bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Kweepeer en Merels, 7 okt 2018

 kweepeer

Nog nooit heb ik zoveel reacties op een column gekregen als de vorige over merelsterfte. Helaas niet genoeg om duidelijkheid te krijgen of dat Usutuvirus overal heeft toegeslagen. Het is wel opvallend dat ik over de buxusrupscolumn (met alternatief!), waar duizenden tuintjes door verruïneerd zijn geen enkele reactie kreeg, noch over mollensterfte.

Deze week de Kweepeer, want die is nu oogstrijp. Dat kun je detecteren met je neus. De keiharde kweepeer gaat dan nl zo lekker ruiken, dat een vrucht genoeg is in de wc of auto als luchtverfrisser! De kweepeer komt meer voor dan menigeen denkt. Er bestaan 2 typen: appelvormige soorten (waarvan het sierstuikje in gemeente plantsoen met rode bloemen en gele appeltjes een voorbeeld is) en de peervormige types, die vaak in bomen en stuiken tot een hoogte van 3-4m groeien.

Bijzonder

De kweepeer stond vroeger in elke (boerderij)tuin. Hoewel zijn vruchten keihard zijn en niet zo te eten, werd hij veel gebruikt in

allerlei gerechten. Het woord marmelade is zelfs afgeleid van het(Portugese) woord kweepeer: Marmelo. De kwee bevat nl veel pectine om jam dikker te maken. Zoals veel andere soorten als de kruisbes en de mispel is de kweepeer in onze gemakscultuur een vergeten soort fruit geworden. In alle boomgaarden die wij aanplanten, zetten we een of meer kweeperen. Dat zijn vaak de enige bomen waarvan het fruit het haalt tot rijpheid! (De andere soorten appels, peren en pruimen worden meestal al onrijp geplukt en na een hap (teleurgesteld) weggegooid en dat 500-1000 keer!). De kweepeer draagt meestal zeer rijk en elk jaar weer. In een aantal bomen moesten we dit warme jaar de takken ondersteunen om ze niet te laten breken (foto). Wij gaan kweeperentaart en jam maken. Wie het ook wil proberen kan in ons winkeltje op Park 2020 een paar vruchten komen halen zolang de voorraad strekt.

Waar

De kweepeer komt oorspronkelijk uit de Kaukasus (wet als walnoot, perzik en mispel). Hij gedijt goed op een neutrale bodem en houdt van zon.

Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl. Persoonlijk kunnen wij u te woord staan op werkdagen bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp. Alle columns vanaf april 2006 vindt u op www.stichtingmeergroen.nl





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 15 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 plattetonderzwampaddenstoelenPlatte tonderzwam19 okt 2012oktober

Platte tonderzwam, 19 okt 2012

 plattetonderzwam

Platte tonderzwam Op onze zoektocht naar monumentale bomen troffen we op een van de oudste en meest indrukwekkende bomen van de polder ook een serie indrukwekkende paddenstoelen aan. Het betreft de 180-250 jaar oude beuk op het terrein van gemaal Buitenkaag (de bronnen zijn niet duidelijk). De platte tonderzwam is een veeg teken. Net als de reuzenzwam van vorige week tast deze zwam het kernhout van de boom aan en veroorzaakt witrot, waarbij zowel lignine als cellulose afgebroken wordt. Op den duur zal de boom het afleggen tegen de schimmel, maar dit proces kan tientallen jaren duren. De tonderzwammen kunnen via een beschadiging de boom binnendringen, leven tientallen jaren als parasiet in en op de boom en leven als de boom dood is nog door tot hij helemaal verteerd is. De tonderzwammen van deze boom zitten helemaal aan de voet (zie foto) en dat

wijst op ’slordig’ maaiwerk in het verre verleden.

Bijzonder

De meeste paddenstoelensoorten komen snel op als het hun tijd is en zijn even snel weer verteerd. De groep waartoe de tonderzwammen behoord is letterlijk uit ander ’hout’ gesneden. De zwammen verhouten en vormen meerjarige vruchtlichamen waar elk jaar een nieuwe rand aan groeit. Deze vruchtlichamen (tot 50 cm) produceren in grote hoeveelheden sporen in buisjes die bijna alleen met een loep te zien zijn. De tonderzwammen ontlenen hun naam aan het feit dat zijn in vermalen (en voorbewerkte) vorm het brandbare en smeulende poeder vormden in tondeldozen, waarmee de mens zich behielp voor de opkomst van lucifers. Ook Ötzi, de 5300 jaar oude ijsmummie uit de Alpen, had een stuk tonderzwam bij zich. Het tot poeder slaan van tonderzwammen levert als bijproduct een soort vilt op, waar in midden en Zuid- Oost Europa hoeden van gemaakt worden.

Waar

De platte tonderzwam is een van de meest voorkomende zwakteparasieten, die een langzame dood garandeert van vele boomsoorten, die door ouderdom of beschadigingen weinig weerstand hebben. De soort komt met name veel op beuken voor.

 reuzenzwampaddenstoelenReuzenzwam13 okt 2012oktober

Reuzenzwam, 13 okt 2012

 reuzenzwam

In het Oude Buurtje van Hoofddorp, werd ik attent gemaakt op een bijzonder fraai exemplaar van een indrukwekkende paddenstoel: de reuzenzwam. Deze groeide op een beuk van ca 100 jaar oud in de buurt van bejaardenhuis Horizon. Net als een elfenbankje bestaat deze soort uit horizontale "flappen" die aan de onderkant vol zitten met buisjes waar sporen uit komen. De reuzenzwam heeft dus geen lamellen zoals veel "gewone"paddenstoelen onder hun hoed hebben. Er kunnen vele "flappen" boven elkaar zitten, die allemaal uit hetzelfde punt groeien, maar het meest indrukwekkende is, dat ze met gemak 40- 80cm en soms wel 200 cm breed kunnen worden. Deze reuzenzwam was nog volop in de groei en de grootste "flappen"waren ca 50 cm in omvang (foto). Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat verschillende bundels zwammen op de stam en op de wortels rond de boom groeien.

Bijzonder

Het effect van een reuzenzwam op de boom heet witrot: een lichtgekleurde vermolming van het kernhout.

Over een aantal jaren kan de boom daardoor hol worden. De meningen zijn verdeeld over het feit of dit de ondergang van de boom kan betekenen. De zwam tast nl alleen vooral het niet functionele kernhout van de boom aan en niet het levende hout aan de buitenkant. Sommigen stellen dat de holle pilaar van een aangetaste boom beter in staat is (b.v. stormen) te overleven, dan een massieve stam. De reuzenzwam is niet de lekkerste paddenstoel omdat hij licht zuur smaakt, maar wordt bv in Japan wel gegeten, vooral de jonge exemplaren. Kenmerkend voor de reuzenzwam is dat hij bij aanraken of beschadigen snel zwart kleurt. De reuzenzwam produceert veel sporen. In zijn meest productieve fase van een maand of 5, soms wel 5 miljoen per minuut. Die kunnen als een soort mist of stof worden waargenomen.

Waar

Reuzenzwammen groeien altijd aan de voet van hardhout loofboomsoorten zoals eik, beuk, iep e.d. en soms op naaldbomen. Ze komen in het hele noordelijk halfrond voor in de gematigde streken.

 reuzenzwam2

 gewonefopzwampaddenstoelenGewone Fopzwam6 okt 2012oktober

Gewone Fopzwam, 6 okt 2012

 gewonefopzwam

Met alle regen van de afgelopen tijd zijn we volop in de paddenstoelentijd terecht gekomen. Graag attendeer ik u op de eindeloze variatie aan paddenstoelen die er buiten te vinden zijn. Deze week graag uw aandacht voor een vrij kleine soort, die soms massaal tussen het gras op voedselarme grond te vinden is. De hoeden waren ca 3-5 cm in doorsnede en de hoogte van de steel was 5-8 cm. Ik vond er een paar duizend (!) tussen de wilgen- en berkenopslag in de orchideeënkuil op het Groene Carré langs de N201 ten oosten van de Hoofdvaart. Het paddenstoeltje viel op door zijn grote aantallen, maar ook de opvallend prettig roze kleur van de hoed. Zijn curieuze naam is de Gewone Fopzwam. Er bestaan ook andere fopzwamsoorten, nl de prachtig violette Amethist zwam (of rode kool zwam), de gekroesde fopzwam, de geschubde fopzwam en zo zijn er nog wel een paar. Deze zwammen heten fopzwammen

omdat ze een i.t.t. andere soorten een zeer grote variatie in hun uiterlijk kunnen vertonen. Dat geldt zowel voor de kleur en voor de vorm. Onze fopzwammen hadden een roze-rode kleur en een diepe kuil in het midden van de hoed, maar er zijn ook bijna bruine soorten die een bolle hoed hebben.

Bijzonder

De misvatting dat de meeste paddenstoelen giftig zouden zijn is gunstig voor het voortbestaan van de zeldzamere soorten, maar klopt niet. Heel veel paddenstoelen zijn juist eetbaar, wat niet wil zeggen dat ze altijd zo lekker zijn als eekhoorntjesbrood. Ook in het geval van onze Fopzwam geldt dit. Met name het hoedje van deze soort is goed eetbaar. Door zijn kleine omvang geldt dat je er wel wat moet voor moet doen om er een maaltijd voor bij elkaar te zoeken. Maar ja: als er duizenden staan - Mij smaakten ze wel.

Waar

Fopzwammen zijn niet alleen lastig te determineren op hun uiterlijk. Ook hebben ze een onduidelijk voorkeursbiotoop. Ze komen voor in droge heide en bosbiotopen maar ook zoals in ons geval in een vrij drassige kuil. Zolang de grond maar niet te voedselrijk is.

 zadelzwampaddenstoelenZadelzwam4 okt 2012oktober

Zadelzwam, 4 okt 2012

 zadelzwam

In september is de buitentemperatuur nog tegen de 20 graden en begint de hoeveelheid neerslag toe te nemen. Dat zijn ideale omstandigheden voor slakken, bacteriën en schimmels die de in de zomer opgebouwde biomassa te lijf gaan. In deze periode waarin de groeikracht van verse groene planten afneemt, is het afbraakproces van bladeren, hout en humus op zijn hevigst. Het meest zichtbare kenmerk daarvan is, dat er overal paddenstoelen opduiken. Paddenstoelen zijn de zichtbare bovengrondse voortplantingsorganen van de schimmeldraden die zich onder de grond of in hout bevinden. Er zijn inmiddels 6000 soorten schimmels ontdekt in Nederland. Een bijzonder opvallende soort (zie foto) viel op langs de Hoofdvaart west tussen Lijnden en Hoofddorp. Hij groeide in een 100-jarige kastanjeboom die er duidelijk niet beter van werd. Het was een zadelzwam waarvan drie bundels met een oppervlakte van

een grote waaiervormige pannenkoek uit de stam staken. Er zijn 4 hoofdgroepen van paddenstoelen: soorten waarvan de sporen aan lamellen onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen in buisjes onder de hoed groeien, soorten waarvan de sporen op de oppervlakte van een gewelfde hoed groeien en bolvormige stuifzwammen waarvan de inhoud van de paddenstoel geheel in sporen uit elkaar valt. De zadelzwam behoort bij de buisjesvormende groep. Een opvallend kenmerk zijn de donkerbruine schubben die bij jonge exemplaren in concentrische cirkels op de hoed zitten (inzet)

Bijzonder

De zadelzwam is een van de grootste soorten in Nederland en leeft op hout van loofbomen, met een bijzondere voorkeur voor iep en beuk. Hij vormt zowel in het voorjaar als in de herfst nieuwe vruchtlichamen. De paddenstoel ruikt melig en is eetbaar zolang hij niet verhout is.

Waar

De zadelzwam groeit zowel op dood hout, maar kan zich via een boomwond ook nestelen in een levende boom als parasiet. Bij deze kastanje was dat gebeurt en de kastanje gaat dat niet overleven. De zadelzwam is een algemene soort in Nederland.

 kardinaalsmutsplantenKardinaalsmuts21 sep 2012september

Kardinaalsmuts, 21 sep 2012

 kardinaalsmuts

De kardinaalsmuts is een tot 2.5 m hoge struik. In september verschijnen er felrode vruchtjes met feloranje zaden, die lijken op de muts van een kardinaal (foto). De vruchten zijn giftig voor de mens, maar konijnen, geiten en ezels hebben er geen last van. Het gif uit de schillen van de zaden werd vroeger gebruikt om hoofdluis te bestrijden. De takken en twijgen zijn opvallend groen met kenmerkende kurkribbels.

Bijzonder

De struik is de enige voedselbron voor de rupsen van de grote kardinaalsmuts-stippelmot. De geelzwart gespikkelde rupsen daarvan weven in mei talloze spinsels terwijl zij de struik volledig kaalvreten. De rupsen zijn in de spinsels goed beschermd tegen eventuele vijanden, maar eigenlijk is dat niet eens nodig. Voor vogels zijn ze giftig. In de 2e helft van juni komen de rupsen in grote hoeveelheden

aan spinseldraden uit de bomen zakken. De rupsen kruipen de grond in en verpoppen daar. In augustus komen de vlindertjes te voorschijn. Het zijn kleine, tere dieren met witte vleugels met zwarte stippen, vandaar hun naam: stippelmotten. De kaalgevreten struiken vallen op, maar het kan geen kwaad: De verpopping vindt plaats voordat de bomen en de struiken voor de 2e maal uitlopen, rond 21 juni, het feest van Sint Jan. Dit 2e lot van een boom of struik heet dan ook het Sint Janslot. En half juli is er niets meer dat herinnert aan de kaalgevreten struiken. Het taaie, gele hout met fijne poriën is kernloos en geschikt om er houtskool van te maken, voor draaiwerk, de bouw van muziekinstrumenten en om zijn mooie kleur als inleghout. Het hout werd vroeger gebruikt voor het vervaardigen van spinspoelen. De Engelse naam ’spindle tree’ is hiervan nog afgeleid. De bast bevat een melksap dat vroeger als een voorloper van rubber werd gebruikt.

Waar

170 kardinaalsmutssoorten komen voor in Europa, Azië, Australië, Noord- Amerika en Madagaskar. De gewone kardinaalsmuts komt bij ons vooral in de duinen voor, liefst op plaatsen met een kalk- en humusrijke grond.

 karmozijnbesoosterseplantenKarmozijnbes16 sep 2012september

Karmozijnbes, 16 sep 2012

 karmozijnbesoosterse

De plant die in september opvalt, is de karmozijn bes. Er zijn 2 soorten: de Oosterse met 8 meeldraden per bloem en rechtopstaande bloemtrossen en bessen en de Westerse met 10 meeldraden en hangende trossen. Het zijn sterke plant die nauwelijks worden aangevreten. Karmozijn is geen alledaags woord. Karmozijn staat voor een interns steenrode kleur. Dat is de kleur die van de bessen verkregen kan worden. Die kleur wordt verkregen uit tot 30 cm lange kolven van blauwzwarte bessen. De zaden in de bes en de wortels zijn giftig.

Bijzonder

Karmozijnbessen bezitten ondanks de giftige zaden een groot aantal geneeskrachtige eigenschappen. De te gebruiken dosis is daarbij belangrijk. Van oudsher wordt karmozijnbes gebruikt ter bestrijding van reuma, astma, dysenterie en aambeien. Er wordt onderzoek gedaan naar bestanddelen

in karmozijnbessen die een remmende uitwerking lijken te hebben op het HIV-virus. De plant en bessen zouden ook een fatale uitwerking hebben op slakken. Franse wijnboeren gebruikten karmozijnbes om minder goede wijn meer smaak en kleur te geven. Deze methode was overigens riskant en daarom illegaal. Tegenwoordig wordt het bessensap nog wel gebruikt om limonades en vruchtensappen een donkerrode kleur te geven. Indianen gebruikten het sap als verfstof. De eerste Europese immigranten in Amerika leerden van hen dat karmozijnbes een zeer goede natuurlijke inkt gaf. Een bewijs daarvan is dat heel wat documenten uit die tijd nog goed leesbaar zijn. De dikke penwortels zitten vol met zeepstoffen. Fijngesneden wortelstukjes meekoken in het vuile waswater geeft een helderwitte schone was.

Waar

Karmozijnbessen zijn niet echt inheemse soorten, maar zoals veel geïntroduceerde ’allochtonen’ doet hij het uitstekend en lijkt het een blijvertje. De plant zelf is niet helemaal winterhard en verdraagt geen vorst van meer dan 10 oC, maar de zaden wel. In halfschaduw en schaduw groeit de soort het best. Op een voedselrijke bodem kan de plant 1-3 m. hoog worden.

 aronskelk2gevlekteplantAronskelk (2)9 sep 2012september

Aronskelk (2), 9 sep 2012

 aronskelk2gevlekte

De naam aronskelk dankt de plant aan de bloemknots, die deed denken aan de staf van de Joodse hogepriester Aäron (foto). Die van de gevlekte aronskelk is paars of grijs; die van Italiaanse aronskelk geel. Als de vrouwelijke bloemen rijp zijn voor bestuiving, geeft de bloem een sterke geur af van gegiste vruchten en rottend vlees, die vliegen aantrekt. Die vinden geen houvast op het spiegelgladde schutblad en storten neer in de diepte van de bloem. Ter hoogte van de insnoering bevinden zich stamperharen, die naar beneden wijzen. Onder dit hekwerk bevinden de mannelijke (meeldraad-) bloemen. Daaronder de zitten de vrouwelijke (stamper-) bloemen. De insecten vallen wel door het hekwerk naar beneden maar ze kunnen niet uit de zak ontsnappen. De wand van de ketel is door olie ook te glad om omhoog te klimmen. De insecten lopen heel

druk rond en hun hele lichaam raakt besmeurd. De 2e bloeidag gaan de helmknoppen open en stuifmeel daalt neer op de kleverige vliegjes. Kort daarop verschrompelt het 'hekwerk'. Ook is de wand van de schede minder glad dan in het begin. Vol met stuifmeel verlaten ze de bloem. Als de vliegjes verdwenen zijn, buigt het spitse schutblad zich over de bloemkamer en is dit tegen regen beschermd. De vliegjes, niets wijzer geworden, vliegen dadelijk naar een 2e aronskelk en bevruchten daar de stampers met het stuifmeel dat ze van de vorige bloem meebrachten. Doordat de vrouwelijke bloem bevrucht wordt voordat de mannelijke bloem het stuifmeel prijsgeeft vindt er altijd kruisbestuiving plaats. Opmerkelijk is dat de bloemknots een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceert. De temperatuur kan tijdens deze verhitting wel oplopen tot 15 °C boven de omgevingstemperatuur. Dit is met de hand te voelen.

Waar

Aronskelken zijn vrij algemeen in tuinen en bosplantsoen op vochtige, vrij voedselrijke grond. De gevlekte aronskelk is inheemse en de Italiaanse aronskelk komt uit het Middellandse zeegebied en is hier ingeburgerd als stinsenplant.

 aronskelk1plantenAronskelk (1)1 sep 2012september

Aronskelk (1), 1 sep 2012

 aronskelk1

Op dit moment staan er in tuinen vaak ’reuzenlollies’ (zie foto). Aan de bessen is niet te zien of ze van de inheems gevlekte aronskelk of van de Italiaanse aronskelk behoren. De aronskelk is een goed voorbeeld van de vergeefse moeite die wij mensen doen, om de natuur in hokjes in te delen. De gevlekte aronskelk is nl een plant die maar in 20- 50 % van de gevallen vlekken heeft. Je herkent de gevlekte aronskelk vooral aan het feit dat deze noordelijke soort weet wat strenge winters zijn. Daarom sterven zijn bladeren in de winter af en komen de eerste bladeren pas boven de grond in maart. De Italiaanse aronskelk heeft wit geaderde bladeren. Deze soort heeft niet geleerd om onder de grond te blijven en heeft bladeren die al van af december boven de grond staan (en die bevriezen dan ook soms). Het wordt nog lastiger doordat de gevlekte en de Italiaanse

aronskelk onderling kunnen kruisen. Er bestaan dus geaderde aronskelken met bladeren die in de winter onder de grond blijven en gevlekte aronskelken die dan boven de grond blijven. Soort kenmerken zijn dus niet zo absoluut als taxonomen zouden willen en dat geldt vaak in de natuur. Alle tussenvormen komen in De Heimanshof voor.

Bijzonder

Het blad van de Italiaanse Aronskelk is pijlachtig van vorm; dat van de Gevlekte Aronskelk is enigszins afgerond. Het blad van aronskelk zit vol met uiterst scherpe, naaldvormige kristallen. Slakken stoppen daarom ook al heel erg snel met het aanvreten van deze ogenschijnlijk aantrekkelijke groene bladeren. Als de bomen in blad komen en het donker wordt op de bosbodem verwelken de bladeren. Aronskelken behoren tot de meest ontwikkelde plantenfamilies, vergelijkbaar met orchideeën. De ’bloem’ van de aronskelk is een complexe bloeiwijze. Het omhullende spits toelopende schut blad van de ’bloem’ omhult een zichtbare knotsvormige bloemkolf en daaronder onder een insnoering een afgesloten kamer met vrouwelijke bloemen onder en mannelijke bloemen bovenaan. Volgende week meer.

 anaijschampignongewonepaddenstoelenAnijschampignon24 aug 2012augustus

Anijschampignon, 24 aug 2012

 anaijschampignongewone

Eten uit de natuur is in onze verpakte supermarktcultuur iets wat steeds verder uit beeld verdwijnt. Toch was dit nog geen 50 jaar geleden in Nederland heel gewoon en in veel landelijke streken in Europa wordt nog steeds 20 - 50 % van het dagelijkse voedsel zelf verbouwd en verzameld. Met het verdwijnen van deze cultuur verdwijnt ook onze kennis erover en daarvoor in de plaats ontstaan allerlei vooroordelen. Heel sterk geldt dit bij (het eten van) paddenstoelen. Daarom is het af en toe leuk om u te wijzen op voedsel dat vlak onder onze neus groeit. In Overbos heeft de gemeente in plantsoenen eens 'uitgewerkte' champignon aarde gebruikt, waar in een periode van 6 weken wel 30-50 kg prachtige champignons uit groeiden, maar niemand durfde ze te plukken (behalve ik). Ook heb ik wel eens eekhoorntjesbrood langs de Kruisweg en de grootsporige reuzen champignon in het Haarlemmermeerse Bos vermeld. Deze week fietste ik in Toolenburg bij het Spectrum toen mijn oog viel op een halve heksenkring van reusachtige champignons met een hoed van meer dan 20 cm

breed. Gewoon in het gazon. Mijn paddenstoelengids leerde mij dat de grootsporige, de carbol- en de anijschampignon de enige kandidaten waren voor deze maat.

Bijzonder

Deze paddenstoelen zijn het beste op hun geur te onderscheiden. De grootsporige (eetbaar en lekker) ruikt gewoon naar champignon, de carbolpaddenstoel (een beetje giftig) ruikt onaangenaam naar Carbol en de anijschampignon (eetbaar en lekker) ruikt prettig naar anijs. Mijn neus had geen moeite de juiste soort te bepalen en omdat het er maar 6 waren heb ik ze laten staan om sporen te laten vormen.

Waar

Hoewel de anijschampignon algemeen zou zijn, wordt hij maar een keer of 10 per jaar gemeld op Waarneming.nl. Ook voor de Haarlemmermeer is het voor mij een nieuwe soort. Het landgebruik, en vooral het achterwege blijven van bemesting met ruige mest en het gebruik van zware machines heeft het voorkomen van deze soort niet in positieve zin beënvloed.

 anaijschampignongewone1

 groeneglazenmaker2vrouwtjeinsectenGroene Glazenmaker (2)18 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (2), 18 aug 2012

 groeneglazenmaker2vrouwtje

Het gedrag van groene glazenmakers wijkt af van dat van alle andere soorten. De mannetjes vliegen b.v. al rond zonsopkomst, met bedauwde vleugels, over de krabbenscheerplanten op zoek naar vrouwtjes die daar de nacht doorgebracht hebben. Deze vroege paring is uniek in de libellen wereld. De mannetjes van de groene glazenmaker zijn nl in staat zichzelf op te warmen door hun vleugels in een zeer snelle trilling te brengen. Daarna rusten ze tot ongeveer 9.00 uur. De grootste aantallen mannetjes zijn tussen 12.00 en 15.00 uur te zien bij water. Tussen 10-30 minuten na zonsondergang, verschijnen zowel mannetjes als vrouwtjes massaal om te jagen. Ook deze spectaculaire, massale vluchten in de avondschemering van de groene glazenmaker zijn uniek in de libellenwereld. Na de paring en het leggen van de eieren leven de groene glazenmakers

nog een paar weken. Het leven van groene glazenmakers is vrij kort: vanaf eind juni tot eind september. De grootste aantallen vliegen in augustus. De groene glazenmaker is zo uniek dat hij een eigen soortspecifiek wettelijke beschermplan heeft. De kern daarvan is dat krabbenscheervelden niet met grote baggeroperaties mogen worden weggebaggerd en de diepte van de sloten niet dieper mag worden dan de 80 cm waarop de krabbenscheer kan blijven wortelen. En de waterkwaliteit (zuurstof en ijzergehalte door stroming en/of kwel) moet op peil gehouden worden.(Foto:vrouwtje)

Waar

In Nederland komt de Groene glazenmaker vooral voor in laagveengebieden van NW Overijssel, Friesland, Utrecht, Noord- en Zuid Holland en in de provincie Groningen. De geschatte aantallen zijn: Utrecht, Noord- en Zuid Holland: 1000, NW Overijssel: 1000, Friesland: 1000, Groningen: 3000. Het areaal van de groene glazenmaker loopt van Nederland tot in het West-Siberisch laagland. In Europa is de groene glazenmaker overal zeldzaam en beperkt tot enkele ge�soleerde populaties. Elke extra populatie zoals die ontdekt in De Heimanshof is dus een aanwinst.

 groeneglazenmakerman en vrouwinsectenGroene Glazenmaker (1)10 aug 2012augustus

Groene Glazenmaker (1), 10 aug 2012

 groeneglazenmakerman en vrouw

In De Heimanshof zijn we altijd bezig met het ontwikkelen van de ecologische variatie in te tuin. Zo heeft het een aantal jaren gekost om het water in de vijver geschikt te krijgen voor een redelijke populatie krabbenscheer. Dit is een karakteristieke plant in het verlandingsproces van vaarten en meren. Een onverwacht heugelijk bij-effect daarvan bleek deze week: met de krabbenscheer verscheen een nieuwe soort grote libel: de groene glazenmaker. Vrouwtjes zijn geheel groen en mannetjes groen met een blauw achterlijf (zie foto van paring).

Bijzonder

De groene glazenmaker is niet alleen bijzonder omdat het een beschermde inheemse diersoort is volgens de Natuurbeschermingswet en op de Rode lijst van bedreigde dieren staat als ’ernstig bedreigd’, maar ook door zijn afwijkende gedrag. Het vrouwtje legt haar eieren uitsluitend op de bladeren van de krabbenscheer. De groene glazenmaker is de enige libel

die haar eieren alleen maar in de bladeren van één plantensoort legt. Deze eieren overwinteren en pas in het voorjaar komen de larven uit. Tussen de getande bladeren zijn ze er de 2-3 jaren van hun larventijd redelijk veilig. In de winter zakken de krabbenscheerplanten naar de bodem en daarmee ook de eieren en de libellenlarven daartussen. Dit is een gevaarlijke periode, want het water op de bodem is door de grote hoeveelheid verterende waterplanten snel te arm aan zuurstof. Enige stroming in het water door kwel of natuurlijke stroming is daarom essentieel. De volgroeide larven vervellen vanaf juni tot volwassen libellen. Bij de meeste libellensoorten brengen de mannetjes het grootste deel van de dag bij het water door. In de loop van de ochtend verschijnen ze bij het water, jagen, kibbelen met andere mannetjes en kijken uit naar de vrouwtjes. De vrouwtjes worden maar zelden bij het water waargenomen. Ze zoeken beschutte en warme plekken in de omgeving op. Het leven van de groene glazenmaker verloopt heel anders.

 groenglazenmakeropkrabbenscheer

 melige toortsplantenMelige toorts14 jul 2012juli

Melige toorts, 14 jul 2012

 melige toorts

Toortsen zijn tweejarige planten die over het algemeen een dicht viltig behaarde buitenkant hebben. Het eerste jaar maken ze, zoals zoveel andere planten een breed uitgroeiend wortelrozet, waarmee ze andere planten in hun omgeving wegdrukken. Bij toortsen kan dat bladrozet wel 60 cm in diameter zijn. In het 2e jaar groeit er vanuit dat wortelrozet een hoogoprijzende bloeistengel op,die 1.5 - 2.5 m hoog kan zijn. De naam toorts geeft al aan, dat deze plant opvallende vaak gele bloemen draagt. Toortsen worden door hun voorkomen dan ook in gewone tuinen gewaardeerd. De meest algemene toorts in Nederland is de stalkaars. In de Heimanshof staan er tientallen exemplaren rond het natuur en milieu centrum en de schooltuinen. Dit jaar verscheen er tussen al die stalkaarsen met helder gele bloemen op de natuurspeelplaats een grote toorts met een lichtgele bloemenweelde in de vorm van talrijke zijtakken (foto).Het bleek een exemplaar van de melige toorts te zijn, waarvan de dichst bijzijnde bekende groeiplek bij Haarlem en in de duinen is: de melige toorts. Deze toorts is een atypische soort die niet door een dichte viltlaag bedekt zijn.

Bijzonder

Een

2e reden waarom toortsen, toortsen genoemd worden, is omdat men vroeger de uitgebloeide bloeiwijzen in was doopte en ze als fakkel gebruikte. De melige toorts is een nogal zeldzame soort die op waarneming.nl slechts van ca 15- 20 plaatsen in heel Nederland gemeld wordt. Toortsen en ook de melige toorts leveren geen nectar in hun bloemen alleen stuifmeel. Veel toortsen doen daarom aan zelfbestuiving. Dit wordt verder gestimuleerd doordat de meeldraden borstelig van karakter zijn waardoor insecten er moeilijk bij kunnen komen en ze zich als ze rijp zijn naar de stempel buigen.

Waar

De melige toorts houdt van plaatsen met losse, droge voedselarme tot niet al te voedselrijke grond , en vaak langs spoorlijnen. Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Engeland tot Griekenland, en via de Kaukasus tot in Siberië.

 melige toorts2