bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 13 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 bomenLinde (3)28 jan 2013januari

Linde (3), 28 jan 2013

 linde3

Lindenhout is een houtsoort die zich zeer goed leent voor houtsnijwerk, draaiwerk en beeldhouwwerk, omdat het vrij zacht is, een fijne nerf heeft en gelijkmatig is opgebouwd. De linde van Sambeek wordt vaak de oudste boom van Nederland genoemd. Of dat waar is, kan niemand met zekerheid zeggen, want de bepaling wordt bemoeilijkt doordat de boom hol is en er dus geen jaarringen geteld kunnen worden. Wel is zeker dat deze boom een van de oudste van Nederland is. De boom zou 1000 jaar oud zijn, maar deskundigen houden het op 400- 500 jaar. Het is in elk geval de dikste linde van Nederland, met een stamomvang van 775 cm. Oorspronkelijk was het een etagelinde, in drie etages. In 1901 zijn de bovenste twee etages gesneuveld. In het centrum van de holle stam is een nieuwe stam gegroeid uit het

oude wortelstelsel; dit is inmiddels zelf weer een forse boom van circa 2,5 m. omtrek.

Waar

Er bestaan ca 25 soorten lindes wereldwijd, die vooral voorkomen op het noordelijk halfrond in Europa, Noord-Amerika en Azië. De kleinbladige en de grootbladige linde komen van nature in de Benelux voor. Linden gelden als een van de grootste loofboomsoorten en heeft zijn biotoop van nature met name in beekdalen. Mooie voorbeelden van de Winterlinde of kleinbladige linde (op foto: links) staan in het Generaal Snijdersplantsoen in Badhoevedorp. Zomerlindes of grootbladige lindes (op foto: rechts) zijn aangeplant in het oude centrum van Hoofddorp (Fortweg, Managelaan, Terveen laan, etc) en Gewone lindes (op foto: midden) staan daar vlak bij langs de Hoofdvaart. Krimlindes zijn aangeplant op kerkhof Iepenhof. De dikste en mogelijk dus oudste linde van de polder staat bij de boerderij aan de Schipholweg 569. Een van de 6 daarvan is bijna 3 m in omvang. De meeste andere oude lindes zijn 2- 2.5 m in omvang. Een boom die ook deze omvang benadert staat in het Wandelbos van Hoofddorp. In de loop van 2013 en 2014 zullen de ca 20 routes langs monumentale en bijzondere bomen door de gehele polder uitkomen.

 bomenLinde (2)20 jan 2013januari

Linde (2), 20 jan 2013

 linde2

Kenmerkend voor lindebomen is de krans van wortelopslag rond de voet van bijna elke boom. De lindeboom werd bij de Kelten en de Germanen gezien als heilige boom. De geest van de linde gold als beschermer voor huizen, bronnen en kerken. Ook later werd de lindeboom als ′goede boom′ beschouwd. Huwelijken werden gesloten onder de linde. Duimen van de geliefden werden dan in de bast gedrukt.

De linde wordt veel gebruikt als leiboom. De boom vormt een dicht bladerscherm dat in de zomer verkoeling biedt. Lindes worden veelvuldig aangeplant als herdenkingsboom. De dikste herdenkingsboom staat op de Geniedijk, kruising Spieringweg. Deze Wilhelminaboom (foto) is in 1923 geplant tgv het 25-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina. Jongere gedenklindes staan in vele parken en gazons.

Bijzonder

In

juni bloeit de linde rijkelijk en wordt door bijen en hommels bestoven. Voordat riet- en bietsuiker rijkelijk beschikbaar kwam, was honing de belangrijkste zoetstof. De linde was de grootste producent van honing. Door voedselconcurrentie kunnen onder laatbloeiende lindebomen, vooral onder alleenstaande bomen, veel dode hommels liggen. Hommels verhongeren doordat er meer energie bij het rondvliegen verbruikt wordt dan er in de vorm van nectar verzameld kan worden. Het verhaal dat bv koningslinden giftig zouden zijn is hierop gebaseerd maar klopt niet. Van de bloemen van de linde kan kruidenthee gemaakt worden, ook wel tilleul genaamd, de Franse naam voor linde.

De linde kan zeer veel last hebben van de lindebladluis. De zilverlinde heeft hier echter weinig last van. De lindebladluis scheidt honingdauw, een suikerhoudend vocht, af, waarop weer schimmels zoals roetdauw groeien. Insecten zoals mieren en bijen oogsten deze ′bladhoning′ ook. De honingdauw kan voor zeer veel overlast zorgen (op geparkeerde auto′s bv). Gemeenten plaatsen om dit tegen te gaan soms zakjes met gekweekte lieveheersbeestjes. Jammer genoeg verdringen de gebruikte buitenlandse soorten nu onze inheemse soorten.

 bomenLinde (1)12 jan 2013januari

Linde (1), 12 jan 2013

 linde1

Al ruim een jaar zijn we met onderzoek bezig naar monumentale en bijzondere bomen om daar wandel- en fietsroutes langs te maken. Inmiddels hebben we ca 500 locaties gevonden met ca 3000 bomen die de moeite van een bezoek waard kunnen zijn. Graag houden we ons nog steeds aanbevolen indien u een bijzondere boom heeft en wij nog niet langs geweest zijn.

Er komen allerlei leuke zaken boven tafel, waarvan ik er vast een aantal met u wil delen. De dikste boom die wij gevonden hebben, mat ruim 9 m in omvang, de oudste (in onze polder van 160 jaar oud) minstens 320 jaar en we hebben er 1 van 7 m, 2 van 6 m, 5 van 5m en 12 van 4 m of meer gevonden. Het waren indrukwekkende ontmoetingen met bomen die veel meegemaakt hebben. De dikste bomen zijn meest wilgen, treurwilgen en beuken. Ook essen en kastanjes komen soms

boven de 4 m. Opvallend was dat eiken en lindes, die meestal doorgaan voor de oudste en dikste soorten, niet of nauwelijks boven de 3 m omvang te vinden zijn. Vandaar dat we ons in een aantal columns wat nader verdiepen in lindebomen.

Lindes en eiken groeien zeker minder snel dan wilgen (6,7,9 m in 100 jaar) of beuken (dikte 5.20 m in 180 jaar of 5 m in 160 jaar).We moeten dus nog 100 of 200 jaargeduld hebben voor een 5 m exemplaar in onze polder. De dikste linde in de polder, die we gevonden hebben mat 3 m en groeit op een boerenerf langs de Schipholweg bij Badhoevedorp. Laten we in de tussentijd zuinig met onze monumentale bomen zijn en niet zo snel met de zaag als tot dusver. Er komen in Nederland een 5 tal soorten lindes voor, waarvan we er 3 gevonden hebben. Dit zijn de inheemse soorten zomerlinde of grootbladige linde, de winterlinde en de kruising van beide soorten, de Hollandse of gewone linde. De koningslinde en de Krimlinde zijn kweekvariëteiten van de Hollandse linde. Lindebomen kunnen zeer oud worden en afhankelijk van de variëteit 15 -30 m hoog. De linde heeft een kenmerkende ronde kroon met steil opgaande takken (foto).
Volgende week verder.

 vogelsSmelleken8 jan 2013januari

Smelleken, 8 jan 2013

 smelleken1

Graag vestig ik uw aandacht op het verschijnsel wintergasten. Ons land is gezegend met een vruchtbare bodem en een mild klimaat. Veel vogels uit het barre hoge noorden of oosten weten deze omstandigheden te waarderen. Ze broeden in de Siberische bossen of de toendra, maar brengen de winter hier door. Een van deze groepen is de roofvogels. Zo verveelvoudigd in de winter de stand aan buizerds, torenvalken, slechtvalken, sperwers, blauwe kiekendieven en haviken die hier broeden. Er is geen betere tijd om roofvogels te zien dan de winter. De bomen zijn kaal en er zijn er veel. Vooral buizerds en sperwers vallen op. Buizerds omdat zij overal rond autowegen jagen op muizen in bermen en sperwers (een bosvogel) omdat die zich in hun jacht op vogeltjes in tuinen wagen. ‘Luxer’ aangelegde vogels zoals de boomvalk en de bruine kiekendief trekken naar het zuiden. Ook verschijnen er soorten die hier niet broeden. Een daarvan is het smelleken. Het is het kleinste valkje van Europa, dat leeft van de jacht op vogeltjes als vinken, piepers en lijsterachtigen

in open terreinen met bosjes, zoals de duinen.

Bijzonder

Van deze doortrekkers en overwinteraars zwerven er ook individuen het hele land door. In Nieuw-Vennep zat een jong mannetje zo intensief achter een vogeltje aan dat hij een raam niet meer kon ontwijken. Doordat de vogel versuft was, met bloed aan zijn snavel, kon hij naar de dierenarts gebracht worden en goed bekeken worden. Daaruit bleek dat het een smelleken was (foto boven) en niet een sperwer (foto onder) zoals in 99 van de 100 gevallen. Een jong sperwermannetje heeft nl een gele ring rond zijn neus en geen oogstreep. Gelukkig herstelde de vogel snel. De prooi (een graspieper) had de aanval niet overleefd en lag in de tuin.

Waar

Het smelleken broedt in de lage struiken van de toendra en trekt hier in september en oktober door naar het zuiden en april en mei naar het noorden. Maar vooral in de duinstreek blijven er ook kleinere aantallen de hele winter over.

 smelleken2

 paddenstoelen(Grote) Viltinkzwam (2)25 dec 2012december

(Grote) Viltinkzwam (2), 25 dec 2012

 Grote_viltinktzwam3

Vervolg van de column van vorige week. Er zijn honderden soorten inktzwammen wereldwijd. Ze ontlenen hun naam aan het feit dat een ‘rijpe’ inktzwam vervloeid tot een soort zwarte inkt. In deze vloeibare kleverige inkt zitten de sporen, die aan poten van insecten (vooral vliegen) blijven kleven en zo verspreid worden. De grote viltinktzwam is niet zo groot met een hoed van 2-4 cm en een steel van 3-8 cm. (zie foto)Veel kleiner dan de algemene grijze en geschubde inktzwammen, die vaak op voedsel rijke gazons of composthopen staan. Vooral de geschubde inktzwam is een delicatesse. De Grijze inktzwam is ook eetbaar, maar alleen als je er minstens 24 uur ervoor en erna geen alcohol nuttigt. In dat geval produceert hij nl gifstoffen in je bloed. Of de Grote viltinkzwam eetbaar is, is mij niet bekend. I.t.t. de gewone zwamdraden droogt

het luchtmycelium niet zo makkelijk uit en heeft het een functie om te ontsnappen uit een plek waar het eten op is. Dat kan op 2 manieren: 1: door over een plek heen te groeien waar geen verteerbaar organisch materiaal voorkomt naar een plek waar de schimmel wel weer kan gedijen 2: door met kleine plukjes af te breken en heel ergens anders heen te waaien. Luchtmycelium komt ook bij schimmelsoorten voor, maar niet als dit oranjebruine ‘vilt’: Schimmels en bacteriën zijn voortdurend met elkaar in concurrentie. Waar deze organismen elkaar in de grond of in een petri schaal in laboratoria tegen komen en ´elkaar niet uit kunnen staan´ gaan de zwamdraden of dood of vormen onder stressvolle condities ook vaak luchtmycelium. Daarbij wordt er tegelijkertijd een soort chemische oorlog uitgevochten. Een deel van de chemische batterij aan stoffen bestaat uit antibiotica. Zo geven luchtmycelia aan onderzoekers aan waar interessante stoffen gevonden kunnen worden.

Waar

Viltinkzwammen komen voor op dode takken, stronken en stammen van loofbomen (populier, els, esdoorn) op voedselrijke bodem.

 paddenstoelen(Grote) Viltinktzwam (1)18 dec 2012december

(Grote) Viltinktzwam (1), 18 dec 2012

 viltinktzwam1

Op de schors van een aantal dode wilgentakken in De Heimanshof namen we in de loop van de herfst plukken, van wat het meest leek op een bruin soort mos, waar. Iets dergelijks prikkelt altijd onze nieuwsgierigheid, want deze oranjebruine vitale kleur kenden we van geen enkele mossensoort. De enige bruine mossen die in de literatuur beschreven worden, zijn verdroogde mossen en deze soort zag er blakend gezond uit. Daarmee werd het verschijnsel alleen maar interessanter.

Een zoektocht onder mossendeskundigen leverde de tip op over een paddenstoel. Wat wij als paddenstoel kennen, is het vruchtlichaam van de eigenlijke organisme, dat bestaat uit een zwamvlok, het zogenaamde mycelium. Deze draadvormige schimmelnetwerken bevinden zich meestal in hout of in de grond, waar

zij leven van het verteren van organisch materiaal . Er zijn mycelia in alle soorten en maten. Hele grote exemplaren kun je soms herkennen in de vorm van heksenkringen. Binnen de heksenkring is het voedsel verteerd en aan de rand van het organisme (en vaak waar er contact gemaakt wordt met andere ´schimmelindividuen´) worden de paddenstoelen gevormd. Er zijn heksenkringen van tientallen, honderden meters en zelfs kilometers doorsnede bekend.

Bijzonder

Zwamdraden zijn zeer gevoelig voor uitdrogen en daarom tref je ze zelden aan in de open lucht. Maar in sommige gevallen is dat wel een noodzaak. En dat is speciaal het geval als het eten opraakt of wanneer het mycelium het op een andere manier benauwd krijgt. Dan wordt er een zogenaamd luchtmycelium of Ozonium gevormd (zie op de foto het ozonium van de grote viltinktzwam). Er bestaan een drietal soorten inktzwammen die dit oranjebruine luchtmycelium vormen. De meest waarschijnlijke soort is de Grote viltinktzwam. Deze is het meest algemeen, maar pas als er paddenstoelen gevormd worden kan de soort definitief bepaald worden. Volgende week meer.

 paddenstoelenGlanzend Druivenpitje9 dec 2012december

Glanzend Druivenpitje, 9 dec 2012

 druivenpitje

Ondanks het donkere droevige weer is er in de natuur (als je goed kijkt) nog veel moois te ontdekken. Deze week trok een curieus organisme de aandacht: Iets wat in kennerskringen het glanzend druivenpitje genoemd wordt.

Bijzonder

Dit organisme troffen we aan op een paar takjes in de Groene Weelde. Het was een minuscuul maar opvallend heldergeel plekje. We hebben het over een slijmzwammensoort. Wereldwijd zijn er ca 500 soorten. I.t.t. wat de naam suggereert, is het geen paddenstoelensoort. Paddenstoelen bestaan uit zwamdraden, maar slijmzwammen bestaan uit losse amoeboide cellen, die aan voedsel komen door op bacteriën en schimmels te jagen en hen te verteren door ze te omsluiten. Het is een unieke oeroude levensvorm, het resultaat van experimenten uit de begintijd van het leven, die op het zelfde niveau staat

als het dierenrijk en het plantenrijk. Alle levensvormen op aarde behalve slijmzwammen hebben gemeen dat ze uit cellen bestaan met 1 celkern. In een deel van zijn bestaan heeft de slijmzwam dat ook, maar soms versmelten alle losse cellen tot een ‘plasmodium’. Dat is een soort reuzencel, waarbinnen celkernen uit de oorspronkelijke cellen zich gedragen als zelfstandige cellen die zich delen en sporen vormen. Veel slijmzwammen hebben intrigerende namen: Het spreekt nl zeer tot de verbeelding dat plasmodia ’blobs’ zich kunnen verplaatsen tijdens hun jacht op voedsel. Een andere soort heet bv ‘heksenboter’. Plasmodia vertonen zich vaak na regenval als er veel te jagen valt en ze flink kunnen groeien of bij droogte, wanneer ze het benauwd krijgen en sporen willen vormen. Bij ons glanzend druivenpitjeskolonie zijn het de sporenvormende sporangiën die door hun heldergele kleur de aandacht trekken. De mooie kleur duurt maar kort. Na 24 uur zijn de sporen rijp, is de kleur weg en verstuiven de sporen.

Waar

Slijmzwammen en ook het glanzend druivenpitje zijn niet zeldzaam. Deze soort leeft soms enkele cm’s boven de grond op afgevallen blaadjes en takjes.

 insectenGlanzende Houtmier (2)1 dec 2012december

Glanzende Houtmier (2), 1 dec 2012

 glanzendehoutmier2

De vestiging van een volk is een complexe zaak. De glanzende houtmier heeft nl een nest van een andere soort mieren nodig als start. Daarvoor hebben de houtmieren een speciaal wapen. Dit wapen bestaat uit geurstoffen die ook door mensen waar te nemen zijn als een zoete geur. Voor mieren is deze geur een sterk alarmteken. Bij proeven met het loslaten van een handvol glanzende houtmieren in de kolonie van een andere soort vluchten de koninginnen met een deel van de werksters onmiddellijk. Deze proef verklaart waarom vaak verschillende jonge koninginnen van de glanzende houtmier zich vestigen in een bestaand nest van een andere soort. De eieren en larven worden eerst door de werksters van het andere volk verzorgd en grootgebracht. Geleidelijk wordt de andere soort weggedrukt terwijl hun gezamenlijk kolonie zich uitbreidt. Dit wordt sociaal parasitisme genoemd. Terwijl andere mierensoorten met een eenvoudig grondnest vrij snel verkassen bij verstoringen, doet de glanzende houtmier dit zelden of nooit. Dat

komt omdat het maken van een dergelijk nest een grote investering is. Een gevestigd glanzende houtmiernest kan vele jaren blijven voortbestaan en 2 miljoen werksters tellen. Deze mieren leven van het melken van bladluizen. Vanuit het nest gaat van april tot met september een gestage stroom van mieren tegen de stam omhoog. Daar oogsten ze honingdauw en melken ze bladluizen en komen dan met opgezwollen achterlijven naar beneden.

Waar

De glanzende houtmier leeft in holle bomen in de onderkant van de stam en tussen de wortels in de grond. De voorkeursoorten zijn eik, linde en berk, maar ander soorten komen ook voor. De linde is een logische soort die bekend is van zwarte aanslag eronder afkomstig van bladluizen. Deze bladluizen produceren het voedsel waar deze mieren van leven: honingdauw of luizenpoep. De glanzende houtmier wordt gaandeweg een steeds zeldzamer soort, met name door het feit dat holle bomen preventief verwijderd worden door de mens.

 glanzendehoutmier2a

 insectenGlanzende Houtmier (1)24 nov 2012november

Glanzende Houtmier (1), 24 nov 2012

 glanzendehoutmiernest

Een paar weken geleden kwam iemand naar De Heimanshof met een vreemd bouwsel,die hij de grond van zijn tuin had gevonden. Er zijn allerlei soorten insecten die nesten bouwen, vooral volkenvormende sociale insecten zoals de gewone wesp, hoornaars, hommels maar ook graafwespen en mieren. De meeste nesten worden van papierachtig materiaal of van pluizig materiaal zoals mosjes gemaakt. Dit nest was vrij stevig met grote kamers die gemaakt leken van aan elkaar gekitte zandkorrels (zie foto). De puzzel werd uiteindelijk pas opgelost met hulp van specialisten uit Naturalis in Leiden. Die deden de suggestie van de glanzende houtmier. De meeste mensen kennen de zwarte wegmier, die veel onder tegels huist, de gele weidemier die zandheuvels in grasland maakt of de rode bosmier met zijn dennennaaldennesten in bossen. Maar er zijn in Nederland

wel 50 soorten mieren bekend van de 12000 soorten wereldwijd. Elke soort heeft zich op zijn eigen wijze ontwikkeld met een specialisatie waarmee hij de concurrentie met andere soorten aankan. De Glanzende houtmier is een 4-6 mm grote diep zwart glanzende mier.

Bijzonder

De glanzende houtmier of karton mier leeft meestal in holle bomen tussen de wortels. De binnenkant van de boom kan geheel gevuld worden met een soms reusachtig nest met hele grote kamers. Dat nest lijkt van karton gebouwd, omdat het bestaat uit fijngekauwd hout wat met een suikerhoudend speeksel aan elkaar gekit wordt. De wanden bestaan voor 50 % of meer uit suiker. Het nest kan ook doorgebouwd worden in de grond en kan dan zoals in ons geval voor een groot deel uit zandkorrels bestaan. Om de wanden een grotere stevigheid te geven, kweken de mieren bepaalde soorten schimmels in de kamers. Deze schimmels worden niet gegeten, maar dienen uisluitend om met hun zwamdraden de wanden te verstevigen. De speciale schimmelsoort heeft dagelijks zorg van de mieren nodig om niet overal heen te woekeren en in nieuwe kamers zijn werk te doen. Volgende week verder.

 bomenZwarte Els (3)17 nov 2012november

Zwarte Els (3), 17 nov 2012

 zwarteelzenvlag3

Als reactie op de columns over de zwarte els kreeg ik een aantal meldingen van Lou van der Linde, een natuurfotograaf met een scherp waarnemingsvermogen. In de Groene Weelde kwam hij op en bij de els 2 organismen tegen die beide zeldzaam tot zeer zeldzaam en er nauw verbonden mee zijn.

Elzenvlag

De zwarte els vormt houtige, eivormige vrouwelijke vruchten, ook wel elzenproppen genoemd, die eerst groen zijn en later bruin tot zwart worden. In de winter maakt de boom een zwarte indruk door zijn donkere schors en de elzenproppen, vandaar zijn Nederlandse naam. Op deze elzenpropjes kan soms een gal worden aangetroffen. Deze gal wordt veroorzaakt door een parasitaire schimmel. Deze vestigt zich via sporen in het jonge vrouwelijk elzenkatje. De schimmel zorgt ervoor dat één van de schutbladen

van het elzenkatje een abnormaal groeipatroon vertoont en enkele centimeters lang kan worden. Dit vreemd verschijnsel kreeg de mooie en passende Nederlandse naam 'Elzenvlag' (foto). Heksenbezems in berken worden op soortgelijke wijze door een schimmel veroorzaakt. Deze schimmels produceren of remmen groeihormonen, die de plant aanzetten tot per schimmelsoort karakteristieke uitgroeisels. Elzenvlaggen zijn in de winter bruin gekleurd. In het begin van de zomer is de elzenvlag frisgroen, later geel tot roze, oranjerood tot paarsachtig(zie inzet in foto) . In het najaar wordt de gal net zo bruin of zwart als het rijpe elzenkatje. Op het wimpelvormig uitsteeksel van de elzenvlag ontwikkelen zich dan nieuwe schimmelsporen die door de wind worden verspreid, waarna een nieuwe schimmelcyclus kan starten. Tijdens de wintermaanden blijft enkel de zwarte vlag aan de elzenprop over. Elzenkrulzoom De elzenkrulzoom is een paddenstoel die een symbiotische relatie met de els heeft. Zijn zwamdraden ontvangen suikers van de boom en leveren mineralen terug.(Zie inzet in foto)

Waar

Beide soorten groeien op of aan de voet van elzen langs het voetpad tussen de Big Spotters Hill en de golfbaan.

 bomenZwarte Els (2)10 nov 2012november

Zwarte Els (2), 10 nov 2012

 zwarteels2

Naast de wortelknollen heeft de els nog meer bijzondere eigenschappen. Bij doorzagen, kleurt het witte hout na 5 minuten sterk oranjerood (foto met inzet blad, katjes en elzenproppen). De achtergrond daarvan heeft een anologie met menieverf. Die verf gaat roestvorming op ijzer tegen. Nu groeit de els altijd met zijn voeten in het water en daar liggen permanent schimmels op de loer om het hout aan te tasten. De rode kleur bestaat uit een ijzerverbinding die aan de lucht rood kleurt. De els maakt deze ijzerverbinding die schimmelwerend werkt op dezelfde manier als menieverf. Elzenhout heeft geen hoge kwaliteit. Het is zacht en kan makkelijk bewerkt worden. Maar onder water (buiten bereik van zuurstof) is het bijzonder duurzaam. De palen waar Amsterdam op gebouwd is, bestaan vooral uit elzenhout. Elzen zijn sterke bomen die weinig ziekten en plagen kennen. Een vaste begeleider van de els is het elzenhaantje. De kever leeft ook op de populier, hazelaar en wilg. Elzenhaantjes overwinteren op de grond onder

bladeren en afgestorven plantenresten. Van april tot juni komen ze voor op de bladeren van de els. Hierin worden ronde tot langwerpige gaten gevreten. De vrouwtjes leggen tot 1000 oranje eitjes aan de onderkant van een blad. Uit de eitjes komen na 5-14 dagen olijfgroene, later zwart wordende keverlarven, die zich na 3 weken, vanaf juli, op de grond onder afgestorven plantenresten gaan verpoppen. Na 8-11 dagen komt de nieuwe generatie kevertjes uit. Een ander insect dat in of bij elzen kan worden aangetroffen is de tot 8 cm lang vingerdikke wilgenhoutrups. Deze kan in 2-3 jaar zoveel gaten in het hout vreten dat de boom kan breken. De vraatopeningen van deze rups ruiken naar azijn. Uit de rups komt de wilgenhoutvlinder.

Waar

Elzen horen bij de berkenfamilie. Ze hebben beide lange hangende mannelijke katjes, die zeer veel stuifmeel produceren tbv windbestuiving. Elzen komen verspreid voor op het noordelijk halfrond.

 zwarteelswortelknolvers2

 bomenZwarte Els (1)3 nov 2012november

Zwarte Els (1), 3 nov 2012

 zwarteels1frankiaalni

Een Heimanshof vrijwilliger bracht vorige week een paar curieuze ondergrondse wortelknollen mee uit zijn tuin. Voor een truffel waren deze knollen te los van structuur. Deze ondergrondse woekering leek wel wat op een heksen bezem in een berk. Navraag leerde dat deze knollen afkomstig waren van de wortels van een de algemeenste bomen van Nederland: De zwarte els. Sommige ervan waren zo groot als een mannenvuist (foto) De els tref je heel veel bij oevers aan. Dat komt omdat de zaadjes uit de 'elzenpropjes' op het water tegen de oever drijven en daar kiemen. Zoals altijd zit er achter zowel de wortelknolletjes, maar ook achter de zwarte els een interessant verhaal. Eerst de knollen. Deze worden door de boomwortels gevormd als verblijfplaats van een speciale soort bacteriën. In feite heeft de els (net als de meest vlinderbloemigen) al miljoenen jaren een soort 'veeteelt' ontwikkeld. De boom voorziet deze bacteriën, die alleen een Latijnse naam hebben

(Frankia alni) met een schuilplaats en voedsel in de vorm van suikers en zetmeel. In ruil daarvoor leggen deze bacteriën stikstof uit de lucht vast. En deze stikstof komt beschikbaar voor de boom. Stikstof in de vorm van nitraten is de belangrijkste bouwstof voor eiwitten. Voor een boom die aan de waterkant groeit is dit een belangrijk ecologisch voordeel. Oevers zijn vaak nat en zuurstofloos en onder zuurstofloze omstandigheden treedt verzuring van de grond op waardoor organisch materiaal niet verteerd en er dus weinig of geen mineralen en stikstof beschikbaar komen. In feite heeft de els met deze wortelknollen een eigen kunstmestfabriekje te beschikking, dat dit probleem oplost en waarmee de els dus goed kan concurreren met anders soorten. Zo heeft elke soort kwaliteiten die hem in staat stellen om te overleven onder speciale of minder speciale omstandigheden. Dat elzen stikstof in de grond brengen, is vaak bovengronds te zien aan de rijke ondergroei van brandnetels en bramen. Volgende week meer over de els.

 zwarteelshout