bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

fluweelpootje, 6 jan 2018

 fluweelpootjecombi

Dit is de tijd van de winterpaddenstoelen. In herfst en zomer schieten de paddenstoelen als rakketten uit de grond en zijn ook binnen een paar dagen weer weg. Die moeten dus heel snel hun sporen rijp laten worden. In de winter gaat alles veel langzamer. De winterpaddenstoelen zijn daarom ook maandenlang te bewonderen en de hebben lange tijd om zoveel mogelijk sporen te laten verwaaien. Vele winterpaddenstoelen zijn eetbaar. Dat geldt bv voor de Judasoor die je veel in Chinese gerechten vindt. Ze ontlenen hun naam aan hun oorvorm en de overlevering dat ze er groeien sinds Judas met z’n oor aan de scherpe punt van de afgebroken vliertak bleef hangen toen hij er uit schuldgevoel een einde aan wilde maken. Ze smaken zoals ze eruit zien: Een stevige bite van kraakbeen met een peperachtige nasmaak. Het fluweelpootje is ook een heel algemene winterpaddenstoel, die als delicatesse geldt in de horeca en zoetig smaakt. Vooral

de hoed. In Azië worden ze gekweekt zonder licht en zien ze er heel wit uit (inzet).

Bijzonder

Hoewel de hoed het lekkerst smaakt (ook rauw) bevat de wat taaiere steel eens immuunsysteem versterkende stof en het mycelium in het hout een werkzame stof tegen kanker. Fluweelpootjes smaken zoetig omdat ze een antivries aanmaken in de vorm van suiker. Dat komt ze goed van pas, want ze komen in de witter pas tevoorschijn na de eerst vorst en kunnen ook vorst goed verdragen. Pas recentelijk is ontdekt dat de makkelijk herkenbare soort toch complexer in elkaar zit. Op basis van sporenkenmerken zijn 3 soorten een variëteit onderscheiden.

De kweekversie van Fluweel pootje is door de NASA meegenomen in de ruimte om het effect van zwaartekracht te onderzoeken. In de ruimte werden de strak gerichte dichte bundels paddenstoelen een wirwar van steeltjes en hoedjes.

Waar

Fluweelpootjes zijn een onmiskenbare en algemene paddenstoel door z’n steel die met fluweel begroeid lijkt en in bundels voorkomt op dood en ziekloofhout van wilgen ,elzen, populieren e.d.(foto)





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 12 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 kleine dierenWaterspitsmuis (2)10 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (2), 10 mrt 2013

 waterspitsmuis2

De waterspitsmuis heeft giftig speeksel. Dit wordt vooral gebruikt om prooidieren als vissen en kikkers te verlammen, die groter kunnen zijn dan hijzelf (foto). De waterspitsmuis leeft solitair. Alleen in de voortplantingstijd leven meerdere dieren bijeen in een los familieverband.

Het voedsel van de waterspitsmuis bestaat uit prooidieren die hij zowel op het land als in het water vangt. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden zoals kreeftachtigen, waterslakken, kevers, motten, vliegen, larven en wormen. Daarnaast eet hij ook kleine vissen, amfibieën(eieren) en aas. Soms legt de waterspitsmuis een voorraad aan. Waterspitsmuizen eten per dag minstens hun eigen lichaamsgewicht en kunnen twee dagen zonder

voedsel.

De waterspitsmuis is vrij luidruchtig. Hij maakt fluitende kreten, trillers en schrille krijsende en sissende geluiden.

Bijzonder

De waterspitsmuis is in Nederland bedreigd en staat op de rode lijst als kwetsbaar. Dit is het gevolg van de vernietiging van hun leefgebied door o.a. de aanleg van waterwegen, de drainage van landerijen, het verwijderen van oevervegetatie en watervervuiling.

Ook in veel Europese gebieden is de populatie van waterspitsmuizen hierdoor teruggelopen. Maar omdat ze zo klein en ongrijpbaar zijn, is het moeilijk een juiste schatting te maken van de mate van achteruitgang. Natuurlijke bedreigingen van de waterspitsmuis zijn kerkuil, steenuil, steenmarter en boommarter. Daarnaast worden waterspitsmuizen ook wel gevangen door o.a. bunzing, kat, vos en ransuil, maar niet door hen opgegeten. Dit komt omdat spitsmuizen, vooral de mannetjes, een ranzig ruikende stof uitscheiden en dan door deze geur of smaak niet worden opgegeten.

De waterspitsmuis is een ontzettend schuw dier, dat zich dood kan schrikken van een plotseling, hard geluid. De soort is zowel overdag als ′s nachts actief, maar vooral voor zonsopgang.

 kleine dierenWaterspitsmuis (1)3 mrt 2013maart

Waterspitsmuis (1), 3 mrt 2013

 waterspitsmuis1

Afgelopen zaterdag werkte ik mee aan een project vlak bij Vijfhuizen net over de ringvaart. Een ruig en nat weiland, genaamd Poelbroekpark. Met 10 man deden we het achterstallig maaiwerk wat paarden de jaren ervoor gedaan hadden. De snijdende koude voelden we niet door het harde werken en vooral de vele leuke dingen die we zagen: een vossenburcht en maar liefst een stuk of 10 bijzonder spitsmuizen: de waterspitsmuis had het hier goed naar zijn zin. Normaliter zijn deze dieren in de ruige natte gebieden waar ze leven niet te vinden of te vangen, maar door het maaien krioelden ze overal. Zoals de naam doet vermoeden, zijn waterspitsmuizen waterdieren. Spitsmuizen zijn verder geen gewone muizen die zaad of gras eten, maar het zijn jagende carnivoren. Er zijn 6 spitsmuissoorten in Nederland,

waarvan de waterspitsmuis de grootste is. En de specialiteit van de waterspitsmuis is jagen onder water. Ook loopt hij over de bodem van het water. Hij kan tot 20 seconden onder water blijven. De waterspitsmuis zwemt met zijn staart en poten. De onderzijde van de staart is voorzien van rijen witte borstelharen, die dienen als een soort kiel bij het zwemmen en franje bij met name de achterpoten en zwemvliezen. De oren liggen geheel verborgen in de vacht en worden bedekt door huidflapjes tegen inkomend water. Hij heeft kleine zwarte ogen en een spitse snuit met lange witte snorharen. De vacht is waterafstotend, door de afscheiding van vetklieren, die hij op het land door zijn vacht poetst. Als een waterspitsmuis zwemt, blijven er luchtbellen tussen de vacht zitten, waardoor deze een zilveren kleur krijgt (foto). Deze luchtbellen houden warmte vast, maar zorgen er ook voor dat de waterspitsmuis blijft drijven. Om bij de bodem te komen, moet een waterspitsmuis met een sprong het water induiken. De waterspitsmuis heeft gevoelige, beweeglijke snorharen en een spitse snuit, waarmee hij naar prooi kan zoeken in de modder en onder steentjes. Volgende week verder.

 bomenEikenbijzonderheden (4)25 feb 2013februari

Eikenbijzonderheden (4), 25 feb 2013

 eik4

Ook de naam Holland heeft met eiken te maken. Holland komt niet van ‘hol’ maar van ‘Holt’. Onze veengebieden bestonden vroeger uit machtige eikenbossen. Veeboeren op veenweides stuiten nog steeds elk jaar op enorme stammen van eiken die in het veen verzonken waren en die door het inklinken en vervliegen van het veen bovengronds komen, zogenaamde veeneiken (foto).

De grootste eik van Groot-Brittannië is ca 1000 jaar en heeft een stamomtrek van 12,7 m. De Chêne du Tronjoli (ook 1000 jaar) staat op een boerderij in Bretagne. De Kongeegen in Denemarken wordt op 1000 - 1400 jaar oud geschat. Op de Veluwe zijn eikenhakhoutbosjes gevonden die mogelijk al meer dan 1500 jaar om de 8- 10 jaar zijn ‘geoogst’. In vroeger tijden waren eikels vooral belangrijk als varkensvoer. Eikenhout is hard en sterk. En wordt nog steeds

gebruikt als constructiehout, voor parket, deuren en voor de bouw van bruggen en steigers.

De bast bevat, evenals het hout van de oudere bomen, looistoffen die gebruikt worden bij de leerindustrie. Door koken komen de waardevolle looizuren vrij die gebruikt worden voor het looien van huiden. Als dit looizuur met ijzer reageert ontstaat Oost-Indische inkt. Dat proces is te zien bij het omzagen van een eik: op de zaagsnede vormen zich zwarte vlekken. Op eiken komen zeer veel gallen voor. Wel 40 soorten galwespen gebruiken alle onderdelen van de eik:het blad, bladknoppen, eikels, takken en zelfs wortels. De galwesp en zijn larve geven een soort plantenhormoon af dat de plant aanzet tot het vormen van een verdikking. Deze is meestal hard aan de buitenkant en zacht en smakelijk van binnen en vormt een veilige en ideale plek om op te groeien voor jonge galwespen.

Waar

In alle gebieden boven de evenaar groeien eiken. Uitgestrekte eikenwouden besloegen ooit grote delen van Europa. Van deze oerbossen is er nog maar weinig overgebleven. Groot-Brittannië heeft de grootste en mooiste ongerepte oerbossen van Noordwest-Europa waar nog veel eiken staan.

 bomenEik (3)17 feb 2013februari

Eik (3), 17 feb 2013

 eik3b

De Steeneik kan 20 m hoog worden, maar is meestal vele kleiner omdat hij vooral op onvruchtbare rotsige plekken groeit. Hij heeft een korte stam en een brede, ronde kroon. De bladeren zijn hard en leerachtig en glanzend donkergroen en blijven jaren aan de boom, terwijl alle andere eiken bladverliezend zijn. Ze lijken op hulstbladeren en hebben ook stekels. Hij komt voor in het Middellandse Zeegebied tot aan de zuidrand van de Alpen. De boom is niet winterhard en staat daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof. Vroeger bedekten wouden van steeneiken grote delen van het Middellandse Zeegebied. Hij is nu teruggedrongen tot steeds kleiner wordende arealen. De steeneik levert zeer hard, zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt. Het leent zich voor onderdelen die zwaar belast worden, in de wagenmakerij en in molens voor de kammen van de wielen.

De Libanese eik blijft een vrij kleine boom van maximaal 8 m. Zijn bladeren zijn langwerpig en zaagvormig gelobt met een punt. Hij komt voor van Libanon tot in Iran

en is beperkt winterhard. Ook deze groeit daarom in de mediterrane kas van De Heimanshof.

Bijzonder

Eik is een Oud-Germaans woord en betekent boom. In Nederland en België kennen wij de zomer- en wintereik (Quercus robur en Quercus petraea). Robur betekent hard (eiken)hout en petraea van de rotsen omdat deze eik met arme grond, zelfs rotsgrond, genoegen neemt.

Het Griekse woord voor eik is drus en dat lijkt op het woord druïde voor de Keltische priesters, die ook wel eikmensen genoemd werden. Eiken waren voor de Kelten Heilige bomen en werden vereerd. Bij de Hettiten, Perzen, Grieken en Romeinen was de eik symbool voor wilskracht. De eik was voor veel volkeren een magische boom. De Griekse geschiedschrijver Tracitus schrijft dat de Germanen geen tempels kenden, alleen heilige wouden. Hij was erg onder de indruk van de machtige eikenbossen in Duitsland. Aan de voet van eiken spraken zij recht, brachten zij offers en begroeven zij hun doden.

 eik3a

 bomenEik (2)10 feb 2013februari

Eik (2), 10 feb 2013

 eik2

De Hongaarse Eik kan tot 40 m hoog worden en heeft een brede kroon en hoogopgaande takken.

Langs de Hoofdweg-Oost in Hoofddorp tussen het Griekse restaurant en Quick-fit staan de enige drie Hongaarse eiken die wij ontdekt hebben, maar die mogen er dan ook zijn. Ze zijn ca 90 jaar oud en de dikste is ruim 2.5 m in omtrek. Deze soort komt uit de Balkan en met je vindt hem met name in Servië, Bulgarije en Roemenie. Het gekke is dat de boom nauwelijks in Hongarije voorkomt.

Deze eik houdt van zware, voedzame, iets zure gronden die in het voorjaar nat is en in de zomer kurkdroog. Hij houdt niet van een hoge grondwaterstand en heeft een hekel aan kalk. Opvallend is dat de bladeren aan de uiteinden van de takken zitten. Daardoor krijgt de boom een open kroon.

De

bladeren zijn met 10- 20 cm, erg groot en glanzend groen met ronde lobben en verkleuren in de herfst van geel naar bruin(Zie foto). De eikels worden voor 1/3 tot de helft omsloten door het napje.

De Amerikaanse eik komt, zoals de naam zegt uit Amerika en is goed winterhard. Het mooiste exemplaar in onze polder staat langs de Kromme Spiering weg (bij nr 289) en ook langs de Hoofdvaart voor het Oude Raadhuis staan er een aantal. Deze eik krijgt in de herfst mooi rood blad. Dit blad is opvallend groot (tot 22 cm) en geeft geen ronde maar puntige lobben. Hij kan 25 m hoog worden en groeit extra breed uit (foto). De Amerikaanse eik wordt niet zo oud. Met 80 jaar is het meestal wel gebeurd. Het hout van de Amerikaanse eik is minder waardevol dan dat van de zomer- en wintereik. Het rode herfstblad wordt veel gebruikt voor bloemstukken, meestal in combinatie met chrysanten. De eikels hebben een 2-jarige ontwikkelingscyclus. In het eerste jaar worden ze bestoven. Het worden dan kleine groene vruchtjes. Pas in het tweede jaar vindt de echte rijping plaats. De eikels worden dan groter dan die van zomer-en wintereik. Ze hebben ook een extra puntje waardoor ze als tolletjes zijn te gebruiken.

 bomenEik (1)7 feb 2013februari

Eik (1), 7 feb 2013

 eik1

Na de lindesoorten in polder is het nu de beurt aan de eiken. In onze polder heb ik tot dusver 7 soorten gevonden. Graag laat ik u in de komende weken weten waar ze staan en wat er voor bijzonderheden aan te ontdekken zijn. Over eiken is een heel boek te schrijven. Ik ga dat proberen in 4 afleveringen samen te persen.

De meest algemene inheemse eikensoort is de zomereik. Deze boom kan een hoge ouderdom bereiken. De stam gaat gauw over in krachtige, maar kromme takken waardoor zich de kroon onregelmatig ontwikkelt en lichtdoorlatend is. De naam zomereik wijst erop dat de boom slechts in de zomer bladeren draagt in tegenstelling tot de wintereik. De bladeren ontluiken in de eerste helft van mei, hebben ronde lobben en korte stelen. Zomereiken zijn door de mens bevoordeeld boven wintereiken

omdat deze soort meer eikels produceert (de ‘mast’). Op deze mast werden de varkens vroeger vetgemest in de herfst.

Ook de wintereik is inheems. Ik heb maar 2 exemplaren gevonden in de polder: in het Wandelbos Hoofddorp en langs de Bennebroekerdijk. Het herfstblad van deze boom blijft gedurende de hele winter aan de takken, net als bij sommige beuken. De bladeren zijn glanzend en leerachtig, vrij regelmatig van vorm en hebben een lange steel. Ook deze soort kan zeer oud worden.

Een uitheemse soort die het erg goed doet, is de Turkse of Moseik (bv in het centrale parkje in Vijfhuizen of langs de Wieger Bruinlaan in Hoofddorp) Deze eik kan 35 m hoog worden. De bladeren zijn 10- 15 cm lang, glanzend groen aan de bovenkant en met kleine rechthoekige lobben. De rijping van de kleine vruchten vindt pas in het 2e jaar na bevruchting van de bloemen plaats. Ze zijn voor de helft omgeven door een vruchtbeker met draadachtige, lange schubben. Aan deze draadachtige schubben dankt de soort zijn naam van moseik. Dit ‘mos’ lijkt als een eskimomuts op de eikel te zitten. De schors is grijsbruin tot zwart en diep gekloofd. Hij groeit vooral in Zuidoost-Europa en West-Azië.

 bomenLinde (3)28 jan 2013januari

Linde (3), 28 jan 2013

 linde3

Lindenhout is een houtsoort die zich zeer goed leent voor houtsnijwerk, draaiwerk en beeldhouwwerk, omdat het vrij zacht is, een fijne nerf heeft en gelijkmatig is opgebouwd. De linde van Sambeek wordt vaak de oudste boom van Nederland genoemd. Of dat waar is, kan niemand met zekerheid zeggen, want de bepaling wordt bemoeilijkt doordat de boom hol is en er dus geen jaarringen geteld kunnen worden. Wel is zeker dat deze boom een van de oudste van Nederland is. De boom zou 1000 jaar oud zijn, maar deskundigen houden het op 400- 500 jaar. Het is in elk geval de dikste linde van Nederland, met een stamomvang van 775 cm. Oorspronkelijk was het een etagelinde, in drie etages. In 1901 zijn de bovenste twee etages gesneuveld. In het centrum van de holle stam is een nieuwe stam gegroeid uit het

oude wortelstelsel; dit is inmiddels zelf weer een forse boom van circa 2,5 m. omtrek.

Waar

Er bestaan ca 25 soorten lindes wereldwijd, die vooral voorkomen op het noordelijk halfrond in Europa, Noord-Amerika en Azië. De kleinbladige en de grootbladige linde komen van nature in de Benelux voor. Linden gelden als een van de grootste loofboomsoorten en heeft zijn biotoop van nature met name in beekdalen. Mooie voorbeelden van de Winterlinde of kleinbladige linde (op foto: links) staan in het Generaal Snijdersplantsoen in Badhoevedorp. Zomerlindes of grootbladige lindes (op foto: rechts) zijn aangeplant in het oude centrum van Hoofddorp (Fortweg, Managelaan, Terveen laan, etc) en Gewone lindes (op foto: midden) staan daar vlak bij langs de Hoofdvaart. Krimlindes zijn aangeplant op kerkhof Iepenhof. De dikste en mogelijk dus oudste linde van de polder staat bij de boerderij aan de Schipholweg 569. Een van de 6 daarvan is bijna 3 m in omvang. De meeste andere oude lindes zijn 2- 2.5 m in omvang. Een boom die ook deze omvang benadert staat in het Wandelbos van Hoofddorp. In de loop van 2013 en 2014 zullen de ca 20 routes langs monumentale en bijzondere bomen door de gehele polder uitkomen.

 bomenLinde (2)20 jan 2013januari

Linde (2), 20 jan 2013

 linde2

Kenmerkend voor lindebomen is de krans van wortelopslag rond de voet van bijna elke boom. De lindeboom werd bij de Kelten en de Germanen gezien als heilige boom. De geest van de linde gold als beschermer voor huizen, bronnen en kerken. Ook later werd de lindeboom als ′goede boom′ beschouwd. Huwelijken werden gesloten onder de linde. Duimen van de geliefden werden dan in de bast gedrukt.

De linde wordt veel gebruikt als leiboom. De boom vormt een dicht bladerscherm dat in de zomer verkoeling biedt. Lindes worden veelvuldig aangeplant als herdenkingsboom. De dikste herdenkingsboom staat op de Geniedijk, kruising Spieringweg. Deze Wilhelminaboom (foto) is in 1923 geplant tgv het 25-jarig regeringsjubileum van Wilhelmina. Jongere gedenklindes staan in vele parken en gazons.

Bijzonder

In

juni bloeit de linde rijkelijk en wordt door bijen en hommels bestoven. Voordat riet- en bietsuiker rijkelijk beschikbaar kwam, was honing de belangrijkste zoetstof. De linde was de grootste producent van honing. Door voedselconcurrentie kunnen onder laatbloeiende lindebomen, vooral onder alleenstaande bomen, veel dode hommels liggen. Hommels verhongeren doordat er meer energie bij het rondvliegen verbruikt wordt dan er in de vorm van nectar verzameld kan worden. Het verhaal dat bv koningslinden giftig zouden zijn is hierop gebaseerd maar klopt niet. Van de bloemen van de linde kan kruidenthee gemaakt worden, ook wel tilleul genaamd, de Franse naam voor linde.

De linde kan zeer veel last hebben van de lindebladluis. De zilverlinde heeft hier echter weinig last van. De lindebladluis scheidt honingdauw, een suikerhoudend vocht, af, waarop weer schimmels zoals roetdauw groeien. Insecten zoals mieren en bijen oogsten deze ′bladhoning′ ook. De honingdauw kan voor zeer veel overlast zorgen (op geparkeerde auto′s bv). Gemeenten plaatsen om dit tegen te gaan soms zakjes met gekweekte lieveheersbeestjes. Jammer genoeg verdringen de gebruikte buitenlandse soorten nu onze inheemse soorten.

 bomenLinde (1)12 jan 2013januari

Linde (1), 12 jan 2013

 linde1

Al ruim een jaar zijn we met onderzoek bezig naar monumentale en bijzondere bomen om daar wandel- en fietsroutes langs te maken. Inmiddels hebben we ca 500 locaties gevonden met ca 3000 bomen die de moeite van een bezoek waard kunnen zijn. Graag houden we ons nog steeds aanbevolen indien u een bijzondere boom heeft en wij nog niet langs geweest zijn.

Er komen allerlei leuke zaken boven tafel, waarvan ik er vast een aantal met u wil delen. De dikste boom die wij gevonden hebben, mat ruim 9 m in omvang, de oudste (in onze polder van 160 jaar oud) minstens 320 jaar en we hebben er 1 van 7 m, 2 van 6 m, 5 van 5m en 12 van 4 m of meer gevonden. Het waren indrukwekkende ontmoetingen met bomen die veel meegemaakt hebben. De dikste bomen zijn meest wilgen, treurwilgen en beuken. Ook essen en kastanjes komen soms

boven de 4 m. Opvallend was dat eiken en lindes, die meestal doorgaan voor de oudste en dikste soorten, niet of nauwelijks boven de 3 m omvang te vinden zijn. Vandaar dat we ons in een aantal columns wat nader verdiepen in lindebomen.

Lindes en eiken groeien zeker minder snel dan wilgen (6,7,9 m in 100 jaar) of beuken (dikte 5.20 m in 180 jaar of 5 m in 160 jaar).We moeten dus nog 100 of 200 jaargeduld hebben voor een 5 m exemplaar in onze polder. De dikste linde in de polder, die we gevonden hebben mat 3 m en groeit op een boerenerf langs de Schipholweg bij Badhoevedorp. Laten we in de tussentijd zuinig met onze monumentale bomen zijn en niet zo snel met de zaag als tot dusver. Er komen in Nederland een 5 tal soorten lindes voor, waarvan we er 3 gevonden hebben. Dit zijn de inheemse soorten zomerlinde of grootbladige linde, de winterlinde en de kruising van beide soorten, de Hollandse of gewone linde. De koningslinde en de Krimlinde zijn kweekvariëteiten van de Hollandse linde. Lindebomen kunnen zeer oud worden en afhankelijk van de variëteit 15 -30 m hoog. De linde heeft een kenmerkende ronde kroon met steil opgaande takken (foto).
Volgende week verder.

 vogelsSmelleken8 jan 2013januari

Smelleken, 8 jan 2013

 smelleken1

Graag vestig ik uw aandacht op het verschijnsel wintergasten. Ons land is gezegend met een vruchtbare bodem en een mild klimaat. Veel vogels uit het barre hoge noorden of oosten weten deze omstandigheden te waarderen. Ze broeden in de Siberische bossen of de toendra, maar brengen de winter hier door. Een van deze groepen is de roofvogels. Zo verveelvoudigd in de winter de stand aan buizerds, torenvalken, slechtvalken, sperwers, blauwe kiekendieven en haviken die hier broeden. Er is geen betere tijd om roofvogels te zien dan de winter. De bomen zijn kaal en er zijn er veel. Vooral buizerds en sperwers vallen op. Buizerds omdat zij overal rond autowegen jagen op muizen in bermen en sperwers (een bosvogel) omdat die zich in hun jacht op vogeltjes in tuinen wagen. ‘Luxer’ aangelegde vogels zoals de boomvalk en de bruine kiekendief trekken naar het zuiden. Ook verschijnen er soorten die hier niet broeden. Een daarvan is het smelleken. Het is het kleinste valkje van Europa, dat leeft van de jacht op vogeltjes als vinken, piepers en lijsterachtigen

in open terreinen met bosjes, zoals de duinen.

Bijzonder

Van deze doortrekkers en overwinteraars zwerven er ook individuen het hele land door. In Nieuw-Vennep zat een jong mannetje zo intensief achter een vogeltje aan dat hij een raam niet meer kon ontwijken. Doordat de vogel versuft was, met bloed aan zijn snavel, kon hij naar de dierenarts gebracht worden en goed bekeken worden. Daaruit bleek dat het een smelleken was (foto boven) en niet een sperwer (foto onder) zoals in 99 van de 100 gevallen. Een jong sperwermannetje heeft nl een gele ring rond zijn neus en geen oogstreep. Gelukkig herstelde de vogel snel. De prooi (een graspieper) had de aanval niet overleefd en lag in de tuin.

Waar

Het smelleken broedt in de lage struiken van de toendra en trekt hier in september en oktober door naar het zuiden en april en mei naar het noorden. Maar vooral in de duinstreek blijven er ook kleinere aantallen de hele winter over.

 smelleken2

 paddenstoelen(Grote) Viltinkzwam (2)25 dec 2012december

(Grote) Viltinkzwam (2), 25 dec 2012

 Grote_viltinktzwam3

Vervolg van de column van vorige week. Er zijn honderden soorten inktzwammen wereldwijd. Ze ontlenen hun naam aan het feit dat een ‘rijpe’ inktzwam vervloeid tot een soort zwarte inkt. In deze vloeibare kleverige inkt zitten de sporen, die aan poten van insecten (vooral vliegen) blijven kleven en zo verspreid worden. De grote viltinktzwam is niet zo groot met een hoed van 2-4 cm en een steel van 3-8 cm. (zie foto)Veel kleiner dan de algemene grijze en geschubde inktzwammen, die vaak op voedsel rijke gazons of composthopen staan. Vooral de geschubde inktzwam is een delicatesse. De Grijze inktzwam is ook eetbaar, maar alleen als je er minstens 24 uur ervoor en erna geen alcohol nuttigt. In dat geval produceert hij nl gifstoffen in je bloed. Of de Grote viltinkzwam eetbaar is, is mij niet bekend. I.t.t. de gewone zwamdraden droogt

het luchtmycelium niet zo makkelijk uit en heeft het een functie om te ontsnappen uit een plek waar het eten op is. Dat kan op 2 manieren: 1: door over een plek heen te groeien waar geen verteerbaar organisch materiaal voorkomt naar een plek waar de schimmel wel weer kan gedijen 2: door met kleine plukjes af te breken en heel ergens anders heen te waaien. Luchtmycelium komt ook bij schimmelsoorten voor, maar niet als dit oranjebruine ‘vilt’: Schimmels en bacteriën zijn voortdurend met elkaar in concurrentie. Waar deze organismen elkaar in de grond of in een petri schaal in laboratoria tegen komen en ´elkaar niet uit kunnen staan´ gaan de zwamdraden of dood of vormen onder stressvolle condities ook vaak luchtmycelium. Daarbij wordt er tegelijkertijd een soort chemische oorlog uitgevochten. Een deel van de chemische batterij aan stoffen bestaat uit antibiotica. Zo geven luchtmycelia aan onderzoekers aan waar interessante stoffen gevonden kunnen worden.

Waar

Viltinkzwammen komen voor op dode takken, stronken en stammen van loofbomen (populier, els, esdoorn) op voedselrijke bodem.

 paddenstoelen(Grote) Viltinktzwam (1)18 dec 2012december

(Grote) Viltinktzwam (1), 18 dec 2012

 viltinktzwam1

Op de schors van een aantal dode wilgentakken in De Heimanshof namen we in de loop van de herfst plukken, van wat het meest leek op een bruin soort mos, waar. Iets dergelijks prikkelt altijd onze nieuwsgierigheid, want deze oranjebruine vitale kleur kenden we van geen enkele mossensoort. De enige bruine mossen die in de literatuur beschreven worden, zijn verdroogde mossen en deze soort zag er blakend gezond uit. Daarmee werd het verschijnsel alleen maar interessanter.

Een zoektocht onder mossendeskundigen leverde de tip op over een paddenstoel. Wat wij als paddenstoel kennen, is het vruchtlichaam van de eigenlijke organisme, dat bestaat uit een zwamvlok, het zogenaamde mycelium. Deze draadvormige schimmelnetwerken bevinden zich meestal in hout of in de grond, waar

zij leven van het verteren van organisch materiaal . Er zijn mycelia in alle soorten en maten. Hele grote exemplaren kun je soms herkennen in de vorm van heksenkringen. Binnen de heksenkring is het voedsel verteerd en aan de rand van het organisme (en vaak waar er contact gemaakt wordt met andere ´schimmelindividuen´) worden de paddenstoelen gevormd. Er zijn heksenkringen van tientallen, honderden meters en zelfs kilometers doorsnede bekend.

Bijzonder

Zwamdraden zijn zeer gevoelig voor uitdrogen en daarom tref je ze zelden aan in de open lucht. Maar in sommige gevallen is dat wel een noodzaak. En dat is speciaal het geval als het eten opraakt of wanneer het mycelium het op een andere manier benauwd krijgt. Dan wordt er een zogenaamd luchtmycelium of Ozonium gevormd (zie op de foto het ozonium van de grote viltinktzwam). Er bestaan een drietal soorten inktzwammen die dit oranjebruine luchtmycelium vormen. De meest waarschijnlijke soort is de Grote viltinktzwam. Deze is het meest algemeen, maar pas als er paddenstoelen gevormd worden kan de soort definitief bepaald worden. Volgende week meer.