bovenfoto

Columns:

Sinds april 2006 is er elke week de natuurcolumn 'Ontdek de Flora en Fauna van de Haarlemmermeer' verschenen in de Hoofddorpse Courant.
Deze column heeft ten doel belangstelling voor de verrassende verscheidenheid van planten en dieren in onze leefomgeving te wekken.

 

Hieronder staat de column van deze week en daar onder kunnen alle tot dusver verschenen columns opgevraagd worden. U kunt deze selecteren en sorteren op categorie, onderwerp, het jaar en de tijd van het jaar. Combinaties zijn ook mogelijk. Ga naar de oudere columns

florafauna

Lenteklokje, 17 feb 2018

 lenteklokje

Lenteklokje

Hoewel het nog winter zou moeten zijn, is het in de natuur al volop voorjaar. De vroege sneeuwklok is zelfs al uitgebloeid en is bezig zaad te maken, de gewone sneeuwklokken bloeien massaal, net als de winterakonieten en afgelopen week zijn ook de wilde en de grootbloemige krokussen massaal in bloei gegaan. Al deze soorten zijn wel bekend en maken het een lust voor het oog om naar buiten te gaan. Maar er zijn nog veel meer soorten die nu in bloei komen en die de moeite van het ontdekken waard zijn. Een daarvan is een van mijn favorieten: het lenteklokje. Hoewel de soort officieel ergens verwant is aan de narcis, doet hij een aan een grote sneeuwklok denken. Z’n bladeren zijn niet blauwgroen zoals bij de meeste sneeuwklokjes, maar donkergroen en z’n bloem is niet zo samengedrukt langwerpig maar staat breed uit (foto). Ook het lenteklokje is een stinsenplant die uiteen bolletje groeit waardoor

hij op reserve stoffen kan teren en minder van de warmte van de zon afhankelijk is om te groeien.

Bijzonder

Het lenteklokje heeft 1 verwante soort: het zomerklokje wat in mei bloeit en graag heel vochtig staat. Het is bijna een moerasplant. Het lenteklokje wordt 20-30 cm hoog en heeft 1 bloem per bloeistengel, maximaal 2 en het zomerklokje kan wel 60 cm hoog worden en heeft verschillende bloemen per bloei stengel. Hoewel het lenteklokje heet, bloeit deze soort in de winter in februari. Z’n bloem is fraai en bestaat uit 6 bloembladen, waarvan er 3 eigenlijk kelkbladen zijn, maar die zijn niet van de kroonbladen te onderscheiden. En elke bloemblad heeft een maanvormige groene vlek.

Waar

Het lenteklokje groeit in de strooisellaag van bossen en het liefst op voedselrijke en ietwat vochtige plekken. Oorspronkelijk kwam het ook in Nederland als wilde soort voor, maar dat is al lang verleden tijd. Maar als stinsenplant in landgoederen en in natuurtuinen is hij hier en daar wel te vinden. In de Heimanshof bloeit hij op dit moment massaal.

In Midden Europa komt de soort nog wel in het wild voor.





Meldingen van bijzondere dieren en planten kunt u doorgeven aan info@stichtingmeergroen.nl .

Persoonlijk kan Franke van der Laan u te woord staan op werkdagen tussen 9:00 en 12.30
en op woensdag tot 17:00 uur bij De Heimanshof, Wieger Bruinlaan 1-7 in Hoofddorp.


Oudere columns:

 

SELECTIEMENU; selecteer op:

categorie
en/of
titel zoekterm

Zoek op titel, vul (een
gedeelte ervan) in:

en/of
maand
en/of
jaar
 
 

SORTEREN: klik op de kopjes in de titelbalk om de sortering te veranderen

 

Blz [ 10 ] Ga naar vorige1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 …>> volgende

thumb

categorie: titel: datum: maand:

open/dicht

 insectenKruisspin (1)7 okt 2013oktober

Kruisspin (1), 7 okt 2013

 kruisspin1

De kruisspin is in tegenstelling tot veel andere spinnen geen schuwe soort, maar eentje die vaak midden in het web zit en moeilijk over het hoofd is te zien.

De naam is te danken aan de op een kruis gelijkend patroon op het achterlijf (foto).

Bij spinnen zien mannetjes en vrouwtjes er totaal anders uit. Vrouwtjes worden 12-17 mm, exclusief poten, terwijl mannetjes ongeveer 5 -10 mm worden. Als spinnen nog jong zijn, verschillen de mannetjes en wijfjes niet veel van elkaar. Na verloop van tijd groeien de wijfjes harder dan de mannetjes. In de zomer van hun 2e levensjaar, als de wijfjes volwassen worden, groeien ze zeer snel. Mannetjes hebben naar verhouding langere poten maar een veel kleiner achterlijf dan een vrouwtje. Vooral vrouwtjes die eieren dragen, hebben een opvallend dik achterlijf.

Wat direct opvalt aan de spin zijn de vier paar lange harige poten. De haartjes dienen om trillingen te voelen. Het lichaam van de spin bestaat uit het achterlijf en het gefuseerde kopborststuk. Een kruisspin heeft 8 puntogen: 4 aan de voorzijde en 2x 2 opzij. In tegenstelling tot insecten die samengestelde facetogen hebben, bestaan spinnenogen uit een enkele structuur met ieder een eigen lens.

Onder de kop bevinden zich 2 paar kaken. De bovenkaken zijn voorzien van klauw-achtige structuren en bevatten een gifkanaal. De spin neemt voedsel op door eerst verteringssappen in de prooi te brengen en deze vervolgens weer op te zuigen.

Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben 3 paar spintepels. Dit zijn de uitscheidingsorganen waarmee het spinnenweb wordt gebouwd, maar waarmee ook prooien en eicocons worden omwikkeld. De spintepels kunnen verschillende soorten draden produceren; stevige en niet-kleverige draden om het frame van het web te maken en de eitjes te voorzien van een beschermende laag.

Aan het einde van de zomer is de kruisspin volwassen. Eenmaal volwassen maken de spinnen veel grotere webben dan jonge spinnen, waardoor ze goed opvallen.

 paddenstoelenHazenpootje29 sep 2013september

Hazenpootje, 29 sep 2013

 hazenpootje

Nu we een paar weken flink regen gehad hebben en de temperaturen nog vrij hoog zijn, is aan het einde van dit groeiseizoen de vertering van de biomassa die zich dit jaar gevormd heeft, volop op stoom gekomen. Er zijn daarom volop paddenstoelen te vinden. (Op 6 oktober is daarover om half 3 een interessante lezing op de Heimanshof).

Deze week bereikten mij een aantal meldingen van inktzwammen.

Inktzwammen groeien op voedselrijke ondergrond. De geschubde inktzwam is, zolang hij wit is, een delicatesse.

De kale inktzwam is ook eetbaar, maar alleen als je ver van alcohol blijft. Alcohol en deze paddenstoel gaan binnen 24 uur ervoor en erna niet goed samen. Je gaat er niet dood van, maar misselijkheid en ander verschijnselen maken het een prima anti-alcoholmiddel. Geen aanrader vooreen restaurant dus.

De

derde inktzwam van deze week was een fragiele beauty, die groeide op houtsnippers in het Wandelbos Hoofddorp. Deze paddenstoel heet hazenpootje omdat de jonge nog niet uitgevouwen hoed dicht bezet is met donzige haartjes.

Bijzonder

Als het paddenstoeltje net verschijnt, is het hoedje hoog en smal, maar wordt stilaan breder en klokvormig, en later vlak en stilaan komvormig en transparant(foto). Naarmate het zwammetje ouder wordt, wordt het hoedje langzaamaan doorschijnend. De plaatjes van het hazenpootje zijn eerst bleekwit, maar verkleuren naar grijs en vervloeien uiteindelijk tot een zwarte inktachtige vloeistof, een typisch kenmerk van de meeste inktzwammen. Het vervloeien van de plaatjes is een ingenieuze strategie waardoor de sporen efficiënter verspreid worden. Bij de meeste inktzwammen, waaronder het hazenpootje, krult het hoedje tegelijkertijd op, waardoor de net afgerijpte sporen steeds in een optimale positie komen om door de wind of aan inectenpoten te worden meegevoerd.

Waar

Het hazenpootje is een inktzwam die bij voorkeur groeit op dode houtresten, en die wereldwijd te vinden is in bossen, maar die je ook in tuinen vaak terugvindt op gehakseld hout.

 vlindersWindevedermot22 sep 2013september

Windevedermot, 22 sep 2013

 windevedermot1

Deze week zat er op m’n raam een T-vormige nachtvlinder (foto). Het zoeken op ‘T-mot’ leverde de ‘windevedermot’ op. Deze nachtvlinder leeft als rups op en van allerlei soorten windes, zoals de haagwinde of de akkerwinde. De haagwinde komt helaas nogal algemeen voor. Het is ongeveer de enige soort ongewenst kruid in mijn tuinen waar ik vrijwel geen (biologisch verantwoord) antwoord op heb. In tegenstelling tot de veel bekendere dagvlinders, waarvan er in Nederland ca 50 soorten voorkomen, zijn er wel 2400 nachtvlindersoorten, waarvan er ca 1500 tot de microsoorten worden gerekend. De Windevedermot is een van die kleinere soorten met een spanwijdte van 2.5- 3 cm.

Bijzonder

Er komen ca 35 soorten vedermotten voor in Nederland, die allemaal zeer strikt afhankelijk zijn van een of meerdere waardplanten. De windevedermot is een van de 4 meer algemene soorten. Kenmerkend voor vedermotten is dat de 2 paar vleugels die alle vlinders hebben, zulke diepe insnijdingen

hebben dat ze niet 2 x 2 maar 2 x 5 veervormige vleugels lijken te hebben, maar de twee gekliefde vleugels laten in hun beweging zien dat het 2 x 2 vleugels zijn (inzet foto). Daarbij is elk element net als echte veren ook weer dwars ingesneden. De onderkant van de gekliefde vleugels zit vol met soort-specifieke geurstoffen. Ook hebben niet alle vedermotten ingesneden vleugels. De nauw verwante familie van de Waaiermotten met 2 soorten in Nederland heeft nog sterker gekliefde vleugels, 2 x 6 in voor- en achtervleugel. Die veervormige vleugels zijn meestal niet te zien, omdat ze net als op de foto bij rust worden samengevouwen.

Waar

De windevedermot komt overal in Europa voor waar zijn waardplanten voorkomen. Het is een soort die als volwassen insect overwintert en het hele jaar gezien kan worden. Deze soort wordt erg door licht aangetrokken en wordt daarom vaak op ramen aangetroffen. Er komen verschillende generaties per jaar voor, met een kleinere piek in het voorjaar en een grote piek van augustus tot november.

 windevedermot2

 bomenMoerascipres16 sep 2013september

Moerascipres, 16 sep 2013

 moerascipres

Soms is het moeilijk om te beslissen of een bepaalde soort nu inheems is of niet. Vaak komt dit door dat een buitenlandse soort heel goed inburgert: denk bv aan de halsbandparkiet of de Nijlgans. Bij de moerascipres is het een ander verhaal. Dit is nl een soort die als fossiel in Nederland is gevonden en daarna verdween, maar in het warme zuiden van de Verenigde Staten bleef bestaan. De moerascipres is met de inheemse Lariks en de watercipres een van de weinige naaldbomen die zijn naalden ‘s winters laat vallen. De moerassen van het zuiden van de VS zoals de Everglades vormen de thuisbasis van deze boom.

Bijzonder

De Moerascipres wordt 50- 60 m hoog en soms wel 1000 jaar oud. Daarbij wordt zijn stam zeer breed. Bomen van 5-8 m omtrek zijn niet ongebruikelijk. Hij kan maanden onder water staan. Daarvoor heeft de boom

een aantal bijzondere aanpassingen. Zo is het hout zeer rot bestendig en wordt daarom gebruikt voor dakbedekking, dakgoten en doodskisten. Ook het wortelstelsel is zeer degelijk en zwaar uitgevoerd. De meest bijzondere aanpassing vormen de zogenaamde kniewortels. Bij een boom die regelmatig onder water staat kunnen deze 1.5 – 2 m hoog worden. Met deze wortels kan het wortelstelsel ademen bij lange overstromingen. Bij moerascipressen die te hoog op land geplant zijn ontwikkelen deze kniewortels zich niet of nauwelijks.

Waar

We hebben in de Haarlemmermeer 4 moerascipressen gevonden. 2 in het Wandelbos, 1 in Badhoevedorp in de Dellaertlaan en 1 in Zwanenburg in het Wandelpark. De boom met de mooist ontwikkelde kniewortels van ca 30 cm hoog staat in Zwanenburg (foto). De bomen worden in de bomenroutes (zie meergroen website) vermeld. De veel op de moerascipres lijkende watercipres komt uit China en is een levend fossiel, dat pas in 1946 werd herontdekt. Deze soort is veel algemener aangeplant. Het eenvoudigste verschil tussen de beide soorten is dat de takjes van de watercipres precies tegenover elkaar vertakken en die van de moerascipres niet.

 plantenKaardenbol9 sep 2013september

Kaardenbol, 9 sep 2013

 kaardenbol

Deze warme en droge zomer is niet alleen gunstig voor insecten. In ons land komen ook plantensoorten voor die hun voorkeursverspreidingsgebied in droge steppen en rond de Middellandse zee hebben. Een daarvan is de Kaardenbol. Er bestaan 3 soorten kaardenbol, de bekendste is de Grote Kaardenbol met gekartelde gave bladeren, dan is er de slibbladige Kaardenbol met diep ingesneden bladeren en de kleine kaardenbol. Dat kleine slaat niet op de plant, want net als de andere familieleden kan deze plant 3 m hoog worden. Klein slaat op de bloemhoofdjes, die 5-10 maal kleiner zijn dan die van de beide andere soorten. De kleine kaardenbol heeft een voorkeur voor bossen in de halfschaduw. De beide andere soorten torenen hoog uit boven andere planten in weides. En dit jaar zijn ze bijzonder hoog. De kaardenbol is een tweejarige plant. Het eerste jaar maakt hij een bladrozet, waarmee hij ander planten in de omgeving aan de kant

duwt en in het 2e jaar schiet hij de hoogte in.

Bijzonder

Dat het een soort van droge voorkeursomstandigheden is, kun je aan de grote en slibbladige kaardenbol zien aan de bladvorm: bladparen vormen een kom waarin wel een halve liter regenwater verzameld kan worden. Deze waterbron wordt door vele insecten en kleine dieren gebruikt. De stevige stekels aan blad, stengel en bloem zijn een 2e indicatie. De grote kaardenbol is een wettelijk beschermde rode lijstsoort.

De bloeiwijze bestaat uit een rand van zeer veel nectar producerende bloemen die in een ring van onder maar boven tot ontwikkeling komen. De naam kaardenbol komt van het woord kaarden. Dat woord is redelijk bekend van het ontklitten van wol. Echter daar is de bloeiwijze niet sterk genoeg voor. Kaarden heeft ook een minder bekende betekeni, nl het ruwen van wol, waarvoor de bloeiwijzen wel gebruikt werden.

Waar

In de Haarlemmermeer worden kaardenbollen op verschillende plekken aangetroffen: o.a. in De Heimanshof, langs het insectenpad, in het Haarlemmermeerse Bos en in de Fruittuinen.

 paddenstoelenZwavelzwam31 aug 2013augustus

Zwavelzwam, 31 aug 2013

 zwavelzwam

Zwavelzwam

Omdat we als MEERGroen het Wandelbos in Hoofddorp in beheer hebben kom ik er elke week. Alle oorspronkelijke bomen in het bos zijn inmiddels 100 jaar oud. Maar elke boomsoort heeft zijn eigen groeisnelheid. Venijnbomen zijn nu 1 m in omtrek en midden in het wandelbos aan de vijver staat een Wilg van ruim 5 m omtrek. Op deze wilg verscheen deze week een grote heldergele paddenstoel, die bij nadere studie een zwavelzwam bleek te zijn. De paddenstoel ruikt niet naar zwavel, maar is helder zwavel geel.

Bijzonder

Het is geen zeldzame soort. Wel is het leuk de ontwikkeling van dit exemplaar te volgen, want in een paar weken kan een zwavelzwam meer dan 10 kilo zwaar worden. Zolang de zwam jong is en groeit, is het een van de meest smakelijke soorten. Het jonge vruchtvlees is wit en

sappig. Oude exemplaren zijn taai. Deze paddenstoel heeft geen lamellen of buisjes, in plaats daarvan is de heldergele onderkant bedekt met kleine poriën waar de vruchtbare vloeistof uit lekt. In Engeland heet hij ‘Chicken of the woods’ en hij schijnt ook echt naar kip te smaken. Het enige probleem is, dat je er allergisch voor kunt zijn. Dus laat hem maar hangen.

Voor de boom is de zwavelzwam geen onverdeeld genoegen. Wanneer een boom wordt aangevallen door de zwam, ontstaat rode rot, een schimmel, waardoor het harthout van de boom krimpt en bovendien roodachtig bruin verkleurt. De stam van de boom wordt langzamerhand steeds verder uitgehold. Op termijn gaat de tak of de boom er dood aan. Het heeft geen zin de tak af te zagen. De schimmeldraden zitten door de hele boom. De schimmel hoeft trouwens niet elk jaar een vruchtlichaam te produceren.

Waar

De zwavelzwam is een parasitaire schimmel van veel soorten loofbomen in de zomer en de vroege herfst. Wilgen, populieren en eiken zijn vaak waardbomen, maar op tientallen andere loofboomsoorten is de zwam aangetroffen en in grote delen van de wereld.

 vlindersOranje Luzernevlinder25 aug 2013augustus

Oranje Luzernevlinder, 25 aug 2013

 oranje_luzernevlinder

Vorige week was het onderwerp de distelvlinder; een trekvlinder die dankzij het mooie weer in grote aantallen van Afrika naar onze steken was afgereisd.

Deze week meldde zich een ander soort die waarschijnlijk ook vanwege dezelfde omstandigheden een invasie pleegt. Nu is invasie een groot woord. Er zullen niet tientallen vlinders tegen uw autoruit te pletter vliegen per rit.

De Oranje Luzernevlinder heeft als rups een voorkeur voor vlinderbloemigen zoals de luzerne, rode klaver, rolklaver e.d.

Mijn hele leven heb ik er geen gezien, hoewel ze elk jaar wel eens waargenomen worden. Maar deze week zag ik ze op 4 plaatsen: De Heimanshof, de rolklaver rijke bermen van de N201 bij het Haarlemmermeerse Bos, in het Groen Carré en net buiten de Haarlemmermeer in de

natuurspeelplaats Meermond, die sinds deze zomer door Meergroen voor de gemeente Heemstede in beheer is genomen.

Bijzonder

De Oranje Luzerne vlinder is verwant aan de koolwitjes, maar heeft een lichtoranje kleur. Er bestaat ook een Gele Luzerne vlinder. Tot de 60-er jaren werden er landelijk regelmatig duizenden exemplaren waargenomen. Tot begin deze eeuw ging dat achteruit tot 1000-1500. Sinds de eeuwwisseling nemen de aantallen weer toe. De oranje luzernevlinder is een zeer mobiele vlinder die tot de trekvlinders wordt gerekend en zeer grote afstanden kan afleggen. Ze trekken afzonderlijk of in kleine groepjes en volgen kanalen, rivieren, dijken en de kustlijn ter oriëntatie. In het najaar trekt de soort zuidwaarts. In de herfst is het in de Pyreneeën de talrijkste vlinder die zuidwaarts trekt. In Nederland zijn echter weinig waarnemingen van zo′n terugtrek bekend.

Waar

De oranje luzernevlinder is een trekvlinder die ieder voorjaar vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika naar het noorden vliegt. De eerste vlinders arriveren in mei en juni in ons land. De volgende generaties vliegen van begin augustus-eind oktober, aangevuld met nieuwe immigranten. In Zuid-Europa vliegt deze soort in 4-6 generaties.

 vlindersDistelvlinder19 aug 2013augustus

Distelvlinder, 19 aug 2013

 distelvlinder

Vorige week was het nationale tuinvlindertelling. De planning daarvan had niet beter kunnen zijn na 4-5 weken prachtig ‘insecten’ weer. In geen 10 jaar tijd had ik zoveel vlinders gezien als in deze week. In De Heimanshof telde ik 16 soorten met in totaal ca 250 exemplaren in een half uurtje. Persoonlijk was ik het meest geraakt door de grote aantallen distelvlinders die er dat weekend opdoken. De naam distelvlinder komt van het feit dat de waardplant voor hun rupsen veelal bestaat uit verschillende soorten distels, zoals de akkerdistels, de kale jonker of de speerdistel. Maar de rupsen eten ook van klissen, brandnetels of zonnebloemen. Ook als nectar plant zijn distels geliefd.

Bijzonder

Er zijn, zoals altijd, allerlei strategieën die vlinders gebruiken om te overleven. Sommige vlinders zoals

het Icarusblauwtje blijven altijd dichtbij de plek waar hij als rups geboren wordt. Dat zijn standvlinders. Een heel ander strategie wordt gevolgd door de trekvlinders. De distelvlinder is daarvan een voorbeeld, net als de Atalanta of de kolibrievlinder.

Waar

De meeste distelvlinders die wij in Nederland zien zijn geboren in Centraal Afrika of Noord Afrika. Ze leggen dus voor deze kleine wezens onvoorstelbare afstanden af. Daarbij moet wel gezegd worden dat ze gebruik maken van de wind. Elk jaar zijn er distelvlinders, maar om de 8-10 jaar is er een massale invasie. En dat gebeurt vaak gelijktijdig met het neerdalen van Sahara stof. De aantallen vlinders zijn vooral afhankelijk van jaren met veel regenval in Afrika rond de Sahara. Distelvlinders leggen onderweg eieren waaruit nieuwe generaties vlinders voortkomen tot in Noord Scandinavië . In de herfst gaat de trek in omgekeerde richting, ook geholpen door gunstige winden. Maar vele vlinders vinden de weg niet tijdig terug en komen om. Overwinteren kunnen ze bij ons niet. Alleen de vlinders die in Noord of Centraal Afrika terugkomen zorgen voor een nieuwe generatie voor het volgende jaar.

 insectenTweepunt-deukmetselwesp (2)12 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (2), 12 aug 2013

 metselwesp2

Er zijn sluipwespen die leven van het leggen van eieren in bladluizen en sluipwespen die eieren leggen in ander sluipwespen soorten. Verder zijn er graafwespen, bladwespen, bladwespen, goudwespen, hongerwespen, bronswespen, galwespen en ga zo maar door.

Metselwespen zijn solitaire wespensoorten die hun prooien in een holletje proppen en er een eitje bij leggen en dan hun jong beschermen door de ingang met klei of leem af te sluiten. Het nest wordt met een mengsel uit klei en enkele tot 1 mm grote zandkorreltjes dichtgeplakt. Het duurt 1-2 dagen tot het gat dicht is. (Zie foto).

Aan de grootte van de nestopening en de afsluiting van het nest, kan men veel bewoners herkennen.

Drie soorten hebben een grote nestingang, maar verschillen in de afsluiting:

- De tweepunt-deukmetselwesp doet veel moeite om de afsluiting van het nest heel glad te maken.

- De Rosse metselbij doet dat met minder zorg en maakt een ruw klei oppervlak als nestafsluiting.

- De Wormkruidzijdebij maakt uit speeksel een cellofaan-achtige stof voor de nestafsluiting.

De Tronkenbij heeft kleine nestingangen met een bijzondere afsluiting: Als enige diersoort kan dit bijtje naaldboomhars met speeksel vloeibaar maken. Zij sluit het nest met een mengel uit veel naaldboomhars, enkele kleine schelpdeeltjes en zeer kleine zandkorreltjes af.

De tweepunt-deukmetselwesp wordt zelf ook weer belaagd door een andere soort wesp. En wel door m.i. het mooiste insect van Nederland: de goudwesp (foto). Dit zijn zogenaamde koekoekswespen. Als het vrouwtje van hun prooidier op jacht is, leggen ze snel hun eitje in het holletje. Dat eitje komt eerder uit dan de larve van de metselwesp, peuzelt die op en leeft dan verder op de voedselvoorraad die voor dat andere jong was aangelegd.

Waar

De muurwespen hebben tientallen holletjes in het insectenhotel aan het verenigingsgebouw van De Heimanshof in bezit genomen. Het is een vrij algemene soort in Noord- en Midden-Europa.

 goudwesp2

 insectenTweepunt-deukmetselwesp (1)5 aug 2013augustus

Tweepunt-deukmetselwesp (1), 5 aug 2013

 metselwesp1

Tot een week of wat geleden was het weer relatief koud en nat. Echt ‘slakken’ weer. Op de akkers en de tuintjes in De Heimanshof hebben we tienduizenden vooral naaktslakken geraapt en afgevoerd en desondanks werden de meeste kiemplanten weggevreten voor ze volwassen werden. Maar de laatste weken hebben veel goed gemaakt.

Het is nu echt insectenweer en op en rond de insectenhotels in de tuin krioelt het van de solitaire bijen en wespen. Deze week telde ik op een moment tientallen 3- 4 mm grote tronken bijtjes, vele rosse metselbijen, 10 bladsnijdersbijen met de onvermijdelijke rovers die daarop af komen, 5 goudwespen, 4 hongerwespen, en nog een stuk of 20 zenuwachtig rondvliegende en ondefinieerbare sluipwespensoorten.

Een ander insectenhotel werd massaal bezocht door metselwespen. Van deze soort hadden we er nog nooit zoveel gezien. Het was

de tweepunt-deukmetselwesp (Symmorphus bifasciatus; zie foto). (Met duizenden soorten om te benoemen krijg je dit soort ingewikkelde namen).

Deze soort is gespecialiseerd in het vangen van bladhaantjes, zoals het blauwe wilgenhaantje en het veelkleurig wilgen haantje, waarvan met name de 2e veel in De Heimanshof voorkomt.

Bijen en wespen zijn nauw verwant. Het verschil tussen beide groepen is dat bijen stuifmeel als eiwitbron voor hun larven gebruiken en wespen hun jongen groot brengen op dierlijke prooien.

Er zijn in Nederland ca 350 soorten bijen bekend, maar er zijn duizenden wespensoorten.

Wespen vervullen in de insectenwereld de rol van wolven, leeuwen en marters bij de zoogdieren: het zijn rovers die het aantal ’vegetarische’ soorten bejagen en zo de natuur in balans houden. En zo hebben wespen zich op duizenden manieren gespecialiseerd om andere insecten te vangen. De meeste wespen soorten zijn sluipwespen, waar we in tegenstelling tot de ‘limonade’ wesp nooit iets van zien of last van hebben.

Met dank aan Professor Ernst die met insectenweer dagelijks in De Heimanshof is voor informatie en foto’s.

 kleine dierenRosse woelmuis7 jul 2013juli

Rosse woelmuis, 7 jul 2013

 rosse_woelmuis

Er bestaan een 20-tal muizensoorten in Nederland, die allemaal een verborgen leven leiden omdat ze zwaar bejaagd worden door roofdieren en de mens. Het meest komen we de huismuis tegen. Het is een van de ‘ware’ muizen soorten, d.w.z. hij heeft net als de mensen knobbelkiezen,is een alleseter en heeft grote afstaande oren, een lange staart, net als de bruine en de zwarte rat, de bosmuis en de dwergmuis. Veel algemener zijn de woelmuizen. Dat merk je pas als je braakballen uitpluist van uilen. De veldmuis is daarvan het meest algemeen. In een ha wegberm kunnen er wel 1000 leven. Woelmuizen zijn net als koeien vegetariërs, die maalkiezen hebben om gras en zaadjes fijn te malen en korte platte oren en korte staarten. Waar de veldmuis in weiden en akkers leeft, leeft de rosse woelmuis in dicht begroeide bosjes. Hij heet zo omdat hij een rossige gloed in zijn vacht heeft (zie foto). Afhankelijk van het seizoen

en het voedselaanbod leven er 5-100 dieren/ha. De rosse woelmuis wordt gemiddeld 3 maanden, maximaal 18 maanden en tot 40 maanden in gevangenschap.

Bijzonder

Rosse woelmuizen eten zachte zaden, vruchten, bladeren, kruiden en boomschors (tot op 5 m. hoogte), aangevuld met paddenstoelen, mossen, wortels, knoppen en gras, en ook insecten, wormen en slakken. In noordelijke streken leggen ze voedselvoorraden aan. Ze houden geen winterslaap. De rosse woelmuis maakt gebruik van routes door het kreupelhout, ondiepe ondergrondse gangen en voldoende dichte ondergroei. Hij graaft minder dan andere woelmuizen maar legt toch gangen aan.

Waar

In grote delen van Europa komen rosse woelmuizen voor, behalve in het uiterste zuiden. Ze leven vooral in loofwouden en struikgewas, maar ook in gebieden met hoge grassen en kruiden en in een parklandschap. Deze soort was tot op heden niet uit de Haarlemmermeer bekend, maar werd afgelopen week in De Heimanshof aangetroffen. In Nederland zijn ze aan te treffen op hogere gronden, in struikgewas, bos en plaatsen met veel vegetatie.

 plantenRatelaar30 jun 2013juni

Ratelaar, 30 jun 2013

 ratelaar

De natuur staat volop in bloei: Daarom was het afgelopen weekend ′open weekend′ van De Heimanshof en een ′werk- en genietdag′ in de Houtwijkerveldwijktuin. Ook de akkerkruiden zoals als klaprozen, korenbloemen, bolderiken, kamille, reukloze kamille en vele andere soorten die we afgelopen winter weer hebben bijgezaaid rond de IJtocht in Overbos en Floriande zijn zeer de moeite waard om de komende week even langs te fietsen. In deze bloemenzones viel de gestage toename van een geel bloeiende soort op: De grote ratelaar. Deze plant heet zo omdat zijn rijpe zaden een rammelend geluid maken in hun kelkbladen. Er zijn 3 soorten ratelaars in de polder. De grote ratelaar is het meest algemeen. De harige en de kleine ratelaar komen op een paar plekken voor.

Bijzonder

Ratelaars zijn halfparasieten. D.w.z.

ze kunnen groeien op zonlicht, maar hebben ook een geheim wapen. Hun wortels dringen het wortelstelsel van andere planten en m.n. grassen binnen en die zuigen die leeg. Om die reden wordt de dichtheid van grassen om plekken met veel ratelaar een stuk minder dicht en bij veel ecologisch beherende terrein eigenaren is de ratelaar daarom een bijzonder gewenste ’indringer’.

Waar

Ratelaars houden van niet al te voedselrijke grond, die bij voorkeur ook een beetje vochtig moet zijn. Deze condities komen vaak overeen met plekken waar ook rietorchissen en moeraswespenorchissen voorkomen. Ratelaars doen het goed in de Haarlemmermeer en ze handhaven zich ook lang. Door de Heimanshof uitgezaaide planten handhaven zich al 20 jaar bij het Kai Munk college aan de Geniedijk. Langs de IJtocht aan de Overbos kant op een laaggelegen zone onder de Hoogspanningsmasten is de soort explosief toegenomen. Ook in de Fruittuinen, bij kinderboerderij de Boerenzwaluw en in de Orchideeënweide van het Groene Carré zuid staat de soort. Deze geelbloeiende soort is een aanwinst voor de polder die het waard is elders ook verspreid te worden. Informatie hierover kan bij De Heimanshof ingewonnen worden.