bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 2 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenSynophropsiscicade7 okt 2017oktober

Synophropsiscicade, 7 okt 2017

 ccycadeSynophropsis7

Meestal zoek ik een Nederlandse naam van de soort die behandeld wordt. Maar de soort cicade die vorige week in De Heimanshof werd aangetroffen was een nieuwe soort in Nederland, waarvan dit pas de tweede waarneming in het land was. In mei dit jaar werd deze soort voor het eerst in Nederland in Limburg aangetroffen. Dus we moeten het voorlopig doen met deze tongbrekende naam. Een goede kans voor een naam is de Lauriercicade, want de Mediterrane (echte) laurier is zijn favoriete voedingsplant. Maar bij gebrek daaraan wordt hij ook wel op andere struiken met harde bladeren aangetroffen zoals de Portugese Laurier, Hulst en zoals in De Heimanshof op de liguster. De wakkere waarnemer was Theo Terwiel , een fotograaf die veel natuuropnamen maakt en stad en land afstruint op bijzondere insecten en ook vaak in De Heimanshof op bezoek

is.

Bijzonder

Er zijn wereldwijd ongeveer 40.000 soort cicaden bekend. De meeste soorten zijn rond een halve cm groot Rond de Middellandse zee komt een grote soort van 2 cm voor die op zomerse dagen permanent een oorverdovend gesnerp produceert. Bladluizen en wantsen zijn verwante soorten, die net als de cicaden een zuigsnuit hebben waarmee ze plantensappen opzuigen. Sommige soorten cicaden produceren het bekende schuimbeestje. In dat zelf geproduceerde schuim beschermt de larve zich tegen vogels. Een dergelijk nest wordt wel koekoeksspuug genoemd. Een bijzonderheid van cicaden is dat veel soorten een symbiotische relatie hebben met bepaalde bacteriën. Deze helpen de cicade bij het verteren van z´n voedsel. Cicaden zijn driehoekig en hebben een springpoot waar mee ze tientallen keren hun eigen lengte weg kunnen springen (foto)

Waar

Sommige soorten komen in grote aantallen voor op door de mens geteelde gewassen en worden beschouwd als plaaginsecten. Synophropsis was tot 1850 vooral bekend van de Balkan en is sinds die tijd een opmars begonnen rond de Middellandse zee en recentelijk noordwaarts. Mogelijk dankzij de klimaatverandering.

 grote dierenSteenmarter23 sep 2017september

Steenmarter, 23 sep 2017

 ssteenmarter

Al jaren zijn er onbevestigde berichten over steenmarters en/of boommarters in de Haarlemmermeer. Een jaar of 3 geleden hebben veel mensen aan de Ijweg zo’n marter gezien, maar niemand had een foto en het jaar erop leek een melding uit het Haarlemmermeerse Bos er ook op. Maar met meldingen van niet geoefende waarnemers is het erg op passen. Vaak blijkt het toch om een bunzing te gaan, die hier vrij algemeen is of zelfs om een kat. Maar dit jaar is het dan toch gebeurd. In april werd een dode steenmarter uit Hillegom bij De Heimanshof gebracht (zie foto boven) en in augustus kwam er een foto binnen van een jonge steenmarter uit een tuin in Hoofddorp (onder).

Bijzonder

De steenmarter (stadsmarter) is een marter net als hermelijn, wezel, bunzing, fret, das, otter en nerts. Marters kunnen goed klimmen en passen zich makkelijk

aan. Een volwassen steenmarter is 40-50 cm lang, plus een staart van 25 cm. Ze zijn bruin met een witte vlek op hun keel en borst. Steenmarters hebben een heel eigen ′huppelende′ manier van lopen. Ze kunnen goed klimmen en springen tot 1,5 m. hoog. Ze zijn zeer flexibel en kunnen door kleine gaten (5-7 cm) kruipen. Ze eten vooral kikkers, muizen, ratten, eekhoorns, aangevuld met vruchten en eieren. In steden eet hij ook afval en soms kippen, konijnen of andere kleine huisdieren. Ze zijn vooral ′s nachts actief. Overdag zoeken ze vaak een rustige plek op zoals hopen takken, greppels, holle bomen of lege schuren. De steenmarter maakt meestal weinig of geluid behalve stommelen in of rondom het nest.

Waar

De steenmarter komt uit Zuid- en Oost-Europa en Azië maar trekt de laatste decennia naar NW Europa. In Nederland tot nu toe vooral in het Oosten. Zijn voorkeursbiotoop is een landelijke omgeving bij menselijke activiteit (ivm voedsel). Maar steeds vaker wordt hij in steden en dorpen gesignaleerd. Omdat ze afkomen op bekabeling van (warme) automotoren omdat daar visolie in verwerkt zit, reizen ze soms grote afstanden mee als verstekeling.

 kleine dierenHooiwagen10 sep 2017september

Hooiwagen, 10 sep 2017

 hooiwagen

Afgelopen weekend was de nationale tuinspinnentelling. Iedereen werd gevraagd om in z’n eigen tuin uit te kijken naar maar liefst 600 soorten. Aan de ene kant denk je, moet dat nu weer (naast vlinders en vogels, etc), maar als je je er in verdiept, kom je toch altijd weer op leuke ontdekkingen of dingen waar je vroeger overheen keek. Zo weet ik nu dat wat ik zelf altijd de huisspin noemde eigenlijk trilspin heet. En al (oppervlakkig ) speurend liep ik ook tegen een zeer fragiel hoogpotig wezen aan met 8 poten: de hooiwagen. In principe weet e als bioloog dat een insect 6 poten heeft en een spin 8, maar is een hooiwagen nu wel of niet een spin? Een spin heeft namelijk altijd een apart borststuk en vaak een zeer groot achterlijf. Maar de hooiwagen is een zeer compact bolletje dat tussen die enorme fragiele poten hangt (foto). Het blijkt

dus inderdaad dat hooiwagens een aparte orde zijn, maar in de spinnentelling worden ze ook meegenomen.

Bijzonder

Wereldwijd zijn er inmiddels zo’n 7000 soorten hooiwagens bekend. Overigens is het verwarrende dat vele mensen de 6 potige langpootmug (met vleugels) ook hooiwagen noemen. In Nederland zijn er inmiddels 34 soorten bekend, maar 14 daarvan zijn daar inde laatste 30 jaar pas bijgekomen. Een spectaculaire soort is de reuzenhooiwagen met 9 cm lange poten. Die is waarschijnlijk via internationale handel rond 2008 in Nederland terecht gekomen en verspreid zich sinds die tijd over West Europa. I.t.t. echte spinnen die carnivoor zijn, zijn hooiwagens alles eters die ook dode dieren en plantenresten eten/opruimen. Ze kunnen itt spinnen ook geen draden spinnen en terwijl spinnen 4-8 paar ogen kunnen hebben, hebben hooiwagens maar 1 paar. Hooiwagens kunnen kun poten heel makkelijk kwijtraken op een vooraf bepaald breukvlak. Die poten blijven dan nog een tijd bewegen en dat helpt de eigenaar om aan een rover te ontsnappen

Waar

Hooiwagens leven overal. Overdag schuilen ze tussen planten en stenen en ‘s nachts gaan ze op jacht.

 insectenKnoppergalwesp26 aug 2017augustus

Knoppergalwesp, 26 aug 2017

 knoppergalwespcombi

Onder veel eiken regent het dezer dagen knoppergallen ( foto) , die massaal vallen. In de Heimanshof onder 3 grote bomen, kruiwagens vol. Knoppergallen ontstaan uit eikels. Die eikels wordt door een klein wespje (zie inzet) ingespoten met een stof die de eikels aanzet tot woekeren. En die woekering lijkt op een ouderwetse Duitse muts die Knoppe werd genoemd (foto). Vandaar de naam knoppergal. De knoppergal is niet de enige soort gal. Niet op de eik, want er zijn wel 40 soorten gallen bekend, die op eiken groeien. En in totaal zijn er wel 1400 soorten gallen bekend in Nederland. Daarmee heeft bijna elke soort plant of boom wel een of meer galwespen als parasiet. De eik is met stip favoriet. Dat komt omdat de eik lang doorgroeit in het jaar. En dat is gunstig voor de ontwikkeling van de galwesplarfjes.

Bijzonder

Het

verschijnsel gallen is een van de succesverhalen van de evolutie. Ooit, 1 of meer miljoen jaar geleden is er eens een wespje geweest die ontdekte dat het stofje waar mee hij zich beschermde (ook wij krijgen een bultje als een gewone wesp ons steekt) leek op een planten hormoon, die die plant aanzette tot woekeren. En de buitenkant van die woekering was hard en daarmee een zeer goede bescherming tegen rovers en de binnenkant was zacht en voedzaam voor de larve. Voel maar eens aan een verse knoppergal die op de grond gevallen is. Die is kleverig van het suikerhoudende sap wat er uitloopt. Ook die larve maakt dat stofje zodat de gal doorgroeit op bestelling, zolang de larve leeft. En als er eenmaal (toevallig) zo’n gouden greep is gemaakt, duurt het niet lang voordat zich van de wespjes ook gaan specialiseren op ander soorten planten. En zo krijg ze duizenden verwante soorten.

Waar

Knoppergallen kunnen op vele zomer- en winter eiken worden aan getroffen. Deze wespjes hebben een complexe levenscyclus waar ook de Turkse of moseik een rol in speelt. Die moet dus ook ergens in de buurt staan. En dat is in De Heimanshof het geval.

 plantenParnassia12 aug 2017augustus

Parnassia, 12 aug 2017

 1-parnassia__Gr_carre

Parnassia is een mooi plantje met fijne witte geaderde bloemen. Het staat in de zwaarste categorie van beschermde rode lijst planten omdat het zeer sterk in aantal is afgenomen. Jammer dat veel bijzondere soorten in onze rationele tijd ten onder gaan. Maar daarom is het extra leuk dat een aantal van onze natuurontwikkelingsprojecten zo’n succes zijn dat ze er weer een nieuwe groeiplek bij krijgen. De meeste parnassia vind je in vochtige duinvalleien. Vroeger kwam dit plantje ook in het binnenland op vochtige voedselarme plekken voor. En die zijn er bijna niet meer. Maar zo’n plekje hebben we 9 jaar geleden met het Recreatieschap Spaarnwoude gecreëerd in het Groene Carré Zuid, duizendguldenkruid, moeraswespen- en rietorchissen, bitterkruid en stijve en rode ogentroost, moeraskartelblad, rondbladig wintergroen en nog 50 andere soorten hebben daar ook een plek gevonden. Met name parnassia

heeft dit jaar een spectaculaire ontwikkeling door gemaakt (zie foto) met 10.000en nieuwe individuen.

Bijzonder

Parnassia bloeit van juni tot september. Hoever de plant is met bloeien, is af te lezen aan de 5 meeldraden die na elkaar openklappen. Parnassia maakt net als orchideeën stofzaad, dat makkelijk met de wind verspreid wordt. In theorie kan er zaad van de Strandvlakte bij IJmuiden naar onze orchideeënweide gewaaid zijn. Het geheim van dit succes ligt deels in de brakke, voedselarme grond, het maaibeleid dat we er nu 9 jaar volhouden, en omdat deze orchideeënkuil een fluctuerend waterpeil heeft. Soms staat het droog en soms staat het hele terrein onder water na grote regenbuien. De ‘gewone′ soorten houden daar niet van, de bijzondere soorten op dit terreintje duidelijk wel. En er zijn rond Hoofddorp nog talloze plekken die op deze manier tot een rijke en inspirerende natuur te ontwikkelen zijn met een beetje ecologisch ipv economisch beheer.

Waar

Parnassia is een typische plant voor vochtige duinvalleien. Maar langs de IJtocht en het Groen Carre Zuid dus ook weer.

 insectenBoerenwormkruidzijdebij30 jul 2017juli

Boerenwormkruidzijdebij, 30 jul 2017

 boerenworm1

Tussen december en oktober zijn er altijd bloemen die bloeien. Die bloei heeft een sterk interactie met insecten. Zonder nectar en stuifmeel kunnen veel insecten namelijk niet leven en zonder bestuivende insecten kunnen de planten geen zaad vormen. Bijen zijn de meest bekende bestuivende insecten, maar ook talloze kevers, vliegen vlinders en wespen spelen een rol in deze interactie. Na de uitbundige bloei van mei en juni zijn er wat minder soorten in bloei. Een van de meest opvallende inheemse soorten op dit moment is het boerenwormkruid met zijn fel gele bloemhoofdjes. Een mooi voorbeeld van de fascinerende interactie tussen flora en fauna is dat alleen als het boerenwormkruid bloeit, de boerenwormkruidzijdebij vliegt.

Bijzonder

De boerenwormkruidzijdebij (foto) is een van de ca 450 soorten bijen in Nederland.

De honingbijen komen in 2-3 soorten voor, hommels in ca 40 soorten en beide zijn sociale of kolonievormende soorten. De andere 400 soorten zijn solitaire soorten. D.w.z. dat ze geen koningin kennen die geholpen wordt door 100-100.000 werkbijen, maar dat elk vrouwtje apart haar eitjes legt en verzorgt, net als de meeste andere insectensoorten. En zoals gezegd, de boerenwormkruidzijdebij vliegt alleen als zijn waardplant bloeit. Deze soort nestelt in holletjes in dood hout of in bijenhotels. De soort valt onder de zijdebijen omdat ze coconnetjes metselen met speeksel dat zijdeachtig opdroogt (inzet). Dat is net weer anders dan metselbijen (met klei : ook inzet ), tronkenbijen (met hars en zand :ook inzet), wolbijen (met haartjes) en behangersbijen met stukjes blad.

Waar

De boerenwormkruidzijdebij is samen met de tronkenbijtjes in grote aantallen te bewonderen in De Heimanshof en overal waar grote concentraties van deze planten voorkomen. Deze bijen soorten hebben een zeer korte tong, en zijn daarom aangewezen op soorten als boerenwormkruid waar stuifmeel en nectar heel dicht aan de oppervlakte beschikbaar is (zie ook foto top).

 plantenKalmoes15 jul 2017juli

Kalmoes, 15 jul 2017

 kalmoes

Dacht ik deze week weer eens een inheemse plant te behandelen en dan blijkt het toch weer een soort te zijn die van elders komt. In dit geval van Zuid-Oost Azië. Kalmoes is al rond 1600 hier ingevoerd voor zijn medicinale kwaliteiten. En sinds die tijd heeft deze soort zich ook in het wild verspreid. Kalmoes lijkt erg op egelskop of gele lis en groeit net als deze soorten in dikke blubber en aan oevers, maar is herkenbaar aan het geribbelde blad. I.t.t. veel ander moerasplanten groeit hij langzaam en woekert dus niet. Zeer karakteristiek is de bloem, die als een fallus symbool uit sommige bladeren steekt. Het feit dat het een van oorsprong Aziatische plant is, blijkt uit het feit dat maar weinig planten een bloem vormen en dat de bloem nooit de in de tropen karakteristieke rode bessen maakt. Daarvoor is het hier te koel. Kalmoes vermenigvuldigt

zich dan ook voornamelijk vegetatief via stukjes wortel die afbreken en elders weer uitgroeien.

Bijzonder

Voor een soort die in dikke stinkende bagger groeit, is het hoogst opmerkelijk dat alle plantdelen een heerlijk frisse geur afgeven. Een geur die gebruikt wordt in de parfumindustrie, maar ook als smaakmaker in eten en bv in Berenburg en Deventer Koek. Vooral de dikke wortelstok wordt gegeten en medicinaal gebruikt. De wortel kan gebruikt worden als vervanger van gember, nootmuskaat of kaneel. In grote hoeveelheden kan de werking hallucinerend zijn. Kalmoes wordt gebruikt om spijsverteringsklachten te verhelpen, maar het heeft ook een positief effect op het zenuwstelsel en zou dat zelfs verjongen. Kauwen op de wortel is goed voor het tandvlees en geconfijt kan het als snoep worden gebruikt. De plant heeft deze geur ontwikkeld om insecten op een afstand te houden. En dat werkt prima.

Waar

Kalmoes komt oorspronkelijk uit India en China. De variëteit die in Europa voorkomt is triploid. D.w.z. in elke celkern is naast chromosomen van de ouders, nog een 3e set aanwezig is. Daardoor is geslachtelijke voortplanting ook bemoeilijkt.

 plantenMoederkruid1 jul 2017juli

Moederkruid, 1 jul 2017

 moederkruid

Moederkruid is weer zo’n niet inheemse plant, die zich inmiddels uitstekend thuis voelt in Nederland en overal te vinden is. Alle plantensoorten die nu nog bestaan, danken dat aan het feit, dat ze een strategie hebben gevonden die voorkomt dat ze opgegeten worden voor ze zaad kunnen zetten. Een veel voorkomende strategie is de aanmaak van allerlei chemische stofjes die niet lekker zijn om in te bijten. En daar hebben we een duizelingwekkende variatie aan stofjes aan te danken waarvan vele ook (nuttige)bijwerkingen voor de mens hebben. Moederkruid is daarin een kampioen. Ook is het een dankbare tuinplant, die wel een beetje lijkt op kamille, maar 4 maanden bloeit ipv 2-3 weken. De belangrijkste reden dat de plant hierheen gehaald is, zijn zijn vele medicinale toepassingen. Zo werd de plant in het verleden ingedeeld bij het Pyrethrum geslacht, waaruit biologische insecticide wordt gewonnen. Tegenwoordig

wordt moederkruid bij boerenwormkruid ingedeeld. Dat is ook al zo’n multifunctionele plant , die vroeger in geen boerenhof ontbrak.

Bijzonder

Moederkruid ontleent z’n naam aan het feit dat een van de stofjes die hij maakt een regulerend invloed op de menstruatiecyclus heeft. Maar de plant maakt wel 50 etherische oliën en andere stoffen aan. Sommige daarvan helpen bij de meeste soorten van hoofdpijn en migraine, andere hebben een ontstekingsremmende invloed of helpen tegen reumatische en ontstekingsklachten. Het gebruik bij hoofdpijn is al van af de oudheid bekend. Ondanks die vele bijzondere stoffen is moederkruid niet giftig en kunnen de bladeren ook in salades en als smaakversterker in cake en omelet gebruikt worden. Maar het is natuurlijk altijd verstandig de juiste dosis te gebruiken en bij gebruik goed advies in te winnen.

Waar

Moederkruid komt oorspronkelijk uit de Balkan, Turkije en de Kaukasus. Maar het is inmiddels over de hele wereld verspreid vanwege z’n vele gebruiksmogelijkheden. Het groeit ook in de Haarlemmermeer in veel tuinen en tussen tegels.

 plantenBijenbloem17 jun 2017juni

Bijenbloem, 17 jun 2017

 bbijenbloem-phacelia

Op het Raadhuisplein in Hoofddorp lag tot ruim een jaar geleden een skatebaan. Om dat er gebreken ontstonden, werd deze afgekeurd. In het kader van de vergroening van het winkelcentrum werden er niet alleen fruitbomen geplaats door de winkeliers, maar werd ook de skatebaan een jaar geleden voorzien met 100 m3 grond. Verschillende pogingen om er groen tot ontwikkeling te brengen hadden veel van ‘jeugderosie’ te leiden. In april mocht Stichting MEERGroen het proberen en de gecombineerde opzet van dicht groen, vervolgbeheer en samenwerking met de jeugd lijkt vruchten (bloemen) af te werpen. Na de bloei van vruchtbomen en de viooltjes is nu de dominante bloeier de bijenbloem of Phacelia en andere soorten en mediterrane kruiden volgen nog. Tussen deze planten zijn veel bloeiende stuikjes en wilgen geplant, die de bloei en de groei volgend jaar overnemen Het is een aanrader om bv in combinatie met het Groene Loper festival

op 25 juni deze Groene Oase eens te bezoeken. Er wordt dan uitleg over deze Groene oase gegeven en rondleidingen.

Bijzonder

Phacelia wordt in de landbouw veel gebruikt als groenbemester na een vroeg gewas omdat deze soort door zijn snelle groei andere ongewenste soorten onderdrukt en zelf makkelijk te hakselen en onder te ploegen is. Onder gunstige omstandigheden produceert de soort veel nectar en stuifmeel, onder droge omstandigheden alleen stuifmeel. Daarom is Phacelia ook populair bij bijen en imkers. En daar dankt Phacelia zijn Nederlandse naam bijenbloem of bijenvoer aan. De bloeiers in de Groene Oase zelf staan er vitaal bij met 60 cm hoogte, omdat er water gegeven wordt (foto). In de droge boomspiegels van de bomen ernaast staat dezelfde Phacelia er met 10 cm hoogte minder goed bij dan de wespenorchissen die hun voedsel en vocht via schimmels betrekken (inzet). Phacelia behoort met longkruid, smeerwortel of ossentong tot de familie van de ruwbladigen.

Waar

Phacelia is van oorsprong geen inheemse soort en is afkomstig uit de Verenigde Staten. Vanuit de landbouw is de soort overal in Nederland ingeburgerd en handhaaft zich.

 plantenRode Spoorbloem15 jun 2017juni

Rode Spoorbloem, 15 jun 2017

 Rodespoorbloem2

Deze tijd van het jaar is de natuur extra mooi. OP de Heimanshof bloeien nu wel 200 soorten tegelijk, maar ook overal in de bermen is van alles te zien. Jammer dat er over 2/3 weken weer massaal gemaaid wordt, waarbij veel bloemen ( en hun zaad) verloren gaan. Bij ecologisch beheer maaien we altijd pleksgewijs en vooral de plekken die uitgebloeid zijn en waarvan het zaad rijp is. Een plant die niet zo van het maaibeleid te lijden heeft is de rode spoorbloem. Dat komt omdat het een plant is die op droge kalkrijke en stenige plekken groeit. Oorspronkelijk komt deze soort die lang en mooi rood bloeit uit Mediterrane gebieden. Wellicht om dat hij ook als tuinplant gewaardeerd wordt, is hij ook in onze regio verzeild geraakt. Inmiddels is deze soort ingeburgerd geraakt, met name in west Nederland.

Bijzonder

De

rode spoorbloem groeit ook graag op spoordijken maar heet spoorbloem omdat de bloem een spoor heeft. De soort hoort bij de Valeriaanfamilie en vroeger heette hij dan ook wel Rode Valeriaan. Terwijl de valeriaan een voorkeur heeft voor natte voeten heeft deze soort daar een hekel aan. En terwijl de gewone valeriaan allerlei medicinale toepassingen heeft, is daarvan niets bekend van de Rode Spoorbloem. Maar de bladeren en de stengels zijn eetbaar. Ze worden als salade gegeten of kort gekookt. De rode spoor bloem heeft een grote aantrekkingskracht op vlinders, vooral de kolibrievlinder, maar is minder geliefd bij bijen. Dat zal komen om dat de nectar dieper weg zit. Bijen hebben vaak kortere tongen dan vlinders.

Waar

De grootste mij bekende populatie rode spoorbloem straat op de basalten voet van de hoog spanningsmasten langs de IJtocht in Overbos (foto). Het is de vraag of deze populatie zal overleven als de hoogspanningsmasten worden onttakelt nu de ondergrondse 380 KV lijn is aangelegd. Maar ook in De Heimanshof staan er een paar planten die het goed doen op natuurmuren. De rode spoorbloem heeft een voorkeur voor hele droge kalkrijke plekken

 bomenVogelkersstippelmot20 mei 2017mei

Vogelkersstippelmot, 20 mei 2017

 vogelkersstippelmot

Vogelkersstippelmot

Zoals elk jaar wordt ik dit jaar gebeld en gemaild over hele bomen die kaal gevreten worden door rupsen. Het gaat in de meeste gevallen om kardinaalsmuts, vogelkers, appel of wilgen. Vooral de vogelkersstippel motten geven een kaal gevreten boom een spectaculaire aanblik( foto). Alle rupsen trekken namelijk permanent een zijden draad achter zich aan, waarmee ze de bomen bedekken met een soort ‘lijkwade’ (waaronder ze zich beschermen). De rupsjes laten zich rond deze tijd aan een zijden draad naar de grond zakken, waar ze zich verpoppen. In augustus komen de vrij onaanzienlijke stippelmotten te voorschijn, om weer een nieuwe generatie te maken.

Bijzonder

Het blad van bomen is op dit moment vers en mals. Ideaal voor allerlei soorten insecten om op groot te worden. Dat

de vogelkers geheel kaal gegeten wordt ziet er slecht uit, maar de boom is daaraan gewend. De rupsen eten alleen het eerste blad op en rond 21 juni komen de bomen met het St Janslot weer geheel in blad en vanaf 1 juli is er niets meer te zien. Het netto resultaat van deze rupsenuitbraak, is juist heel mooi. Zeg dat 100.000 rupsjes het in augustus redden om vlinder te worden. Die leggen dan misschien wel 1 miljard eitjes op dezelfde boom. En wie zich afvraagt waar de zangvogels en meesjes in de winter van leven: Die pikken elke dag tientallen tot honderden van deze eitjes weg. Stel dat er dan een miljoen eitjes de winter overleven en uitkomen en de boom gaan kaal vreten. In april leggen alle vogels eieren met het oog op deze rupsenpiek. Want bijna alle jonge vogeltjes worden op die rupsjes groot gebracht. Wel 200-300 gaan er per dag per jonkie doorheen zodat ze in 3 weken volwassen zijn. Van de miljoen rupsen redden het er dan misschien 200.000 om te gaan verpoppen. En het netto resultaat van deze kale bomen is dat de zangvogels een nieuwe generatie groot brengen en de winter overleven. Zit de natuur niet mooi in elkaar?

Waar

In De Heimanshof zijn vele soorten stippelmotten te vinden.

 plantenAronskelk en Motmuggen6 mei 2017mei

Aronskelk en Motmuggen, 6 mei 2017

 aronskelkvliegjes_1

Al een paar weken bloeien de aronskelken. We kennen 2 inheemse soorten: de gevlekte aronskelk en de Italiaanse aronskelk. Vooral de Italiaanse Aronskelk staat vaak in tuinen. Beide soorten hebben in de herfst een stam met felrode bessen. De gevlekte aronskelk bloeit eerder dan de Italiaanse die meestal wit geaderde bladeren heeft. Over de al of niet giftige of eetbare knollen wil ik het niet eens hebben. Maar wel over de bloemen en hoe deze planten bestoven worden.

Bijzonder

De bloem van aronskelken valt op door een groot puntig schutblad dat omhoog steekt. Omgeven door het schutblad zit een bloeikolf of spadix, die bij de gevlekte soort paars is en bij de Italiaanse beige. Deze spadix heeft een zeer bijzondere functie. Het is een verwarmingselement wat 10- 15 graden warmer kan zijn dan de omgeving. Onder de spadix

is het schutblad ingesnoerd en daaronder zit pas de echte bloem (zie foto). Aronskelken lokken geen bestuivers met honingzoete geuren, maar met een soort poep of lijklucht. Door de warme spadix wordt die geur extra verspreid en ook de warmte trekt een speciale soort vliegjes aan: een speciale soort motmug. Er bestaan wereldwijd wel 5000 soorten motmuggen. De meeste bekende is de (driehoekige stevig behaarde) gootsteenvlieg. Deze vliegjes strijken neer op het gladde schutblad en glijden naar beneden waarbij ze door een rand van haren zakken. Daaronder zit een bloemkamer met mannelijke stuifmeelbloemen en vrouwelijke stampers. In die kamer worden ze een dag opgesloten waarbij ze bedekt worden met kleverige sporen. In zo’n bloemkamer kunnen tientallen motmugjes opgesloten zitten. Die worden door de plant pas vrij gelaten als de mannelijke bloemen helemaal rijp zijn en de vliegjes onder het stuifmeel zitten. De vrouwelijke bloemen zijn dan nog niet ‘ontvankelijk’. Daar moeten de vliegjes een andere plant voor zoeken tbv kruisbestuiving. Of dit symbiose, parasitisme of veeteelt is, weet ik niet.

Waar

In de Heimanshof staan beide soorten.