bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 19 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenBitterling4 aug 2011augustus

Bitterling, 4 aug 2011

 bitterling

Er komen in Nederland ca 1400 wilde zaadplantensoorten (inclusief grassen) voor. Een paar honderd soorten daarvan domineren het landschap op de meeste plaatsen en dat zijn meestal de soorten van voedselrijke omstandigheden. Want die zijn in Nederland als rivierdelta alom tegenwoordig. Verreweg de meeste soorten hebben een beperkte verspreiding omdat zij zich toegelegd hebben op een speciale combinatie van groeiomstandigheden. En een zeer groot aantal van deze soorten zijn ronduit zeldzaam of bedreigd in hun bestaan. Voedselarme en extreme milieus zijn daarom vaak interessant en soortenrijk. Voor veel bijzondere soorten is ook belangrijk dat groeiomstandigheden zich rustig kunnen ontwikkelen en dus dat er niet om de haverklap grondwerken worden uitgevoerd. Gelukkig zijn wij ook in de Haarlemmermeer gezegend met een aantal gebieden, die niet al te voedselrijk zijn.

Ook het zout en kalk(schelpen) in onze bodems zijn floristisch gezien vaak verrijkende factoren. Een van die potentieel soortenrijke gebieden die zich gestaag ontwikkelen, ligt in het Groene Carré Zuid en met name in de orchideeënweide rond de amfibieënpoel. Daar dook vorig jaar een uiterst zeldzame soort op, die zich dit jaar weer verder uitbreidde: de bitterling.

Bijzonder

De bitterling is een 50 cm hoge blauwgroene plant met heldergele bloemen. Er bestaan 2 ondersoorten. De inheemse herfstbitterling is zeer zeldzaam en valt in de hoogte categorie van wettelijk beschermde (en dus bedreigde) rode lijst soorten. De zomerbitterling is ook heel zeldzaam, en komt voor bij Amsterdam en op Voorne. De Groene Carré bitterlingen zijn zomerbitterlingen.

Waar

Bitterling houdt van zonnige, open plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke, humusarme grond (zand met veel schelpgruis). De soort komt daarom vooral in duinvalleien en voormalige strandvlakten. Het is een zuidelijk soort die in Nederland op de noordelijke rand van zijn verspreidingsgebied leeft.

 plantenGuichelheil28 jul 2011juli

Guichelheil, 28 jul 2011

 guichelheilrood

Guichelheil is een interessante plant. Vaak is zijn Engelse naam: Scarlet pimpernel bekender. Die naam verwijst naar de felrode kleur van de meest algemene van de 3 soorten guichelheil die in ons land voorkomen: de rode guichelheil. De blauwe guichelheil is net zo mooi helder blauw als de rode rood is. En dan is er nog teer guichelheil, die een prachtig roze tapijt van bloemetjes vormt. Rood guichelheil is vrij algemeen op kleiakkers en open terreinen en doet het ook goed in tuinen. Alle drie de soorten bloeien in de zomer. De bloemen staan niet open bij bewolkt, regenachtig weer en ook meestal niet voor 8 uur "s morgens en na 3 uur "s middags. Dat lijkt te wijzen op een grote voorkeur voor warm zonnig weer of op een aanpassing aan bestuivende insecten die alleen dan actief zijn. Rood guichelheil

is behoorlijk giftig en kan als hij nog niet bloeit met vogelmuur (wit bloemetje) verward worden wat wel eetbaar is.

Bijzonder

Alleen al de naam guichelheil maakt nieuwsgierig. Guichelen is een oud Nederlands woord dat refereert naar goochelen, gekkigheid maken of dol worden. En heil verwijst natuurlijk naar een geneeskrachtige werking. Het lijkt er op dat dit plantje zijn naam ontleent aan het feit, dat het in het verleden wel gebruikt werd als een (behoorlijk riskant) geneesmiddel tegen hondsdolheid.

Waar

Rood guichelheil komt in geheel Europa voor op bouwland, langs wegen en op onbebouwde plaatsen. Deze soort is in Nederland vrij algemeen, vooral op klei en löss en komt bijna niet voor op (zure) veengrond. Teer guichelheil is zeer zeldzaam en ook wettelijk beschermd als rode lijst soort. Het groeit vrijwel alleen nog op Texel in natte duinvalleien. Zowel rood als teer guichelheil kan op De Heimanshof worden aangetroffen. Rood guichelheil ook elders in de polder op akkers. Blauw Guichelheil komt voor in graanvelden op vochtige, kalkrijke grond. Sommige jaren verschijnt er een exemplaar in De Heimanshof. Het plantje is niet erg winterhard.

 plantenMuurpeper21 jul 2011juli

Muurpeper, 21 jul 2011

 muurpeper

De randen van snelwegen zijn vaak voedselarm en er komt vaak extra veel water (aan de afwaterkant) of juist heel weinig (aan de hoge kant). En gladheid bestrijding levert een extreem hoge concentratie aan zout. Kortom, een snelwegrand kan een vrij extreem biotoop zijn en dus kunnen er leuke planten en dieren voorkomen die zich bij dit soort vrij ongewone omstandigheden nog thuis voelen. Op dit moment van het jaar vallen er grote stroken lage felgele plantjes op. Deze lage vetplantjes heten muurpeper omdat ze scherp smaken. Muurpeper kan 10 cm hoog worden, maar wordt meestal niet hoger dan 5 cm. Daardoor raken ze op de meeste plaatsen snel overgroeit door andere planten. Op muren met een minimale grondlaag er op en op extreem arme en/of zoute plekken, waar andere planten niet kunnen gedijen, daar

kunnen ze zich handhaven.

Bijzonder

Vetplanten zijn planten met vlezige bladeren die weinig water verdampen bij droogte en hitte. Ze hebben een dikke huid met daarop nog een waslaagje. Muurpeper gaat daarbij nog een stapje verder: door overdag zijn verdamping volledig stil te leggen (huidmondjes gesloten) verliest de plant maar heel weinig water. Probleem is dan wel dat de plant ook geen CO2 kan opnemen (iets wat overdag moet gebeuren). Muurpeper lost dit op, door "s nachts CO2 op te nemen en dit als appelzuur op te slaan in zijn bladeren. Dit appelzuur samen met andere stoffen geeft de scherpe "peper"smaak. Deze smaak is daarom "s morgens sterker dan "s avonds, want dan is het appelzuur weer omgezet. Muurpeper wordt dikwijls in tuinen als bodembedekker voor en ook als onderdeel van groene daken. Als ze in de zon staan kunnen ze overvloedig bloeien en veel insecten aantrekken. Muurpeper herstelt zich makkelijk bij beschadiging. Uit alle afgebroken stukjes en bladeren kunnen nieuwe plantjes ontstaan.

Waar

Muurpeper komt voor op droge zandgrond, tussen stoeptegels langs kaden, muren en vaak op kalkhoudende grond.

 vlindersWitvlakvlinder 3 mannetje14 jul 2011juli

Witvlakvlinder 3 mannetje, 14 jul 2011

 witvlakvlinder3man

Direct nadat een vrouwtje uit de pop komt, begint zij met het verspreiden van feromonen (sekslokstoffen). Deze worden door de mannetjes met hun sterk geveerde voelsprieten opgemerkt (zie foto). Door tegen de wind in te vliegen en zo een steeds hogere concentratie van de feromonen te meten, zijn de mannetjes in staat om de vrouwtjes al van grote afstand te vinden. Meestal paart een wijfje al binnen een kwartier nadat zij ontpopt is. Doordat witvlakvlinders kort leven is het van belang om alle eitjes zo snel mogelijk af te zetten. Bij soorten die wel voedsel kunnen opnemen zijn de eitjes vaak nog niet volledig ontwikkeld als het wijfje uitkomt. Deze strategie zie je vooral terug bij soorten die afhankelijk zijn van één voedselplant (en van deze soort dus verschillende exemplaren moeten zoeken). Iedere strategie heeft zijn voor-

en nadelen. Een van de voordelen van de levensstrategie van de witvlakvlinder is dat er veel grote eitjes met veel reservevoedsel afgezet kunnen worden in korte tijd. Wanneer de omstandigheden ongunstig zijn, kan de rups toch overleven doordat het ei veel reservevoedsel bevat. Omdat de eitjes in een korte periode afgezet worden, is de kans dat ze sneuvelen, doordat bijvoorbeeld het vrouwtje opgegeten wordt, relatief klein. Nadelen zijn dat de eitjes niet op een geschikte plek afgezet worden en dat de eitjes niet verspreid worden, maar allemaal op dezelfde plek terechtkomen. De levenswijze van de rupsen is afgestemd op deze manier van ei-afzetten. De rups is niet kieskeurig, verspreid zich met de wind en eet van veel loofbomen en struiken, waaronder berk, hazelaar en wilg. Hierdoor is de kans op het vinden van geschikt voedsel erg groot.

Waar

De witvlakvlinder kotm voor van van Noord-Spanje, via heel West- en Midden-Europa tot in Oost-Azië. In het zuiden in Italië en op de Balkan; Naar het noorden tot IJsland en Scandinavië, ook boven de poolcirkel. In Canada en Chili is hij met mensen meegereisd.

 vlindersWitvlakvlinder 1 rups25 jun 2011juni

Witvlakvlinder 1 rups, 25 jun 2011

 wtvlakvlinder1rups

Uit Nieuw-Vennep kwam de melding van de zeer fraaie op de foto afgebeelde rups. Vanwege het exotische uiterlijk en het feit dat deze op een paprikaplant was aangetroffen dacht ik in eerste instantie aan een buitenlandse soort. Tot mijn niet geringe verrassing kon prof. Ernst, die mij al eerder bij lastige insectenvragen geholpen heeft, de rups thuisbrengen als een Nederlandse nachtvlinder: de witvlakvlinder. Deze vlinder is niet zeldzaam, maar uit de Haarlemmmermeer is hij niet eerder gerapporteerd. Mijn zoektocht naar wetenswaardigheden leverde genoeg materiaal op voor 3 columns. De vlinders vliegen van mei tot ver in oktober. Normaliter vindt de overwintering plaats in het ei-stadium, maar soms ook in het popstadium.

Bijzonder

Veel mensen denken

bij vlinders zelden aan de rups, maar je kunt de vlinder ook zien als de manier van de rups om zich voort te planten. De rupsen van de witvlakvlinder zijn in staat om zich over vele honderden meters te verspreiden. Ze maken hierbij gebruik van de wind. Pas uitgekomen rupsjes hebben al lange haren en beginnen direct na het uitkomen met het spinnen van lange draden. De rupsjes laten zich aan deze draden, als een soort pluisjes, meevoeren door de wind en verspreiden zich op die manier. Bij de witvlakvlinder is het opvallend dat de eitjes niet allemaal tegelijkertijd uitkomen; sommige eitjes komen al enkele weken na de bevruchting uit, andere pas vele weken later. Dit is een voorbeeld van risicospreiding. De rupsen van de familie van de donsvlinders, waartoe ook de witvlakvlinder behoort, hebben allemaal op segment 6 en 7 van het achterlijf aan de rugzijde een klier. De functie van deze klier is onbekend. Het zou met afweer tegen predatie te maken kunnen hebben. Ook wordt gedacht dat de klieren een stof produceren die voor verharding van de haren zorgt, wat weer gunstig zou zijn voor de windverspreiding. Het is in ieder geval opmerkelijk dat de klieren uitgestulpt worden bij aanraking. Volgende week deel 2

 vlindersWitvlakvlinder 2 vrouwtje21 jun 2011juni

Witvlakvlinder 2 vrouwtje, 21 jun 2011

 witvlakvlinder2vrouw

Deel 2 van 3: Bij sommige soorten vlinders vindt verspreiding plaats in het rupsstadium en is de volwassen vlinder alleen verantwoordelijk voor het maken van nageslacht. Bij de witvlakvlinder is deze strategie zeer ver doorgevoerd. Volwassen witvlakvlinders kunnen geen voedsel opnemen omdat zij geen bruikbare roltong meer hebben. Ze teren op de vetreserves die in het rupsstadium zijn opgebouwd. De vrouwtjes zijn ook nog eens vleugelloos en hebben een dermate dik lichaam - vol met eitjes - dat ze zich nauwelijks kunnen verplaatsen (zie foto) . Het verspreiden van de eitjes door de vrouwtjes is hierdoor onmogelijk. De plek waar de eitjes afgezet worden, moet niet alleen voldoende bescherming bieden aan de eitjes, maar later ook voedsel en bescherming aan de jonge pas uitgekomen

rupsjes. De meeste vlindervrouwtjes zijn erg kieskeurig als het gaat om geschikte ei-afzet locaties. Er zijn ook soorten die het minder nauw nemen en de eitjes bijvoorbeeld gewoon tijdens de vlucht uitstrooien boven de vegetatie. Vrouwtjes van de witvlakvlinder zetten meestal alle eitjes af op de cocon waar ze uitgekomen zijn en beginnen daar al vrij snel na de paring mee. Wat direct opvalt bij deze eitjes is dat ze groot zijn voor een vlinder en ook dat er veel eitjes worden afgezet. Grote eitjes bevatten meer reservevoedsel en daardoor kan het uitgekomen rupsje enige dagen zonder voedsel overleven. Nadeel van grote eitjes is natuurlijk dat er minder eitjes in het lichaam van het vrouwtje passen. Ook neemt het vliegvermogen sterk af naarmate er meer (zware) eitjes in het lichaam worden meegedragen. Bij de sommige vlinders zijn vrouwtjes zo zwaar dat zij de eerste lading eitjes meestal klakkeloos afzetten (om gewicht te verliezen) en daarna pas vliegend op zoek gaan naar echt geschikte locaties om de overige eitjes af te zetten. Dergelijke strategieën zie je vooral terug bij kortlevende vlindersoorten die niet over een werkende roltong beschikken.

 plantenHarig Breukkruid18 jun 2011juni

Harig Breukkruid, 18 jun 2011

 harigbreukkruid.3

Wat flora en fauna betreft is 2011 een heel bijzonder jaar. Er komen zoveel bijzondere meldingen binnen dat ik in deze periode van het jaar wel 5 columns per week zou kunnen vullen. Zelfs het wachten voor een stoplicht kan een avontuur worden als je niet te slaperig naar de achterlichten van je voorganger zit te staren. Een wakkere vrijwilligerster die moest wachten voor de brug bij Aalsmeerderbrug had vorige week zo"n avontuurlijke ervaring toen naast haar in de berm iets onbekends leek te staan. Gelukkig geeft een open brug dan ook de tijd om er even werk van te maken. En bij nadere studie bleek het plantje een regelrechte sensatie: harig breukkruid. Dit vaste plantje heeft draaddunne takjes die in een cirkel over de grond groeien en niet hoger worden dan 20 cm. Ook de bladeren en de geelgroene bloemetje zijn niet heel spectaculair. Na drogen komt bij breukkruid een caramelgeur vrij net als bij reukkgras . Deze geur komt van de stof cumarine, die ook ontstaat bij het branden van suiker. Vooral reukgras (dat groeit in voedselarme

weiden) gaf vroeger het hooi zijn prettige geur.

Bijzonder

De naam breukkruid verwijst net als zijn Latijnse naam Herniaria naar een medicinale toepassing. Ook de Engelse naam (rupturewort) verwijst ernaar. Het werd vroeger vaak gegeven na een hernia, omdat er dan darmstoornissen kunnen optreden die men met breukkruid trachtte te genezen. Maar een werking op urinewegen, spataderen en vastzittend slijm worden vaker genoemd. Er zijn 2 soorten breukkruid: gewoon en harig breukkruid. Gewoon breukkruid is gewoon zeldzaam, maar harig breukkruid is extreem zeldzaam in Nederland. Het wordt bijna alleen in stedelijke gebieden gevonden

Waar

Harig Breukkruid staat meestal in wegbermen en op droge zandgronden. Het is een warmteminnend plantje dat in Nederland aan de noordrand van zijn verspreidinggebied groeit en verder zuidelijk in EurAzie en Noord Afrika voorkomt en met mensen meegereisd is naar Australië en N- Amerika

 harigbreukkruid.4

 plantenBlauwe Bremraap10 jun 2011juni

Blauwe Bremraap, 10 jun 2011

 blauwebremraapfortvijfhuizen

Hoewel de vondst van de blauwe bremraap op het Fort Vijfhuizen vorige week al de krant haalde, gaat deze column niet over oud nieuws. Bremrapen zijn namelijk unieke planten. Zij zijn een ultiem voorbeeld van de fascinerende verscheidenheid waar evolutionaire ontwikkeling toe kan leiden. Hét kenmerk van alle planten is namelijk dat zij wortels, bladeren en badgroen hebben en dat zij daarmee de basis van alle voedselketens op aarde vormen. Maar in de natuur geldt dat je op alle mogelijke manieren aan de kost mag komen, onafhankelijk van nut of schoonheid. En de bremrapenfamilie met een stuk of 20 Nederlandse soorten doet dat op geheel eigen wijze. Zij hebben nl kans gezien om zonder wortels, bladeren en bladgroen te bestaan. Het enige wat zij maken is een bloem. Dat kan alleen doordat zij volledige

parasitair leven. Zij tappen al hun voedingsstoffen af van een gastplant.

Bijzonder

De levenswijze van bremrapen is vrij riskant. Zij maken net als orchideeën stofzaad (100.000 in een gram). Deze zaadjes kunnen door de wind wereldwijd verspreid worden, maar hebben geen reservevoedsel om te groeien. Alleen als een dier zo"n zaadje onder de grond werkt tegen de wortel van hun gastplant aan, kan deze contact maken. Er gaan dan 3- 5 jaren voorbij waarin het zaadje zich volzuigt tot een walnootachtig knolletje. En dan produceert dit knolletje een bloem. De blauwe bremraap heeft als gastplant duizendblad en alsem soorten.

Waar

De blauwe bremraap groeit op zonnige droge, matig voedselrijke plaatsen op duinen, rivierdijken, uiterwaarden en op aangevoerd duinzand. Hij komt in Nederland alleen heel zeldzaam voor in de duinen ten zuiden van Bergen en is daarom een streng beschermde rode lijstsoort. Omdat de forten op de Geniedijk versterkt zijn met zand uit het Noordzee kanaal bij IJmuiden zijn er ook groeicondities voor deze soort in onze polder ontstaan. Wereldwijd komt de soort vooral in Zuid-Europa tot in Azië voor en ligt Nederland aan de noordrand van zijn areaal

 plantenDolle Kervel4 jun 2011juni

Dolle Kervel, 4 jun 2011

 dollekervel

Bijna iedereen kent wel fluitenkruid, een schermbloemige plant die in april de bosranden, weiden en bermen siert. Niet iedereen weet dat er honderden soorten schermbloemen zijn, waarvan er vele de moeite waard zijn om nader te leren kennen. Zo zijn wortels, peterselie, selderij, venkel, pastinaak,kervel, etc allemaal schermbloemen, zonder welke onze keuken een stuk armzaliger zou zijn. We weten alleen vaak niet dat het schermbloemen zijn omdat schermbloemigen een 2- jarige cyclus hebben en voor dat ze aan bloeien toekomen(in hun 1e jaar) eten we ze al op. Daarnaast zijn er nog tientallen wilde soorten schermbloemen die allemaal in De Heimanshof te vinden zijn: engelwortel, berenklauw, grote en kleine bevernel en exotische soorten als gouden ripzaad, beverneltorkruid, torkruid, roomse kervel, naaldenkervel, gevlekte scheerling, waterscheerling en ga zo maar door. Vandaag zag

ik bij verpleeghuis Bornholm een soort massaal bloeien, die ik daar niet zo gauw verwacht had: dolle kervel. Dolle kervel is een wat fijner dan fluitenkruid. Het groeit ook in bosranden en bloeit later dan fluitenkruid. De soort is het best te herkennen aan het feit dat de stengels paars gevlekt en harig zijn.

Bijzonder

Dolle kervel dankt het 1e deel van zijn naam aan het feit dat koeien die er veel van eten, zich gaan gedragen alsof ze dronken zijn. Dolle kervel is dan ook (licht)giftig. Het tweede deel verwijst naar zijn gelijkenis met echte kervel. Maar ze zijn niet nauw verwant.

Waar

Dolle kervel groeit op half beschaduwde plekken op droge tot vochtige, voedselrijke en vaak kalkhoudende grond. Je vind hem in bermen, ruig grasland, heggen, bosranden, braakliggende grond, bij industrieterreinen, plantsoenen en akkerranden. Dolle kervel komt voor in Midden en Zuid- Europa, de Kaukasus en NW Afrika. In Nederland vindt je dolle kervel vooral in Zuid-Limburg, het zuiden van Zeeland, in het rivierengebied en in het oosten en midden van het land. En dus in Bornholm en de Heimanshof.

 vlindersKoninginnepage28 mei 2011mei

Koninginnepage, 28 mei 2011

 koninginnepage

9 mei was een bijzondere dag voor de natuur in De Haarlemmermeer. Behalve de draaihals van vorige week, werden er zoveel bijzondere soorten gemeld, dat ik er nog weken mee vooruit kan. Vandaag de Koninginnepage. Een van de grootste en mooiste vlinders van ons land, en de Koninginnepage die in de buurt van de Heimanshof werd waargenomen, was de eerst in heel West-Nederland van dit jaar. De Koninginnepage plant zich voornamelijk voort in droge of vochtige graslanden, maar in ook in moestuinen. De wijfjes zetten de eitjes af op jonge bladeren van verschillende schermbloemigen zoals gecultiveerde en wilde peen, engelwortel, pastinaak, venkel, melkeppe en kleine bevernel. De vlinder vliegt in 2 generaties per jaar: de 1e vliegt van eind april tot eind juni (met een piek in mei) en de 2e van eind juni tot eind augustus.

Bijzonder

Pas uitgeslopen rupsen lijken op vogeluitwerpselen en eten van de bovenkant van de bladeren. Vanaf het vierde rupsenstadium

krijgt de rups haar typische kleuren (groen met zwarte banden en oranje stippen). Als de rupsen verstoord worden, tonen ze een oranje klier die zowel met de oranje kleur als met de geur predatoren probeert af te schrikken. De mannetjes komen meestal voor de wijfjes uit de poppen. Een typisch gedrag van de koninginnepage is hill-topping (heuveltoppen), waarbij mannetjes het hoogste punt in de omgeving opzoeken om daar wijfjes te ontmoeten voor de paring. Op zonnige dagen kunnen op een dergelijk hoog punt tientallen vlinders gezien worden die naar de top van een heuvel vliegen.

Waar

Het areaal van de Koninginnepage strekt zich uit van Noord-Scandinavië tot Noord-Afrika en van West-Frankrijk tot Japan. De soort is vooral te vinden in bloemrijke graslanden in heuvelachtige streken zoals de Ardennen en in Limburg. Aangezien de Koninginnepage een goede vlieger is, wordt ze ook buiten deze gebieden regelmatig waargenomen, maar is het elders in Nederland het een vrij zeldzame soort.

 koninginnepage2

 vogelsDraaihals21 mei 2011mei

Draaihals, 21 mei 2011

 draaihals2

Op 21 mei 2006 was de 1e Flora en Fauna column. Inmiddels hebben we ca. 300 soorten besproken en zijn er nog ca. 10.000 Haarlemmermeerse soorten te gaan. Vandaag een zeer bijzondere jubileum soort: de draaihals. Een dood exemplaar trof een Heimanshofvrijwilliger op 7 mei aan in haar tuin in Vijfhuizen. Of er een relatie is met rigoureus beheer van bosplantsoen in de buurt is niet duidelijk. De draaihals is een soort specht met een zeer teruggetrokken manier van leven. Hij heeft een uitstekende schutkleur die lijkt op boomschors (zie foto), zit vaak op de grond en wordt ook daarom vaak over het hoofd gezien. De draaihals dankt zijn naam aan zijn flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden (zie filmpjes op youtube via zijn Latijnse naam: Jynx torquilla) Gebroed wordt in oude, meestal deels vermolmde loofbomen, omdat zijn snavel niet zo sterk is als bij andere spechten. Hij leeft vooral van mieren en hun poppen.

Bijzonder

De laatste decennia is de draaihals sterk in aantal afgenomen.

Begin jaren "90 waren er nog 80-180 paar in ons land en rond 2000 nog max. 65. De afname van de draaihals lijkt het gevolg van vochtiger zomers en het verdwijnen van zijn voorkeursbiotoop. Mogelijk spelen ook problemen in de overwinteringsgebieden een rol en verzuring van de grond en het gebruik van pesticiden, waardoor het aantal mierenkolonies afneemt. De draaihals is gebaat bij een zo natuurlijk mogelijk bosbeheer. Dat houdt o.a. in: het laten staan van dood (loof)hout, een mix van open en gesloten bos en kale open plekken. Zoals alle spechten heeft de draaihals een lange kleverige tong. De draaihals staat als ernstig bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Internationaal is het geen bedreigde diersoort.

Waar

De draaihals is een zeer schaarse broedvogel vooral op de Veluwe. Hij broedt in een groot deel van Eurazië tot Japan en in NW-Afrika. Het is de enige trekvogel onder de spechten en overwintert ten zuiden van de Sahara. De voorjaarstrek is in april en mei. Mogelijk was onze vogel op trek

 draaihalskrommenek

 bomenMeidoorn29 apr 2011april

Meidoorn, 29 apr 2011

 meidoorneenstijlig

Wie oog heeft, voor wat er in de natuur gebeurt, kan zich dagelijks verbazen en amuseren. Gisteren hoorde ik de eerste koekoek, werden er maar liefst 9 zingende nachtegalen gemeld uit de Groene Weelde (ipv 1 in 2009 en 3 in 2010), verdween de laatste bloem van de in april massaal bloeiende sleedoorn en verschenen de eerste bloeiende meidoorns om de stuifmeel- en nectar leveranties aan de insectenwereld gaande te houden. Vandaag aandacht voor de meidoorn, die de komende weken met zijn bloemenpracht tuinen en bosranden zal domineren. Van het geslacht meidoorn zijn de Eenstijlige en de Tweestijlige meidoorn inheems. De eenstijlige meidoorn kan 10m hoog worden en heeft paarse meeldraden(boven) en de tweestijlige 4.5 m en heeft rode meeldraadknoppen. De eenstijlige meidoorn is verreweg de algemeenste. Ze bloeien in mei/juni met sterk geurende bloemen.

Bijzonder

De meidoorn is door zijn doorns redelijk beschermd tegen de vraat van grote grazers en werd om zijn dichte

takkenstructuur veel als afscheiding gebruikt. De vruchten worden gegeten door vogels die daarmee zorgen voor de verspreiding van de zaden. In het najaar zijn het vooral spreeuwen en vinken, en ook trekvogels zoals kramsvogels en koperwieken. De doorns van de meidoorn zijn takdoorns. Dit zijn takken met een scherpe punt. De doorns van b.v bramen en rozen zijn "stekels" die uit een vervormde bladknop ontstaan. Meidoornhout is hard en fijn van structuur en wordt daarom gebruikt voor handvaten van gereedschappen. Meidoorns worden vaak aangetast door een bacterie die ook perenbomen ziek kan maken (perenvuur). Na een uitbraak van perenvuur in Zeeland in de vorige eeuw is een groot deel van het mooie heggenlandschap gekapt. Later bleek, dat dit ten onrechte was, omdat de bacterie niet van meidoorn naar peren overslaat.

Waar

Meidoorns komen van nature voor in Europa, Noord-Amerika, Azië en Noord-Afrika en vooral langs bosranden. Ze hebben een voorkeur voor een enigszins kalkrijke grond, die niet te arm is.

 meidoorncombo