bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 20 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenHarig Breukkruid18 jun 2011juni

Harig Breukkruid, 18 jun 2011

 harigbreukkruid.3

Wat flora en fauna betreft is 2011 een heel bijzonder jaar. Er komen zoveel bijzondere meldingen binnen dat ik in deze periode van het jaar wel 5 columns per week zou kunnen vullen. Zelfs het wachten voor een stoplicht kan een avontuur worden als je niet te slaperig naar de achterlichten van je voorganger zit te staren. Een wakkere vrijwilligerster die moest wachten voor de brug bij Aalsmeerderbrug had vorige week zo"n avontuurlijke ervaring toen naast haar in de berm iets onbekends leek te staan. Gelukkig geeft een open brug dan ook de tijd om er even werk van te maken. En bij nadere studie bleek het plantje een regelrechte sensatie: harig breukkruid. Dit vaste plantje heeft draaddunne takjes die in een cirkel over de grond groeien en niet hoger worden dan 20 cm. Ook de bladeren en de geelgroene bloemetje zijn niet heel spectaculair. Na drogen komt bij breukkruid een caramelgeur vrij net als bij reukkgras . Deze geur komt van de stof cumarine, die ook ontstaat bij het branden van suiker. Vooral reukgras (dat groeit in voedselarme

weiden) gaf vroeger het hooi zijn prettige geur.

Bijzonder

De naam breukkruid verwijst net als zijn Latijnse naam Herniaria naar een medicinale toepassing. Ook de Engelse naam (rupturewort) verwijst ernaar. Het werd vroeger vaak gegeven na een hernia, omdat er dan darmstoornissen kunnen optreden die men met breukkruid trachtte te genezen. Maar een werking op urinewegen, spataderen en vastzittend slijm worden vaker genoemd. Er zijn 2 soorten breukkruid: gewoon en harig breukkruid. Gewoon breukkruid is gewoon zeldzaam, maar harig breukkruid is extreem zeldzaam in Nederland. Het wordt bijna alleen in stedelijke gebieden gevonden

Waar

Harig Breukkruid staat meestal in wegbermen en op droge zandgronden. Het is een warmteminnend plantje dat in Nederland aan de noordrand van zijn verspreidinggebied groeit en verder zuidelijk in EurAzie en Noord Afrika voorkomt en met mensen meegereisd is naar Australië en N- Amerika

 harigbreukkruid.4

 plantenBlauwe Bremraap10 jun 2011juni

Blauwe Bremraap, 10 jun 2011

 blauwebremraapfortvijfhuizen

Hoewel de vondst van de blauwe bremraap op het Fort Vijfhuizen vorige week al de krant haalde, gaat deze column niet over oud nieuws. Bremrapen zijn namelijk unieke planten. Zij zijn een ultiem voorbeeld van de fascinerende verscheidenheid waar evolutionaire ontwikkeling toe kan leiden. Hét kenmerk van alle planten is namelijk dat zij wortels, bladeren en badgroen hebben en dat zij daarmee de basis van alle voedselketens op aarde vormen. Maar in de natuur geldt dat je op alle mogelijke manieren aan de kost mag komen, onafhankelijk van nut of schoonheid. En de bremrapenfamilie met een stuk of 20 Nederlandse soorten doet dat op geheel eigen wijze. Zij hebben nl kans gezien om zonder wortels, bladeren en bladgroen te bestaan. Het enige wat zij maken is een bloem. Dat kan alleen doordat zij volledige

parasitair leven. Zij tappen al hun voedingsstoffen af van een gastplant.

Bijzonder

De levenswijze van bremrapen is vrij riskant. Zij maken net als orchideeën stofzaad (100.000 in een gram). Deze zaadjes kunnen door de wind wereldwijd verspreid worden, maar hebben geen reservevoedsel om te groeien. Alleen als een dier zo"n zaadje onder de grond werkt tegen de wortel van hun gastplant aan, kan deze contact maken. Er gaan dan 3- 5 jaren voorbij waarin het zaadje zich volzuigt tot een walnootachtig knolletje. En dan produceert dit knolletje een bloem. De blauwe bremraap heeft als gastplant duizendblad en alsem soorten.

Waar

De blauwe bremraap groeit op zonnige droge, matig voedselrijke plaatsen op duinen, rivierdijken, uiterwaarden en op aangevoerd duinzand. Hij komt in Nederland alleen heel zeldzaam voor in de duinen ten zuiden van Bergen en is daarom een streng beschermde rode lijstsoort. Omdat de forten op de Geniedijk versterkt zijn met zand uit het Noordzee kanaal bij IJmuiden zijn er ook groeicondities voor deze soort in onze polder ontstaan. Wereldwijd komt de soort vooral in Zuid-Europa tot in Azië voor en ligt Nederland aan de noordrand van zijn areaal

 plantenDolle Kervel4 jun 2011juni

Dolle Kervel, 4 jun 2011

 dollekervel

Bijna iedereen kent wel fluitenkruid, een schermbloemige plant die in april de bosranden, weiden en bermen siert. Niet iedereen weet dat er honderden soorten schermbloemen zijn, waarvan er vele de moeite waard zijn om nader te leren kennen. Zo zijn wortels, peterselie, selderij, venkel, pastinaak,kervel, etc allemaal schermbloemen, zonder welke onze keuken een stuk armzaliger zou zijn. We weten alleen vaak niet dat het schermbloemen zijn omdat schermbloemigen een 2- jarige cyclus hebben en voor dat ze aan bloeien toekomen(in hun 1e jaar) eten we ze al op. Daarnaast zijn er nog tientallen wilde soorten schermbloemen die allemaal in De Heimanshof te vinden zijn: engelwortel, berenklauw, grote en kleine bevernel en exotische soorten als gouden ripzaad, beverneltorkruid, torkruid, roomse kervel, naaldenkervel, gevlekte scheerling, waterscheerling en ga zo maar door. Vandaag zag

ik bij verpleeghuis Bornholm een soort massaal bloeien, die ik daar niet zo gauw verwacht had: dolle kervel. Dolle kervel is een wat fijner dan fluitenkruid. Het groeit ook in bosranden en bloeit later dan fluitenkruid. De soort is het best te herkennen aan het feit dat de stengels paars gevlekt en harig zijn.

Bijzonder

Dolle kervel dankt het 1e deel van zijn naam aan het feit dat koeien die er veel van eten, zich gaan gedragen alsof ze dronken zijn. Dolle kervel is dan ook (licht)giftig. Het tweede deel verwijst naar zijn gelijkenis met echte kervel. Maar ze zijn niet nauw verwant.

Waar

Dolle kervel groeit op half beschaduwde plekken op droge tot vochtige, voedselrijke en vaak kalkhoudende grond. Je vind hem in bermen, ruig grasland, heggen, bosranden, braakliggende grond, bij industrieterreinen, plantsoenen en akkerranden. Dolle kervel komt voor in Midden en Zuid- Europa, de Kaukasus en NW Afrika. In Nederland vindt je dolle kervel vooral in Zuid-Limburg, het zuiden van Zeeland, in het rivierengebied en in het oosten en midden van het land. En dus in Bornholm en de Heimanshof.

 vlindersKoninginnepage28 mei 2011mei

Koninginnepage, 28 mei 2011

 koninginnepage

9 mei was een bijzondere dag voor de natuur in De Haarlemmermeer. Behalve de draaihals van vorige week, werden er zoveel bijzondere soorten gemeld, dat ik er nog weken mee vooruit kan. Vandaag de Koninginnepage. Een van de grootste en mooiste vlinders van ons land, en de Koninginnepage die in de buurt van de Heimanshof werd waargenomen, was de eerst in heel West-Nederland van dit jaar. De Koninginnepage plant zich voornamelijk voort in droge of vochtige graslanden, maar in ook in moestuinen. De wijfjes zetten de eitjes af op jonge bladeren van verschillende schermbloemigen zoals gecultiveerde en wilde peen, engelwortel, pastinaak, venkel, melkeppe en kleine bevernel. De vlinder vliegt in 2 generaties per jaar: de 1e vliegt van eind april tot eind juni (met een piek in mei) en de 2e van eind juni tot eind augustus.

Bijzonder

Pas uitgeslopen rupsen lijken op vogeluitwerpselen en eten van de bovenkant van de bladeren. Vanaf het vierde rupsenstadium

krijgt de rups haar typische kleuren (groen met zwarte banden en oranje stippen). Als de rupsen verstoord worden, tonen ze een oranje klier die zowel met de oranje kleur als met de geur predatoren probeert af te schrikken. De mannetjes komen meestal voor de wijfjes uit de poppen. Een typisch gedrag van de koninginnepage is hill-topping (heuveltoppen), waarbij mannetjes het hoogste punt in de omgeving opzoeken om daar wijfjes te ontmoeten voor de paring. Op zonnige dagen kunnen op een dergelijk hoog punt tientallen vlinders gezien worden die naar de top van een heuvel vliegen.

Waar

Het areaal van de Koninginnepage strekt zich uit van Noord-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk tot Japan. De soort is vooral te vinden in bloemrijke graslanden in heuvelachtige streken zoals de Ardennen en in Limburg. Aangezien de Koninginnepage een goede vlieger is, wordt ze ook buiten deze gebieden regelmatig waargenomen, maar is het elders in Nederland het een vrij zeldzame soort.

 koninginnepage2

 vogelsDraaihals21 mei 2011mei

Draaihals, 21 mei 2011

 draaihals2

Op 21 mei 2006 was de 1e Flora en Fauna column. Inmiddels hebben we ca. 300 soorten besproken en zijn er nog ca. 10.000 Haarlemmermeerse soorten te gaan. Vandaag een zeer bijzondere jubileum soort: de draaihals. Een dood exemplaar trof een Heimanshofvrijwilliger op 7 mei aan in haar tuin in Vijfhuizen. Of er een relatie is met rigoureus beheer van bosplantsoen in de buurt is niet duidelijk. De draaihals is een soort specht met een zeer teruggetrokken manier van leven. Hij heeft een uitstekende schutkleur die lijkt op boomschors (zie foto), zit vaak op de grond en wordt ook daarom vaak over het hoofd gezien. De draaihals dankt zijn naam aan zijn flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden (zie filmpjes op youtube via zijn Latijnse naam: Jynx torquilla) Gebroed wordt in oude, meestal deels vermolmde loofbomen, omdat zijn snavel niet zo sterk is als bij andere spechten. Hij leeft vooral van mieren en hun poppen.

Bijzonder

De laatste decennia is de draaihals sterk in aantal afgenomen.

Begin jaren "90 waren er nog 80-180 paar in ons land en rond 2000 nog max. 65. De afname van de draaihals lijkt het gevolg van vochtiger zomers en het verdwijnen van zijn voorkeursbiotoop. Mogelijk spelen ook problemen in de overwinteringsgebieden een rol en verzuring van de grond en het gebruik van pesticiden, waardoor het aantal mierenkolonies afneemt. De draaihals is gebaat bij een zo natuurlijk mogelijk bosbeheer. Dat houdt o.a. in: het laten staan van dood (loof)hout, een mix van open en gesloten bos en kale open plekken. Zoals alle spechten heeft de draaihals een lange kleverige tong. De draaihals staat als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Internationaal is het geen bedreigde diersoort.

Waar

De draaihals is een zeer schaarse broedvogel vooral op de Veluwe. Hij broedt in een groot deel van Eurazië tot Japan en in NW-Afrika. Het is de enige trekvogel onder de spechten en overwintert ten zuiden van de Sahara. De voorjaarstrek is in april en mei. Mogelijk was onze vogel op trek

 draaihalskrommenek

 bomenMeidoorn29 apr 2011april

Meidoorn, 29 apr 2011

 meidoorneenstijlig

Wie oog heeft, voor wat er in de natuur gebeurt, kan zich dagelijks verbazen en amuseren. Gisteren hoorde ik de eerste koekoek, werden er maar liefst 9 zingende nachtegalen gemeld uit de Groene Weelde (ipv 1 in 2009 en 3 in 2010), verdween de laatste bloem van de in april massaal bloeiende sleedoorn en verschenen de eerste bloeiende meidoorns om de stuifmeel- en nectar leveranties aan de insectenwereld gaande te houden. Vandaag aandacht voor de meidoorn, die de komende weken met zijn bloemenpracht tuinen en bosranden zal domineren. Van het geslacht meidoorn zijn de Eenstijlige en de Tweestijlige meidoorn inheems. De eenstijlige meidoorn kan 10m hoog worden en heeft paarse meeldraden(boven) en de tweestijlige 4.5 m en heeft rode meeldraadknoppen. De eenstijlige meidoorn is verreweg de algemeenste. Ze bloeien in mei/juni met sterk geurende bloemen.

Bijzonder

De meidoorn is door zijn doorns redelijk beschermd tegen de vraat van grote grazers en werd om zijn dichte

takkenstructuur veel als afscheiding gebruikt. De vruchten worden gegeten door vogels die daarmee zorgen voor de verspreiding van de zaden. In het najaar zijn het vooral spreeuwen en vinken, en ook trekvogels zoals kramsvogels en koperwieken. De doorns van de meidoorn zijn takdoorns. Dit zijn takken met een scherpe punt. De doorns van b.v bramen en rozen zijn "stekels" die uit een vervormde bladknop ontstaan. Meidoornhout is hard en fijn van structuur en wordt daarom gebruikt voor handvaten van gereedschappen. Meidoorns worden vaak aangetast door een bacterie die ook perenbomen ziek kan maken (perenvuur). Na een uitbraak van perenvuur in Zeeland in de vorige eeuw is een groot deel van het mooie heggenlandschap gekapt. Later bleek, dat dit ten onrechte was, omdat de bacterie niet van meidoorn naar peren overslaat.

Waar

Meidoorns komen van nature voor in Europa, Noord-Amerika, Azië en Noord-Afrika en vooral langs bosranden. Ze hebben een voorkeur voor een enigszins kalkrijke grond, die niet te arm is.

 meidoorncombo

 plantenAnemonen (2)16 apr 2011april

Anemonen (2), 16 apr 2011

 anemonen2oosterseanamoon

Dit is het vervolg van de column over anemonen van vorige week. De bloemen van anemonen zijn fraai en delicaat. Het bijzondere ervan is dat normaliter een bloem bestaat uit gekleurde kroonbladeren en groene ondersteunende kelkbladeren. De anemonen hebben echter geen kroonbladeren maar alleen fraai gekleurde kelkbladeren. De voorplanting van anemonen gaat deels ongeslachtelijk via bolletjes en wortelstokken. Zo breiden ze zich langzaam zijwaarts uit, waardoor de mooie blader- en bloemplakkaten ontstaan. Voor verspreiding over grotere afstanden hebben de anemonen een leuke methode ontwikkeld: elk zaadje is voorzien van een zogenaamd ´mierenbroodje´. Het mierenbroodje is een zoet en/of olierijk uitgroeisel van de zaadhuid. In Nederland komen ongeveer 200 plantensoorten voor die een mierenbroodje hebben. Er zijn ongeveer 15 mierensoorten,

die mierenbroodjes als voedsel gebruiken voor hun larven. Om deze reden slepen de mieren het zaad mee naar hun nest. Tijdens deze tocht kan het zaad al ergens blijven liggen of anders wordt in het nest het mierenbroodje van het zaad afgebeten en het zaad weer naar buiten gebracht.

Waar

Anemonen zijn bosplanten, die houden van een rijke losse strooisellaag en een lemige bodem. In De Heimanshof groeien ze zowel goed in het �rijke� bos waar jaarlijks grote hoeveelheden houtsnippers worden opgebracht als in het �arme� bos, met een zandige bodem (over leem). De bosanemoon lijkt de enige echt inheemse soort te zijn, de blauwe en de oosterse anemoon komen oorspronkelijk uit Zuid-Europa en de gele anemoon uit Centraal Europa en Azië. Zoals de meeste stinsenplanten zijn ze een paar eeuwen geleden door landgoedeigenaren in vooral Friesland en Groningen geïntroduceerd en handhaven zich goed. Het wordt �stins� komt van stenen huis uit de tijd dat er nog maar weinig stenen of versterkte huizen gebouwd werden. De bosanemoon is plaatselijk algemeen en plaatselijk zeldzaam. De gele anemoon is de zeldzaamste van de vier.

 plantenMaretak (2)2 apr 2011april

Maretak (2), 2 apr 2011

 maretak2

Vandaag het vervolg van de melding van een aantal maretakplanten op populier en wilg in de Groene Weelde. Maretakzaden worden door de vogelmaag niet verteerd en hechten zich, ingepakt in uitwerpselen, in de bastgleuven van bomen. Deze uitwerpselen dienen als meststof. Vanuit het zaadje ontwikkelt zich een stengeltje dat zich naar de tak buigt. Daar ontstaat er een zuignap van waaruit boorwortels de boom in groeien. Per groeiseizoen per tak vormt een maretak 2 v-vormig uitstaande loten die elk slechts één paar blaadjes hebben. Het duurt dus jarenlang voor de maretak enige omvang bereikt. De plant kan 70 jaar oud worden en is dan 1 m. groot. Massaal door maretakken gekoloniseerde bomen kunnen ten onder gaan, maar dat gebeurt relatief weinig. Uniek is dat de maretak als enige plant geen verschil maakt tussen boven en onder. Alle planten groeien vanuit

de grond omhoog, maar de maretak groeit in een bol. Ook rust hij (tussen het blad van zijn gastheer) in zomer en herfst, groeit alleen in het voorjaar en bloeit in de winter. Het sap van de bessen plakt zo sterk, dat het vroeger gebruikt werd als lijm om zangvogeltjes te vangen. Voor de Druïden, de Keltische priesters van de oude Galliërs en Brittanniërs, was niets zo heilig als een maretak die op een eik groeide. Hij moest eerbiedig met een gouden mes gesneden worden. Maretak of mistletoe is voor de Engelse kerst het symbool voor vriendschap, liefde, geluk en een lang leven. Uit de maretak wordt een geneesmiddel tegen kanker bereid, dat (volgens de fenomologie) logisch volgt uit de kwaliteiten van de plant: de plant groeit extreem langzaam (effectief tegen celwoekering) en de plant is jaarrond vitaal (effect op immunologisch systeem).

Waar

In zijn jeugd groeit de maretak, zoals vele epifyten (b.v. korstmossen) traag. Hij heeft voor goede groei een bepaald microklimaat nodig: mist, veel regen en ochtenddauw tijdens de zomer. En kalk in de grond. Er zijn 3 soorten maretakken: op loofbomen, sparren en dennen.

 plantenMaretak (1)24 mrt 2011maart

Maretak (1), 24 mrt 2011

 maretak1

De Heimanshof is een heemtuin waar we de inheemse flora (en bijbehorende fauna) van heel Nederland proberen aanschouwelijk te maken. Om die reden zijn we altijd bezig ontbrekende biotopen en floristische elementen aan de tuin toe te voegen. Een van de grote frustraties van alle beheerders sinds 1975 is dat we nog nooit de aansprekende plant Maretak ´aan de praat hebben kunnen krijgen´. Deze halfparasiet, die vooral voorkomt in kalkrijke gebieden, heeft zelf bladgroen, maar tapt ook voedingsstoffen af uit zijn gastheer, meestal een populier of vruchtboom. Talloze pogingen zijn ondernomen om zaden of geënte exemplaren aan te laten slaan in de tuin. Tot dusver altijd tevergeefs. Maretakken zijn vrij algemeen in Limburg en zuidelijker en kunnen sporadisch door heel Nederland worden gevonden. In Utrecht langs de A2 kan er 1 exemplaar worden waargenomen.

In Noord-Holland is de plant bijzonder zeldzaam. Daarom was mijn vreugde dan ook groot toen ik in de Groene Weelde maar liefst 8 exemplaren bij elkaar aantrof op populieren en wilgen. 3 exemplaren waren in puike conditie, waarvan 1 vrouwelijk exemplaar vol met bessen en 5 stuks leken het moeilijk te hebben. De bloei vindt plaats in april/mei. Maretak is tweehuizig, d.w.z. er bestaan vrouwelijke en mannelijke planten. De bessen blijven tot ver in de voorjaar aan de plant.

Bijzonder

Maretakken groeien bijzonder langzaam en de Groene Weelde is nog maar recentelijk aangelegd. De grootste planten (10-14 jaar oud) leken niet veel ouder dan de bomen waarop zij groeiden (15- 20 jaar). Mogelijk zijn de eerste exemplaren met plantmateriaal zijn meegekomen of anders moeten de zaden met vogels van verre zijn aangevoerd. De vruchten zijn bijna witte, iets doorzichtige bessen met een dunne schil die twee afgeplatte, ovale zaadjes en zeer kleverig sap omhullen. Merels, maar vooral lijsters eten deze zoete bessen. Dit is de eerst van 2 afleveringen over de tot de verbeelding sprekende maretak, die nu ook de Haarlemmermeer gevonden is.

 vogelsKlapekster19 mrt 2011maart

Klapekster, 19 mrt 2011

 klapekster1

Deze week werd een heel bijzondere vogel gemeld uit Zwaanshoek en wel een klapekster. Bijna alles aan deze vogel is bijzonder. Het is b.v geen eksterachtige, maar een zangvogel. Waarom hij klapekster heet heb ik niet kunnen achterhalen. En verder is het een zangvogel die zich roofvogelmanier heeft eigen gemaakt. Hij heeft nl een haakvormige bek, waarmee hij zijn prooien vangt. Klapeksters zijn, als je hun gewoonten ken, al vanaf een afstand te ontdekken, omdat ze in de topjes van boompjes, struiken, hekken of telefoondraden zitten. Daarvandaan speuren ze de omgeving af naar prooi die meestal bestaat uit wat grotere insecten, hagedissen, kleine knaagdieren of zangvogeltjes tot wel de grootte van een zanglijster. In Nederland zijn het meestal muizen en kevers. En als hij een goede vangdag heeft, gebruikt hij doorns, takjes en prikkeldraad om zijn prooien tijdelijk ´op te slaan´ als voedselvoorraad, soms nog half levend.

Bijzonder

De klapekster was tot 1950

een vrij zeldzame broedvogel van ons land. In 1998 is het laatste broedpaar geconstateerd. Maar in de winter kan deze bijzondere soort als wintergast en doortrekker uit Scandinavië nog wel eens gezien worden. Maar ook dan is hij met 200- 400 exemplaren niet erg algemeen. De klapekster heeft in Nederland de status van zeer bedreigde rode lijst soort. De achteruitgang is begonnen door de ontginning van zijn voorkeursbiotoop. De overgebleven gebieden werden ongeschikt door recreatie en spontane opslag van bos. Dat komt omdat de klapekster jaagt vanuit uitzichtpunten.

Waar

Voor 1950 was de klapekster een schaarse broedvogel (mogelijk enkele honderden broedparen) van uitgestrekte heidevelden en hoogvenen met wat struikgewas en her en der een boompje. Dergelijke landschappen waren te vinden in Drenthe en het zuidoosten van Friesland en in Gelderland en Noord-Brabant en de duinstreek. De klapekster heeft een brede verspreiding over het hele noordelijk halfrond, en wereldwijd is de soort daarom niet bedreigd.

 klapekster2

 bomenZwarte Populier13 mrt 2011maart

Zwarte Populier, 13 mrt 2011

 zwartepopuliergeniedijk

21 maart is het begin van de lente en nationale boomfeestdag. Ook De Heimanshof doet weer volop mee met de boomweggeefdag. Duizenden bomen staan klaar vanaf 23 maart. Daarom een boom vandaag, en geen boom is Haarlemmermeerser dan de populier. De Geniedijk in Hoofddorp wordt gedomineerd door majestueuze populieren, die daar na de oorlog geplant zijn (zie foto). Dit zijn zwarte populieren: knoestige bomen met machtige brede takken. Zwarte populieren zijn sterk, mede omdat ze inheems zijn. Jammer genoeg voor hen beginnen hun takken al laag en is de groei breed. De mens heeft liever rechte, kale, nog sneller groeiende stammen, die makkelijker te verwerken zijn (tot klompen en papier). Daarom worden er nauwelijks meer zwarte populieren geplant, maar vooral kruisingen van de zwarte en de Amerikaanse populier: de Canadapopulier. Deze cultivars domineren alle nieuwe bomen op de dijk, en veel andere

aanplant van de laatste 50 jaar. Deze ´Canadezen´ zijn veel minder sterk en breken zelfs regelmatig doormidden. De zwarte populier kan meer dan 35 m hoog worden en 100-300 jaar, de Canadese populier 30 m en meestal niet ouder dan een jaar of 75.

Bijzonder

Populieren hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bomen en bloeien in april. Mannelijke katjes hebben rode meeldraden. De vrouwelijke katjes blijven tot mei/juni hangen. Het zaad is omgeven door donzig pluis. Sommige bomen produceren zoveel pluis dat het lijkt of het sneeuwt. In Amerika heten populieren daarom ´cotton´ trees. Vanwege brandgevaar en allergie worden er vaak alleen mannelijke bomen aangeplant. Toen boeren in groepen op het land werkten, stonden er overal ´500-el´ bomen om onder te schaften. Een van de laatste 500-el bomen is een (zwarte? ) populier op het land tussen De Aalsmeerderweg en de A4 bij de oprit N201 naar de A4 richting Schiphol.

Waar

De zwarte populieren op de Geniedijk behoren tot een bedreigde inheemse soort. De Canadese populier is een gekweekte niet natuurlijke soort die overal aangeplant staat

 vogelsSijs5 mrt 2011maart

Sijs, 5 mrt 2011

 sijsgroot

De laatste weken is het een lust voor het oor om door De Heimanshof te lopen. Naast een elke minuut roepende groene specht en een miauwende buizerd telde ik vandaag maar liefst 10 soorten roepende en fluitende zangvogels met de lente in het hoofd. Het betrof de pimpel- en de koolmees, zanglijster, putter, vink, heggenmus, winterkoning, roodborst en groenling en 1 soort die ik maar niet thuis kon brengen. Het was een klein bewegelijk vogeltje dat in groepen hoog in de lariksen, berken en elzen zat en zich duidelijk te goed deed aan de eindeloze voorraad zaadjes die daar bij warm weer uit vrij komen. En daarbij stroomde een onafgebroken stroom van gezellige geluidjes naar beneden. Maar zien lieten ze zich niet- tot vandaag. Ik twijfelde tussen sijs, barmsijs en Europese

kanarie en het bleken sijsjes.

Bijzonder

De sijs behoort tot de vinkachtigen, net als de vink, de putter en de groenling en is een van de kleinste soorten. Net iets groter dan een pimpelmees. Als vinkachtige eet hij voornamelijk zaden en hangt daarbij vaak behendig aan het uiteinde van een dunne tak.

Waar

De sijs is vooral een vogel van naaldbossen. Enkele decennia geleden was de sijs als broedvogel nog zeldzaam in Nederland. Tegenwoordig broeden jaarlijks enkele duizenden sijzen in Nederland en dan vooral in het oosten van het land. Veel vogels uit Scandinavië en Rusland overwinteren in Nederland, waardoor de vogel ´s winters in veel grotere aantallen aanwezig is. In de winter komt de sijs ook meer buiten naaldbossen voor. En dat verklaart de sijsjes in De Heimanshof. Dat ze al ruim 2 maanden hier verblijven, geeft hoop dat ze hier misschien ook genoeg voedsel vinden om te blijven broeden. Gezien hun gezellige stemmingmakerij in het vroege voorjaar zou dat een aanwinst voor de flora en fauna van de Haarlemmermeer zijn. Graag hoor ik waar ze nog meer in onze polder zijn waargenomen