door vervuiling en knobbelzwanen. Hierdoor zijn de wilde zwanen overgestapt op ander voedsel zoals gras en overgebleven oogstresten van o.a. bieten en aardappels. En die vinden

ze ook elders, zoals in onze polder.

Bijzonder

De jongen worden door beide ouders verzorgd en kunnen na 9-10 weken vliegen. Dat is nodig, omdat de winter in Siberië al rond half september begint en dan moeten ze sterk genoeg zijn voor een vliegtocht van 4.000 kilometer. De jongen blijven het 1e jaar bij hun ouders. Pas als de ouders weer in Siberië terug zijn valt het familieverband uit elkaar. De ouders gaan naar hun broedterritorium terwijl de jaarlingen in grote groepen (hangjongeren of ´hangzwanen´) samenscholen in de mondingen van rivieren en beschutte poelen. Veel van deze jaarlingen sluiten zich op de herfsttrek weer bij hun ouders aan. Op hun 3e of 4e jaar gaan ze zelf een partner zoeken. Kleine zwanen behoren tot de meest partnertrouwe vogels ter wereld. De band is altijd voor het leven en uit ringonderzoek is gebleken dat echtscheidingen eigenlijk nooit voorkomen. Het langst bekende huwelijk was 19 jaar.

Waar

Kleine zwanen broeden in het toendragebied van Noord-Rusland en Siberië. De populatie van 20-25000 vogels ten westen van de Oeral overwintert in Noordwest-Europa. Het grootste deel daarvan overwintert in Nederland

 kleine dierenAlbino Salamander25 dec 2010december

Albino Salamander, 25 dec 2010

 albinosalamander

De jeugdnatuurclub van De Heimanshof heeft een wekelijks groentetuinprogramma (ook in de winter) en een maandelijks natuurprogramma. Bij de activiteiten zijn er altijd kinderen, die creatief afdwalen, zowel letterlijk als figuurlijk. En vaak levert dat onverwachte verrassingen op aan bijzondere planten en dieren die ze uit de gekste hoeken en gaten te voorschijn toveren. Afgelopen zaterdag was door de dikke sneeuwlaag ons werkterrein naar de kassen op de tuin verplaatst om vogelnestenkasten en insectenhotels te bouwen. En natuurlijk gaan er dan kinderen zwerven op zoek naar een rondvliegend winterkoninkje, de wandelende takken kolonie etc. De verrassing van de dag was, dat er een albino kleine watersalamanderlarve ontdekt werd. De larve was wit, met felrode kieuwen, maar zonder rode ogen.

Bijzonder

Normaliter zijn de salamanders in december in winterslaap. De verwarmde kassituatie is waarschijnlijk de verklaring voor de ´wakkere´ aanwezigheid. Dat de salamander

nog in het larvale stadium was, is ook opmerkelijk. De ontwikkelingsduur van de larven hangt sterk af van het voedselaanbod en de temperatuur. In warme voedselrijke plasjes kan de larve al na 6- 8 weken volledig ontwikkelt zijn. Onder minder gunstige omstandigheden, overwintert de larve en wordt pas het volgende voorjaar volwassen. Daarna duurt het nog 2 tot 3 jaar voor hij volwassen is en zich kan voortplanten. Er zijn ook gevallen bekend, waarbij volwassen dieren kenmerken van larven behouden zoals uitwendige kieuwen. De oorzaak hiervan is jodiumgebrek, waardoor onvoldoende schildklierhormoon kan worden gevormd. In de praktijk komt dit wel voor in zure vennen op voedselarme gronden. In onze kas met veengrond spelen beide omstandigheden mogelijk een rol.

Waar

De kleine watersalamander is een van de meeste algemene amfibieënsoorten in ons land. Het is ook goed aan het leven op het droge aangepast. Buiten het larvale stadium komt de salamander alleen voor paring en ei-afzetting in het water.

 albinosalamander2

 vogelsGoudplevier19 dec 2010december

Goudplevier, 19 dec 2010

 goudplevierwinterkleed

Iedereen kent de kievit. Het is een steltloper, die gespecialiseerd is in jagen op het oog. Daarom leeft deze soort op kale akkerlanden en korte graslanden. Andere steltlopers zoals de grutto en de wulp jagen op het gevoel. Met hun lange gevoelige snavels prikken ze in de (zachte) grond. De kievit maakt deel uit van een veel grotere groep oogjagers: de plevieren. In de Nederlandse vogelgidsen staan wel 13 soorten plevieren. Eén van deze soorten, de goudplevier, is een regelmatige bezoeker van onze polder gedurende de trek. Je treft hem aan tussen de grote groepen kieviten die langs de A4 op de kale velden voedsel zoeken, gedurende de hele winter. Tenminste zolang het niet te hard vriest, want dan verhuist iedereen voor de vorstgrens uit, naar het zuiden. De goudplevier is in zijn zomerkleed een prachtige verschijning. Zie foto. In zijn winterkleed is hij heel wat minder deftig (zie inzet). In de herfst zijn er echter nog heel wat exemplaren die geheel of gedeeltelijk in ´prachtkleed´ zijn.

Bijzonder

Het verlies van biotoop

is de oorzaak dat de goudplevier in Nederland geen broedvogel meer is. Het laatste broedgeval werd in 1974 vastgesteld bij Budel en dat was de eerste keer na het voorlaatste broedgeval bij Fochteloo in 1937. Wellicht dat het Plan Goudplevier van Natuurmonumenten in Drenthe weer mogelijkheden biedt. Als trekvogel gaat het niet slecht met de goudplevier. Tussen 1980 en 2006 namen de aantallen toe, steeds met een maximum van enige honderduizenden in de maand november over heel Nederland. De goudplevier was het onderwerp van discussie tussen de directeuren van de Guinness Brouwerijen aan het begin van de jaren vijftig. Eén van de heren dacht dat deze vogel de snelste ter wereld was. Uiteindelijk is uit deze discussie het Guinness Book of Records ontstaan.

Waar

In Nederland zijn goudplevieren het meest in het voorjaar (maart-april) en in het najaar (september-december) te zien. Ze broeden ´s zomers in Scandinavië en Rusland.

 goudplevierzomerkleed