bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 15 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plantenMelige toorts14 jul 2012juli

Melige toorts, 14 jul 2012

 melige toorts

Toortsen zijn tweejarige planten die over het algemeen een dicht viltig behaarde buitenkant hebben. Het eerste jaar maken ze, zoals zoveel andere planten een breed uitgroeiend wortelrozet, waarmee ze andere planten in hun omgeving wegdrukken. Bij toortsen kan dat bladrozet wel 60 cm in diameter zijn. In het 2e jaar groeit er vanuit dat wortelrozet een hoogoprijzende bloeistengel op,die 1.5 - 2.5 m hoog kan zijn. De naam toorts geeft al aan, dat deze plant opvallende vaak gele bloemen draagt. Toortsen worden door hun voorkomen dan ook in gewone tuinen gewaardeerd. De meest algemene toorts in Nederland is de stalkaars. In de Heimanshof staan er tientallen exemplaren rond het natuur en milieu centrum en de schooltuinen. Dit jaar verscheen er tussen al die stalkaarsen met helder gele bloemen op de natuurspeelplaats een grote toorts met een lichtgele bloemenweelde in de vorm van talrijke zijtakken (foto).Het bleek een exemplaar van de melige toorts te zijn, waarvan de dichst bijzijnde bekende groeiplek bij Haarlem en in de duinen is: de melige toorts. Deze toorts is een atypische soort die niet door een dichte viltlaag bedekt zijn.

Bijzonder

Een

2e reden waarom toortsen, toortsen genoemd worden, is omdat men vroeger de uitgebloeide bloeiwijzen in was doopte en ze als fakkel gebruikte. De melige toorts is een nogal zeldzame soort die op waarneming.nl slechts van ca 15- 20 plaatsen in heel Nederland gemeld wordt. Toortsen en ook de melige toorts leveren geen nectar in hun bloemen alleen stuifmeel. Veel toortsen doen daarom aan zelfbestuiving. Dit wordt verder gestimuleerd doordat de meeldraden borstelig van karakter zijn waardoor insecten er moeilijk bij kunnen komen en ze zich als ze rijp zijn naar de stempel buigen.

Waar

De melige toorts houdt van plaatsen met losse, droge voedselarme tot niet al te voedselrijke grond , en vaak langs spoorlijnen. Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Engeland tot Griekenland, en via de Kaukasus tot in Siberië.

 melige toorts2

 plantenBoerenwormkruid14 jul 2012juli

Boerenwormkruid, 14 jul 2012

 boerenwormkruid

Boerenwormkruid Een van mijn favoriete planten tijdens een rondleiding door De Heimanshof is de late zomerbloeier boerenwormkruid. Het produceert geen nectar, alleen stuifmeel. En daarmee is het een belangrijke waardplant voor allerlei bijen en vlinders. De boerenwormkruidzijdebij leeft bv uitsluitend van stuifmeel van deze soort.

Bijzonder

De latijnse naam van boerenwormkruid is afgeleid van het Oudgriekse woord dat ’onsterfelijk’ betekent. Er zijn 2 verklaringen daarvoor in omloop: de gele bloemen behouden lang hun kleur en kunnen als droogboeketten gebruikt worden en de plant zou onderdeel van een soort levenselixer zijn. Boerenwormkruid is voor mij het ideale voorbeeld van hoe onze voorouders een wilde plantensoort voor talloze medicinale en keukentoepassingen gebruikte. Je ruikt

het al meteen als je een blad plukt. De medicinale krachten benemen je bijna de adem, zo sterk ruikt deze plant! Deze geuren zijn afkomstig van etherische oliën. Deze werken als insectenverdrijvend middel tegen vlooien, motten, vliegen en mieren en zelfs muizen gaan ervoor de loop. Vroeger hingen de mensen een bos boerenwormkruid boven hun bed om de muggen en vliegen op veilige afstand te houden. Boerenwormkruid bevat ook het giftige thujon, dat als wormafdrijvend middel werd gebruikt, vooral van spoel- en lintwormen zowel bij mensen als bij vee. In vroeger tijden was dit een zeer belangrijke toepassing omdat bijna iedereen op het land werkte en veelvuldig last had van wormen. Hoge doses veroorzaken duizeligheid, krampen, buikpijn, abortus en kunnen dodelijk zijn. Ook zijn er de nodige uitwendige toepassingen bekend van plantaftreksels t.b.v jicht , schurft, puistjes en sproeten. In kleine hoeveelheden werd het blad van jonge planten gebruikt om de smaak van eieren en kruidkoeken te versterken.

Waar

Deze bijzondere soort is gelukkig nu eens niet zeldzaam of bijna uitgestorven. De soort is in heel Nederland (en Europa) te vinden op droge plaatsen in bermen en ruigtes.

 plantenOssentong14 jul 2012juli

Ossentong, 14 jul 2012

 ossentonggewone

Ossentong is een plantensoort uit de familie van de ruwbladigen. D.w.z. alle leden van deze familie zijn dicht bezet met haartjes die niet zacht aanvoelen. De bekende vertegenwoordigers van deze familie zijn smeerwortel en longkruid. Minder bekende leden zijn kromhals, slangenkruid en hondstong. Alle leden van deze familie hebben medicinale of andere toepassingen en zo ook ossentong. Een van de vele toepassingen was als middel tegen huidziektes, vanwege de kleurovereenkomst van het blad met een ge�rriteerde huid. Dit werd gedaan vanuit de Middeleeuwse signatuurleer die stelde dat een plant een werking heeft op het orgaan waar het op lijkt. Ook werd ossentong gebruikt om de stoelgang te bevorderen, tegen aften, etc,. Insecten bezoeken de bloemen graag tijdens de bloei van mei tot in de herfst.

De diepblauwe of paarse bloemen staan in ruige hoofdjes en zijn samengesteld uit vele bloempjes, die schichten genoemd worden. (zie foto)

Bijzonder

De naam ossentong in alle Europese talen komt door de (door onze voorouders ervaren) treffende gelijkenis met de tong van een os. De lange vlezige wortels leveren een helder rode kleurstof, en daarmee was de gewone ossentong vroeger een populaire verfplant. De bloemen van ossentong hebben een ingenieus sluit systeem met schubben die regen en ongewenste insecten tegenhoud en gewenste bestuivers zoals bijen en vlinders zo binnenlaat dat kruisbestuiving bijna altijd verzekerd is. En als er geen insectenbezoek plaatsvindt, verdrogen de helmknoppen zo, dat alsnog zelfbestuiving plaatsvindt als noodoplossing.

Waar

Gewone ossentong is een soort van duinen en stuifduinen, droge, zandige bewegelijke bodems. De soort wordt dan ook vooral gevonden in de Noord-Hollandse duinen en op rivierduinen langs de grote rivieren. Elders is de soort vrij tot zeer zeldzaam. Dat gewone ossentong in enig tientallen exemplaren op een zandige dijk bij de Liede voorkomt is daarom bijzonder en een aanwinst voor onze polder.

 vogelsVeldleeuwerik14 jul 2012juli

Veldleeuwerik, 14 jul 2012

 veldleeuwerik

Bij een landingsbaan van Schiphol hoorde ik een overbekend geluid uit mijn jeugd, dat ik nog niet eerder in onze polder had gehoord: een op grote hoogte eindeloos doorzingende veldleeuwerik. Je kunt van Schiphol denken wat je wilt, maar het gebied rond de landingsbanen met zijn kortgeschoren grasvlaktes is voor een paar soorten de hemel op aarde. De veldleeuwerik is er een van. In mijn jeugd in de jaren '70 hoefde je maar naar buiten te stappen om hem te horen. Rond 1975 waren er ca. 500.000-750.000 broedparen. Daar is nu nog maar 10% van over. En jaarlijks neemt de stand nog met 5% af.

Bijzonder

In de duinen en de heides is de achteruitgang te wijten aan de verruiging met steeds meer struikgroei en gras door aan de ene kant stikstof (zure regen) uit de lucht aan de andere kant de afnemende

konijnenstand door ziektes. Op het platteland is de grootschalige mechanisering van de akkerbouw en de veeteelt een grote boosdoener. Daarnaast komt steeds meer maïs en wintergranen en steeds minder zomergraan en kruidenrijke akkerranden. Ook insecticiden en herbiciden hebben hun werk gedaan. Door de afname van bloemen en kruiden vindt de veldleeuwerik steeds minder insecten. Eiwitrijk voedergras heeft voorrang bij boeren. De goed bemeste graslanden worden veel vaker dan vroeger gemaaid met grote machines en tot op de laatste vierkante meter. Nestjes van veldleeuweriken zijn in dit maairegiem kansloos. Graanpercelen worden voor de winter omgeploegd. Ook dat betekent minder stoppelvelden met zaden in het winterhalfjaar. Ook op hun trektochten zijn veldleeuweriken niet veilig. Miljoenen worden er in zuidelijke landen gevangen op de trek. De laatste oorzaak is de aantasting van de open ruimte: de meeste bedrijventerreinen, wegen en wandelbossen kosten leeuweriken.

Waar

De veldleeuwerik leeft in uitgestrekte boomloze akkers, duinen, heide, weilanden met een korte vegetatie en heidevelden. De soort komt voor in heel Europa, behalve in het uiterste noorden.

 plantenVeldsalie7 jul 2012juli

Veldsalie, 7 jul 2012

 veldsalie

Iedereen kent salie als keukenkruid. Maar er zijn tientallen soorten salie met vooral blauwe maar ook met rode en gele bloemen, waarvan sommige zelfs naar ananas geuren. De mediterrane salie die in de keuken gebruikt wordt heeft ook allerlei medicinale toepassingen. Weinig bekend is echter dat er ook een wilde salie soort in Nederland inheems is: de veldsalie. Onze veld salie heeft minder medicinale toepassingen dan de traditionele salie. Dat komt door de veel lagere concentratie aan etherische oliën in deze soort. De veldsalie kwam vroeger veel meer voor in Nederland en was een beeldbepalende soort voor bv rivierdijken, waar hij met zijn helderblauwe bloemen en lust voor het oog was en ook de insectenwereld een grote dienst bewees met nectar en stuifmeel. Helaas is deze soort door het maaibeleid en door overbemesting sterk achteruitgegaan en staat hij op de lijst van bedreigde

en beschermde soorten. Veldsalie is een waardplant voor nectar en stuifmeel voor hommels, vlinders, honingbijen en verschillende soorten solitaire bijen zoals zandbijen-, groefbijen- en metselbijen soorten.

Bijzonder

Daarom is het redelijk bijzonder dat op een strook zand die over lijkt te zijn van de aanleg van de A9 bij de Liede een enorme groep van veldsalie planten ontdekt is dit jaar. Op waarneming.nl is deze groep van meer dan 1000 planten de grootste gemelde (en ontdekte) populatie van dit jaar en wellicht ook van ander jaren in ons land. Dus zowel de aantallen planten als de locatie ver van het rivierengebied zijn bijzonder.

Waar

Veldsalie is een 1m hoge behaarde, licht aromatische plant die voorkomt op droge, kalkhoudende grond. De plant komt in heel Europa voor. In Nederland komt de veldsalie zeldzaam voor in riviergebieden. Op de Heimanshof komen zowel de wilde inheems veldsalie voor als (in de kloostertuin) verschillende soorten salie voor medicinale toepassingen, zoals de ananassalie met helderrode bloemen die pas laat in september bloeit en de 'gewone salie soorten'.

 insectenVroege glazenmaker30 jun 2012juni

Vroege glazenmaker, 30 jun 2012

 vroegeglazenmaker

Libellen komen in Nederland voor in 3 types. De kleinste soorten heten waterjuffers en vouwen hun vleugels in rust boven hun lijf. De middelgrote soorten zijn ca 4-5 cm lang en houden hun vleugels breed uitgestrekt. De grootste soorten zijn vaak 6-8 cm lang en worden glazenmakers genoemd omdat ze deden denken aan glazenmakers uit vroeger tijden. Deze droegen glas in een raamwerk van latten op de rug waardoor het wel vleugels leken. Alle libellen zijn een wonder van esthetische schoonheid. Voor de leek zijn ze niet allemaal makkelijk te onderscheiden. Maar dat geldt niet voor de soort van deze week. In de Haarlemmermeer komt maar 1 bruine glazenmaker voor (terwijl er 4-5 groene en blauwe soorten zijn). Op 20 m afstand is deze soort te herkennen. En zijn prachtige groene ogen zijn een extra toegift als je hem ergens zittend vindt. De vroege glazenmaker heet zo, omdat hij als eerste van de glazenmakers volwassen wordt en rondvliegt. Vaak al in mei. En hij vliegt tot ver

in juli.

Bijzonder

De vroege glazenmaker leeft het grootste deel van zijn leven als larve onder water. Veel libellen overwinteren als ei en het ei komt pas uit in het voorjaar. Bij de vroege glazenmaker komt het ei onmiddellijk uit en de larve overwintert. Daarom kan deze soort ook eerder in het jaar volwassen worden dan andere soorten. Zowel de larven als de volwassen libellen zijn jagers. Libellenlarven zijn echte onderwaterdieren die zuurstof uit het water kunnen opnemen. Ze vangen prooien groter dan zichzelf met razendsnel uitklapbare kaken. Volwassen libellen leven een paar weken om zich voort te planten en vangen prooien als muggen en vlinders.

Waar

De vroege glazenmaker is een soort van vooral West-Nederland. Hij houdt van sloten en poeltjes met voedselrijk water die dicht met vegetatie omzoomt zijn, zoals die veel in veengebieden te vinden zijn. Maar ook in De Heimanshof, langs de Geniedijk en bij natuurvriendelijke oevers is dit een soort die vaak aan te treffen is.

 vroegeglazenmaker2

 insectenHommels522 jun 2012juni

Hommels5, 22 jun 2012

 hommel5steenhommel

Waar

: Hommels zijn aangepast aan een wat kouder klimaat. Hun lichaam is voor een insect relatief groot en is zowel lang- als dichtbehaard, waardoor de warmte goed wordt vastgehouden. Daardoor komen hommels zelfs voor op de koude toendra’s in het hoge noorden. De lange beharing is echter een nadeel bij warm weer, ze moeten dan veel rusten. In noordelijke landen zoals Noorwegen en Zweden zijn hommels voor de bestuiving zeer belangrijke insecten, omdat ze bij lage temperatuur nog vliegen. In de zuidelijke landen is de bij belangrijker voor de bestuiving. De nestplaats is een beetje soortspecifiek: de aardhommel legt haar nest in de grond in oude muizenholen en onder strooisel in tuinen, de akkerhommel in muizennesten of in bomen, de boomhommel in boomholten

en vogelnestkasten, de steenhommel (foto) onder stenen, in muurspleten of in schuren, de veldhommel in ondergronds oude muizennesten, de weidehommel bovengronds in de strooisellaag en oude vogelnestjes. In Nederland kwamen 22 soorten gewone hommels en 7 soorten koekoekshommels voor, waarvan enkele intussen verdwenen zijn (Boloog, waddenhommel, donkere tuinhommel), de lichte koekoekshommel is ernstig bedreigd en 13 soorten zijn zeer tot vrij zeldzaam. In de Haarlemmermeer leven 10 soorten gewone hommels: boomhommel, de steenhommel, de veldhommel de akkerhommel ,de weidehommel en de aardhommel. Zeer zeldzaam is de gele hommel met ten minste een zeer kleine populatie in De Heimanshof, zeldzaam zijn de grote aardhommel de moshommel, de tuinhommel en de grote tuinhommel. Van de koekoekshommels komen 4 soorten voor: de tweekleurige koekoekshommel de gewone koekoekshommel,de veelkleurige Koekoekshommel en de grote koekoekshommel, die alle de kleurpatronen van hun gastheer nabootsen maar door kale glanzende plekken op het achterlijf van gewone hommels en hun zenuwachtige vliegpatroon te onderscheiden zijn. Koekoekshommels parasiteren op gewone hommels door hun eieren door hen te laten groot te laten brengen.

 insectenHommels (4)15 jun 2012juni

Hommels (4), 15 jun 2012

 hommel4akkerhommeldondkerevorm

Bloemen geven een mengsel aan geuren af om bestuivers aan te trekken. Bij sommige wolfsmelksoorten (heksenmelk en cypreswolfsmelk) kan deze honinggeur zo sterk zijn dat we deze ook als mensen op 10- 20 m afstand kunnen ruiken. Insecten ruiken deze geuren al van veel grotere afstanden. Wanneer een bestuiving uitblijft (bijv. in een regenperiode) wordt de geur en soms ook het aanbod aan nectar verhoogd om hommels aan te trekken. Sommige bloemen hebben helemaal geen nectar, zoals de moerasspirea. Andere bloemen geven op heel verschillende tijden pollen en nectar af. B.v de cichorei. Vanaf 8 -10 uur is alleen stuifmeel beschikbaar en van 10-12 uur is er alleen nectar beschikbaar. De bloem is wel tot 13 uur open, maar de hommel kan niets meer vinden. In trosachtige bloeiwijzen is in de eerste bloem alleen stuifmeel beschikbaar en in de latere bloemen pas nectar. Daarom begint een hommel in vingerhoedskruid eerst beneden met nectar verzamelen en werkt zich dan naar

boven naar het stuifmeel. Enkele hommelsoorten zijn in hun kleurpatroon niet constant. Bij de aardhommel komen individuen en hele populaties voor waar het gele band op het borststuk nagenoeg ontbreekt. Verder kan ook nog het gele band op de achterlijf verdwijnen en alleen een witte haar pluk aan het achterlijf overblijven, de vorm ’nigra’. Dit jaar is in De Heimanshof een nest met werksters van deze zwarte vorm. Van de veldhommel was enkele jaren geleden de Arnolduspark zelfs een individu dat m.u.v. enkele haren op borststuk helemaal geen haren had en die nauwelijks als hommel te herkennen was. Bij de akkerhommel komen 2 ondersoorten voor, een donkere vorm en een lichte vorm. Op de illustratie zijn deze vormen samen afgebeeld. Dan kan bij beide ondersoorten nog een variëteit voor, die op het borststuk een zwarte driehoekige figuur heeft. Beide ondersoorten en ook deze zeer schaarse variëteit ’tricuspis’ komen in de Haarlemmermeer voor.

 hommel4akkerhommellichtevorm

 insectenHommels (2)2 jun 2012juni

Hommels (2), 2 jun 2012

 hommel2_boomhommel

Vervolg van vorige week. Veel aandacht voor bijen in dit jaar van de bij. De koningin bevrucht de eieren met zaad van het mannetje waarmee ze gepaard heeft en dat ze de hele winter in haar lichaam heeft bewaard. Ze broedt de eerste 5-15 eitjes deels zelf uit. Door met haar borstspieren te trillen, houdt ze de temperatuur op peil. Elke larve spint zijn eigen cocon. Na 2-3 weken komen ze uit. Larven die meer voedsel krijgen groeien niet uit tot werksters maar tot volwassen koninginnen, ze krijgen dus geen beter of ander voedsel. De jonge koninginnen komen na 30 dagen uit hun pop en blijven dan nog 5 dagen in het nest om hun vetlichaam te vormen, dat ze nodig hebben voor de winterslaap. O.i.v de nieuwe koninginnen gaan de werksters ook eitjes leggen en dit levert strijd op. De koningin rooft de eitjes van de werksters en de werksters

roven haar eitjes weer. Dit is het begin van het einde van de kolonie. Hommelkolonies zijn niet allemaal even groot: Het aantal werkster is bij de aardhommel: 300-600; de akkerhommel: 60-200; de boomhommel (foto) 80-400; de steenhommel: 100-300; de veldhommel: 100-400 en de weidehommel: 50-120;

Bijzonder

Een hommel heeft een groot lichaam en erg kleine vleugeltjes. Met de wetten van de aerodynamica kon men lang niet verklaren dat een hommel kan vliegen. Het bleek dat hommels een trucje hebben waardoor ze toch kunnen opstijgen. Door de op- en neergaande beweging van de vleugels ontstaan luchtwervelingen die zorgen voor een extra opwaartse kracht. Hommels halen dus extra energie uit de manier waarop de vleugels bewegen en dit fenomeen wordt diepgaand bestudeerd. Mannetjeshommels hebben geen angel en geen stuifmeelkorfjes. Bij de werksters is de legbuis omgevormd tot een angel. Omdat alleen de vrouwtjes een angel hebben kunnen alleen de werksters en de koninginnen steken. De angel kan bij vrouwtjes echter niet meer als eilegapparaat worden gebruikt; de eitjes verlaten het lichaam via een andere opening. Volgende week meer.

 insectenHommels (3)2 jun 2012juni

Hommels (3), 2 jun 2012

 hommel3rodekoekoeks

Over hommels zijn veel bijzonderheden te melden: De angel van de hommel blijft niet achter na een steek zoals bij de honingbij. Een hommel kan net als wespen de angel telkens opnieuw gebruiken. Hommels en bijen zien kleuren anders dan de mens. Ze zien geen rode kleuren, maar wel de kleuren in het ultraviolette deel van het licht. Veel zogenaamde honingmerken in bloemen reflecteren UV-licht, waardoor ze voor hommels goed zichtbaar zijn. Hommels, vooral de aardhommel, wordt tegenwoordig ook gekweekt voor bestuiving van gewassen in kassen. Hommels zijn goede bestuivers, omdat ze met de bovenkaken en klauwtjes meeldraden kunnen vastpakken en m.b.v. de borstspieren heen en weer kunnen schudden. Koekoekshommels hebben zelf geen werksters en leiden een zwervend en parasiterend bestaan. Een

koekoekshommel lijkt op de hommelsoort waarbij ze haar eieren afzet, maar is te herkennen doordat ze zenuwachtig vliegt , geen stuifmeelkorfjes heeft en een glanzend achterlijf(foto). Zij bijt soms de koningin dood, deponeert de eitjes in het bestaande nest en laat de eieren en larven verder verzorgen door de aanwezige werksters. Ook komt het voor dat ze ongemerkt het nest binnen sluipt en zich verstopt tot ze de geur van het nest heeft aangenomen. Hommels hebben veel vijanden. Insectenetende vogels b.v. Ook vlinders als de hommelnestmot vormen een bedreiging omdat de larven de voedselvoorraad leegvreten. Verder vreten insecteneters als veldmuizen en spitsmuizen hommelnesten leeg. Andere vijanden zijn roofvliegen die een eitje in het achterlijf van hommels brengen, waarna de larve de hommel van binnenuit leeg eet, met als laatste het borststuk. Zo worden de vitale organen het langst gespaard en blijft de hommel vers. Aaltjes kruipen in een koningin tijdens haar winterslaap. Bacteriën kunnen voor diarree zorgen. Ook de mens speelt een rol, door vervuiling, het gebruik van pesticiden en landschapsvernietiging, en het voortijdig maaien van nectar- en stuifmeelplanten.

 insectenHommels (1)27 mei 2012mei

Hommels (1), 27 mei 2012

 hommel1kleurencodes

Hommels (1 van 5) I.v.m. het Jaar van de Bij volgt nu een serie over hommels. Er zijn 2 groepen hommels: 22 volkenvormende soorten en 7 solitaire soorten die zelf geen nest maken maar eitjes in het nest van andere soorten leggen: de koekoekshommels. Een hommel is een vrij grote bij met meer beharing. Dit is een aanpassing aan koude en noordelijke streken. Hommelsoorten zijn herkenbaar aan de kleurencodes op hun lichaam(zie foto). Hommels leven net als alle andere bijen van nectar en stuifmeel. De suikerrijke nectar is de energiebron, stuifmeel de eiwitbron. Hommels kunnen per tocht stuifmeel verzamelen tot 60% van hun lichaamsgewicht. Het stuifmeel kunnen de vrouwtjes met behulp van nectar en hun voorpoten tot een klompje samen plakken aan hun achterpoten. Omdat hommels geen grote honingvoorraad

aanleggen moeten er van maart tot september bloeiende planten aanwezig zijn. Een hommel heeft een lange tong waarmee ze nectar uit de bloemen opzuigen. De tong wordt beschermd door een schede. Wanneer de hommel haar tong niet gebruikt zit de schede onder haar lichaam gevouwen. De lengte van de uitrolbare hommeltong varieert van soort tot soort. Hierdoor treedt er specialisatie in bloembezoek op, waardoor hommels minder onderlinge concurrentie hebben. I.t.t. andere bijen hebben hommels stevige kaken. Wanneer nectar te diep in een bloem verborgen is, bijt de hommel een gaatje in de zijkant van de bloemkroon. Een kolonie hommels sterft elk najaar, alleen de bevruchte jonge koninginnen overwinteren. Slechts enkele hommelsoorten gebruiken meerdere keren hetzelfde nest, mogelijk vanwege nestparasieten. Hergebruik van het nest komt voor bij soorten als de boomhommel. De hommel kan zelf zijn lichaamstemperatuur regelen, door het trillen van de borstspieren, zonder dat de vleugels meebewegen. Hij kan zo een lichaamstemperatuur van 30-32 �C handhaven. De koningin vliegt al bij een buitentemperatuur van 2 �C, de werksters bij 6 �C. De volgende weken volgt meer over hommels.

 insectenWespbijen (3)20 mei 2012mei

Wespbijen (3), 20 mei 2012

 wespbijroodspriet3

Dit is de laatste van 3 columns over wespbijen en hun gastheren, de zandbijen. Alle genoemde soorten zijn solitaire bijensoorten, die i.t.t. volkvormende (sociale) honingbijen zo weinig honing verzamelen dat zij geen angel nodig hebben om hun voorraad tegen (grote) rovers te beschermen. Van de 71 zandbijsoorten, die in Nederland waargenomen zijn, komen 14 in de Haarlemmermeer voor, nagenoeg alle in De Heimanshof en Arnolduspark. Van de 43 wespbijsoorten die in Nederland vastgesteld zijn, komen 11 soorten met zekerheid in onze polder voor, ook vooral in en om De Heimanshof. Dat er zoveel soorten in en bij de heemtuin voorkomen, komt door de grote verscheidenheid aan waardplanten die daar voorhanden zijn. Bijna de helft van de wespbijen in de Haarlemmermeer heeft meer dan één gastheer. De gewone wespbij, de gewone kleine wespbij en de sierlijke wespbij hebben ieder twee gastheren, de donkere wespbij en de smalbandwespbij zelfs drie. Het is ondoenlijk om alle soorten zandbijen en wespenbijen te behandelen. Bij wijze van uitzondering is het wellicht een keer illustratief om de veelheid aan soorten en relaties eens op een rij te zetten. Daarom hierbij de door Prof Ernst gedocumenteerde

zandbijen en hun wespbij-parasieten op een rij:

Zandbijen en hun wespbijen in de Haarlemmermeer

Zandbij soort Parasiterende Wespbij
Witbaardzandbij Bleekvlekwespbij
Meidoornzandbij Gewone wespbij (foto bij column1)
Donkere wespbij
Signaalwespbij
Goudpootzandbij Roodzwarte dubbeltand
Grasbij Kortsprietwespbij
Signaalwespbij
Vosje Sierlijke wespbij (foto bij column2)
Roodgatje Gewone dubbeltand
Gewone dwergzandbij Gewone kleine wespbij
Zwartbronzen zandbij Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Viltvlekzandbij Gewone wespbij
Smalbandwespbij
Donkere wespbij
Vroege zandbij Geelschouderwespbij
Fluitenkruidbij Langsprietwespbij
Witkopdwergzandbij Gewone kleine wespbij
Grijze rimpelrug Roodsprietwespbij (foto bij column3)