bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Pissebed, 31 mrt 2018

 pissebed-kelder

Met het voorjaar in aankomst worden er weer horden planten en dieren actief. In de 12 jaar van deze columns hebben we er al meer dan 500 soorten behandeld, maar er blijft nog voor jaren genoeg te ontdekken en te verbazen over. Deze week een inkijkje in een vaak ondergewaardeerde groep dieren: de pissebedden. In totaal zijner tot dusver meer dan 35 soorten van ontdekt en beschreven in Nederland. De meest algemene soorten zijn de ruwe pissebed die gaal donker gekleurd is, de grijs gekleurde kelderpissebed en de oprolpissebed.

Bijzonder

Pissebedden zijn kreeftachtigen. Dat zijn van oorsprong waterdieren. Er bestaan ook zoetwaterpissebedden die talrijk zijn in sloten en vijvers. Net als kreeften ademen pissebedden via kieuwen. Die moeten altijd vochtig blijven. Het pantser van landpissebedden ziet er degelijker uit dan

het is. Het is nl door latend voor ammoniak- en water waardoor ze continu transpireren. De pissebed hoeft ondanks de naam nooit te plassen, omdat de stikstofverbindingen (ammoniak) verdampt. Misschien heeft de naam pissebed te maken met de geur van ammoniak (urine) die soms te ruiken is. Een pissebed leeft van plantaardig materiaal, zoals rottend hout en bladeren en heeft vele vijanden, waaronder insecten, spinnen, amfibieën en vogels. Blauwe of paarse pissebedden zijn geen andere soort, maar hebben een virusinfectie waardoor ze na 1 of 2 weken sterven.

Waar

Veel landpissebedden zijn cultuurvolgers die oorspronkelijk uit Europa komen, maar tegenwoordig tot in Nieuw-Zeeland te vinden zijn. Landpissebedden leven in een microhabitat, de omstandigheden maakt ze weinig uit, als het maar vochtig is en er schuilplaatsen en voedsel zijn. Pissebedden komen in allerlei habitats voor, van bossen tot graslanden en ook tuinen zijn geschikte leefgebieden waarvan veel mensen pissebedden kennen Uit drogen is het grootste gevaar voor pissebedden.Ze komen dan ook altijd voor in vochtige ruimtes zoals kelders of onder schors, strooisel laag of hout en stenen e.d.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 11 ] Ga naar vorige<<… 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenTweepunt-deukmetselwesp (1)5 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (1), 5 aug 2013

 metselwesp1

Tot een week of wat geleden was het weer relatief koud en nat. Echt ‘slakken’ weer. Op de akkers en de tuintjes in De Heimanshof hebben we tienduizenden vooral naaktslakken geraapt en afgevoerd en desondanks werden de meeste kiemplanten weggevreten voor ze volwassen werden. Maar de laatste weken hebben veel goed gemaakt.

Het is nu echt insectenweer en op en rond de insectenhotels in de tuin krioelt het van de solitaire bijen en wespen. Deze week telde ik op een moment tientallen 3- 4 mm grote tronken bijtjes, vele rosse metselbijen, 10 bladsnijdersbijen met de onvermijdelijke rovers die daarop af komen, 5 goudwespen, 4 hongerwespen, en nog een stuk of 20 zenuwachtig rondvliegende en ondefinieerbare sluipwespensoorten.

Een ander insectenhotel werd massaal bezocht door metselwespen. Van deze soort hadden we er nog nooit zoveel gezien. Het was

de tweepunt-deukmetselwesp (Symmorphus bifasciatus; zie foto). (Met duizenden soorten om te benoemen krijg je dit soort ingewikkelde namen).

Deze soort is gespecialiseerd in het vangen van bladhaantjes, zoals het blauwe wilgenhaantje en het veelkleurig wilgen haantje, waarvan met name de 2e veel in De Heimanshof voorkomt.

Bijen en wespen zijn nauw verwant. Het verschil tussen beide groepen is dat bijen stuifmeel als eiwitbron voor hun larven gebruiken en wespen hun jongen groot brengen op dierlijke prooien.

Er zijn in Nederland ca 350 soorten bijen bekend, maar er zijn duizenden wespensoorten.

Wespen vervullen in de insectenwereld de rol van wolven, leeuwen en marters bij de zoogdieren: het zijn rovers die het aantal ’vegetarische’ soorten bejagen en zo de natuur in balans houden. En zo hebben wespen zich op duizenden manieren gespecialiseerd om andere insecten te vangen. De meeste wespen soorten zijn sluipwespen, waar we in tegenstelling tot de ‘limonade’ wesp nooit iets van zien of last van hebben.

Met dank aan Professor Ernst die met insectenweer dagelijks in De Heimanshof is voor informatie en foto’s.

 kleine dierenRosse woelmuis7 jul 2013juli

Rosse woelmuis, 7 jul 2013

 rosse_woelmuis

Er bestaan een 20-tal muizensoorten in Nederland, die allemaal een verborgen leven leiden omdat ze zwaar bejaagd worden door roofdieren en de mens. Het meest komen we de huismuis tegen. Het is een van de ‘ware’ muizen soorten, d.w.z. hij heeft net als de mensen knobbelkiezen,is een alleseter en heeft grote afstaande oren, een lange staart, net als de bruine en de zwarte rat, de bosmuis en de dwergmuis. Veel algemener zijn de woelmuizen. Dat merk je pas als je braakballen uitpluist van uilen. De veldmuis is daarvan het meest algemeen. In een ha wegberm kunnen er wel 1000 leven. Woelmuizen zijn net als koeien vegetariërs, die maalkiezen hebben om gras en zaadjes fijn te malen en korte platte oren en korte staarten. Waar de veldmuis in weiden en akkers leeft, leeft de rosse woelmuis in dicht begroeide bosjes. Hij heet zo omdat hij een rossige gloed in zijn vacht heeft (zie foto). Afhankelijk van het seizoen

en het voedselaanbod leven er 5-100 dieren/ha. De rosse woelmuis wordt gemiddeld 3 maanden, maximaal 18 maanden en tot 40 maanden in gevangenschap.

Bijzonder

Rosse woelmuizen eten zachte zaden, vruchten, bladeren, kruiden en boomschors (tot op 5 m. hoogte), aangevuld met paddenstoelen, mossen, wortels, knoppen en gras, en ook insecten, wormen en slakken. In noordelijke streken leggen ze voedselvoorraden aan. Ze houden geen winterslaap. De rosse woelmuis maakt gebruik van routes door het kreupelhout, ondiepe ondergrondse gangen en voldoende dichte ondergroei. Hij graaft minder dan andere woelmuizen maar legt toch gangen aan.

Waar

In grote delen van Europa komen rosse woelmuizen voor, behalve in het uiterste zuiden. Ze leven vooral in loofwouden en struikgewas, maar ook in gebieden met hoge grassen en kruiden en in een parklandschap. Deze soort was tot op heden niet uit de Haarlemmermeer bekend, maar werd afgelopen week in De Heimanshof aangetroffen. In Nederland zijn ze aan te treffen op hogere gronden, in struikgewas, bos en plaatsen met veel vegetatie.

 plantenRatelaar30 jun 2013juni

Ratelaar, 30 jun 2013

 ratelaar

De natuur staat volop in bloei: Daarom was het afgelopen weekend ′open weekend′ van De Heimanshof en een ′werk- en genietdag′ in de Houtwijkerveldwijktuin. Ook de akkerkruiden zoals als klaprozen, korenbloemen, bolderiken, kamille, reukloze kamille en vele andere soorten die we afgelopen winter weer hebben bijgezaaid rond de IJtocht in Overbos en Floriande zijn zeer de moeite waard om de komende week even langs te fietsen. In deze bloemenzones viel de gestage toename van een geel bloeiende soort op: De grote ratelaar. Deze plant heet zo omdat zijn rijpe zaden een rammelend geluid maken in hun kelkbladen. Er zijn 3 soorten ratelaars in de polder. De grote ratelaar is het meest algemeen. De harige en de kleine ratelaar komen op een paar plekken voor.

Bijzonder

Ratelaars zijn halfparasieten. D.w.z.

ze kunnen groeien op zonlicht, maar hebben ook een geheim wapen. Hun wortels dringen het wortelstelsel van andere planten en m.n. grassen binnen en die zuigen die leeg. Om die reden wordt de dichtheid van grassen om plekken met veel ratelaar een stuk minder dicht en bij veel ecologisch beherende terrein eigenaren is de ratelaar daarom een bijzonder gewenste ’indringer’.

Waar

Ratelaars houden van niet al te voedselrijke grond, die bij voorkeur ook een beetje vochtig moet zijn. Deze condities komen vaak overeen met plekken waar ook rietorchissen en moeraswespenorchissen voorkomen. Ratelaars doen het goed in de Haarlemmermeer en ze handhaven zich ook lang. Door de Heimanshof uitgezaaide planten handhaven zich al 20 jaar bij het Kai Munk college aan de Geniedijk. Langs de IJtocht aan de Overbos kant op een laaggelegen zone onder de Hoogspanningsmasten is de soort explosief toegenomen. Ook in de Fruittuinen, bij kinderboerderij de Boerenzwaluw en in de Orchideeënweide van het Groene Carré zuid staat de soort. Deze geelbloeiende soort is een aanwinst voor de polder die het waard is elders ook verspreid te worden. Informatie hierover kan bij De Heimanshof ingewonnen worden.

 plantenGlanshaver22 jun 2013juni

Glanshaver, 22 jun 2013

 glanshaver

Vorige week was de langste dag en daarmee was het begin van de zomer een meteorologisch feit. Met alle koude weken van dit voorjaar is het ecologisch nog niet zo ver. Ook het voorjaar begon dit jaar niet op 21 maart maar pas rond 10 april. Dat was namelijk het moment dat de honderd duizenden Tjiftjafjes die in Zuid- Europa en Noord-Afrika overwinterd hadden, zich weer in elke tuin meldden. Voor mij is dat het echte begin van de lente (dat in veel jaren wel samenvalt met 21 maart) net zoals het rijp en geel worden van de glanshaver voor mij het echte begin van de zomer is.

Bijzonder

Glanshaver is een hoog tot zeer hoog gras dat van rijke klei en leembodems houdt. Wellicht is het leuk om eens op te letten als u over de N201 (rondweg Hoofddorp) rijdt van de A4 naar het ziekenhuis. De bermen van de A4 tot de brandweer zijn

van het ’rijke’ type. In die bermen domineren dicht op elkaar staande 1-1.5 m hoge grassen zoals glanshaver en kropaar, terwijl van de brandweer tot het ziekenhuis de grond arm en zandig is. Daar zijn de grassen maximaal een halve meter hoog en staan ver uit elkaar met daartussen fel groene vlinderbloemigen zoals rolklaver, die hun eigen ‘kunstmest’ aanmaken. In de komende weken voltooit glanshaver (vroeger heette deze soort Frans raaigras) zijn levenscyclus. Op dit moment bloeit de soort en binnen 2-3 weken wordt zaad gevormd en wordt deze soort geel. Met zijn 1-1.5 m steekt deze soort boven alle kruiden en andere gewassen uit en domineert als zij geel wordt het visuele beeld. Let u maar eens op. Jammer genoeg worden vele bermen massaal gemaaid, zodat u dit verschijnsel niet kunt waarnemen. maar er blijven altijd genoeg bermen over voor de oplettende waarnemer. En in De Heimanshof kunt u het altijd komen ervaren (hoewel we ook daar deze hoge grassen in veel biotopen met de hand verwijderen)

Waar

Glanshaver is een algemeen gras van rijke en matig voedselrijke bodems in heel Europa, Noord-Afrika en Noord-Amerika.

 plantenKlaproos (2) 16 jun 2013juni

Klaproos (2) , 16 jun 2013

 klaproos2.

Er bestaat geen onkruid: Elke plant heeft wel een voedingswaarde, een medicinale waarde of een essentiële rol in een ecosysteem. Alle klaproossoorten bevatten bv een melksap met een opwekkende of rustgevende werking, al naar gelang de dosis. Als dit sap ingedroogd is en verzameld wordt, heet dit opium. Alleen de ene soort en variëteit bevat er veel meer van dan een andere. In Nederland verbouwen we naast de wilde klaproos de slaapbol, die niet honderden maar duizenden zaadjes per bloem produceert (foto). En klaproos zaadjes zijn niets anders dan maanzaad. Een andere variëteit van dezelfde slaapbolsoort die in Afghanistan wordt gebruikt, produceert veel sap waar daar opium van wordt gewonnen. Ook van de slaapbol en de wilde klaproos kan dit gewonnen worden (inzet). Alleen kost het nog 100-1000 keer zoveel moeite als het in Afghanistan al kost. Maar het is wel leuk om met kinderen

in hun groentetuin het principe uit te legen en ze het intens bittere sap te laten proeven. Dan zijn ze meteen genezen van mogelijk ongezonde intenties.

Alle klaprozen hebben een ingenieus zaadsysteem. De zaaddozen hebben deurtjes die pas open gaan als de zaadjes rijp zijn. En verder is elk zaadje voorzien van een suikerkorreltje: Om dat ‘mierenbroodje’ slepen insecten vele meters met die zaadjes.

Waar

Klaprozen zijn pioniersoorten van tijdelijk kale gronden. Zowel op rijke als op arme gronden komen ze voor. Indien niet door kunstmatig ploegen en/of frezen de kale akkeromstandigheden elk jaar opnieuw worden gecreëerd is in het tweede seizoen al 80% van de exemplaren weg en na 2 jaar vrijwel alles. En dat doen we daarom elk jaar in onze akkerkruiden weiden in Overbos, Floriande, Houtwijkerveld en De Heimanshof. De komende weken loont het de moeite om daar eens langs te fietsen en te wandelen, naast de klaprozen bloeien er nog 10 - 20 andere soorten uitbundig: eigen aan hun pioniersbestaan. De slaapbol is een gekweekte klaproos die ook op akkers in de Haarlemmermeer wordt verbouwd.

 plantenKlaproos (1)9 jun 2013juni

Klaproos (1), 9 jun 2013

 klaproos1

Als deze column verschijnt zijn overal de klaprozen massaal in bloei gegaan.

Bijv. in de 6 ha bloemen weides in Overbos, Floriande, Haarlemmermeerse Bos, Houtwijkerveld en het Groene Carré, die sinds 2009 door de Heimanshof /Stichting MEERGroen i.s.m. de gemeente en Recreatieschap Spaarnwoude ingezaaid zijn. En natuurlijk ook in De Heimanshof zelf.

Er komen wereldwijd ca 60 soorten voor, waarvan een vijftal in Nederland. De grote klaproos is het meest bekend is (foto). Daarnaast bestaan er ook de kleine, de ruige, de bleke en de bastaard klaproos en de slaapbol.

In de natuur kunnen planten en dieren alleen voortbestaan als ze onder bepaalde condities sterker zijn dan alle andere. Bij planten is een van de strategieën daarbij of je een ‘sprinter’ of een ‘stayer’

bent.

Een stayer is een plant die langzaam maar onstuitbaar groeit en iedereen er uitdrukt. Kweekgras of het beruchte zevenblad zijn bij uitstek soorten met een stayeraanpak.

De klaproos is bij uitstek een voorbeeld van de sprinters. De plant groeit uit een minuscuul zaadje, vooral op (door de mens) kaal gemaakte plekken waar de concurrentie van andere soorten is weggeploegd of -gefreesd. Een klaproos kan op vruchtbare grond 1 x 1 x 1 m groot worden en krijgt daarbij honderden bloemen die allemaal honderden zaden maken. Deze zaden kunnen tientallen jaren in de grond blijven (omdat ze veel olie bevatten) om bij geschikte omstandigheden weer in groei te exploderen.

De klaproos is mijn favoriete voorbeeld om aan te tonen dat er geen onkruid bestaat in de natuur. Onkruid is nl. een denigrerende term vanuit menselijk nutsdenken. En elke plant die bestaat heeft net zo goed zijn plek onder de zon verdiend als wij mensen zelf. Dat neemt niet weg dat we in een groentetuintje van 1.5 bij 4 m niet 10.000 klaprozen willen. Eentje is leuk en vrolijk en de andere 9999 zijn daarom ongewenst. Maar op een andere plek kunnen zij wel degelijk een rol vervullen en daarom zijn zij geen onkruid. Volgende week verder.

 plantenTripmadam1 jun 2013juni

Tripmadam, 1 jun 2013

 tripmadam

Achter de intrigerende naam tripmadam schuilt een vetplant uit het geslacht van de sedums of vetkruiden. Dit geslacht kent nog meer illustere leden, zoals de hemelsleutel, wit vetkruid, huislook en muurpeper. De naam tripmadam is een verbastering van de Franse naam Triquemadame. Deze naam en ook de Latijnse naam ‘reflexum’ refereren aan het feit dat het nog niet bloeiende plantje een kenmerkende knik in het topgedeelte heeft(hoofdfoto) . Zodra tripmadam bloeit met heldergele bloemen richt deze knikkende top zich op (inzet). Ik kwam dit plantje tegen op de sedum daken die in de ‘antroposofisch’ gebouwde wijk in Toolenburg veel voorkomen (bv Rosa Spiers straat).

Bijzonder

Tripmadam is een laag liggend vetplantje, waarvan de opgerichte bloeistengels

35-40 cm hoog kunnen worden. Het is in het wild uiterst zeldzaam in Nederland, omdat het een voorkeur heeft voor voedselarme kalkrijke stenige terreinen. En in ons modderige delta land zijn die dun gezaaid. Net als andere Sedums, zoals muurpeper, is Tripmadam eetbaar zolang het niet bloeit en dat is het grootste deel van het jaar, want het is een vorstbestendige altijd groene plant die het hele jaar doorgroeit. Bloeien doet het alleen tijdens de (hele) zomer. Het wordt in salades verwerkt en heeft net als muurpeper een peperachtige smaak.

Waar

De Duitse naam rotsmuurpeper geeft aan dat tripmadam houdt van stenige voedselarme groeiplakken (inzet foto). Bij rijkere grond kan deze soort niet concurreren tegen hoger opgaande grassen en kruiden. Ook op schrale zandgronden kan het een mooie grondbedekker zijn. Zoals reeds aangegeven wordt de soort toegepast op groene daken en in rotstuinen. Ook op De Heimanshof kan tripmadam het hele jaar door aangetroffen worden in muurvegetaties en op natuurmuren. Het verspreidingsgebied loopt van Zuid-Noorwegen en Ierland tot in Rusland en in Zuid-Europa tot het zuiden van Italië en Griekenland.

 vogelsOeverloper25 mei 2013mei

Oeverloper, 25 mei 2013

 oeverloper

Vorige week hebben we de kluut besproken. Dit is een van de grotere soorten steltlopers. Deze week liep ik een aantal keren tegen een oeverloper op. Dat is een van de kleinere soorten. De oeverloper heet niet voor niets zo. Hij fourageert langs de oevers van sloten , meren en plassen. Ik zag een aantal langs het kanaal achter het Groene Carré en voor het eerst een achter mijn huis langs de Geniedijk in Hoofddorp.

Veel onervaren vogelaars verbazen zich erover hoe een ervaren vogelaar op grote afstand zo trefzeker soorten kan herkennen. De oeverloper is een soort waarbij dat op grote afstand kan. Ten eerste maakt hij een zeer karakteristiek ‘tjiewiewie’ geluid en verder vliegt hij altijd op een zeer kenmerkende manier weg: namelijk laag over het water in bochtjes langs de oever met karakteristiek laaggehouden trillende vleugels. Er is geen

andere vogel die dit zo doet. Als je hem ergens foeragerend aantreft, doet hij dat ook heel karakteristiek, met een permanent nerveus wippend achterlijf.

Bijzonder

De oeverloper zoekt zijn voedsel aan de rand van kleine modderpoelen, waterplassen en meren waar hij kleine insecten uit de bodem haalt. Hij vangt soms kleine insecten uit de lucht. De oeverloper nestelt op de grond in de buurt van zoetwater. Als er een dreiging is, klimmen de jongen op de rug zodat ze in veiligheid gebracht kunnen worden doordat de moeder ze naar een andere plek vliegt.

Waar

De oeverloper zoekt zijn broedseizoen altijd langs beken, rivieren en meren, meestal met rotsachtige oevers. Op trek is hij op veel plekken aan te treffen. De oeverloper broedt vooral in Scandinavië en Oost-Europa en slechts bij hoge uitzondering in Nederland. Op weg naar het overwintergebied rond het Middellandse zee gebied trekken veel vogels door Nederland, een klein aantal vogels blijft in Nederland overwinteren. In de Haarlemmermeer is de soort regelmatig aan te treffen langs sloten en vaarten met ondiepe oevers zoals langs het Groene Carré Zuid.

 vogelsKluut19 mei 2013mei

Kluut, 19 mei 2013

 kluut

Steltlopers zijn vogels met relatief lange poten en lange snavels die als voorkeurs leefgebied (vochtige) weilanden, slikken en wadden hebben. Er zijn tientallen soorten steltlopers. Een aantal soorten zijn ook in onze polder regelmatig te zien, zoals de kievit en de scholekster. Onze Haarlemmermeerse klei is voor de meeste soorten echter meestal te hard om er hun voedsel te kunnen vinden. Toch trekken er veel soorten door met name in het voorjaar en nazomer. En in bepaalde speciale terreinen blijven ze nog wel eens hangen en broeden. Zo ligt er vlak bij de A4 op het Groene Carré Zuid een ondiepe plas, waar vogels met lange poten net kunnen waden. Op die plek zitten elk jaar groepen kluten, die op de eilandjes waar mogelijk ook broeden.

Bijzonder

De kluut is in een aantal opzichten een bijzondere verschijning. Zijn smetteloos zwart

met witte veren kleed is bijzonder fraai, en contrasteert mooi met bijna blauwe poten en zijn snavel heeft een bijzonder vorm (zie foto). Met deze omhoog gebogen snavel foerageren ze het liefst in water met een fijne sliblaag, waar ze met deze snavel op een kiertje open, doorheen maaien. Zodra er een garnaaltje of iets dergelijks naar binnen zwemt, klapt de kluut haar snavel direct dicht. De kluut jaagt zowel op zicht als op gevoel.

Waar

In Nederland is de kluut tijdens het broedseizoen voornamelijk langs de waddengebieden zoals het Lauwersmeer aanwezig. De soort overwintert langs de kust van de Middellandse Zee en de Atlantische kust van Frankrijk en Portugal en een deel in de Westerschelde. Buiten broedseizoen tref je ze ook aan bij ondiepe open waterplekken met modderige bodems in het binnenland. De kluut broedt in kolonies, meestal op zanderige vlaktes, moerassige weilanden, opspuitterreinen, etc., meestal bij water (ook brak en zout). De grootste kans om kluten te zien in de Haarlemmermeer is bij de ondiepe poelen van het Groene Carré (de ‘bulten’ in het akkerland tussen de A4 en het Haarlemmermeerse Bos langs de rondweg Hoofddorp).

 bomenIepenzaad12 mei 2013mei

Iepenzaad, 12 mei 2013

 iepenzaad

Deze week vraag ik niet uw aandacht voor een soort, maar voor een verschijnsel. Half tot eind mei zijn we allemaal in voorjaarstemming en dan dwarrelen er opeens kruiwagers vol aan ‘dode’ bladeren van de bomen. Veel mensen schrikken daarvan. Indien je goed kijkt en weet wat er speelt, hoeft dat niet. In vele gevallen is dit ‘bruine’ blad namelijk van de zaden van iepen (zie foto) . Alle soorten iepen (veldiep, Hollandse iep, gladde iep, bergiep, goudiep, etc) kennen dit verschijnsel. Iepen bloeien namelijk al in maart met vrij onopvallende rode bloemetjes. In de loop van april en mei lijkt de iep dan in blad te komen, maar dit zijn de groene vliesjes die om de zaden zitten. Deze vliesjes geven de zaden ‘vleugels’ zodat ze verder mee waaien met de wind. De iep heeft dus nog geen blad, maar zit wel vol met zaden. Zo omstreeks half mei rijpen de zaden af, worden

bruin en vallen af. In een goed jaar kunnen de zaden zo massaal geproduceerd worden dat de hele straat vol waait met grote hopen. Pas dan gaat de iep blad maken.

Bijzonder

Het kenmerk van alle iepenbladeren is, dat ze een scheve bladvoet hebben en een gezaagde rand die eindigt in een punt. Een scheve bladvoet betekent dat links en rechts van het steeltje het blad niet op dezelfde plek begint. En verder hebben alle iepen een karakteristieke ‘visgraat’ manier om zowel hun bladeren en hun jonge takken te plaatsen. D.w.z. zowel de takken als de bladeren staan in hetzelfde vlak strak in een regelmatig patroon.

Waar

Vroeger groeiden iepen in dichte bossen in Europa op vruchtbare grond. Die bossen zijn er niet meer omdat die grond ingenomen is door landbouw. De iep is een majestueuze boom met hele gunstige eigenschappen voor een stedelijk omgeving. Zijn takken breken niet bij storm (autolak!), zijn wortels zijn oppervlakkig en wrikken geen rioolpijpen open. Daarom vinden we heel veel iepen in steden. Jammer dat sinds 1919 tot 3x toe een iepenziekte plaag 90 % van de iepen heeft uitgeroeid.

 plantenKievitsbloem5 mei 2013mei

Kievitsbloem, 5 mei 2013

 kievitsbloem

De kievitsbloem is een in het wild in Nederland zeer zeldzaam voorkomend bolgewas. De bloem komt voor met paars geblokte of witte bloemblaadjes. De planten doen er 4-8 jaar over om in bloei te komen. De zaden zijn relatief groot en verspreiden zich drijvend op het water. De plant heet voor z′n verspreiding van de zaden volledig afhankelijk te zijn van overstromingen en een hoge waterstand in de winter. Echter in en om De Heimanshof verschijnen kievitsbloemen vaak spontaan op allerlei plekken in bos en bosranden. Misschien slepen mieren ook met zaad. De kievitsbloem kwam veel voor in voedselarme blauwgraslanden in het Groene Hart en werd daar ook wel veentulp genoemd. De naam kievitsbloem komt van de overeenkomst van de paarse bloem variant met de kleur van kievitseieren. Men kwam de kievitsbloemen in het weiland

tegen als men naar kievitseieren zocht.

Bijzonder

De kievitsbloem werd als bloemgewas al vroeg gewaardeerd. Rond 1820- 1830 werden er zoveel ‘veentulpen’ geplukt dat mensen zich gingen realiseren dat deze gewaardeerde wilde plant wel eens zou kunnen uitsterven. De allereerste natuurwet die in Nederland werd uitgevaardigd ging dan ook over de bescherming van de kievitsbloem. Nog steeds is deze plant bedreigd. Nu niet meer zozeer vanwege overmatige pluk, maar vanwege overmatige mest toediening. De kievitsbloem richt i.t.t. de meeste bloemen zijn bloem hoofdje niet naar de zon, maar hangt als een klokje naar beneden, Voor zijn bestuiving is deze soort vooral afhankelijk van grote hommelsoorten zoals de aardhommel (Zie foto).

Waar

De belangrijkste groeiplaats van de wilde kievitsbloem is langs de oevers van de Vecht en het Zwarte Water in Zwolle. Van oudsher kwam de kievitsbloem voor in gebieden met klei-op-veen en dan vooral de gebieden die ′s winters onder water stonden. De plant kan slecht tegen aanpassingen aan het grondwaterpeil en is op de meeste plaatsen al voor de Tweede Wereldoorlog uitgestorven. In De Heimanshof staat een bloeiende populatie.

 kleine dierenRegenworm (4)28 apr 2013april

Regenworm (4), 28 apr 2013

 regenworm4

Regenwormen danken hun naam aan het feit dat ze vooral te zien zijn als het regent en alleen dan over het bodemoppervlak kruipen. Ze kunnen een regenbui waarnemen door de trillingen in de bodem, die veroorzaakt worden door de vallende regendruppels.

Een ander bekend misverstand over regenwormen is, dat ze proberen te ontsnappen aan de regen omdat ze kunnen verdrinken als hun holletje volloopt. De regenworm leeft vaak in waterige omstandigheden zoals onder de grondwaterspiegel. Ze nemen zuurstof op door hun dunne huid, wat ook onder water werkt. Aangezien regenwater rijk is aan zuurstof, hebben regenwormen niet veel te vrezen van een bui. Als echter zuurstofarm grondwater omhoog komt, kan een regenworm verdrinken en zal naar de oppervlakte kruipen.

Ze komen wel bovengronds tijdens een bui omdat ze regen verwarren met de trillingen van een vijand, zoals een gravende mol of om te paren. Deze trillingen kunnen worden nagebootst door een stok in de grond

te steken en deze te laten trillen. De regenwormen zullen dan massaal naar boven kruipen, ongeacht de weersomstandigheden.

Waar

Regenwormen komen voor in Noord-Amerika , Eurazië en het Midden-Oosten. Wereldwijd zijn er ongeveer 670 soorten regenwormen bekend die in lengte variëren van enkele centimeters tot decimeters.

In Nederland komen 22 soorten voor. Regenwormen leven niet allemaal ondergronds, veel soorten zijn diepgravers die lange verticale gangen maken zoals de veel voorkomende dauwpier of gewone regenworm die 9 tot 30 cm lang wordt en de rode worm die tot 15 cm lang wordt.

Er zijn er ook die in de strooisellaag leven zoals de mestpier die 6 tot 13 cm lang wordt en door zijn rode kleur en soms oranje dwarsbanden wel tijgerworm wordt genoemd. Ook veel voorkomend is een grijsblauwe soort die geen Nederlandse naam heeft. De mest- of tijgerworm en de blauwe regenworm staan op de foto.

 regenworm4a