bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 19 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 houtsluipwespborendinsectenHoutsluipwesp24 nov 2011november

Houtsluipwesp, 24 nov 2011

 houtsluipwespborend

Eind oktober verscheen er op het insectenhotel van De Heimanshof een sprietmager 7 cm lang insect. 3 cm daarvan bestond uit een enorme legboor. Dat is de grootste sluipwesp en wellicht over het langste insect van Nederland (soms wel 8 cm lang): de houtsluipwesp. Sluipwespen zijn misschien wel de meest talrijke insectengroep. Bijna voor elke insectensoort bestaan er gespecialiseerde sluipwespen. Hun rol is het handhaven van het natuurlijk evenwicht in de insectenwereld. Sluipwespen eten hun prooien van binnenuit levend op. Onze houtsluipwesp is gespecialiseerd in het opsporen van graafwespen, metselbijen en bladsnijderbijen waarvan de larven diep in dood (eiken)hout leven.

Bijzonder

De houtsluipwesp kan larven van haar prooisoorten diep in het hout opsporen. Haar voelsprieten hebben een zeer scherpe reukzin, en kunnen lutttele moleculen van kenmerkende stoffen van hun prooisoort detecteren. Na de ontdekking stelt kromt een vrouwtje zich in een bijna onmogelijke

bocht boven de larve waarbij haar 3 cm lange boor tussen haar voelsprieten in het hout gedrukt wordt (zie inzetfoto). Door een langzaam draaiende beweging drukt zij de deze steeds verder het hout in. Zeker bij eikenhout is dit een immense prestatie. De operatie kan een uur duren. Als de boor de larve bereikt wordt deze eerst verlamd met gif en daarna wordt er een eitje in gelegd. Het is een indrukwekkende prestatie om zowel de prooi zo diep in het hout te ontdekken, een ragdunne boor diep het hout in te drijven en hem er ook nog weer onbeschadigd uit te trekken. Probeer zelf maar eens een naald 3 cm diep in hout te steken! En hoe de ragfijne sluipwesp (van 4- 8 cm lang) zich weer uit 3 cm hout een weg baant is ook weer een prestatie. Slechts 20 % van de eitjes lukt het om als volwassen insect uit te vliegen.

Waar

De houtsluipwesp is van vroeg in de zomer tot ver in de herfst op dood hout te vinden. Bij voorkeur op eikenhout. De soort komt in heel Europa voor, maar wordt in Nederland zelden waargenomen.

 houtsluipwesplengte

 voorjaarspronkridderzwampaddenstoelenVoorjaarspronkridderzwam24 nov 2011november

Voorjaarspronkridderzwam, 24 nov 2011

 voorjaarspronkridderzwam

Ik heb het al vaker genoemd, maar voor een oplettend oog is de natuur om ons heen altijd vol van verrassingen. Wellicht de eerste verrassing voor sommigen is dat er niet alleen paddenstoelen voorkomen in de herfst, maar ook in elk ander jaargetijde. Zo is april altijd de tijd van de morieljes en kwamen er recentelijk in De Heimanshof prachtige grote honingzwammen tevoorschijn uit een stam. Maar ook voor mij was het deze week een verrassing dat ondanks het al bijna 2 maanden droge weer er toch hele heksenkringen van paddenstoelen in het gazon bij mijn tuin verschenen. Omdat ik deze soort nog niet kende ben ik op onderzoek uitgegaan. Daar kwam uit, dat deze voorjaarspronkridderzwam normaliter in mei boven de grond komt. In warmere landen zoals Italië verschijnt hij al in maart. De zomerse en niet

bij april horende temperaturen van deze periode verklaren waarom deze soort al zo vroeg verscheen.

Bijzonder

De voorjaarspronkridderzwam is een mooie stevige paddenstoel (zie foto) met een hoed van 5-15 cm diameter. Hij is blank wit met fraaie ook witte dicht opeen staande sporenplaatjes. Zijn wetenschappelijke naam Calocybe is ook afgeleid van zijn fraaie uiterlijk en betekent letterlijk: ´mooi kopje´. De soort komt veel in heksenkringen voor. In Engeland staan heksenkringen die zo groot zijn, dat men denkt, dat ze al eeuwen oud zijn. De soort is ook eetbaar. In boter gebakken zou het een delicatesse zijn. In Oost-Europa wordt de voorjaarspronkridderzwam in commerciële hoeveelheden verzameld en uitgevoerd. Pas op bij zelf verzamelen. Er zijn een paar enigszins gelijkende soorten die maar 1x eetbaar zijn.

Waar

De voorjaarspronkridderzwam is niet zeldzaam. Hij wordt zowel in bebost terrein en in graslanden aangetroffen en met name in gebieden waar er kalk in de grond zit. Het lijkt erop dat de schelpen in de Haarlemmermeerse oude zeekleigronden net als voor de veel orchideeën in onze polder ook voor deze soort een gunstige voedingsbodem vormen.

 Mispel2.grootplantenMispel (2)13 nov 2011november

Mispel (2), 13 nov 2011

 Mispel2.groot

Vorige week verscheen de introductie over de mispel. Deze week het vervolg met de bijzonderheden en waar deze soort voorkomt en zich thuis voelt. Op landgoederen en in kasteeltuinen werden in de Middeleeuwen mispels gehouden om de laxerende werking van de vrucht. Ook verlichten mispels menstruatiekrampen. Een uit zaad voortgekomen mispel groeit langzaam en wordt een heester. Het zaad kiemt moeilijk en moet eerst behandeld worden om de kiemrust op te heffen. De meest verwante soort van de mispel is de meidoorn en kan daarmee door middel van enten of oculeren worden verenigd. Als onderstam kan ook een wilde peer of kweepeer worden gebruikt. Een dergelijke onderstam zorgt ervoor dat de mispel op stam groeit, een forse struik wordt en bovendien meer vruchten in een betere

regelmaat geeft.

Waar

Mispels hebben een niet te natte, kalkrijke grond nodig en zijn zonaanbidders. Drieduizend jaar geleden werd de mispel al in de omgeving van de Kaspische Zee aangeplant en kwam 700 v.Chr. naar Griekenland en 200 v.Chr. naar Rome en werd door de Romeinen verder verspreid door Europa. Het was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en Middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. De mispel werd in de Middeleeuwen vooral in Frankrijk, Duitsland en Nederland aangeplant in kloostertuinen. In Duitsland kwam deze soort verwilderd veel voor in de bossen, waardoor men dacht dat de boom daar inheems was. Linnaeus gaf daarom aan de mispel z"n Latijnse naam Mespilus germanica. In de Heimanshof staat op de mergelheuvel een grote mispelboom die elk jaar volop vruchten draagt.

 Mispel2ookgroot

 mispel1plantenMispel (1 )6 nov 2011november

Mispel (1 ), 6 nov 2011

 mispel1

De hoofdbezigheid in de natuur is om jaarrond aan voedsel te komen. Tot voor kort gold dit ook voor de mens. Met de opkomst van koel- en andere conserveringstechnieken is dat niet meer nodig en daarmee is ook de bijbehorende kennis grotendeels verloren gegaan bij de meeste mensen. Kenmerk van de meeste "vergeten" gewassen is dat ze weliswaar niet de meest optimaal tongstrelende kwaliteiten hadden, maar dat ze tenminste beschikbaar waren als ze het meeste nodig waren. Een van die bijna verdwenen gewassen die aan deze eisen voldoet is de mispel. In De Heimanshof staat een exemplaar die elk jaar rijkelijk vrucht draagt. De mispel vormt een kleine boom die ongeveer 4,5 m hoog kan worden. De mispel bloeit in West-Europa in mei en juni met circa 4 cm grote, crèmewitte bloemen (zie foto). Mispel bevrucht zichzelf, dus zijn twee exemplaren voor de bestuiving en vruchtzetting niet nodig. Er worden droge kleine harde goudbruine vruchten gevormd, die in oktober

rijp, maar dan nog ongenietbaar, melig en wrang, zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin, en dan kunnen ze wel gegeten worden. Aanbevolen wordt ze in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze met de bovenkant naar onderen twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. De vrucht wordt "beurs" waarbij de kleur via een fermentatieproces verandert van groen/wit naar donker bruin. De smaak verandert daarbij van wrang naar weeïg zoet. Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, waarna ze gegeten kunnen worden. Voor sommigen is de mispel een lekkernij. Het gezegde: ïZo rot als een mispelï slaat dus in feite op een lekkernij. Als de mispel zacht is, is hij maar een paar dagen te bewaren; hij kan dan gemakkelijk gaan schimmelen en echt gaan rotten. Een mispel is sappig met een zoetzure smaak. Er kan heerlijke jam of gelei van worden gemaakt. Dit is de eerste van 2 columns over de mispel. Volgende week het vervolg.

 mispel-beurs

 beemdkroonmetknautiabijplantenBeemdkroon29 okt 2011oktober

Beemdkroon, 29 okt 2011

 beemdkroonmetknautiabij

Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur wordt het aantal bloeiende planten steeds minder. Maar er blijven altijd soorten die bloeien. Deze week een soort, die onze bermen met fraaie lila bloemen kan kleuren van juni tot aan de vorst. Beemdkroon of Knautia is een soort die in De Heimanshof massaal voorkomt, maar die landelijk als rode lijstsoort beschouwd wordt omdat hij zo snel in aantal af aan het nemen is. Die afname wordt geweten aan vermesting en verzuring van onze bermen. Beemdkroon is een plant uit de kaardenbolfamilie. Dat is te zien aan de zaadbollen waarop net als bij kaardenbollen naaldjes staan op elk zaadje in het zaadhoofd. Ook de bladeren maken met als bij de kaardenbollen een kommetje waar water in kan blijven staan, maar dan veel minder indrukwekkend dan de halve liter die in een echte kaardenbol-bladoksel kan blijven staan.

Beemdkroon is een vaste plant, wordt 50-100 cm hoog en geeft bladeren die onderaan gaafrandig en bovenaan diep ingesneden zijn. Er bestaat een verwante beemdkroonsoort, waarvan de bladeren allemaal ongedeeld zijn. Ook deze staat in De Heimanshof. Beemdkroon heeft een vertakte wortelstok en soms ook uitlopers.

Bijzonder

De bloemen bevatten veel nectar waar zowel dagvlinders als honingbijen en hommels op af komen. Er is zelfs een solitaire bij, de Knautiabij die speciaal afhankelijk is van deze plant(zie foto). Ook deze bij staat inmiddels op de Rode lijst van bedreigde soorten. Ook de knautiawespbij, wordt op deze plant gezien. Deze wespbij parasiteert weer op de knautiabij. De oude latijnse naam Scabiosa van beemdkroon heeft betrekking op het gebruik van de plant als middel tegen schurft.

Waar

Beemdkroon houdt van zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende grond. De soort groeit in bermen, in hooiland, bosranden, binnenduinen en langs spoorwegen en komt voor in Europa en West-Azië.De soort komt buiten De Heimanshof sporadisch voor in de polder.

 groenestinkwantsgrootinsectenGroene Stinkwants (2)26 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (2), 26 okt 2011

 groenestinkwantsgroot

Dit is het vervolg van de column van vorige week.

Waar

andere insecten zich vaak zoveel mogelijk proberen te verstoppen wordt de groene stinkwants vaak zonnend op bladeren aangetroffen. De stinkstof die bij gevaar wordt uitgescheiden is zeer moeilijk afwasbaar en kan door volwassen wantsen en nimfen worden afgescheiden. De druppel kan blaren veroorzaken als ze in de mondholte terechtkomt. De wants laat een typische weeïge geur achter op bezochte plantendelen zoals bramen, waardoor de soort als schadelijk wordt gezien. Van wantsen is bekend dat ze niet alleen stoffen uitscheiden om vijanden af te weren, maar ook om het lichaam vrij te houden van schimmels en bacteriën. Ook de stinkstof heeft componenten met bacteriedodende eigenschappen en stoffen die bacteriële voortplanting tot stilstand brengen. De merel is een van de weinige natuurlijke vijanden. Deze vogels leren gaandeweg dat ze de wantsen in een keer moeten doorslikken om de afscheiding van hun afweerstof

voor te zijn. Ook roofwantsen zijn een vijand. Zij hebben net als de groene stinkwants een zuigsnuit, maar zuigen hiermee lichaamssappen op. De wants wordt ook belaagd door insecten uit andere insectengroepen, zoals vliegen die als larve andere insecten van binnenuit opeten.

Waar

De wants leeft op verschillende soorten waardplanten, waaronder kruiden als brandnetel en distels, struiken b.v. uit de rozenfamilie en bomen zoals hazelaar en zwarte els. Van al deze soorten is de hazelaar favoriet. In landen waar op grote schaal hazelnoten commercieel worden geteeld, wordt de wants als een plaaginsect beschouwd. De wants onttrekt voedingsstoffen aan de noot wat tot beschadiging leidt en de noten onverkoopbaar maakt. Ook aan vruchten zuigt de groene stinkwant: van o.a. appel, braam, framboos en peer. De groene stinkwants is een soort die voorkomt in grote delen van Europa, het noorden van Afrika en in de meer gematigde delen van Azië. In Nederland is hij algemeen in alle delen van het land.

 groenestinkwant1snymfen

 groenestinkwant1snymfeninsectenGroene Stinkwants (1)15 okt 2011oktober

Groene Stinkwants (1), 15 okt 2011

 groenestinkwant1snymfen

Bij het plukken van bramen (dat kan tot ver in oktober als je de plant vanaf augustus systematisch oogst) vielen er overal groene wantsen van de bladeren en vruchten. Het waren stinkwantsen. De groene stinkwants is een planteneter die zijn steeksnuit in de groene delen van planten prikt en de sappen opzuigt. De naam stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De groene stinkwants heeft net als alle schildwantsen de vorm van een (wapen)schild. De soort wordt 12-14 mm en de sexen zijn identiek. Wantsen en ook bv sprinkhanen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling waarbij de onvolwassen dieren (nymfen) vleugelloos zijn maar al op de ouderdieren lijken. Andere insecten, zoals vliegen kennen

een volledige gedaanteverwisseling met een wormachtige larve, die na de laatste vervelling een popstadium krijgt waarna ze in één keer veranderen naar het volwassen insect. De nimf van de groene stinkwants doorloopt 5 stadia, met telkens een vervelling ertussen. Opmerkelijk is dat ieder nimfstadium een eigen bouw maar ook kleurpatroon heeft (zie foto). Bij de paring lopen de identiek uitziende partners met de achterlijven tegen elkaar een tijdje rond. Bij de meeste andere insecten klimt het mannetje op het vrouwtje en is zo te herkennen. De groene stinkwants produceert ongeveer 100 eitjes.

Bijzonder

De stinkwants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische "wantsengeur". De groene stinkwants kan van kleur veranderen. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants bruin om in de lente weer groen te worden. Met hun normale groene kleur zouden ze te veel opvallen in de scheuren in bomen waar ze overwinteren. Dit was het eerste deel over de stinkwants. Volgende week het 2e deel.

 tronkenbij3insectenTronkenbij (3)9 okt 2011oktober

Tronkenbij (3), 9 okt 2011

 tronkenbij3

Door een olieachtige uitscheiding kleven de kaken van de tronkenbij niet vast aan de hars die ze verzamelen. Oude hars wordt opnieuw gebruikt. Ook verzamelen ze nieuwe hars of stelen die bij de buurvrouw. Stuifmeel en nectar worden bijna alleen verzameld op planten met een hartje met gele buisbloempjes, zoals gele ganzenbloem, kruiskruiden e.d.(zie foto) Tronkenbijen verzamelen stuifmeel op een speciale manier. Het zijn zgn "buikschuivers", die stuifmeel tussen haren op hun buik verzamelen i.t.t. honingbijen en hommels die stuifmeel in klompjes aan hun achterpoten verzamelen. Buikschuivers slaan in hoog tempo met hun achterlijf op de meeldradenbuisjes, zodat het stuifmeel vanzelf tussen de haren terecht komt. Intussen zuigen ze enkele bloemtjes verder nectar op. Door deze manier van stuifmeel verzamelen, zijn ze zeer effectieve bestuivers. Alleen vrouwtjes verzamelen stuifmeel voor hun broed en mannetjes hebben dan ook geen buikharen. De tronkenbij

heeft een aantal gespecialiseerde parasieten: De gewone tubebij is een koekoeksbij, die haar eieren in nesten van tronkenbijen legt en om die reden erg op de tronkenbij lijkt. De kleine knotswesp is altijd te vinden in de buurt van de nesten van tronkenbijen. Net als de hongerwespen (een soort sluipwesp) liggen ze vaak op enkele centimeters afstand van de nestingang plat tegen het hout gedrukt, te wachten op een goede gelegenheid. Al deze parasieten zijn tussen de tronkenbijen op de bloemen in de buurt aan te treffen. Daar herkennen deze hen niet als rovers. Pas als ze binnendringers bij thuiskomst verrassen, worden die er met de kaken uitgetrokken. Ook mannetjes van tronkenbijen doen onbewust wel mee aan het verkleinen van de kansen voor parasieten, door hun zeer fanatieke patrouilles voor de nestgangen. Dat is mogelijk een van de redenen dat dit voor de vrouwtjes lastige gedrag toch evolutionair voordeel oplevert. Ik wens u veel plezier met het bestuderen van activiteit rond insectenhotels.

 tronkenbij3b

 tronkenbij2metstuifmeelenharsinsectenTronkenbij (2)2 okt 2011oktober

Tronkenbij (2), 2 okt 2011

 tronkenbij2metstuifmeelenhars

Mannetjes tronkenbijen overvallen de vrouwtjes als die landen bij hun nestgang. Na een 1e paring weert het vrouwtje hen meestal af. Zolang de mannen leven, blijven ze met grote energie deze enige levenstaak verrichten. Ze slapen meestal bij elkaar in lege gangen. Tronkenbijen hebben een kenmerkende manier om hun nestjes te maken. Daarvoor zoeken de vrouwtjes bestaande gangen van 2,5 tot 7 mm doorsnee. Dat kan zijn in dakriet, kevergangen in dood hout en ook boorgangen in insectenhotels. Ze maken oude nesten schoon en blijven trouw terugkomen op hun geboorteplek of dicht daarbij. Een deel van de populatie zwermt uit, want ze bezetten ook snel nieuwe nestmogelijkheden op andere plaatsen. In een gang wordt eerst van hars een vertikaal wandje gemaakt, vaak niet meer dan 1 mm

dik (zie foto van bij met hars en stuifmeel). Daar tegenaan wordt stuifmeel gebracht, dat bij de volgende binnenkomst wordt bevochtigd met nectar. Dan volgt weer een laag stuifmeel, dat wordt bevochtigd met nectar. Op deze manier ontstaat een "bijenbroodje", dat vrijwel altijd geel is. Als de voedselvoorraad voldoende is, wordt er een ei in de laatst gemaakte verticale wand gestoken. De bijen kennen maar één generatie per jaar en per vrouwtje worden er vaak niet meer dan 8 eitjes gelegd. Dat betekent dat hun manier van voortplanten ecologisch heel veilig is, anders werden er wel veel meer jongen grootgebracht. Bijzonder is, dat veel van de tronkenbijen vooruit lijken te denken. Als ze hars binnenbrengen voor een celwand, stippen ze vaak met kleine druppeltjes al de plekjes aan waar de volgende celwanden moeten komen. Ze weten dus al tevoren hoe lang ze die zullen maken. De laatste celwand is meestal meer dan een cm van de voorkant van de gang gelegen, waarna de gang helemaal aan de voorkant met een harsprop van 5 mm dik wordt verzegeld. Gewoonlijk worden er kleine steentjes, houtpulp en soms ook wel strootjes of stokjes in vastgelijmd als "wapening".

 tronkenbijgrootinsectenTronkenbij (1 )25 sep 2011september

Tronkenbij (1 ), 25 sep 2011

 tronkenbijgroot

Er zijn afgelopen week 3 nieuwe natuurkunstwerken verschenen in de Haarlemmermeer. 1 in de fruittuinen, 1 in Overbos langs de Ijtocht bij de Braambosschool en 1 in Jeugdland Nieuw-Vennep. Net als het in 2008 geplaatste kunstwerk in het insectenpad in het Haarlemmermeerse Bos (hoek N201/Ijtocht) zijn het insectenhotels, die tot doel hebben u te interesseren voor de fascinerende wereld van de insecten. Het zijn nl "holletjesparadijzen" voor een 300-tal soorten (niet stekende) bijen en een 200-tal eveneens onschuldige wespensoorten. In tegenstelling tot een algemeen vooroordeel dat alle insecten steken, jeuken of prikken, geldt dit maar voor maar 10 van de ruim 25.000 soorten in ons land. Verreweg de meeste soorten zijn fascinerend in hun leefgedrag, nuttig en prachtig mooi om te bekijken. En dat geldt zeker voor de 500 solitaire bijen- en wespensoorten die veelal afhankelijk zijn van natuurlijke holletjes, en die bij gebrek daaraan (door overijverig snoeien, klepelen en zagen van de mens) vaak dreigen uit te

sterven. Om die reden is De Heimanshof i.s.m. de nieuwe Stichting M.E.E.R.Groen bezig om deze waardevolle medebewoners de plek te gunnen die zij verdienen. Reeds 50 insectenhotels zijn de afgelopen 3 jaar bij scholen, instellingen en bedrijven geplaatst en nu staan er door samenwerking met de gemeente dus ook een 4-tal in openbaar terrein. In deze periode van het jaar is b.v. de tronkenbij nog aan te treffen. Dit is een klein zwart bijtje van 6-10 mm, die de meeste mensen niet als bij zouden herkennen, maar die in levenswijze een goed voorbeeld is van de fascinerende insectenwereld op en rond insectenhotels.

Bijzonder

Tronkenbijen ontlenen hun naam aan het feit dat ze van nature vaak in oude boomstronken nestelen. Ze zijn de meest honkvaste van alle solitaire bijen. Vele generaties achter elkaar vertrouwen ze hun nakomelingen aan steeds dezelfde nestgelegenheden toe. Mannelijke tronkenbijen verschijnen gelijk met de vrouwen. Volgende week meer.

 tronkenbij1-insectenhotel

 paardenbijterinsectenPaardenbijter17 sep 2011september

Paardenbijter, 17 sep 2011

 paardenbijter

Je kunt de Nederlandse libellen in 3 groepen indelen. Waterjuffers zijn de kleinste soorten. Zij hebben een smal lichaam van 3-4 cm lang en vouwen hun vleugels net als nachtvlinders boven hun lichaam. De grotere libellen houden hun vleugels uitgespreid. Dat deed de mensen vroeger denken aan glazenmakers, die glasplaten op dezelfde manier op hun rug droegen. De grotere libellen bestaan weer in twee groepen: de middelgrote libellen (van 4- 5 cm lang) en de grootste soorten, die wel 6- 8 cm lang kunnen zijn. Dit zijn de echte glazenmakers. Een van de kleinste en meest algemene glazenmakers is de soort met de intrigerende naam paardenbijter. Alle libellen zijn zeer fotogeniek (zie foto) en hebben een dubbelleven. Uit de overwinterende eitjes komen larven, die in water leven en zeer roofzuchtig zijn. Ze zijn voorzien met uitklapbare kaken, die prooien die flink groter zijn dan

zichzelf aankunnen. Zonder popstadium kruipen de larven het water uit en de volwassen libel kruipt met vleugels en al uit de larve. Dit altijd weer wonderbaarlijke proces vereist alleen nog maar het oppompen van de vleugels. Ook de volwassen libellen zijn rovers die op vliegen en andere prooien jagen in en daarbij vaak 8-vormige banen volgen.

Bijzonder

De naam van de paardenbijter vindt zijn oorsprong in een misverstand. Paarden zijn zeer schrikachtig en kunnen panisch reageren op horzels en dazen. Wat boeren opmerkten was, dat paarden soms panisch werden als er een glazenmaker om hun paard heen vloog. Wat ze niet opmerkten, was dat die paardenbijter bezig was om de dazen en horzels te vangen, waar hun paard zo panisch van werd.

Waar

De paardenbijter houdt van stilstaande en zwak stromende wateren met een rijke moerasvegetatie. Hij komt in heel Eurazië voor en is een goede vlieger die ver kan trekken. Het is een soort die ook in de Haarlemmermeer plaatselijk algemeen is. In augustus en september is hij het talrijkst en kan in groepen en in tuinen worden waargenomen bij het jagen.

 agaatvlindervlindersAgaatvlinder10 sep 2011september

Agaatvlinder, 10 sep 2011

 agaatvlinder

De herfst lijkt al in volle gang en met al die regen verwacht je nauwelijks meer insecten te zien. Maar er zijn soorten die zich ook in kil weer en zelfs in de winter goed kunnen handhaven en actief blijven. Een van die soorten is de agaatvlinder. Dat is een nachtvlinder die ook overdag actief is. De vlinder is het gehele jaar waar te nemen, maar er zijn twee pieken in de vliegperiode: april tot juni en augustus tot oktober. Ook de rups is het gehele jaar aan te treffen. De rups is een echte alleseter, die voorkomt in een groene vorm en een bruine vorm. Hij wordt ca. 4 cm lang en 6 mm dik Waardplanten van de rups zijn vooral brandnetel, dovenetel, zuring. Maar ook op ooievaarsbek, winde, framboos en wilg komt de rups voor. Overdag rust de agaatvlinder onbeschut op muren en paaltjes of in de vegetatie. Daarbij vertrouwd hij op zijn prachtige schutkleur (zie foto), waardoor hij er uit ziet als een verdord blaadje.

Bijzonder

Zowel de vlinder, pop en rups

kunnen in Nederland de winter overleven. Veel rupsen, poppen en volwassen insecten komen in de winter en tijdens natte perioden om door verdrinking of verschimmeling. Doordat de rups van de agaatvlinder in de winter actief blijft, is de soort minder gevoelig voor biotopen die "s winters onder water staan. Dat draagt met zijn niet kieskeurige voedselvoorkeur eraan bij dat deze vlinder zo algemeen is. Tijdens milde winterdagen gaat de rups door met foerageren. De verpopping vindt gewoonlijk plaats in een cocon in de grond; soms in een voeg in een muur.

Waar

De agaatvlinder is een vrij algemene soort, die in Nederland op allerlei grondsoorten voorkomt. Vooral in meer vochtige gebieden, maar ook in de steden (onder andere in tuinen en parken). De vlinders vertonen zowel zwerf- als trekgedrag. De agaatvlinder trekt jaarlijks in wisselende aantallen in het voorjaar vanuit het Middellandse Zeegebied naar het noorden. Een deel van de vlinders trekt in de herfst weer terug naar het zuiden.

 agaatvlinder2