bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 20 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenAnemonen (2)16 apr 2011april

Anemonen (2), 16 apr 2011

 anemonen2oosterseanamoon

Dit is het vervolg van de column over anemonen van vorige week. De bloemen van anemonen zijn fraai en delicaat. Het bijzondere ervan is dat normaliter een bloem bestaat uit gekleurde kroonbladeren en groene ondersteunende kelkbladeren. De anemonen hebben echter geen kroonbladeren maar alleen fraai gekleurde kelkbladeren. De voorplanting van anemonen gaat deels ongeslachtelijk via bolletjes en wortelstokken. Zo breiden ze zich langzaam zijwaarts uit, waardoor de mooie blader- en bloemplakkaten ontstaan. Voor verspreiding over grotere afstanden hebben de anemonen een leuke methode ontwikkeld: elk zaadje is voorzien van een zogenaamd ´mierenbroodje´. Het mierenbroodje is een zoet en/of olierijk uitgroeisel van de zaadhuid. In Nederland komen ongeveer 200 plantensoorten voor die een mierenbroodje hebben. Er zijn ongeveer 15 mierensoorten,

die mierenbroodjes als voedsel gebruiken voor hun larven. Om deze reden slepen de mieren het zaad mee naar hun nest. Tijdens deze tocht kan het zaad al ergens blijven liggen of anders wordt in het nest het mierenbroodje van het zaad afgebeten en het zaad weer naar buiten gebracht.

Waar

Anemonen zijn bosplanten, die houden van een rijke losse strooisellaag en een lemige bodem. In De Heimanshof groeien ze zowel goed in het �rijke� bos waar jaarlijks grote hoeveelheden houtsnippers worden opgebracht als in het �arme� bos, met een zandige bodem (over leem). De bosanemoon lijkt de enige echt inheemse soort te zijn, de blauwe en de oosterse anemoon komen oorspronkelijk uit Zuid-Europa en de gele anemoon uit Centraal Europa en Azië. Zoals de meeste stinsenplanten zijn ze een paar eeuwen geleden door landgoedeigenaren in vooral Friesland en Groningen geïntroduceerd en handhaven zich goed. Het wordt �stins� komt van stenen huis uit de tijd dat er nog maar weinig stenen of versterkte huizen gebouwd werden. De bosanemoon is plaatselijk algemeen en plaatselijk zeldzaam. De gele anemoon is de zeldzaamste van de vier.

 plantenMaretak (2)2 apr 2011april

Maretak (2), 2 apr 2011

 maretak2

Vandaag het vervolg van de melding van een aantal maretakplanten op populier en wilg in de Groene Weelde. Maretakzaden worden door de vogelmaag niet verteerd en hechten zich, ingepakt in uitwerpselen, in de bastgleuven van bomen. Deze uitwerpselen dienen als meststof. Vanuit het zaadje ontwikkelt zich een stengeltje dat zich naar de tak buigt. Daar ontstaat er een zuignap van waaruit boorwortels de boom in groeien. Per groeiseizoen per tak vormt een maretak 2 v-vormig uitstaande loten die elk slechts één paar blaadjes hebben. Het duurt dus jarenlang voor de maretak enige omvang bereikt. De plant kan 70 jaar oud worden en is dan 1 m. groot. Massaal door maretakken gekoloniseerde bomen kunnen ten onder gaan, maar dat gebeurt relatief weinig. Uniek is dat de maretak als enige plant geen verschil maakt tussen boven en onder. Alle planten groeien vanuit

de grond omhoog, maar de maretak groeit in een bol. Ook rust hij (tussen het blad van zijn gastheer) in zomer en herfst, groeit alleen in het voorjaar en bloeit in de winter. Het sap van de bessen plakt zo sterk, dat het vroeger gebruikt werd als lijm om zangvogeltjes te vangen. Voor de Druïden, de Keltische priesters van de oude Galliërs en Brittanniërs, was niets zo heilig als een maretak die op een eik groeide. Hij moest eerbiedig met een gouden mes gesneden worden. Maretak of mistletoe is voor de Engelse kerst het symbool voor vriendschap, liefde, geluk en een lang leven. Uit de maretak wordt een geneesmiddel tegen kanker bereid, dat (volgens de fenomologie) logisch volgt uit de kwaliteiten van de plant: de plant groeit extreem langzaam (effectief tegen celwoekering) en de plant is jaarrond vitaal (effect op immunologisch systeem).

Waar

In zijn jeugd groeit de maretak, zoals vele epifyten (b.v. korstmossen) traag. Hij heeft voor goede groei een bepaald microklimaat nodig: mist, veel regen en ochtenddauw tijdens de zomer. En kalk in de grond. Er zijn 3 soorten maretakken: op loofbomen, sparren en dennen.

 plantenMaretak (1)24 mrt 2011maart

Maretak (1), 24 mrt 2011

 maretak1

De Heimanshof is een heemtuin waar we de inheemse flora (en bijbehorende fauna) van heel Nederland proberen aanschouwelijk te maken. Om die reden zijn we altijd bezig ontbrekende biotopen en floristische elementen aan de tuin toe te voegen. Een van de grote frustraties van alle beheerders sinds 1975 is dat we nog nooit de aansprekende plant Maretak ´aan de praat hebben kunnen krijgen´. Deze halfparasiet, die vooral voorkomt in kalkrijke gebieden, heeft zelf bladgroen, maar tapt ook voedingsstoffen af uit zijn gastheer, meestal een populier of vruchtboom. Talloze pogingen zijn ondernomen om zaden of geënte exemplaren aan te laten slaan in de tuin. Tot dusver altijd tevergeefs. Maretakken zijn vrij algemeen in Limburg en zuidelijker en kunnen sporadisch door heel Nederland worden gevonden. In Utrecht langs de A2 kan er 1 exemplaar worden waargenomen.

In Noord-Holland is de plant bijzonder zeldzaam. Daarom was mijn vreugde dan ook groot toen ik in de Groene Weelde maar liefst 8 exemplaren bij elkaar aantrof op populieren en wilgen. 3 exemplaren waren in puike conditie, waarvan 1 vrouwelijk exemplaar vol met bessen en 5 stuks leken het moeilijk te hebben. De bloei vindt plaats in april/mei. Maretak is tweehuizig, d.w.z. er bestaan vrouwelijke en mannelijke planten. De bessen blijven tot ver in de voorjaar aan de plant.

Bijzonder

Maretakken groeien bijzonder langzaam en de Groene Weelde is nog maar recentelijk aangelegd. De grootste planten (10-14 jaar oud) leken niet veel ouder dan de bomen waarop zij groeiden (15- 20 jaar). Mogelijk zijn de eerste exemplaren met plantmateriaal zijn meegekomen of anders moeten de zaden met vogels van verre zijn aangevoerd. De vruchten zijn bijna witte, iets doorzichtige bessen met een dunne schil die twee afgeplatte, ovale zaadjes en zeer kleverig sap omhullen. Merels, maar vooral lijsters eten deze zoete bessen. Dit is de eerst van 2 afleveringen over de tot de verbeelding sprekende maretak, die nu ook de Haarlemmermeer gevonden is.

 vogelsKlapekster19 mrt 2011maart

Klapekster, 19 mrt 2011

 klapekster1

Deze week werd een heel bijzondere vogel gemeld uit Zwaanshoek en wel een klapekster. Bijna alles aan deze vogel is bijzonder. Het is b.v geen eksterachtige, maar een zangvogel. Waarom hij klapekster heet heb ik niet kunnen achterhalen. En verder is het een zangvogel die zich roofvogelmanier heeft eigen gemaakt. Hij heeft nl een haakvormige bek, waarmee hij zijn prooien vangt. Klapeksters zijn, als je hun gewoonten ken, al vanaf een afstand te ontdekken, omdat ze in de topjes van boompjes, struiken, hekken of telefoondraden zitten. Daarvandaan speuren ze de omgeving af naar prooi die meestal bestaat uit wat grotere insecten, hagedissen, kleine knaagdieren of zangvogeltjes tot wel de grootte van een zanglijster. In Nederland zijn het meestal muizen en kevers. En als hij een goede vangdag heeft, gebruikt hij doorns, takjes en prikkeldraad om zijn prooien tijdelijk ´op te slaan´ als voedselvoorraad, soms nog half levend.

Bijzonder

De klapekster was tot 1950

een vrij zeldzame broedvogel van ons land. In 1998 is het laatste broedpaar geconstateerd. Maar in de winter kan deze bijzondere soort als wintergast en doortrekker uit Scandinavië nog wel eens gezien worden. Maar ook dan is hij met 200- 400 exemplaren niet erg algemeen. De klapekster heeft in Nederland de status van zeer bedreigde rode lijst soort. De achteruitgang is begonnen door de ontginning van zijn voorkeursbiotoop. De overgebleven gebieden werden ongeschikt door recreatie en spontane opslag van bos. Dat komt omdat de klapekster jaagt vanuit uitzichtpunten.

Waar

Voor 1950 was de klapekster een schaarse broedvogel (mogelijk enkele honderden broedparen) van uitgestrekte heidevelden en hoogvenen met wat struikgewas en her en der een boompje. Dergelijke landschappen waren te vinden in Drenthe en het zuidoosten van Friesland en in Gelderland en Noord-Brabant en de duinstreek. De klapekster heeft een brede verspreiding over het hele noordelijk halfrond, en wereldwijd is de soort daarom niet bedreigd.

 klapekster2

 bomenZwarte Populier13 mrt 2011maart

Zwarte Populier, 13 mrt 2011

 zwartepopuliergeniedijk

21 maart is het begin van de lente en nationale boomfeestdag. Ook De Heimanshof doet weer volop mee met de boomweggeefdag. Duizenden bomen staan klaar vanaf 23 maart. Daarom een boom vandaag, en geen boom is Haarlemmermeerser dan de populier. De Geniedijk in Hoofddorp wordt gedomineerd door majestueuze populieren, die daar na de oorlog geplant zijn (zie foto). Dit zijn zwarte populieren: knoestige bomen met machtige brede takken. Zwarte populieren zijn sterk, mede omdat ze inheems zijn. Jammer genoeg voor hen beginnen hun takken al laag en is de groei breed. De mens heeft liever rechte, kale, nog sneller groeiende stammen, die makkelijker te verwerken zijn (tot klompen en papier). Daarom worden er nauwelijks meer zwarte populieren geplant, maar vooral kruisingen van de zwarte en de Amerikaanse populier: de Canadapopulier. Deze cultivars domineren alle nieuwe bomen op de dijk, en veel andere

aanplant van de laatste 50 jaar. Deze ´Canadezen´ zijn veel minder sterk en breken zelfs regelmatig doormidden. De zwarte populier kan meer dan 35 m hoog worden en 100-300 jaar, de Canadese populier 30 m en meestal niet ouder dan een jaar of 75.

Bijzonder

Populieren hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bomen en bloeien in april. Mannelijke katjes hebben rode meeldraden. De vrouwelijke katjes blijven tot mei/juni hangen. Het zaad is omgeven door donzig pluis. Sommige bomen produceren zoveel pluis dat het lijkt of het sneeuwt. In Amerika heten populieren daarom ´cotton´ trees. Vanwege brandgevaar en allergie worden er vaak alleen mannelijke bomen aangeplant. Toen boeren in groepen op het land werkten, stonden er overal ´500-el´ bomen om onder te schaften. Een van de laatste 500-el bomen is een (zwarte? ) populier op het land tussen De Aalsmeerderweg en de A4 bij de oprit N201 naar de A4 richting Schiphol.

Waar

De zwarte populieren op de Geniedijk behoren tot een bedreigde inheemse soort. De Canadese populier is een gekweekte niet natuurlijke soort die overal aangeplant staat

 vogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen

 paddenstoelenGesteelde Stuifbal26 feb 2011februari

Gesteelde Stuifbal, 26 feb 2011

 gesteeeldestuifbal

Gesteelde stuifbal klinkt intrigerend, maar eigenlijk zou hij gesteeld stuifballetje moeten heten. Het is namelijk maar een piepklein paddenstoeltje. Voor een niet getraind oog lijkt hij het meest op een konijnkeutel. Deze soort werd door een oplettend Heimanshofvrijwilligster in Vijfhuizen tussen straatstenen gevonden. Deze soort behoort tot de stuifzwammen of bovisten, waarvan de aardappelbovist, de parelstuifzwam en de gekraagde aardster de meest algemene soorten zijn en de reuzenbovist de grootste soort is. Deze kan wel 60 cm in diameter worden. Alle stuifzwammen groeien op als massieve vruchtlichamen. Als de sporen rijp zijn, houden de meeste soorten alleen een dun velletje over en blijkt de hele inhoud uit sporen te bestaan. Door een klein voorgeprogrammeerd gaatje kunnen de sporen meestal ontsnappen. Kinderen vinden het vaak een leuk spelletje om de rijpe vrucht in te drukken zodat de sporen als een mini vulkaaneruptie verstuiven. Ook de gesteelde stuifbal heeft zo´n voorgevormd gaatje waar bij betreding of bij regen de sporen

uit kunnen stuiven (zie foto). De gesteelde stuifbal groeit op uit een bol, die grotendeels ondergronds blijft.

Bijzonder

De gesteelde stuifbal is een zeldzame paddenstoel. Hij is zo zeldzaam dat hij sinds 1989 op de rode lijst van beschermde soorten staat. Op waarneming .nl wordt de soort slechts zelden gerapporteerd. Bijzonder aan de vondst in Vijfhuizen is de vondst in februari. Andere waarnemingen zijn meest uit oktober.

Waar

De gesteelde stuifbal heeft een voorkeur voor droge voedselarme zandgrond. De meeste vindplaatsen zijn daarom in de duinen. Daar ´torent´ hij op zijn 2 - 5 cm langs steel boven de mossen uit. Zijn steeltje zal daarbij helpen om wat extra wind te vangen om zijn sporen te verspreiden en zijn vermomming als konijnenkeutel zal helpen om een leeftijd te bereiken waarop de sporen rijp zijn. Dat deze soort in Vijfhuizen tussen straatstenen gevonden is, mag wel een klein wonder heten.

 gesteeeldestuifbal2

 vogelsHeggenmus20 feb 2011februari

Heggenmus, 20 feb 2011

 heggenmus

In februari is het nog volop winter. Toch zijn er al veel signalen dat het voorjaar aan kracht wint. Vooral in het bosplantsoen ontstaat een hoopvolle groene gloed van jonge planten. Dit zijn vooral de bolgewassen die vanuit de opgeslagen energie in de bol omhoogschieten. Een tiental soorten daarvan bloeien zelfs al. Op een mooie winterdag kriebelt het ook bij de vogels. Eén van de vogels die elk jaar bij de eersten hoort, die gaat zingen, is de heggenmus. De eerste hoorde ik dit jaar op 8 februari. Dat was vroeger dan vorig jaar. Ondanks zijn vroege zang broedt hij pas half april, hij wil alvast zijn territorium zeker stellen. De heggenmus is een bescheiden vogeltje dat tussen de struiken en heggen scharrelt. Hij is ongeveer zo groot als een roodborst. Het is een egaal gekleurd vrij donker vogeltje met een grijze kop en roodbruine poten. Hij lijkt op een vrouwtje huismus,

maar de grijze kop en zijn dunne snaveltje maken een duidelijk verschil. Wat ook duidelijk verschillend is, is de zang. De zang van de heggenmus lijkt niet op het getjilp van mussen. Het is echt een liedje, maar wel één waar weinig melodie in zit.

Bijzonder

Heggenmussen zoeken hun voedsel op de grond, maar altijd in de buurt van dekking. Het is een echte insecteneter maar in de winter eten ze noodgedwongen ook wel brood van de voedertafel. De heggenmus nestelt in dicht struikgewas of onderin een conifeer. Het vrouwtje legt dan 4 a 5 blauwe eieren. Buiten het broedseizoen leeft hij alleen. De soort is zeer algemeen met een geschat aantal broedparen in Nederland van rond de 200.000.

Waar

De heggenmus heeft een voorkeur voor naaldbossen en gemengde bossen met veel ondergroei. Daarom is hij ook veel te vinden in parken en tuinen. De heggenmus is in Nederland een standvogel. Alleen als de bevolkingsdichtheid te groot is trekt hij naar aangrenzende gebieden. In noord en oost Europa is het een trekvogel, daar wordt het voor een insecteneter te koud in de winter.

 vogelsWilde Zwaan13 feb 2011februari

Wilde Zwaan, 13 feb 2011

 wide zwaangroot

Naar aanleiding van de column over de kleine wilde zwaan, kwamen er meer meldingen over zwanen. Zwarte zwanen zwommen in de Hoofdvaart bij Abbenes, in de Toolenburgse plas en bij Schiphol-Rijk en in de sneeuw bij de Boseilanden was een hele familiegroep wilde zwanen, bestaande uit een tiental volwassen en jonge exemplaren neergestreken (zie foto).En ook vloog er één zoekend over de Heimanshof. De kleine zwaan en de wilde zwaan hebben beide geel op de snavel. Bij de wilde zwaan is het geel veel prominenter en de soort is bijna zo goot als een knobbelzwaan. De wilde zwaan eet vrijwel uitsluitend waterplanten. In de winter eet hij ook knollen, gevallen en ontkiemend graan en ander plantaardig materiaal.

Bijzonder

Van de zwanen die in het wild voorkomen is dit de minst algemene soort in Nederland. 1500 exemplaren in een winter is al vrij veel. Een stuk minder talrijk dan de kleine zwaan dus. Ook de wilde zwaan is een echte wintergast die afwezig is van mei tot en met september.

In het Frans heet de wilde zwaan zingende zwaan om de luide trompetachtige geluiden die hij vooral tijdens de vlucht maakt. Naast het trompetgeluid kan de wilde zwaan ook vliegend van de knobbelzwaan worden onderscheiden. Zijn vleugelslag maakt itt die van de knobbelzwaan geen fluitend geluid en zijn nek blijft helemaal recht i.p.v. de sierlijke bocht waarin de knobbelzwaan hem houdt.

Waar

Wilde zwanen broeden langs poelen op toendra´s, in veenmoerassen en bij kleine meren in afgelegen gebieden in Scandinavië en het noorden van Rusland en Siberië. In het najaar trekken wilde zwanen naar het zuiden om te overwinteren op de weiden en in plassen. De broedgebieden van de wilde zwaan liggen dichterbij dan die van de kleine zwaan. In zuid Zweden broeden ze al. Maar de meeste broeden in Noord Rusland, Siberië en IJsland. Het lijkt erop dat de Wilde zwanen die op IJsland broeden niet in Nederland overwinteren. De vogels die in Nederland overwinteren komen dus van Scandinavië en Rusland.

 wildezwaanboseilanden

 grote dierenDamhert (2)6 feb 2011februari

Damhert (2), 6 feb 2011

 damhert2

Dit is de tweede column over het optrekken van het Damhert in onze polder en de ecologie van deze soort.

Bijzonder

Het damhert werd in 2004 op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren gezet in de categorie bedreigd. De actuele status is ´gevoelig´. Er mag dus niet zomaar op gejaagd worden. Zowel in de duinen als op de Veluwe is daar wel spraken van. Damherten zijn dagdieren. In verstoorde gebieden worden het echter meer schemeringsdieren. Oudere mannetjes hebben de neiging vooral ´s nachts te leven. Het damhert is een goede zwemmer. Half oktober is een heftige tijd voor het damhert: de bronstperiode. De herten vechten dan om een territorium en om en de gunst van een roedel vrouwtjes. Je kunt dan

vaak ondiepe kuilen vinden waar deze arena zich meestal bevindt (wordt ook wel ´lek´ genoemd, mogelijk omdat deze flink met urine besproeid wordt). In deze periode zijn de bokken niet toerekeningsvatbaar.

Waar

Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte onderbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats, terwijl de meer open gebieden als graasplek dienen. In Nederland komt het damhert voor op de Veluwe, in de duinen en op kinderboerderijen en hertenkampen. Tussen de ijstijden leefden de damherten onder andere tot in West-Europa, maar de laatste ijstijd heeft de dieren naar Klein-Azië verdreven. De Romeinen brachten de soort weer met zich mee en verspreidden het dier door het gehele Romeinse Rijk. In onze regio zijn damherten sterk toegenomen in de Kennemer- en Waterleidingduinen. Deze winter waagden weer meer damherten de oversteek over de ringvaart. Het zijn meestal door dominante bokken verjaagde jonge mannetjes. Een exemplaar werd langs de Hoofdvaart doodgereden. Graag hoor ik van andere waarnemingen

 grote dierenDamhert (1)30 jan 2011januari

Damhert (1), 30 jan 2011

 damhert1

Het kon niet uitblijven. De aantallen damherten in de duinen nemen de laatste jaren snel toe. Afgelopen november zag ik er 35 tegelijk in verschillende roedels in Landgoed Leyduin, toen we de Heimanshofklauterboom ophaalden. 2 dominante mannetjes hadden het merendeel van de vrouwtjes onder hun hoede, 1 mannetje had er 2 en de rest bestond uit groepjes jonge mannetjes. Het zijn vooral die jonge mannetjes die uit de beste plekken gejaagd worden en dan gaan zwerven. Elk jaar zijn er meer die daarbij de ringvaart oversteken (zwemmend of via tunnels en bruggen) net als de vossen. Dit jaar waren er verschillende waarnemingen: 2 liepen er op de Driemerenweg bij de Groene Weelde, één in het centrum van Nieuw- Vennep en 1 mannetje werd dood gereden langs de Hoofdvaart. En waarschijnlijk zijn er nog veel

meer geweest. Ik hoor graag van andere waarnemingen. Het damhert is zeer gevarieerd qua uiterlijk, van zeer lichte tot bijna zwarte exemplaren(zie foto). De vacht is meestal bezaaid met witte vlekjes. Een ander kenmerk, waarmee het damhert zich onderscheidt van andere echte herten (zoals het edelhert), is het schoffelgewei. Hierbij zijn de einden van de takken met elkaar verbonden door platen. Enkel het mannetje draagt een gewei. Het wordt in april en mei afgeworpen, waarna het gelijk weer begint aan te groeien. De basthuid wordt in augustus en september afgeschuurd. Damherten leven in roedels. Na de paartijd leven de volwassen herten in aparte roedels en leven de vrouwtjes (hindes) samen met hun nageslacht en enkele jonge mannetjes (die later de roedel verlaten om in vrijgezellengroepen op te groeien). Het damhert voedt zich voornamelijk met grassen, biezen en kruiden, aangevuld met jonge bladeren, bessen (rozenbottel, braam, bosbes), eikels, granen, wortelen en ´s winters schors, hulst en heide. Het kan twintig jaar oud worden in gevangenschap en meer dan zestien jaar oud in het wild. Dit was de eerste van 2 columns over het Damhert. Volgende week het vervolg

 vissenAlver22 jan 2011januari

Alver, 22 jan 2011

 alver

De dooi na 6 weken ijs met sneeuw erop, heeft vissen indringend in beeld gebracht. In het achterkanaal van de Geniedijk bij het oude Buurtje dreven maar liefst 60 enorme vissen: 1 snoek en een paling van 80 cm; 10 karpers van 5-20 kg en brasems van 2-5 kg. Mogelijk is de hele volwassen vispopulatie door zuurstofgebrek onder het ijs omgekomen. Als dat overal gebeurt is..! Opvallend was dat er geen kleine vissen bij zaten, alsof die niet zo diep zwemmen, waar nog wel zuurstof overbleef. Maar kleine vissen kampen weer met andere problemen. Een van die kleine vissen is de alver die 10-20 jaar geleden in scholen van soms duizenden exemplaren voorkwam in onze polder. En dat zie je tegenwoordig niet meer. Een beroepsvisser wijt dit aan de toename van de aalscholver in de polder, die alle vis van 10-20 cm lengte wegvangt. Hij vreest dat de alver en ook beschermde kleine soorten zoals bittervoorn en vetje binnen afzienbare tijd uit zullen sterven. Ik zie als voornaamste reden dat alle waterwegen op doorvoer van water worden beheerd zodat er geen waterplanten en

schuilplaatsen overblijven.

Bijzonder

De alver is een zijdelings afgeplat, zilverachtig visje. Ze kunnen 25 cm worden, maar zijn meestal kleiner dan 15 cm. In direct zonlicht vallen parelmoerachtige kleuren op van de guaninekristallen in de schubben. Er was een commerciële visserij voor de winning van deze kristallen, om er kunstparels van te maken. De alver is een vis die in scholen aan het oppervlak van het water leeft, voor de uitgang van gemalen, maar ook wel in stilstaand water. Een alver voedt zich vooral met plankton en met insecten, maar ook met larven en wormen. Vroeger kwam de alver zeer algemeen voor, tegenwoordig steeds minder door vervuiling, de aalscholver en het oeverbeheer.

Waar

Alvers komen voor van West Europa tot aan de Wolga. De vis is vrij algemeen in Nederland, met een voorkeur voor grotere wateren of rivieren. In heldere beekjes en slootjes wil de alver plaatselijk nog wel eens talrijk voorkomen

 alvergroot